Het evangelie volgens Johannes (Deel Drie) — SABBAT, 27 september 2025

Les 13: Simon Petrus

Tekst om te onthouden

TEKST OM TE ONTHOUDEN: “En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de Satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders”

Lucas 22:31–32

“Petrus viel, omdat hij zelfvoldaan was. Door berouw en ootmoed werden zijn voeten weer op de rechte weg gebracht.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 91.

Aanvullende studie :: -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 270-274.

zo — , 21 sep

1. HET KARAKTER VAN PETRUS

A. Wat zei de Meester tegen Simon, toen hij voor het eerst bij Jezus kwam?

Johannes 1:42.

Johannes 1:42: Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.

Wat weten we over Petrus’ karakter vóór zijn bekering?

“De ogen van Christus rustten op hem (Petrus), Hij las zijn karakter en zijn levensgeschiedenis. Zijn impulsieve aard, zijn liefhebbende, medelijdende hart, zijn eerzucht en zelfvertrouwen, de geschiedenis van zijn val, zijn berouw, zijn moeiten en harde arbeid en zijn dood als een martelaar, de Heiland las dat alles.” –

“Juist op het punt, waarin hij meende sterk te zijn, was Petrus zwak, en niet vóórdat hij zijn zwakheid zou inzien, kon hij zijn behoefte aan de afhankelijkheid van Jezus beseffen.” –

B. Welke uitnodiging deed Jezus aan Petrus, ondanks zijn tekortkomingen?

Matthéüs 4:18–19.

Mattheüs 4:18: En Jezus, wandelende aan de zee van Galilea, zag twee broeders, namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder, het net in de zee werpende (want zij waren vissers); Mattheüs 4:19: En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.

“Het was nadat Jesaja de heiligheid van God en zijn eigen onwaardigheid aanschouwd had, dat de goddelijke boodschap aan hem werd toevertrouwd. En nadat Petrus tot zelfverloochening en afhankelijkheid van goddelijke kracht gebracht was, ontving hij de roeping voor zijn werk voor Christus.” –

ma — , 22 sep

2. DE ONVOLMAAKTHEID VAN PETRUS

A. Welk feit toont, dat Petrus feilbaar was, net als ieder ander mens, zelfs na de doop van de Heilige Geest op de Pinksterdag?

Galaten 2:11–14.

Galaten 2:11: En toen Petrus te Antiochie gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was. Galaten 2:12: Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren. Galaten 2:13: En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing. Galaten 2:14: Maar als ik zag, dat zij niet recht wandelden naar de waarheid van het Evangelie, zeide ik tot Petrus in aller tegenwoordigheid: Indien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar de Joodse wijze te leven?

“Hij (Petrus) won door zijn beleidvol optreden tegenover de heidense bekeerlingen het vertrouwen van velen. Een tijd lang handelde hij in overeenstemming met het licht, dat van boven was gegeven. Hij overwon zijn natuurlijke vooroordeel in zoverre, dat hij zich met de bekeerde heidenen aan één tafel zette. Maar toen er uit Jeruzalem enige Joden kwamen, die voor de ceremoniële wet ijverden, veranderde Petrus onverstandiger wijze zijn houding tegenover de bekeerden uit het heidendom. Een aantal Joden ‘huichelden met hem mede, zodat zelfs Barnabas zich liet medeslepen door hun huichelarij’, Deze openbaring van zwakheid van de zijde van hen, die als leiders geëerbiedigd werden en geliefd waren, liet bij de gelovigen uit de heidenen een uiterst pijnlijke indruk achter. De gemeente werd met verdeeldheid bedreigd.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 146.

B. Welke les kunnen we leren uit de fouten en het herstel van Petrus?

Psalm 145:14.

Psalmen 145:14: Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.

“Petrus zag de fout waartoe hij was vervallen, en hij probeerde onmiddellijk, voor zover het in zijn vermogen lag, het door hem aangerichte kwaad te herstellen. God, die de afloop reeds vanaf het begin wist, liet toe dat Petrus deze zwakheid van karakter openbaarde, opdat deze beproefde discipel zou inzien, dat er in hemzelf niets was, waarop hij zich kon beroemen. Zelfs de beste onder de mensen zal, waanneer hij aan zichzelf wordt overgelaten, een misslag begaan. God zag ook, dat er in de toekomst sommigen zo misleid zouden zijn, dat zij, door Petrus en zijn zogenaamde opvolgers, aanspraak zouden maken op de verheven voorrechten, die God alleen toebehoren. En dit bericht van zwakte van de apostel zou als een bewijs van zijn feilbaarheid blijven bestaan en als een feit, dat hij in geen enkel opzicht boven de deugdzaamheid van de andere apostelen stond.

