Het Evangelie volgens Johannes (DEEL VIER) — SABBAT, 6 december 2025

Les 10: De geliefde discipel

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen u dat eeuwige Leven, Hetwelk bij de Vader was, en ons is geopenbaard”

1 Johannes 1:2

“Meer nog dan zijn metgezellen stelde Johannes, de geliefde discipel, zich open voor de kracht van dat (Christus') wonderlijke leven.” –

Aanvullende studie:: Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 192-201

zo, — 30 nov

1. HET KARAKTER VAN JOHANNES

A. Welke ernstige karaktergebreken waren bij Johannes duidelijk zichtbaar?

Markus 3:17.

Markus 3:17: En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;

“Van nature bezat Johannes niet de beminnelijkheid van karakter, die hij later openbaarde. Zijn karakter vertoonde ernstige gebreken. Hij was niet alleen trots, zelfverzekerd en ambitieus, maar ongeduldig en wraakgierig, wanneer hij beledigd werd. Hij en zijn broer kregen de bijnaam 'zonen des donders'. Een slecht humeur, een verlangen naar wraak, en een geest van kritiek waren eigenschappenvan de geliefde discipel.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 392.

B. Welke ervaring onthulde duidelijk de wraakzuchtige aard van Johannes en zijn broer Jakobus?

Lukas 9:51–56.

Lukas 9:51: En het geschiedde, als de dagen Zijner opneming vervuld werden, zo richtte Hij Zijn aangezicht, om naar Jeruzalem te reizen. Lukas 9:52: En Hij zond boden uit voor Zijn aangezicht; en zij, heengereisd zijnde, kwamen in een vlek der Samaritanen, om voor Hem herberg te bereiden. Lukas 9:53: En zij ontvingen Hem niet, omdat Zijn aangezicht was als reizende naar Jeruzalem. Lukas 9:54: Als nu Zijn discipelen, Jakobus en Johannes, dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde, gelijk ook Elias gedaan heeft? Lukas 9:55: Maar Zich omkerende, bestrafte Hij hen, en zeide: Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt. Lukas 9:56: Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden. En zij gingen naar een ander vlek.

“Het is geen deel van de zending van Christus om mensen te dwingen Hem aan te nemen. Satan, zowel als de mensen, die hij beheerst, tracht het geweten geweld aan te doen. Onder het voorwendsel te ijveren voor gerechtigheid, brengen mensen, die verbonden zijn met boze engelen, soms lijden op hun medemensen, met de bedoeling hen te bekeren tot hun gedachten over de godsdienst. Maar Christus toont altijd genade, en tracht steeds hen te winnen door een openbaring van Zijn liefde. Hij kan geen deelgenoot toelaten in de ziel, en aanvaardt geen gedeelde dienst. Maar Hij begeert alleen een vrijwillig dienen, de gewillige overgave van het hart, dat door liefde wordt gedreven.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 393.

ma, — 1 dec

2. DE DORST NAAR SUPREMATIE

A. Wat moeten we leren van de bede aangaande Johannes, die bijna tot ernstige verdeeldheid onder de apostelen leidde?

Markus 10:35–37;

Markus 10:35: En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen. Markus 10:36: En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe? Markus 10:37: En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.

Markus 9:35.

Markus 9:35: En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.

“Johannes had ooit een meningsverschil met verschillende van zijn broeders, over wie van hen de grootste zou zijn. Het was niet hun bedoeling, dat Jezus hun woorden zou horen. Doch Jezus las, wat in hun hart was en gebruikte deze gelegenheid om Zijn discipelen een les in nederigheid te geven. De vermaning was niet alleen bestemd voor deze kleine groep, die naar Zijn woorden luisterde, maar ook voor het welzijn van al Zijn volgelingen tot aan het einde der tijden. (Zie Markus 9:35)…

Zij, die de Geest van Christus bezitten, zullen er niet naar streven een plaats boven hun broeders in te nemen. Zij, die in eigen ogen klein zijn, zullen door God hooggeacht worden." –Het Geheiligde Leven, blz. 41–42.

B. Tot welke misplaatste hoop had deze bede geïnspireerd?

Handelingen 1:6.

Handelingen 1:6: Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten?

“Ondanks het herhaalde onderricht van Christus over de aard van Zijn koninkrijk, koesterden de jonge discipelen nog de hoop op een Messias, die een troon en koninklijke macht zou aanvaarden in overeenstemming met de verwachting van het volk.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 393.

