Tekst om te onthouden: “En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest, die God gegeven heeft aan hen, die Hem gehoorzaam zijn”
Handelingen 5:32
“De belofte van de Heilige Geest is niet beperkt tot een bepaald tijdperk of tot een bepaald ras. Christus verklaarde, dat de goddelijke invloed van Zijn Geest tot aan het einde met Zijn volgelingen zou zijn.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 36.
Aanvullende studie :: -UitDe Schatkamer der Getuigenissen 3, blz.214-219;; -Van Jeruzalem tot Rome, blz. .35-41.
A. Wat ontvangen christenen in hun hart, wanneer zij Jezus door geloof aannemen?
Romeinen 5:1–5.
B. Hoe wordt de liefde van Christus getoond in het leven van de gelovige?
Johannes 14:15,
Johannes 14:21;
1 Johannes 2:3.
“Hij (Christus) redt de mens, niet in zijn zonden, maar van zijn zonden; en zij, die Hem liefhebben, zullen hun liefde tonen door gehoorzaamheid.
Alle ware gehoorzaamheid komt voort uit het hart. Christus werkte met Zijn hart. En indien wij daarin toestemmen, zal Hij Zich zó vereenzelvigen met onze gedachten en bedoelingen, zó onze harten en gedachten vormen overeenkomstig Zijn wil, dat wij, wanneer wij Hem gehoorzamen, slechts datgene zullen doen, waartoe wij worden gedrongen. De gezuiverde en geheiligde wil zal zijn hoogste vreugde vinden in het dienen van God. Wanneer we God kennen, zoals we het voorrecht hebben Hem te kennen, zal ons leven een leven van voortdurende gehoorzaamheid zijn. Door het naar waarde schatten van het karakter van Christus, door gemeenschap met God, zal de zonde door ons worden gehaat.” –
A. Wie beloofde Jezus te zenden om de discipelen te troosten?
Johannes 14:16–18.
“Vanaf het begin van het verlossingswerk had Hij (de Geest) aan de harten der mensen gewerkt. Maar terwijl Christus op aarde was, hadden de discipelen geen andere hulp begeerd. Niet voordat zij beroofd waren van Zijn tegenwoordigheid, zouden zij hun behoefte aan de Geest gevoelen, en dan zou Hij komen.” –
B. Hoe zou Christus eerst ‘leven’ in de harten van de discipelen?
Johannes 14:19–23.
“De Heilige Geest is de vertegenwoordiger van Christus, maar ontdaan van de menselijke gestalte, en onafhankelijk daarvan. Belemmerd door de menselijke natuur kon Christus niet overal persoonlijk aanwezig zijn. Daarom was het in hun belang, dat Hij naar de Vader zou gaan en de Geest zou zenden om Zijn opvolger op aarde te zijn. Niemand zou dan voordeel kunnen hebben door de plaats, waar hij woonde of door zijn persoonlijk contact met Christus. Door de Geest zou Christus voor allen bereikbaar zijn. In deze zin zou Hij dichter bij hen zijn dan, indien Hij niet naar de hemel was gevaren…
Jezus las de toekomst van Zijn discipelen. Hij zag, hoe één van hen naar het schavot werd geleid, een ander naar het kruis, een ander in ballingschap te midden van de eenzame rotsen der zee, hoe anderen werden vervolgd en gedood. Hij bemoedigde hen met de belofte, dat Hij in iedere beproeving met hen zou zijn. Die belofte heeft niets van zijn kracht verloren. De Here weet alles van Zijn getrouwe dienstknechten, die om Zijns naams wil in gevangenschap zijn of verbannen naar eenzame eilanden. Hij vertroost hen met Zijn eigen tegenwoordigheid. Wanneer ter wille van de waarheid de gelovige staat voor de rechtbank van onrechtvaardige rechters, staat Christus aan zijn zijde. Alles, wat hun wordt verweten, geldt Christus. Christus wordt steeds opnieuw veroordeeld in de persoon van Zijn discipelen. Wanneer één van hen door gevangenismuren is ingesloten, verblijdt Christus het hart met Zijn liefde…
Op alle tijde en in alle plaatsen, in alle smarten en bezoekingen, wanneer het vooruitzicht duister schijnt en de toekomst verward, en we ons hulpeloos en alleen gevoelen, zal de Trooster worden gezonden als antwoord op het gelovige gebed. Omstandigheden kunnen ons scheiden van iedere aardse vriend; maar geen omstandigheid, geen afstand, kan ons scheiden van de hemelse Trooster. Waar we ook zijn, waar we ook mogen heengaan, Hij is altijd aan onze rechterhand om te steunen, kracht te geven, te schragen en te bemoedigen.” –
