Tekst om te onthouden: “Toen deze vereist werd, toen werd Hij verdrukt, doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam wrd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht van zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open”
Jesaja 53:7
“Christus faalde niet en werd niet ontmoedigd, en Zijn volgelingen moeten een geloof openbaren dat even standvastig is. Zij moeten leven, zoals Hij heeft geleefd, en werken zoals Hij heeft gewerkt, omdat ze van Hem afhankelijk zijn als de grote Meester-Werker." –
Aanvullende studie:: De Wens der Eeuwen, p. 609-623
A. Voor wie werd Jezus na zijn arrestatie in Getsémané op gewelddadige wijze gebracht?
Johannes 18:12–14;
Matthéüs 26:57.
“Annas was het hoofd van de dienstdoende priesterfamilie, en uit eerbied voor zijn leeftijd werd hij door het volk als hogepriester erkend. Zijn raad werd gezocht en uitgevoerd, alsof het de stem van God was. Eerst moest hij Jezus zien als gevangene van de priestermacht. Hij moest aanwezig zijn bij het verhoor van de gevangene, uit vrees dat de minder ervaren Kajafas niet erin zou kunnen slagen het doel, dat zij zich hadden gesteld, te bereiken. Zijn listigheid, geslepenheid en spitsvondigheid moesten bij deze gelegenheid worden gebruikt.” –
B. Welke discipelen volgden Christus' proces van een afstand?
Johannes 18:15.
“Nadat zij hun Meester in de hof hadden verlaten, waagden twee van Zijn discipelen het de schare, die Jezus in arrest hield, op een afstand te volgen. Deze discipelen waren Petrus en Johannes. De priesters herkenden Johannes als een welbekende discipel van Jezus, en lieten hem toe in de zaal, in de hoop, dat hij, wanneer hij getuige was van de vernedering van zijn Leider, de gedachte zou afwijzen, dat zo iemand de Zoon van God zou zijn. Johannes sprak ten gunste van Petrus, en zorgde ervoor, dat ook hij kon binnenkomen.” –
A. Waar plaatste Petrus zich?
Johannes 18:16,
Johannes 18:18.
“Sommigen van de discipelen hadden noed gevat om binnen te gaan, waar Jezus was, en getuigen te zijn van Zijn verhoor. Zij verwachtten, dat Hij Zijn Goddelijke macht tonen en Zich bevrijden zou uit de handen van Zijn vijanden, en hen zou straffen voor de wreedheid, die zij aan Hem gepleegd hadden…Ze konden niet geloven, dat Hij zou sterven. Zij hoopten, dat Hij nog in kracht zou opstaan, en met Zijn gebiedende stem die bloeddorstige menigte uiteen zou drijven, evenals toen Hij, de tempel binnengetreden zijnde, diegenen uitgedreven had, die het huis van God tot een huis van koophandel maakten, en die voor Hem vluchtten, alsof zij vervolgd werden door een bende gewapende soldaten. De discipelen hoopten, dat Jezus Zijn macht zou openbaren, en allen overtuigen, dat Hij de Koning van Israël was.” –Eerste Geschriften, blz. 199, 200.
“Op de binnenplaats was een vuur ontstoken, want het was het koudste uur van de nacht, juist voor zonsopgang. Een groep mensen verzamelde zich om het vuur, en Petrus nam brutaalweg een plaats onder hen in. Hij wilde niet als een discipel van Jezus worden herkend. Door zich onverschillig onder de menigte te mengen, hoopte hij, dat men hem zou houden voor een van de mensen, die Jezus naar de gerechtszaal hadden gebracht.” –
B. Hoe verloochende Petrus zijn Heer?
Johannes 18:17,
Johannes 18:25–27;
Lukas 22:56–60.
“Petrus volgde zijn Heer, nadat Deze verraden was. Hij was verlangend om te zien, wat zij met Jezus doen zouden. Maar toen hij beschuldigd werd van een van Zijn discipelen te zijn, leidde de vrees voor zijn eigen veiligheid er hem toe te verklaren, dat hij de mens niet kende.” –Eerste Geschriften, blz. 197.
