Tekst om te onthouden: “Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uwe. En al het Mijne is Uwe, en het Uwe is Mijne; en Ik ben in hen verheerlijkt”
Johannes 17:9–10
“Dit gebed (in Johannes 17) is een les wat betreft het middelaarswerk, dat de Heiland binnen het voorhangsel zou doen als Zijn grote offer voor de mens, het offer van Zichzelf, voltooid was.” –Bijbelkommentaar, blz. 415.
Aanvullende studie :: -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz`. 599-606.
A. Wat deed Jezus voor het laatst met Zijn discipelen, nadat Hij Zijn instructies aan hen had gegeven?
Johannes 17:1,
Johannes 17:9.
“(Zie Johannes 17:1–6). Dit was het laatste gebed van Christus met Zijn discipelen. Het werd opgezonden vlak voordat Hij de Hof van Gethsémané binnenging, waar Hij verraden en gevangengenomen zou worden.” –Bijbelkommentaar, blz. 415.
B. Wat toont Christus aan het begin van dit gebed?
Johannes 17:1–2.
“Het zeventiende hoofdstuk van Johannes spreekt duidelijk over de persoonlijkheid van God en van Christus, alsook van hun verhouding ten opzichte van elkaar.” –Bijbelkommentaar, blz. 415–416.
“Bestudeer het zeventiende hoofdstuk van Johannes onder gebed. Dit hoofdstuk moet niet alleen steeds opnieuw gelezen worden; de waarheden erin moeten gegeten en opgenomen worden.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 80.
A. Welke fundamentele waarheid verkondigde Jezus als basis voor eeuwig leven?
Johannes 17:3.
“De kennis van God, zoals deze geopenbaard is in Christus, is de kennis die een ieder, die de zaligheid wil beërven, moet bezitten. Deze kennis brengt een karakterverandering tot stand. Waar ze in het leven komt, zal ze de ziel naar het beeld van Christus herscheppen. Het is deze kennis, die God Zijn kinderen aanbiedt, en alles daarbuiten is ijdelheid en waardeloos.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz.348–349.
“Jezus zei: ‘De Vader Zelf heeft u lief’. Als ons geloof door Christus op God is gevestigd, zal het zijn ‘als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als Voorloper is binnengegaan’. Het is waar, dat er teleurstellingen zullen komen en dat wij moeilijke tijden kunnen verwachten, maar wij moeten alles, groot en klein, aan God overlaten. Hij wordt niet overweldigd door de veelheid van onze overtredingen, noch bezwijkt Hij onder het gewicht van onze lasten. Zijn zorg strekt zich over elk huis uit, en omgeeft ieder mens; Hij is begaan met al onze zaken en zorgen. Hij ziet elke traan; Hij leeft met ons mee, als wij gekweld worden door zwakheden. Alle moeite en tegenslagen, die ons hier ten deel vallen, worden toegelaten om Zijn liefdevolle bedoelingen met ons te bewerken, ‘opdat wij deel verkrijgen aan Zijn heiligheid’, en zo deelgenoten worden van de volheid der vreugde, die in Zijn aanwezigheid wordt gevonden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 603.
B. Wat betekent het Christus te kennen, en wat is het resultaat van die kennis? Vergelijk Hoséa 6:3 met
Johannes 17:3.
“Alleen door Christus te kennen kunnen we God kennen… Christus reddend kennen betekent levend gemaakt worden door geestelijke kennis, Zijn woorden in praktijk brengen. Zonder dit is al het andere waardeloos.
Christus kwam naar deze wereld om de Vader te openbaren. Wat een geduld, wat een medelijdende tederheid, wat een goddelijk mededogen, wat een vastberadenheid toonde Hij! Hij faalde niet en raakte niet ontmoedigd. Hij was de belichaming van zuiverheid, en Zijn liefde kende geen weerga. Bij elke stap beoefende Hij zelfverloochening en zelfopoffering. In Zijn dood was Hij de openbaring van de verzoening tussen God en mens.” –The Signs of the Times, 27 januari 1898.
“God kennen is Hem liefhebben.” –
A. Waaruit bestond Christus’ leven op aarde tijdens Zijn bediening?
Johannes 17:4.
“In al de genadige daden, die Jezus verrichtte, probeerde Hij de mensen de ouderlijke, welwillende eigenschappen van God bij te brengen. In al Zijn lessen probeerde Hij de mensen de wonderlijke waarheid te leren, dat ‘God de wereld zo liefhad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’. Jezus wilde ons de liefde van de Vader laten begrijpen, en Hij probeert ons tot Hem te trekken door Zijn ouderlijke genade aan te bieden…
Jezus kwam in de wereld om het karakter van God in Zijn eigen leven te illustreren, en Hij veegde de verkeerde voorstellingen van Satan weg en openbaarde de heerlijkheid van God. Alleen door onder de mensen te leven kon Hij de genade, het mededogen en de liefde van Zijn hemelse Vader openbaren; want alleen door welwillende daden kon Hij de genade van God openbaren.” –Sons and Daughters of God, blz. 139.