A. Hoe zou de Trooster het geheugen en begrip van de discipelen beïnvloeden?
Johannes 14:26.
“Zij (de discipelen) begrepen niet de waarde van de Schriften, die Christus naar voren bracht. Vele van Zijn lessen schenen aan hen verspild te zijn. Jezus zag, dat zij de ware betekenis van Zijn woorden niet vatten. Vol ontferming beloofde Hij, dat de Heilige Geest hun deze woorden opnieuw te binnen zou brengen. En vele dingen, die niet begrepen zouden worden door de discipelen, zei Hij niet. Deze zouden hun ook door de Geest worden geopenbaard. De Geest zou hun verstand verlichten, zodat zij de hemelse dingen zouden leren verstaan. ‘Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid,’ zei Jezus, ‘zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid’.” –
B. Wat zou de Trooster nog meer doen ten behoeve van Christus’ ware volgelingen?
Johannes 16:12–14.
“Als er een punt van waarheid is, dat u niet begrijpt, waarover u het niet eens bent, onderzoek het dan, vergelijk Schrift met Schrift, laat de bron van waarheid diep in de mijn van Gods Woord zinken. U moet uzelf en uw meningen op het altaar van God leggen, uw vooropgezette ideeën opzijzetten en u door de Geest des Hemels in alle waarheid laten leiden.” –Selected Messages, boek 1, blz. 412–413.
“Wij kunnen de goddelijke openbaring niet op de juiste waarde schatten of waarderen, zonder de hulp van die Geest door wie het woord gegeven werd.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 196.
“Verzoekingen schijnen vaak zo onweerstaanbaar, omdat hij, die wordt verzocht, zich Gods beloften niet onmiddellijk voor de geest kan halen om Satan te bestrijden met de wapens van de Schrift, daar hij zijn gebedsleven en zijn Bijbelstudie schromelijk heeft verwaarloosd. De engelen scharen zich echter rondom hen, die zich in de hemelse dingen willen laten onderwijzen. Wanneer ze er dringend behoefte aan hebben, zullen ze hun de waarheden, die ze nodig hebben, in herinnering brengen en ‘als de vijand zal komen gelijk een stroom, zal de Geest des Heren de banier tegen hem oprichten’ (Jesaja 59:19).
Jezus had Zijn discipelen beloofd: ‘De Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in Mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb’ (Johannes 14:26). Maar als wij willen, dat Gods Geest ons de woorden van Jezus op het kritieke ogenblik te binnen brengt, moeten we ze van tevoren in onze geest opnemen.” –De Grote Strijd, blz. 555.
A. Welke prachtige belofte gaf Jezus aan Zijn trouwe volgelingen, een belofte die zeer nuttig zou zijn in tijden van tegenspoed?
Johannes 14:27–29.
“In Zijn toespraak tot de discipelen maakte Jezus geen droevige toespelingen op Zijn eigen lijden en dood. Het laatste, dat Hij hun schonk, was vrede.” –
“(Zie Johannes 14:27). Deze vrede is niet de vrede, die door een minnelijke schikking met de wereld tot stand komt. Christus verwierf nimmer vrede door een compromis met het kwade. De vrede, die Christus Zijn discipelen naliet, was meer van innerlijke dan van uiterlijke aard en zou door strijd en moeite heen altijd bij Zijn getuigen blijven.“ –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 60.
