Tekst om te onthouden: “En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel”
Johannes 16:8
“Door de Schriften spreekt de Heilige Geest tot het verstand, en drukt de waarheid in het hart. Op deze wijze brengt Hij dwaling aan het licht en verbant ze uit de ziel. Door de Geest der waarheid, Die werkt door het Woord van God, onderwerpt Christus Zijn uitverkoren volk aan Zichzelf.” –
Aanvullende studie :: -Uit De Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 210-219.
A. Welke moeilijkheden ondervonden de discipelen na Christus’ hemelvaart?
Johannes 16:1–3.
“De Here weet alles over Zijn getrouwe dienstknechten, die om Zijns naam wil in gevangenschap zijn of verbannen naar eenzame eilanden. Hij vertroost hen met Zijn eigen tegenwoordigheid. Wanneer ter wille van de waarheid de gelovige staat voor de rechtbank van onrechtvaardige rechters, staat Christus aan zijn zijde. Alles wat hun wordt verweten, geldt Christus. Christus wordt steeds opnieuw veroordeeld in de persoon van Zijn discipelen. Wanneer één van hen door gevangenismuren is ingesloten, verblijdt Christus het hart met Zijn liefde.” –
B. Wat was verzekerd aan de discipelen, en hoe?
Johannes 14:18;
Johannes 15:26.
“Hij (Christus) besloot Zijn vertegenwoordiger te geven, de derde persoon van de Godheid. Deze gave kon niet overtroffen worden. Hij zou alle gaven in één geven, en daarom zou de goddelijke Geest, die bekerende, verlichtende en heiligende kracht, Zijn gave zijn.” –My Life Today, blz. 36.
A. Welk verschil in de relatie tussen Christus en Zijn volgelingen zou er na Zijn hemelvaart ontstaan?
Johannes 16:7.
“Voortaan zou de Geest van Christus voortdurend wonen in de harten van Zijn kinderen. Hun band met Hem was nog nauwer als in de tijd, dat Hij in eigen persoon bij hen was. Het licht en de liefde en de kracht van de Christus, die in hen woonde, straalde door hen heen.” –Schreden naar Christus, blz. 89.
B. Welk verreikend werk zou de Heilige Geest doen voor de zondaren?
Johannes 16:8–11.
“De Geest is gegeven als een herscheppende macht, om het door de dood van onze Verlosser teweeggebrachte heil doeltreffend te maken. De Geest tracht voortdurend de aandacht der mensen te vestigen op het grote offer, dat aan het kruis op Golgotha werd gebracht, om aan de wereld Gods liefde te openbaren en voor de overtuigde ziel de kostbaarheden der Schriften te ontvouwen.
Na van zonde te hebben overtuigd, en aan het verstand de maatstaf der gerechtigheid te hebben geopenbaard, neemt de Heilige Geest de liefde voor de wereldse dingen weg, en vervult Hij de ziel met een verlangen naar heiligheid. ‘Hij zal de weg wijzen tot de volle waarheid’ (Johannes 16:13), verkondigt de Heiland. Wanneer de mensen bereid zijn zich te laten omvormen, zal een heiligmaking van het gehele wezen tot stand komen. De Geest zal de dingen van God nemen en die in de ziel prenten. Door Zijn kracht zal de weg des levens zo duidelijk worden, dat niemand dienaangaande behoeft te dwalen.“ –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 38–39.
C. Welke andere belangrijke taak zou de Heilige Geest voor de wereld volbrengen?
Johannes 15:26.
“De eenheid van de Heilige Geest met het getuigenis van levende getuigen moet de wereld waarschuwen. De werker voor God is het middel, waardoor de hemelse boodschap wordt gegeven en de Heilige Geest geeft goddelijk gezag aan het woord der waarheid.“ –Bijbelkommentaar, blz. 432.
A. Wie zou er, naast de Heilige Geest, nog meer voor Christus getuigen?
Johannes 15:27;
1 Johannes 1:1–3.
Hoe?
“Een zakenman kan zijn werk zo doen, dat hij zijn Meester eert door zijn betrouwbaarheid. Als hij een echte volgeling van Christus is, zal hij zijn godsdienst in alles wat hij doet laten meespreken en aan de mensen de geest van Christus openbaren. De monteur kan een ijverige en getrouwe vertegenwoordiger zijn van Hem, die zwoegde tussen de heuvels in Galilea en in de laagste kringen verkeerde. Iedereen, die de naam van Christus op de lippen heeft, behoort zo zijn werk te doen, dat anderen, wanneer zij zijn goede daden zien, ertoe gebracht zullen worden om hun Schepper en Verlosser te verheerlijken...
In de geest van liefde kunnen we de nederigste taken van het leven vervullen ‘als voor de Here’. Als Gods liefde in het hart is, zal dat tot uitdrukking komen in het leven. De aangename reuk van Christus zal ons omgeven en er zal een verheffende en zegenrijke invloed van ons uitgaan.“ –Schreden naar Christus, blz. 98–99.
B. Welke bijzondere belofte voor de toekomst werd aan het volk van God in het Oude Testament gegeven door de profeet Joël?
Joël 2:28–29.
C. Wanneer en hoe werd deze belofte gedeeltelijk vervuld?
Handelingen 2:1–7,
Handelingen 2:16–18.