C. Hoe corrigeerde Jezus Johannes en de andere discipelen?

Markus 9:38–41.

Markus 9:38: En Johannes antwoordde Hem, zeggende: Meester! wij hebben een gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt. Markus 9:39: Doch Jezus zeide: Verbiedt hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Markus 9:40: Want wie tegen ons niet is, die is voor ons. Markus 9:41: Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.

“Jakobus en Johannes ontmoetten iemand, die Jezus niet volgde, maar die duivelen uitwierp in Zijn naam. De discipelen verboden de man om dit te doen, en meenden, dat ze hier in hun recht stonden. Maar toen ze dit meedeelden aan Jezus, bestrafte Hij hen… Niemand, die zich op een of andere wijze vriendelijk betoonde jegens Christus, mocht weerhouden worden. De discipelen mochten geen bekrompen, enghartige geest openbaren, maar moesten dezelfde verreikende sympathie openbaren, die ze in hun Meester hadden gezien. Jakobus en Johannes hadden gedacht, dat ze door deze man te verbieden de eer van hun Meester voorstonden. Maar ze begonnen in te zien, dat ze afgunstig waren op hun eigen eer. Ze bekenden hun dwaling en aanvaardden de bestraffing.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 394–395.

di, — 2 dec

3. EEN VERANDERD KARAKTER

A. Wat gebeurde er met Johannes, toen hij het karakter van Christus zag? En wat moeten wij hiervan leren?

1 Johannes 1:2–3.

1 Johannes 1:2: (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.) 1 Johannes 1:3: Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.

“Maar dag aan dag, beschouwde hij (Johannes) in tegenstelling tot zijn eigen heftige geest, de zachtmoedigheid en verdraagzaamheid van Jezus, en hoorde Zijn lessen over nederigheid en geduld. Hij stelde zijn hart open voor de goddelijke invloed en werd niet alleen een hoorder, maar ook een dader van de woorden van de Heiland. Zijn ik werd verborgen in Christus. Hij leerde het juk van Christus op zich te nemen en Zijn last te dragen.

Jezus berispte Zijn discipelen, Hij waarschuwde hen en maande hen tot voorzichtigheid; maar Johannes en zijn broeders verlieten Hem niet; zij kozen Jezus, ondanks de berispingen. De Heiland trok Zich niet van hen terug om hun zwakheid en dwalingen. Tot het einde toe bleven ze Zijn beproevingen delen en de lessen van Zijn leven leren. Door Christus te zien, werden ze veranderd naar Zijn karakter.” –

“Er kunnen wel degelijk gebreken aanwezig zijn in iemands karakter, maar als deze een ware discipel van Jezus wordt, maakt de kracht der goddelijke genade van hem een nieuw schepsel. De liefde van Christus verandert en heiligt hem. Wanneer echter mensen voorgeven christenen te zijn, terwijl hun godsdienst hen in het dagelijks leven geen betere mannen en vrouwen maakt, levende vertegenwoordigers van Christus in houding en karakter, dan behoren ze Hem niet toe.” –Het Geheiligde Leven, blz. 41.

B. Welke boodschap heeft Johannes, veranderd door de liefde van Jezus, voor alle gelovigen?

1 Johannes 2:3–5;

1 Johannes 2:3: En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren. 1 Johannes 2:4: Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet; 1 Johannes 2:5: Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.

1 Johannes 3:18;

1 Johannes 3:18: Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.

1 Johannes 4:7,

1 Johannes 4:7: Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God;

1 Johannes 4:16.

1 Johannes 4:16: En wij hebben gekend en geloofd de liefde, die God tot ons heeft. God is liefde; en die in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.

“Johannes streefde ernaar de gelovigen te doen begrijpen, welke verheven voorrechten hun deel zouden zijn door de uitoefening van de geest van liefde. Deze verlossende macht zou, als zij het hart vervulde, elk ander motief beheersen en de bezitter ervan verheffen boven de verderfelijke invloeden van de wereld. En wanneer deze liefde vrij spel werd gelaten en de stuwende macht in het leven zou worden, zou hun geloof en vertrouwen in God en in Zijn handelwijze met hen volledig zijn. Ze zouden dan tot Hem kunnen komen in volle geloofsverzekerdheid, wetende dat Hij hen alles zou geven, wat ze voor hun tijdelijk en eeuwig welzijn nodig hadden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 402–403.

wo, — 3 dec

4. HOE ZIT HET MET ONS?

A. Welk gevaarlijk kwaad heerste er, net als in het geval van Johannes, in de gemeente van Korinthe, en kan ons nu ook gemakkelijk overheersen?