“De geschiedenis der waarheid is van oudsher een verslag geweest van een worsteling tussen goed en kwaad. De verkondiging van het evangelie is in deze wereld steeds verder gegaan, ondanks tegenstand, gevaar, verlies, en lijden.
Waarin lag de kracht van degenen, die in het verleden ter wille van de zaak van Christus vervolging hebben ondergaan? Het was in de gemeenschap met God, de gemeenschap met de Heilige Geest, de gemeenschap met Christus. Smaad en vervolging heeft menigeen van aardse vrienden gescheiden, maar nimmer van de liefde van Christus. Nooit wordt de door stormen geteisterde ziel door de Heiland tederder bemind dan, wanneer ze lijdt voor de zaak der waarheid. Christus zei: ‘Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren’ (Johannes 14:21). Wanneer de gelovige in de beklaagdenbank van aardse rechtbanken staat om der waarheid wil, staat Christus aan zijn zijde. Als hij ingesloten is door gevangenismuren, openbaart Christus Zich aan hem en bemoedigt Hij hem door Zijn liefde.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 61.
B. Wat kon Jezus aan het einde van Zijn zending over Zichzelf bevestigen?
Johannes 14:30.
“Satan vindt in het menselijk hart punten, waar hij een houvast kan vinden; er wordt een zondig verlangen gekoesterd, door middel waarvan zijn verzoekingen kracht verkrijgen. Maar Christus zei van Zichzelf: ‘De overste dezer wereld komt en heeft aan Mij niets’. De stormen van verzoeking barstten boven Hem los, maar ze konden Hem er niet toe brengen af te wijken van zijn trouw aan God.“ –Bijbelkommentaar, blz. 588.
A. Alleen door welke middelen kunnen we vrede met God hebben?
Johannes 16:33;
Efeze 2:13–14.
“Het is onmogelijk voor ons in eigen kracht de aandrang van onze gevallen natuur te weerstaan. Langs deze weg zal Satan de verleiding tot ons doen komen. Christus wist, dat de vijand tot ieder menselijk wezen zou komen om misbruik te maken van de aangeboren zwakheid en om door valse voorstellingen allen, wier vertrouwen niet in God is, in zijn netten te verstrikken. En door de weg te gaan, die ook de mens moet gaan, heeft onze Here voor ons de weg tot overwinning voorbereid. Het is niet Zijn wil, dat wij in een ongunstige positie geplaatst zouden worden in de strijd met Satan. Hij wil niet, dat wij beangstigd of ontmoedigd zullen worden door de aanvallen van de slang. ‘Houdt goede moed’, zegt Hij; ‘Ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes 16:33.” –
B. Wat wordt van de gelovige gevraagd, die vrede met God wil hebben?
Psalm 119:165.
Wat zal de ervaring van zo’n gelovige zijn?
1 Johannes 3:22.
“De Here wil ons onze plicht even gaarne leren als Hij dat anderen doet. Indien wij in geloof tot Hem gaan, zal Hij Zijn geheimenissen ons persoonlijk openbaren. Onze harten zullen dikwijls brandende zijn in ons, wanneer Iemand tot ons nadert om met ons te spreken, zoals Hij dat deed met Henoch. Zij, die besluiten om in geen enkel opzicht iets te doen dat God mishaagt, zullen, nadat zij hun zaak aan Hem hebben voorgelegd, precies weten welke weg zij moeten volgen. En zij zullen niet alleen wijsheid ontvangen, maar ook kracht. Kracht om te gehoorzamen, te dienen, zal hun worden geschonken, zoals Christus dat heeft beloofd.” –
1. Hoe kan ik er zeker van zijn, dat ik werkelijk in Christus’ naam bid?
2. Waarom moet de vrede van Christus mij meer aanspreken dan de vrede, die de wereld biedt?
3. Hoe kan ik meer van de vrede van Christus ervaren?
4. Beschrijf het leven van de gelovige in vrede met God.
5. Vat het werk van de Heilige Geest samen.