Tekst om te onthouden “Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u liefgehad hebt, dat ook gij elkander liefhebt”
Johannes 13:34
“Allen, die met Zijn Geest zijn aangedaan, zullen liefhebben, zoals Hij liefhad. Het beginsel, dat Christus bewoog, zal ook hen bewegen bij alles, wat zij voor en met elkaar doen.” –
Aanvullende studie :: -Lessen uit het Leven van Alledag, blz.233-241 .
A. Hoeveel liefde was getoond door het grote Voorbeeld, en wat is de betekenis ervan voor Zijn volgelingen?
Johannes 13:1 (laatste deel);
Johannes 15:13.
“Hoe groot, hoe vol is deze liefde! De discipelen moesten elkaar liefhebben, zoals Christus hen had liefgehad. Dit moest hun getuigenis aan de wereld zijn, dat Christus in hen gestalte had gekregen, de hoop der heerlijkheid. Destijds begrepen de discipelen het nieuwe deel van dat gebod nog niet; maar na het lijden van Christus, na Zijn kruisiging, opstanding en hemelvaart, begonnen ze enig idee te krijgen van wat de liefde van God inhield, en van de liefde die ze jegens elkaar moesten betrachten. Nadat de Heilige Geest op hen rustte op de dag van Pinksteren, werd die liefde geopenbaard.” –The Signs of the Times, 20 oktober 1898.
B. Wat is de eerste vrucht van de Heilige Geest en wat zijn de bewijzen, dat deze vrucht in ons tot volmaaktheid wordt gebracht?
Galaten 5:22;
1 Johannes 4:11–13;
1 Johannes 3:18.
“De volmaaktheid van het christelijk karakter wordt bereikt, wanneer de drijfveer om anderen te helpen en te zegenen voortdurend van binnenuit komt.“ –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 402.
A. In welke betekenis verwijst Christus naar broederlijke liefde als “een nieuw gebod”?
Johannes 13:34.
“Voor de discipelen was dit een nieuw gebod, want zij hadden elkander niet liefgehad zoals Christus hen liefhad. Hij zag, dat nieuwe ideeën en gevoelens hen moesten gaan beheersen; dat nieuwe beginselen door hen in praktijk moesten worden gebracht; door Zijn leven en dood zouden zij een nieuwe opvatting omtrent liefde krijgen. Het gebod elkander lief te hebben had een nieuwe betekenis in het licht van Zijn zelfopoffering. Het gehele werk der genade is één voortdurende dienst van liefde, van zelfverloochende, zelfopofferende inspanning. Gedurende ieder uur van Christus’ verblijf op aarde stroomde de liefde van God uit Hem voort met onweerstaanbare kracht. Allen, die met Zijn Geest zijn aangedaan, zullen liefhebben zoals Hij liefhad. Het beginsel, dat Christus bewoog, zal ook hen bewegen bij alles, wat zij voor en met elkaar doen.” ¬¬–
B. Wat toont, dat wij de zonen van God en de vrienden van Christus zijn?
Romeinen 8:14;
1 Johannes 3:10.
“Godsdienst bestaat uit het doen van de woorden van Christus; niet te doen om Gods gunst te verdienen, maar omdat wij, volkomen onverdiend, de gave van Zijn liefde hebben ontvangen. Christus schenkt het behoud der mensen niet op een belijdenis alleen, maar op een geloof, dat geopenbaard wordt door werken der gerechtigheid. Doen en niet alleen zeggen wordt verwacht van de volgelingen van Christus. Door daden wordt het karakter gebouwd. ‘Allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods’ Romeinen 8:14. Niet zij wier harten zijn aangeraakt door de Geest, niet zij die zich nu en dan aan de kracht daarvan overgeven, maar zij die door de Geest geleid worden, zijn zonen Gods.” ¬–Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 131–132.