1 Korinthe 3:1–3.

1 Korinthe 3:1: En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus. 1 Korinthe 3:2: Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet. 1 Korinthe 3:3: Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens?

“De Heer heeft Zijn gemeente grote zegeningen geschonken. Rechtvaardigheid eist, dat zij deze talenten met rente teruggeeft. Naarmate de schatten van de waarheid, die haar zijn toevertrouwd, toenemen, nemen haar verplichtingen ook toe. In plaats van met deze gaven te woekeren en voorwaarts te gaan naar volmaaktheid, heeft zij hetgeen met eerdere ervaringen was opgedaan losgelaten. De verandering in haar geestelijke toestand is geleidelijk en bijna onmerkbaar gekomen. Naarmate zij zocht naar de lof en vriendschap van de wereld, werd haar geloof zwakker, verslapte haar ijver, en ging haar vurige toewijding over in een dood formalisme. Iedere stap in de richting van de wereld was een stap verder van God weg. Naarmate trots en wereldse ambitie gekoesterd werden, verdween de geest van Christus, en kwamen rivaliteit, verdeeldheid en twist binnen om de gemeente te verwarren en te verzwakken.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 195–196.

“Het is voor een verstand, dat beheerst wordt door etafgunst en strijd, onmogelijk om de diepe geestelijke waarheden van Gods woord te begrijpen.” –¬Guigenissen voor de Gemeente 5, blz. 196.

B. Hoe worden wij uitgenodigd tot een hogere roeping dan deze?

Galaten 5:13–16.

Galaten 5:13: Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde. Galaten 5:14: Want de gehele wet wordt in een woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven. Galaten 5:15: Maar indien gij elkander bijt en vereet, ziet toe, dat gij van elkander niet verteerd wordt. Galaten 5:16: En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet.

“In Gods plan is geen plaats voor zelfzuchtige wedijver.” ¬–

“Christenen moeten het als hun godsdienstige plicht beschouwen een geest van afgunst of wedijver te onderdrukken. Zij zouden zich verblijden over de goede naam of de voorspoed van hun geloofsgenoten, zelfs wanneer hun eigen karakter of succes daarbij in de schaduw komt te staan. Het waren trots en ambitie, die in het hart van Satan werden gekoesterd, die hem uit de hemel verbanden. Dit kwaad is diep geworteld in onze gevallen natuur, en als het niet wordt verwijderd, zal het alle goede en edele eigenschappen overschaduwen, en als verderfelijke vrucht daarvan afgunst en strijd voortbrengen.

Wij moeten streven naar echte goedheid in plaats van grootsheid. Zij, die de geest van Christus bezitten, zullen een nederige dunk van zichzelf hebben. Zij zullen zich inzetten voor de zuiverheid en voorspoed van de gemeente, en liever bereid zijn hun eigen belangen en wensen op te offeren dan verdeeldheid onder hun geloofsgenoten te veroorzaken.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 197.

do, — 4 dec

5. ONDERWIJS EEN SLEUTEL

A. Hoe kan onze opleiding ons helpen of voorkomen, dat we in de verleiding komen om toe te geven aan een geest van rivaliteit?

2 Korinthe 10:12;

2 Korinthe 10:12: Want wij durven onszelven niet rekenen of vergelijken met sommigen, die zichzelven prijzen; maar deze verstaan niet, dat zij zichzelven met zichzelven meten, en zichzelven met zichzelven vergelijken.

Filippensen 2:3;

Filippenzen 2:3: Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.

Kolossensen 2:8.

Kolossenzen 2:8: Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;

“In onze onderwijsinstellingen moest een invloed worden uitgeoefend, die de invloed van de wereld zou tegenwerken, en geen aanmoediging bieden tot toegeeflijkheid aan eetlust, aan zelfzuchtige bevrediging van de zinnen, trots, ambitie, liefde voor kleding en vertoon, liefde voor lof en vleierij, en het streven naar hoge beloningen en eer als beloning voor goede geleerdheid. Dit alles moest in onze scholen worden ontmoedigd. Het zou onmogelijk zijn deze dingen te vermijden en hen toch naar de openbare scholen te sturen, waar ze dagelijks in contact zouden komen met datgene, wat hun moraal zou verontreinigen. Overal ter wereld was er zo'n grote verwaarlozing van een goede thuisopleiding, dat de kinderen, die op de openbare scholen werden aangetroffen, grotendeels losbandig en doordrenkt van ondeugd waren.