De geschiedenis van deze afwijking van de juiste principes blijft bestaan en als een ernstige waarschuwing voor mannen, die in het werk Gods een verantwoordelijke positie bekleden, opdat zij in onkreukbaarheid niet tekort zullen schieten, maar onwrikbaar aan de beginselen trouw blijven. Hoe groter de verantwoordelijkheden zijn, die op een mens zijn gelegd en hoe groter de mogelijkheden zijn om te bevelen en te regelen, des te meer schade zal zo iemand aanrichten, indien hij niet nauwkeurig de weg des Heren volgt, en niet werkt overeenkomstig de besluiten, die door de algemene vergadering der gelovigen tezamen zijn genomen.“ –Van Jeruzalem tot Rome, blz.147.

di — , 23 sep

3. PETRUS NIET HET FUNDAMENT VAN DE GEMEENTE

A. Wat zegt Jezus over het fundament van de gemeente?

Matthéüs 16:16–19.

Mattheüs 16:16: En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. Mattheüs 16:17: En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. Mattheüs 16:19: En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

“De waarheid, die Petrus had beleden, is de grondslag voor het geloof van de gelovige. Dat is hetgene, waarvan Christus Zelf verklaarde, dat het het eeuwige leven was. Maar het bezitten van deze kennis was geen reden tot zelfverheerlijking. Niet door eigen wijsheid of goedheid was het aan Petrus geopenbaard. Nooit kan een mens uit zichzelf kennis van het goddelijke verkrijgen…

Het woord Petrus betekent een steen, een rollende steen. Petrus was niet de rots, waarop de kerk gebouwd werd. De poorten van het dodenrijk overweldigden hem, toen hij zijn Meester onder vloeken en bezweringen verloochende. De gemeente is gebouwd op de Ene, Welke de poorten van het dodenrijk niet konden overweldigen.” –

B. Wat verklaarden andere profeten en apostelen, net als Petrus, over het ware fundament van de gemeente?

Jesaja 28:16;

Jesaja 28:16: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.

1 Korinthe 3:11;

1 Korinthe 3:11: Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.

1 Petrus 2:3–6.

1 Petrus 2:3: Indien gij anders gesmaakt hebt, dat de Heere goedertieren is. 1 Petrus 2:4: Tot Welken komende, als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar; 1 Petrus 2:5: Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus. 1 Petrus 2:6: Daarom is ook vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

“In de tegenwoordigheid van God en alle hemelse wezens, in de tegenwoordigheid van het ongeziene leger van het dodenrijk, stichtte Christus Zijn gemeente op de levende Rots. Die Rots is Hijzelf, Zijn eigen lichaam, dat voor ons verbroken en gewond is. Over de gemeente, die op deze grondslag gebouwd is, zullen de poorten van het dodenrijk niet zegevieren…

Zesduizend jaar lang heeft het geloof op Jezus gebouwd. Zesduizend jaar lang zijn de stortvloeden en stormen van de toorn van Satan neergeslagen op de Rots van ons behoud; maar hij blijft onbeweeglijk staan.

Petrus had de waarheid onder woorden gebracht, die de basis vormt van het geloof van de gemeente, en Jezus eerde hem nu als de vertegenwoordiger van het gehele lichaam van gelovigen. Hij zei: ‘Ik zal u de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen; en al wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en al wat gij op aarde ontbinden zult, zal gebonden zijn in de hemelen.’

‘De sleutels van het koninkrijk der hemelen’ zijn de woorden van Christus. Al de woorden van de Heilige Schrift zijn van Hem, en worden hieronder begrepen. Deze woorden hebben macht om de hemel te openen en te sluiten.” –

wo — , 24 sep

4. DE VAL EN HET HERSTEL VAN PETRUS

A. Verklaar Petrus’ grootste karakterfout.

Markus 14:27–29.

Markus 14:27: En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Markus 14:28: Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. Markus 14:29: En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.

“Voor de beide groepen, voorgesteld door de Farizeeër en de tollenaar, vinden wij een les in het leven van de apostel Petrus. Toen hij pas als discipel was geroepen, voelde Petrus zich heel sterk. Evenals de Farizeeër was hij naar zijn gevoel ‘niet als andere mensen’… Petrus kende niet het gevaar, waarin hij verkeerde. Zijn zelfvertrouwen misleidde hem. Hij meende, dat hij wel weerstand kon bieden aan de verzoeking, maar binnen enkele uren kwam de proef en onder vervloekingen en eden verloochende hij zijn heer.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 89–90.

B. Hoe ging Jezus om met deze aanmatigende discipel?

Lukas 22:31–32.

Lukas 22:31: En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; Lukas 22:32: Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.