“Het karakter en de aard van Christus’ volgelingen zullen gelijk zijn aan die van hun Meester. Hij is het voorbeeld, het heilige en volmaakte voorbeeld dat christenen gegeven is om na te volgen. Zijn ware volgelingen zullen hun broeders en zusters liefhebben en in harmonie met hen zijn. Ze zullen hun naasten liefhebben, zoals Christus hun het voorbeeld heeft gegeven en elk offer zal brengen als zij op die manier zielen kunnen overtuigen hun zonden te verlaten en zich tot de waarheid te bekeren.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 58–59.
A. Welke titel geeft Jezus aan Zijn trouwe volgelingen, en waarom?
Johannes 15:15,
Johannes 15:14.
“Christus zegt: ‘Gij zijt mijn vrienden, als gij doet wat ik u gebied.’ Dit is de voorwaarde, die gesteld wordt; dit is de test, die iemands karakter beproeft.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 188.
“Het heden is een tijd van plechtig voorrecht en heilig vertrouwen voor de dienaren van God. Als deze taken trouw worden nagekomen, zal de beloning van de trouwe dienaar groot zijn, wanneer de Meester zal zeggen: ‘Geef rekenschap van uw rentmeesterschap’. De ijverige arbeid, het onbaatzuchtige werk, de geduldige, volhardende inspanning zullen rijkelijk beloond worden; Jezus zal zeggen: Voortaan noem ik u geen dienaren, maar vrienden, gasten. De goedkeuring van de Meester wordt niet gegeven vanwege de grootheid van het verrichte werk, omdat er veel is bereikt, maar vanwege de trouw in zelfs een paar dingen. Het zijn niet de grote resultaten, die we behalen, maar de motieven van waaruit we handelen, die voor God wegen. Hij waardeert goedheid en trouw meer dan de grootheid van het volbrachte werk.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 510–511.
B. Met welk doel heeft Jezus ons gekozen, en welke verantwoordelijkheden gaan met dit voorrecht gepaard?
Johannes 15:16–17.
“Onze Heiland openbaart voor ons een liefde, die nooit door de liefde van de mensen geëvenaard kan worden. Toen wij gewond en gekwetst waren, had Hij medelijden met ons. Hij ging ons niet aan de andere kant voorbij om ons hulpeloos en hopeloos achter te laten om te vergaan. Hij bleef niet in Zijn heilig, gelukkig tehuis, waar heel het hemelse heer Hem liefhad. Hij zag onze grote nood, trok Zich onze zaak aan en vereenzelvigde Zijn belangen met die van de mensheid. Hij stierf om Zijn vijanden te redden. Hij bad voor Zijn moordenaars. Terwijl Hij op Zijn eigen voorbeeld wees, zei Hij tot Zijn volgelingen: ‘Dit gebied ik u, dat gij elkander liefhebt’; ‘gelijk ik u liefgehad heb dat gij ook elkander liefhebt’ (Johannes 15:17; 13:34).” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 236.
“Wij mogen beweren volgelingen van Christus te zijn. Wij mogen voorgeven elke waarheid in Gods Woord te geloven, maar dit alles zal onze naaste niet helpen, tenzij ons geloof in ons dagelijks leven zichtbaar is.“ –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 237.
A. Wat doet de wereld met de vrienden van Christus? Waarom?
Johannes 15:18–19.
“Wanneer mensen met elkander zijn verbonden, niet door geweld of eigenbelang, maar door liefde, dan tonen zij de uitwerking van een invloed, die verheven is boven elke menselijke invloed. Waar deze eenheid bestaat, is het een bewijs, dat het beeld Gods wordt hersteld in de mensen, dat een nieuw levensbeginsel is ingeplant. Het toont aan, dat er kracht is in de goddelijke natuur om de bovennatuurlijke machten van het kwade te weerstaan, en dat de genade van God de zelfzucht, die eigen is aan het natuurlijke hart, beteugelt.
Deze liefde zal, indien zij in de gemeente wordt geopenbaard, zeker de toorn van Satan opwekken. Christus stippelde geen gemakkelijke weg voor Zijn discipelen uit.” –
B. Waarom vervolgde de wereld Christus, en waarom worden Zijn volgelingen ook vervolgd?
Johannes 3:19–20;
Johannes 15:20–21.