“Christus’ hemelvaart was het teken, dat Zijn volgelingen de beloofde zegen zouden ontvangen. Op deze gebeurtenis moesten zij wachten alvorens met hun werk te beginnen. Toen Christus de hemelse poorten binnenging, werd Hij te midden van de Hem aanbiddende engelen op de troon verheven. Zodra deze plechtigheid had plaatsgehad, daalde de Heilige Geest in rijke stromen op de discipelen neer, en Christus was in werkelijkheid verheerlijkt met de heerlijkheid, die Hij vanaf alle eeuwigheid bij de Vader had. De uitstorting op Pinksteren was de hemelse boodschap, dat de inhuldiging van de Verlosser was voleindigd. Overeenkomstig Zijn belofte had Christus vanuit de hemel de Heilige Geest op Zijn volgelingen doen neerdalen, ten teken dat Hij als Priester en Koning, alle gezag in de hemel en op de aarde had ontvangen en de Gezalfde over Zijn volk was.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz.27.
A. Hoe weten we dat de belofte in
Joël 2:28–32
ook op ons van toepassing is?
Handelingen 3:19.
“Deze belofte geldt evenzeer voor ons als voor hen, en toch hoe zelden wordt deze aan het volk gepresenteerd en wordt er in de gemeente over gesproken. Als gevolg van dit stilzwijgen over dit uiterst belangrijke thema weten we minder door de praktische vervulling ervan dan van deze rijke belofte van de gave van de Heilige Geest, waardoor al onze geestelijke arbeid doeltreffend moet zijn? De belofte van de Heilige Geest wordt terloops in onze preken gebracht, terloops aangestipt, en dat is alles. Profetieën zijn uitgediept, leerstellingen zijn uiteengezet; maar wat essentieel is voor de gemeente om te groeien in geestelijke kracht en doeltreffendheid, om de prediking overtuigingskracht te geven en zielen tot God te bekeren, is grotendeels buiten de pastorale inspanning gelaten.” –Testimonies to Ministers, blz. 174.
“Wanneer de leken-leden van de gemeente zich willen opmaken om het werk te doen, dat zij kunnen doen, en die strijd voeren ten eigen laste, waarbij een ieder nagaat, hoeveel hij kan verrichten in het zielen winnen voor Jezus, dan zullen wij velen de rijen van Satan zien verlaten om zich te scharen onder de banier van Christus. Indien ons volk bereid is te handelen naar het licht, dat gegeven is in deze enkele woorden van onderricht, zullen wij zeer zeker het heil Gods aanschouwen. Wonderbaarlijke opwekkingen zullen hieruit voortkomen. Zondaars zullen bekeerd en vele zielen aan de gemeente toegevoegd worden. Wanneer wij ons hart in verbinding met Christus brengen, en ons leven in harmonie met Zijn werk, zal de Geest die op de Pinksterdag op de discipelen viel, op ons vallen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 257.
B. Wat moet onze voornaamste zorg vandaag zijn, en waar moeten wij vurig tot de Heer om bidden?
Johannes 16:12–14;
Zacharia 10:1.
“O, hoezeer hebben wij allemaal de doop van de Heilige Geest nodig. Dan zullen we altijd werken met de gezindheid van Christus, met vriendelijkheid, mededogen en sympathie, liefde tonend voor de zondaar, terwijl we de zonde haten met een volmaakte haat.” –Evangelism, blz. 369.
“Er moet een opwekking plaatsvinden onder Gods volk, zodat Zijn werk met kracht kan worden voortgezet. We hebben de doop van de Heilige Geest nodig. We moeten begrijpen, dat God aan de gelederen van Zijn volk mannen met bekwaamheid en invloed wil toevoegen, die hun rol zullen spelen in het waarschuwen van de wereld.” –Evangelism, blz. 558–559.
A. Hoe moeten we ons voorbereiden op de uitstorting van de Heilige Geest in de kracht van de late regen? Hoséa 6:1–3.
“Ik zag dat velen de voorbereiding, die zo zeer nodig is, verwaarloosden, en rekenden op de tijd der ‘verkoeling’ en de ‘spade regen’, om hen geschikt te maken om te staan in de dag des Heren, en voor Zijn aangezicht te leven. O, hoe velen heb ik in de tijd der benauwdheid zonder beschutting gezien! Zij hadden de nodige voorbereiding verzuimd; derhalve konden zij de verkoeling niet ontvangen, die allen moeten hebben om hen geschikt te maken om voor het aangezicht van een heilige God te leven. Zij, die weigeren om door de profeten gevormd te worden, en die hun zielen niet reinigen door de gehele waarheid te gehoorzamen, en gaarne geloven, dat hun toestand veel beter is, dan die wezenlijk is, zullen komen tot de tijd, waarin de plagen uitgegoten worden, en dan inzien, dat zij uitgehouwen en gevormd hadden moeten worden voor het gebouw. Maar dan zal er geen tijd zijn om dit te doen, en geen Middelaar om hun zaak te bepleiten voor de Vader. Vóór die tijd zal de vreselijke verklaring afgekondigd zijn: ‘Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde’. Ik zag, dat niemand deel kan nemen aan de ‘verkoeling’, tenzij hij eerst de overwinning behaald heeft over iedere lievelingszonde, over hoogmoed, zelfzucht, liefde tot de wereld, en over ieder verkeerd woord en iedere verkeerde daad. Wij moeten dus nader en nader tot de Heer komen, en ernstig die voorbereiding zoeken, die ons in staat zal stellen om staande te blijven in de slag van de dag des Heren. Laat ons eraan gedenken, dat God heilig is, en dat alleen heilige wezens ooit in Zijn tegenwoordigheid kunnen verkeren.“ –Eerste Geschriften, blz.76–77.
1. Welk werk doet de Heilige Geest in mij, en hoe wil Hij mij in grotere mate gebruiken als instrument in Gods handen?
2. Wat kan mijn ontvangst van de Heilige Geest in volheid belemmeren?
3. Wat is mijn rol om mijn gemeente te helpen de volheid van de Geest te ontvangen?
4. Verklaar de functies van de Heilige Geest op aarde.
5. Beschrijf de toepassingen van de profetie uit Joël 2:28–32.