“Toen het gekraai van de haan hem herinnerde aan de woorden van Christus, keerde hij zich, verrast en geschokt over wat hij zojuist had gedaan, om en keek naar zijn Meester. Op dat ogenblik zag Christus naar Petrus en door die bedroefde blik, waarin liefde en medelijden voor hem samengingen, begreep Petrus zichzelf. Hij ging naar buiten en weende bitter. Die blik van Christus had zijn hart gebroken. Petrus was op het keerpunt gekomen en had bitter berouw over zijn zonde. Hij was als de tollenaar in zijn berouw en bekering en evenals de tollenaar vond hij barmhartigheid. De blik van Christus gaf hem de verzekering van vergiffenis.

Nu was zijn zelfvertrouwen verdwenen. Nooit weer werden de vroegere pochende uitspraken herhaald.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 90.

C. Wat vroeg Jezus Petrus na Zijn opstanding?

Johannes 21:15–17.

Johannes 21:15: Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren. Johannes 21:16: Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen. Johannes 21:17: Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.

Waarom herhaalde Jezus dit drie keer, en wat antwoordde Petrus?

Lukas 22:31–32.

Lukas 22:31: En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; Lukas 22:32: Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.

“Hij (Petrus) had Christus schande aangedaan en had zich zo het wantrouwen van zijn broeders op de hals gehaald. Zij meenden, dat hem niet zou worden toegestaan zijn vroegere positie onder hen in te nemen, en hijzelf voelde, dat hij datgene wat hem was toevertrouwd, had verbeurd. Voordat hij werd geroepen om weer zijn apostelambt op te nemen, moest hij voor hen allen blijk geven van zijn berouw. Indien hij dit niet deed, zou zijn zonde, hoewel hij daarover berouw had, zijn invloed als dienaar van Christus hebben kunnen teniet doen. De Heiland gaf hem de gelegenheid om het vertrouwen van zijn broeders opnieuw te winnen en om, zover dat mogelijk was, de blaam weg te nemen, die hij over het evangelie had gebracht.” –

do — , 25 sep

5. BEVESTIGD IN DE BEDIENING

A. Noem enkele belangrijke kenmerken van discipelschap.

Kolossensen 1:10–11;

Kolossenzen 1:10: Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God; Kolossenzen 1:11: Met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid, tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap;

Kolossensen 3:12–14.

Kolossenzen 3:12: Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; Kolossenzen 3:13: Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo. Kolossenzen 3:14: En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.

Wat kunnen we leren van de manier, waarop Christus met Petrus omging?

“Het evangelie gaat geen schikking aan met het kwade. Het kan de zonde niet verontschuldigen. Geheime zonden moeten in het geheim aan God worden beleden; maar voor een openbare zonde is een openbare belijdenis van node. De blaam van de zonde van de discipel wordt op Christus geworpen. Het maakt, dat Satan triomfeert en dat wankelende zielen struikelen. Door bewijs te leveren van zijn berouw moet de discipel, zover dat in zijn vermogen ligt, deze blaam wegnemen.” –

“De wijze, waarop de Heiland tegen Petrus optrad, hield een les in voor hemzelf en voor zijn broeders. Het leerde hun de overtreder met geduld, medeleven en vergevende liefde tegemoet te komen. Hoewel Petrus zijn Heere had verloochend, wankelde de liefde, die Jezus voor hem gevoelde, nooit. Zulk een liefde moet ook de onderherder gevoelen voor de schapen en de lammeren, die aan zijn zorg zijn toevertrouwd. Terugdenkend aan zijn eigen zwakheid en falen zou Petrus op zo even tedere wijze optreden tegenover zijn kudde als Christus was opgetreden tegenover hem.

De vraag, die Christus aan Petrus had gesteld, was veelbetekenend. Hij noemde slechts één voorwaarde voor discipelschap en dienen. ‘Hebt gij Mij lief?’, zei Hij. Dit is de meest noodzakelijke vereiste. Petrus mocht het andere hebben bezeten, zonder de liefde van Christus had hij geen trouwe herder over de kudde des Heeren kunnen zijn. Kennis, welwillendheid, welsprekendheid, dankbaarheid en ijver zijn alle hulpmiddelen voor het goede werk; maar zonder de liefde van Jezus in het hart is het werk van de christenprediker een mislukking.” –

vr — , 26 sep

Terugblik

1. Hoe kan ik, net als Petrus, mijn eigen karakter verkeerd inschatten?

2. Hoe kan ik het karaktergebrek dat Petrus aan de dag legde, vermijden?

3. Welke lessen kan ik leren van Petrus’ val en herstel?

4. Waarom moest Christus Petrus na Christus’ opstanding een dringende vraag stellen in het bijzijn van zijn broeders en zusters, en wat moeten wij hiervan leren?

5. Leg uit, op welk fundament Christus Zijn gemeente bouwde en identificeer de sleutels van het koninkrijk des hemels.