B. Wat vroeg Jezus aan de Vader aan het einde van Zijn aardse zending?
Johannes 17:5.
“Christus bidt niet om de manifestatie van de heerlijkheid van de menselijke natuur; want die menselijke natuur had nooit bestaan in Zijn voorbestaan. Hij bidt tot Zijn Vader met betrekking tot een heerlijkheid, die Hij bezat in Zijn eenheid met God. Zijn gebed is dat van een middelaar; de gunst die Hij afsmeekt, is de manifestatie van die goddelijke heerlijkheid, die Hij bezat, toen Hij één was met God. Laat de sluier worden weggenomen, zegt Hij, en laat Mijn heerlijkheid schijnen, de heerlijkheid die Ik met U had, voordat de wereld was.” –The Signs of the Times, 10 mei 1899.
“Deze wereld is slechts een atoom in de uitgestrekte gebieden, waarover God heerst. Toch is deze kleine zondige wereld, het ene verloren schaap, kostbaarder in Zijn oog dan de negenennegentig, die niet van de kudde zijn afgedwaald. Christus, de beminde Aanvoerder van het hemelse heer, heeft Zijn hoge positie verlaten en de heerlijkheid, die Hij bij de Vader had, terzijde gelegd om die ene verloren wereld te redden. Daartoe heeft Hij de zondeloze werelden, de negenennegentig die Hem lief hadden, verlaten en is Hij naar deze aarde gekomen om door onze overtredingen doorboord en om onze ongerechtigheden verbrijzeld te worden’ (Jesaja 53:5). God heeft zichzelf gegeven in Zijn Zoon om de blijdschap te ervaren, dat het verloren schaap teruggebracht zou worden.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 112.
A. Tot welke overtuiging kwamen de discipelen met betrekking tot Zijn woorden om zich met Christus te verenigen?
Johannes 7:17;
Johannes 17:7.
Wat is onze plicht vandaag?
“Zij, die de waarheid zoeken te kennen en de wil van God te begrijpen, die trouw zijn aan het licht en ijverig in de uitvoering van hun dagelijkse plichten, zullen zeker van de leer weten, want zij zullen in alle waarheid geleid worden. God belooft niet, door de meesterlijke daden van Zijn voorzienigheid, mensen onweerstaanbaar tot de kennis van Zijn waarheid te brengen, wanneer zij niet naar de waarheid zoeken en geen verlangen hebben om de waarheid te kennen. Mensen hebben de macht om de Geest van God te doven; de kracht om te kiezen is aan hen overgelaten. Hun wordt vrijheid van handelen toegestaan. Zij kunnen gehoorzaam zijn door de naam en genade van onze Verlosser, of zij kunnen ongehoorzaam zijn en de gevolgen beseffen. De mens is verantwoordelijk voor het ontvangen of verwerpen van de heilige en eeuwige waarheid. De Geest van God overtuigt voortdurend, en zielen kiezen voor of tegen de waarheid.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 427–428.
B. Wat zei Jezus tot Zijn Vader met betrekking tot het geloof van de apostelen?
Johannes 17:8.
Hoe zijn deze woorden vandaag de dag op ons van toepassing?
“(Zie Johannes 17:3, 8). Hier is het werk, dat voor ons ligt: vertegenwoordigers van Christus zijn, zoals Hij in onze wereld de vertegenwoordiger van de Vader was. We moeten de woorden onderwijzen, die ons in de lessen van Christus zijn gegeven… We bevinden ons in de anti typische Grote Verzoendag, en we moeten niet alleen ons hart voor God verootmoedigen en onze zonden belijden, maar we moeten, met al ons onderwijstalent, proberen degenen, met wie we in contact komen, te onderwijzen en hen door onderricht en voorbeeld God en Jezus Christus, die Hij gezonden heeft, te leren kennen.” –Christian Education, blz. 157.
C. Voor wie, specifiek, bad Jezus Zijn gebed in
Johannes 17?
Johannes 17:9,
Johannes 17:20.
“Hij (Christus) bemiddelt voor de meest geringe, de meest verdrukte en lijdende, voor de meest beproefde en verzochte personen.” –Our High Calling, blz. 49.
A. Hoe wordt Jezus verheerlijkt door Zijn discipelen?
Johannes 17:10–11.
Wat is er nodig om dit werk te kunnen verrichten?