“Het was niet de bedoeling van Petrus, dat zijn ware aard bekend zou worden. Door een onverschillige houding aan te nemen, had hij zich geplaatst op het terrein van de vijand, en zo werd hij een gemakkelijke prooi voor de verleiding. Indien men een beroep op hem gedaan zou hebben om voor zijn Meester te vechten, dan zou hij een moedige soldaat zijn geweest; maar toen honend op hem werd gewezen, bewees hij, dat hij een lafaard was. Velen die niet terugdeinzen voor openlijke strijd voor hun Here, worden door bespotting ertoe gebracht hun geloof te verloochenen. Door om te gaan met mensen, die zij behoorden te vermijden, brengen zij zichzelf op de weg van de verzoeking. Zij lokken de vijand uit om hen te verzoeken, en worden ertoe gebracht dingen te zeggen of te doen, waaraan zij zich onder andere omstandigheden nooit zouden hebben schuldig gemaakt. De discipel van Christus, die in onze tijd zijn geloof verbergt uit angst voor lijden of verwijten, verloochent zijn Here evenzeer als Petrus dit deed in de gerechtszaal.” –
A. Wat herinnerde Petrus zich en wat deed hij, nadat hij de Meester voor de derde keer had verloochend en de haan hoorde kraaien?
Matthéüs 26:75;
Markus 14:72.
“Terwijl de onterende eden Petrus nog vers op de lippen lagen en het schrille hanegekraai nog in zijn oren klonk, wendde de Heiland Zich af van Zijn toornig kijkende rechters en keek Zijn arme discipel recht in het gelaat. Op hetzelfde ogenblik werden de ogen van Petrus naar zijn Meester getrokken. In dat vriendelijk gelaat las hij diep medelijden en smart, echter geen toorn.
De aanblik van dat bleke, lijdende gelaat, die bevende lippen, die blik van ontferming en vergiffenis, doorboorde zijn hart als een pijl. Zijn geweten werd wakker. De herinnering leefde op. Petrus dacht weer aan zijn belofte van enkele uren geleden, dat hij met zijn Here in de gevangenis en in de dood zou gaan. Hij herinnerde zich zijn smart, toen de Heiland hem in de opperzaal vertelde, dat hij zijn Here in diezelfde nacht driemaal zou verloochenen. Petrus had juist verklaard, dat hij Jezus niet kende, maar nu besefte hij met bittere smart hoe goed zijn Here hém kende, en hoe nauwkeurig Hij zijn hart had doorgrond, waarvan de bedrieglijkheid hemzelf onbekend was.” –
B. Waar ging de vernederde discipel heen?
Lukas 22:62.
Wat was de oorzaak van zijn grote zonde?
“Hij (Petrus) haastte zich voort, in de eenzame duisternis, hij wist niet waarheen, en dat liet hem ook onverschillig. Eindelijk bemerkte hij. dat hij in Gethsemane was. Datgene wat daar enkele uren geleden had plaatsgevonden, kwam hem levendig voor de geest. Het lijdende gelaat van zijn Here, bevlekt met bloedig zweet en vertrokken door zielestrijd, rees voor hem op. Hij bedacht met bitter berouw dat Jezus alléén had geweend en geworsteld in het gebed, terwijl zij, die in dat uur van beproeving aan Zijn zijde hadden moeten zijn, sliepen…
Toen Jezus hem geboden had te waken en te bidden, had Petrus door te slapen de weg bereid voor zijn grote zonde. Al de discipelen leden een groot verlies, doordat zij in dat kritieke uur sliepen. Christus kende de hevige beproeving, die zij zouden moeten doormaken. Hij wist, hoe Satan zou werken om hun zintuigen te verlammen, zodat zij niet bereid zouden zijn voor de beproeving. Daarom gaf Hij hun deze waarschuwing. Indien die uren in de hof met waken en bidden waren doorgebracht, dan was Petrus niet van zijn eigen zwakke kracht afhankelijk geweest. Hij zou zijn Here niet hebben verloochend.” –
A. Welke vraag stelde Annas aan Jezus?
Johannes 18:19.