“Tussen gerechtigheid en zonde, liefde en haat, waarheid en leugen, bestaat een strijd, die niet onderdrukt kan worden. Wanneer iemand de liefde van Christus en de schoonheid der heiligheid naar voren brengt, trekt hij de onderdanen van Satans koninkrijk van hem af, en de vorst van het kwaad wordt geprikkeld om dit tegen te gaan. Vervolging en smaad wachten allen, die zijn aangedaan met de Geest van Christus. De aard van de vervolging verwisselt met de tijden, maar het beginsel, de geest die hieraan ten grondslag ligt, is dezelfde die de uitverkorenen des Heeren heeft gedood sinds de dagen van Abel.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 32.
“De waarheid van God is nooit populair geweest bij de wereld. Het natuurlijke hart is altijd afkerig van de waarheid. Ik dank God, dat we afstand moeten doen van de liefde van de wereld, de hoogmoed van het hart en alles wat neigt naar afgoderij, om volgelingen te zijn van de Man van Golgotha. Zij, die de waarheid gehoorzamen, zullen nooit door de wereld geliefd en geëerd worden. Uit de mond van de goddelijke Leraar, toen Hij in nederigheid onder de mensenkinderen wandelde, klonken de woorden: ‘Wie Mijn discipel wil zijn, moet zijn kruis opnemen en Mij volgen. Ja, volg ons Voorbeeld. Was Hij op zoek naar lof en eer van mensen? O nee! Moeten wij dan eer of lof zoeken bij wereldlingen?
Zij, die geen liefde voor God hebben, zullen de kinderen van God niet liefhebben. Luister naar de woorden van hemelse instructie: ‘Wee u, wanneer alle mensen goed van u zullen spreken’.’” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 491.
A. Hoe maakt de apostel Paulus onderscheid tussen valse en ware christelijke liefde?
1 Korinthe 13:1–8.
“Het doet er niet toe, hoe streng de belijdenis moge luiden: hij wiens hart niet is vervuld van de liefde voor God en zijn medemens, is geen ware discipel van Christus. Al zou hij een groot geloof bezitten, en zelfs macht hebben om wonderen te doen, toch is zijn geloof zonder liefde waardeloos. Hij mag grote vrijgevigheid aan de dag leggen; maar al zou hij, gedreven door enig ander motief dan oprechte liefde, al zijn bezittingen geven om de hongerigen te voeden, dan zou deze daad hem niet in de gunst van God aanbevelen. Hij kan in zijn ijver zelfs een martelaarsdood sterven, maar als hij niet door liefde wordt aangedreven, zou hij door God als een misleide dweper of als een eerzuchtige huichelaar worden beschouwd.“ –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 236–237.
B. Wat moeten we beseffen over de eigenschappen, die Christus in
Openbaring 3:10–12
aanbeveelt, en over de beloften aan hen die deze bezitten?
“De reine en heilige gewaden zijn niet gereed om door iemand te worden aangetrokken, nadat hij de stadspoort is binnengegaan. Allen, die binnenkomen, zullen het kleed van Christus’ gerechtigheid aanhebben en de naam van God zal op hun voorhoofd te zien zijn. Deze naam is het symbool, dat de apostel in een visioen zag en staat voor de overgave van de geest aan intelligente en trouwe gehoorzaamheid aan al Gods geboden. Er zal geen bedekking van zonden en fouten zijn om de misvorming van het karakter te verbergen; geen gewaden zullen half gewassen zijn; maar alles zal rein en vlekkeloos zijn.” –The Youth’s Instructor, 18 augustus 1886.
1. Welke eigenschappen van goddelijke liefde wil Christus in mij ontwikkelen?
2. Wat verhindert mij om Christus’ onzelfzuchtige liefde ten volle te ontvangen?
3. Hoe moet Christus’ gebod nieuw voor mij zijn?
4. Waarom moet ik niet verbaasd zijn over vervolging?
5. Beschrijf de zegeningen voor de gelovigen in de periode van Filadelfia.