“Het is de bedoeling van Christus, dat de orde van de hemel, het regeringsplan van de hemel, de goddelijke harmonie, aanwezig zullen zijn in Zijn gemeente op aarde. Op deze wijze wordt Hij in Zijn volk verheerlijkt. Door hen zal de Zon der Gerechtigheid met onverduisterde luister in de wereld schijnen… De gemeente, aangedaan met de gerechtigheid van Christus, is Zijn schatkamer, waarin de rijkdommen van Zijn genade, Zijn barmhartigheid en Zijn liefde volkomen tot ontplooiing moeten komen. Christus ziet Zijn volk in hun reinheid en volmaaktheid, als de beloning voor Zijn vernedering, en tot vermeerdering van Zijn heerlijkheid, Christus, het grote Middelpunt, van Wie alle heerlijkheid uitstraalt.” –
“Alleen in verbondenheid met Christus konden de discipelen op de begeleidende kracht van de Heilige Geest en de medewerking van de engelen des hemels hopen. Met de hulp van deze hemelse machten zouden zij de wereld een aaneengesloten front kunnen tonen, en zouden zij in de strijd, die zij zonder ophouden tegen de machten der duisternis moeten voeren, overwinnen. Indien ze zouden voortgaan eendrachtig te werken, zouden hemelse boden voor hen uitgaan om hun de weg te banen; harten zouden voor de waarheid ontvankelijk worden gemaakt en velen zouden voor Christus worden gewonnen. Zolang zij eensgezind bleven, zou de gemeente voortgaan ’schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon, en geducht als krijgsscharen’. Niets zou haar vooruitgang kunnen tegenhouden. De gemeente zou van overwinning tot overwinning op trekken, en haar goddelijke roeping om de wereld het evangelie te verkondigen, heerlijk vervullen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz.65.
1. Hoe kan persoonlijke kennis van Christus mijn bestemming beïnvloeden?
2. Op welke manieren kan mijn christelijke ervaring gebruikt worden als een leermiddel in Gods handen?
3. Wat kan ik doen om Christus vollediger te verheerlijken?
4. Onder welke omstandigheden bad Jezus voor het laatst met Zijn discipelen?
5. Leg de redenen voor Christus’ eerste komst uit.
De Republiek Rwanda is een land in Oost-Afrika, grenzend aan Tanzania, de Democratische Republiek Congo, Oeganda en Burundi. De economie van het land is sinds begin jaren 2000 sterk gegroeid door de export van koffie en thee, maar ook door landbouwproductie, zeep, energie, flessen water en meer. Rwanda, in de volksmond ook wel het Land van de Duizend Heuvels genoemd, trekt de laatste jaren toeristen vanwege zijn schoonheid, met name vanwege de rivieren en meren, waaronder dicht bij de stad Mahoko, waar we ons schoolproject hebben.
Met meer dan 13 miljoen inwoners zijn de talen hier Kinyarwanda, Frans, Engels (de officiële taal die door 20% van de bevolking wordt gesproken) en Swahili. Van de bevolking is 43,7% Katholiek, 37,7% Protestants, 11,8% Zevende Dags Adventisten (genoemd als een categorie die zich onderscheidt van andere Protestanten) en 2,0% Moslim, gevolgd door anderen.
Ondanks alle religieuze belijdenis hier, in een toenemende gevallen wereld, zien we een grote noodzaak om te investeren in een grondige onderwijzing van onze kinderen. “Ware opvoeding is een zendingstraining. Ieder kind van God is geroepen om een zendeling te zijn; wij zijn geroepen tot een dienst van God en onze medemens; en om ons daarvoor geschikt te maken zou die dienst een onderwerp van de opvoeding moeten zijn.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 331.
Hoewel onze kinderen bestookt worden door de dingen van deze wereld, is het steeds moeilijker om hen te beschermen tegen de listen van de vijand. Wat ooit beperkt toegankelijk was, is nu letterlijk aan onze kinderen verbonden via de “smartphones” en andere apparaten. Hoe kunnen we geschikt zijn voor evangelisatiewerk als onze eigen kinderen er niet op voorbereid kunnen zijn? We maken ons nog meer zorgen, omdat onze kinderen, die naar overheidsscholen gaan, verplicht zijn om op Sabbat les te volgen. De nood is dus hoog.
Omdat onze financiële middelen ontoereikend zijn, doen we een beroep op onze broeders en zusters over de hele wereld om ons te helpen met uw donaties voor dit schoolgebouw.
Wanneer de Eerste Sabbatgaven worden ingezameld, geef alstublieft royaal, zodat God verheerlijkt mag worden door dit schoolproject hier te midden van de duizend heuvels. Het is ons gebed, dat de Heer de gaven en de gevers rijkelijk mag zegenen!
–Uw broeders en zusters uit Rwanda