“Indien Hij van opruiing werd beschuldigd, zou Hij daarvoor door de Romeinen worden veroordeeld. Annas probeerde eerst de tweede beschuldiging te bevestigen. Hij ondervroeg Jezus aangaande Zijn discipelen en aangaande Zijn leerstellingen, in de hoop, dat de gevangene iets zou zeggen dat hem materiaal in handen zou geven, waarmee hij zou kunnen werken. Hij probeerde Hem een uitspraak te ontlokken, dat Hij trachtte een geheime gemeenschap te stichten, met de bedoeling een nieuw koninkrijk op te richten. Dan zouden de priesters Hem aan de Romeinen kunnen overleveren als een vredeverstoorder en een oproermaker.” –
B. Beschrijf de beproeving van geduld, die Jezus doorstond.
Johannes 18:20–23;
Jesaja 53:7.
“Annas werd tot zwijgen gebracht door dit vastbesloten antwoord (Jezus)… Een van zijn dienaars, die met toorn werd vervuld, toen hij zag, hoe Annas tot zwijgen was gebracht, sloeg Jezus in het gelaat, met de woorden: “Antwoordt Gij zó de hogepriester?”…
(Christus) Hij sprak geen vlammende woorden van wraakzucht. Zijn kalme antwoord kwam uit een zondeloos, geduldig en zachtmoedig hart, dat niet tot toorn kon worden gebracht.
Christus leed zwaar onder hoon en belediging. Door de handen van de wezens, die Hij had geschapen en voor wie Hij een oneindig groot offer bracht, ontving Hij iedere denkbare smaad. En Hij leed naarmate de volmaaktheid van Zijn heiligheid en Zijn haat tegen de zonde. Zijn verhoor door mensen, die zich als duivels gedroegen, was voor Hem een voortdurend offer. Omringd te worden door menselijke wezens, die door Satan werden beheerst, was voor Hem weerzinwekkend. En Hij wist, dat Hij, door Zijn goddelijke macht te laten ontvlammen, Zijn wrede pijnigers in een ogenblik in het stof kon doen vallen. Dit maakte Zijn beproeving nog zwaarder te verdragen.
De Joden zagen uit naar een Messias, Die Zich met uiterlijk vertoon zou openbaren. Zij verwachtten dat Hij, door een flits van Zijn overweldigende wil, de loop van de gedachten der mensen zou veranderen en hen zou noodzaken Zijn oppermacht te erkennen. Op deze wijze, meenden zij, zou Hij Zijn eigen verheerlijking verzekeren en hun eerzuchtige hoop vervullen. Toen Christus nu met verachting werd bejegend, kwam er een sterke verzoeking bij Hem op om Zijn goddelijk karakter te openbaren. Door een woord, een blik, kon Hij Zijn vervolgers dwingen te belijden, dat Hij Here was boven koningen en machthebbers, priesters en tempel. Maar het was Zijn moeilijke taak om de plaats te behouden die Hij had gekozen, één met de mensheid.” –
A. Welke vraag stelde Kajafas aan de Heiland, omdat hij geen sluitend bewijs vond om Jezus te veroordelen?
Matthéüs 26:63.
B. Wat was Christus' antwoord aan Kajafas en hoe werd dit antwoord gebruikt als vermeend bewijs tegen Hem?
Matthéüs 26:64–66.
“Eindelijk hief Kajafas zijn rechterhand op ten hemel en richtte zich tot Jezus in de vorm van een plechtige eed: “Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God”.