Het werk, dat wij als volk in deze zaak moesten doen, was het stichten van een school en het werk doen, dat Jezus Christus, vanuit de wolkkolom, had opgedragen als het werk van Zijn volk: onze kinderen en jongeren trainen en opvoeden om de geboden van God te respecteren. De openlijke minachting van de wereld voor de wet van God verontreinigde de moraal van hen, die beweerden de wet van God te houden. Maar wij worden opgeroepen om het voorbeeld van Abraham te volgen. Over hem heeft de Heer gezegd: 'Ik ken hem, dat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zal gebieden, en zij zullen de weg van de Heer bewaren, om gerechtigheid en recht te doen.'

Abraham moest zijn land en het huis van zijn vader verlaten en in een vreemd land verblijven om de nieuwe orde der dingen in zijn huishouden succesvol te introduceren.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 286.

vr, — 5 dec

Terugblik

1. Welke negatieve karaktereigenschappen wil Christus in mij veranderen?

2. Hoe moet ik reageren, als anderen mij niet lijken te waarderen?

3. Wat kan ik leren van de hoofdfocus van de veranderde Johannes?

4. Waarom is de geest van rivaliteit tegenwoordig zo’n groot probleem?

5. Hoe kan de manier, waarop een kind onderwijs krijgt, een groot verschil maken in het leven?

Eerste Sabbatgaven

Renovatie van de 21M Media Studio

Waar is de aandacht van de massa tegenwoordig? Op de schermen! Ze zijn er in alle soorten en maten en zijn essentiële technologie geworden voor de verspreiding van informatie over de hele wereld. Sinds het begin van de smartphone revolutie zijn deze schermen persoonlijker geworden dan ooit. Tegenwoordig draagt meer dan de helft van de 8 miljard mensen ter wereld een scherm in hun zak en is er steeds meer afhankelijk van om te navigeren en te communiceren met de wereld om hen heen. Deze schermen zijn met name een steeds persoonlijker venster op de wereld geworden, een manier om kennis en "waarheden" te verwerven, die relevant zijn voor de diepste aspecten van het leven. Wat een geweldige kans is het dan dat het evangelie van Jezus Christus, de meest essentiële waarheid voor het leven, daar te vinden is, aan de andere kant van deze vensters waar talloze ogen dagelijks verlangend doorheen turen.

21st Missionary is de eerste media bediening van de Zevende Dags Adventisten Reformatiebeweging in Noord-Amerika. Het werd opgericht met als doel moderne communicatiemiddelen te gebruiken om de boodschap van het evangelie duidelijk en effectief te verspreiden. We creëren en publiceren via onze 21M Church App: digitale nummers, podcasts, video's, muziek en andere multi-media bronnen, gericht op het delen van het evangelie van Jezus op manieren, die relevant zijn voor onze tijd. We zijn nog steeds bezig met de bouw en inrichting van onze mediastudio, wat ons enorm zal helpen dit werk uit te breiden. Ga naar www.21stmissionary.org om onze app te downloaden en meer te weten te komen over onze missie.

“Groter licht schijnt op ons dan op onze vaders scheen. We kunnen door God niet aangenomen of geëerd worden, wanneer we dezelfde prestaties verrichten, of dezelfde werken doen, die onze vaders deden. Om door God aangenomen en gezegend te worden, zoals zij dat ervaren hebben, moeten we hun trouw en hun ijver navolgen, ons licht gebruiken zoals zij het hunne gebruikt hebben, en doen zoals zij gedaan zouden hebben, wanneer ze in onze tijd hadden geleefd.” –Uit Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 90.

“Studeren, plannen, methoden bedenken om de mensen te bereiken waar ze zijn. We moeten iets doen, dat buiten de gebaande paden valt. We moeten de aandacht trekken. We moeten dodelijk serieus zijn." –Evangelism, blz. 122–123.

De Eerste Sabbatgaven van vandaag is bestemd voor de voltooiing van onze mediastudio, waar we zendingsmateriaal produceren. Uw gulle gift zal ons enorm helpen om door te gaan met onze missie om het evangelie met de wereld te delen.

–De Media Afdeling van de Noord Californië Conferentie