Op dit beroep kon Christus niet blijven zwijgen. Er was een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. Hij had niet gesproken, totdat men Hem rechtstreeks ondervroeg. Hij wist, dat, wanneer Hij nu zou antwoorden, dit Zijn dood zou bevestigen. Maar het beroep werd gedaan door de hoogst erkende gezagdrager van de natie, en in de naam van de Allerhoogste. Christus zou niet te kort schieten in de verschuldigde eerbied voor de wet. Meer dan dit, Zijn eigen verhouding tot de Vader was in geding. Hij moest een duidelijke verklaring geven van Zijn karakter en zending. Jezus had tot Zijn discipelen gezegd: “Een ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal ook Ik belijden voor Mijn Vader” (Matthéüs 10:32). Nu herhaalde Hij deze onderwijzing door Zijn eigen voorbeeld.
Ieder oor was gespitst tot luisteren en ieder oog was op Zijn gelaat gericht, toen Hij antwoordde: ‘Gij hebt het gezegd”. Een hemels licht scheen Zijn gelaat te verlichten, toen Hij vervolgde: “Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels”.” –
1. Welke verleidingen moet ik weerstaan om te voorkomen, dat ik mijn Heer verloochen?
2. Welke zonde zou ik begaan, als ik mijn geloof zou verbergen?
3. Begrijp ik, net zo goed als Petrus, wat oprecht berouw betekent?
4. Beschrijf het gesprek tussen Annas en Jezus.
5. Welke profetie bevatte Christus’ antwoord aan Kajafas?
Lesotho is een klein, ingesloten land binnen het geografische gebied van Zuid-Afrika, maar gesticht als een aparte, onafhankelijke natie in 1822. Het gebied is zeer bergachtig en heeft een uniek weerpatroon, met zeer koude periodes in de winter, vaak met sneeuw.
Van de bevolking van bijna 2,3 miljoen zijn meer dan 49 miljoen Rooms Katholiek, gevolgd door verschillende christelijke en niet-christelijke geloven. In 2021 werd de Zevende Dags Adventisten Reformatiebeweging in Lesotho geïntroduceerd door zendelingen uit Zimbabwe. Deze broeders en zusters pendelen heen en weer vanuit hun geboorteland om de boodschap te delen met zielen in de westelijke steden Maseru en Mafeteng, om gehoor te geven aan de oproep om het vierde gebod te onderhouden, zoals geopenbaard in de Schrift.
Meer dan 600 zielen zijn bereikt en hebben hun begrip van de Sabbat bevestigd, en 259 van hen hebben de gemeente bezocht. In april 2023 werden, door de genade van God, 14 zielen gedoopt als de eerste vruchten van deze inspanningen. De gemeente is nu geregistreerd en is officieel actief in dit land.
Nu is er grote behoefte aan een kapel, aangezien de gemeente vanuit huizen en huurappartementen opereert. Onze grootste uitdaging is dat dit land enorm lijdt onder werkloosheid en onze leden niet werken, en dat de burgers bovendien sterk verankerd zijn in hun culturele gebruiken.
We doen daarom een nederig beroep op alle broeders en zusters wereldwijd om ons een helpende hand te bieden om:
- Een stuk grond te kopen en een bescheiden kapel met een kantoor te bouwen, die als een lichtend licht kan dienen voor bezoekers en geïnteresseerde zielen;
-Een school te stichten om de jeugd te helpen. Helaas heeft Lesotho veel luie tieners, die financieel achtergesteld zijn, waardoor ze van school gaan;
-Een tent en stoelen te kopen om kampbijeenkomsten te organiseren;
-Een busje voor 18 personen te regelen om de zielen naar onze bijeenkomsten te brengen;
-Een drukpers voor literatuur te verwerven.
Laten degenen, die door de Heilige Geest zijn aangeraakt, van heinde en verre, oud en jong, man en vrouw, gul doneren voor deze speciale behoeften, en God zal hun zakken zeker vullen.
Moge de Heer u bij voorbaat blijven zegenen voor uw hartelijke bijdragen aan de kapel en de zendingsprojecten hier. Amen.
–De broeders en zusters uit Lesotho.