Lessen uit het evangelie volgens Johannes (deel 2) — SABBAT, 31 MEI 2025

LES 9: JEZUS EN DE BLINDE MAN

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: "En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat zij, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden"

Johannes 9:39

“De geschiedenis van Job had getoond, dat lijden door Satan veroorzaakt wordt, en door God bestierd wordt voor genadevolle doeleinden." –De Wens der Eeuwen, blz. 410.

Aanvullende studie:: -Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 443-449.

Zondag — 25 mei

1. VERKEERD BEGRIP

A. Welke vraag stelden de discipelen aan Jezus, toen ze de man zagen, die blind geboren was?

Johannes 9:1-2.

Johannes 9:1: En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af. Johannes 9:2: En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?

B. Welk foutief idee over leed hadden zowel de Joden als de discipelen, en hoe profiteerde Satan ervan?

Johannes 9:34 (eerste deel).

[John.9.34.a]

“De Joden geloofden algemeen, dat de zonde in dit leven werd gestraft. Iedere ziekte werd beschouwd als de straf voor een verkeerde daad, van de lijder zelf of van zijn ouders. Het is waar, dat alle lijden het gevolg is van de overtreding van Gods wet, maar deze waarheid was verdraaid. Satan, de aanstichter van de zonde en alle gevolgen daarvan, had de mensen ertoe gebracht ziekte en dood te beschouwen als zaken, die van God kwamen, als een straf die willekeurig werd toebedeeld ten gevolge van de zonde. Daarom had iemand over wie een ernstige ziekte of ramp was gekomen, bovendien nog de last te dragen, dat hij werd beschouwd als een groot zondaar.

Op deze wijze werd voor de Joden de weg bereid om Jezus te verwerpen. Hij, Die ‘onze ziekten op Zich genomen heeft, en onze smarten gedragen’ werd door de Joden beschouwd als een ‘geplaagde, een door God geslagene en verdrukte’; en zij verborgen hun gelaat voor Hem.” –De Wens der Eeuwen, blz. 409-410.

Maandag — 26 mei

2. VOOR DE EER VAN GOD

A. Welk antwoord van Jezus wierp licht op lijden en zonde?

Johannes 9:3-5.

Johannes 9:3: Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden. Johannes 9:4: Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan. Johannes 9:5: Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld.

“Het geloof van de Joden wat betreft het verband tussen zonde en lijden, bestond ook bij de discipelen van Christus. Terwijl Jezus hun fout verbeterde, verklaarde Hij hun niet de oorzaak van de ziekte van de man, maar vertelde hun wat de uitkomst zou zijn. Door die ziekte zouden de werken Gods openbaar worden. ‘Zolang Ik in de wereld ben,’ zei Hij, ‘ben Ik het licht der wereld’. ” –De Wens der Eeuwen, blz. 410.

B. Wat deed Jezus kort daarna, en hoe werkte de blinde man met Hem samen?

Johannes 9:6-7.

Johannes 9:6: Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinden; Johannes 9:7: En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende.

“Nadat Hij daarna de ogen van de blinde man gezalfd had, zond Hij hem heen om zich te wassen in het badwater Siloam, en het gezichtsvermogen van de man werd hersteld. Zo beantwoordde Jezus de vraag van de discipelen op een praktische wijze, zoals Hij gewoonlijk antwoord gaf op de vragen, die Hem uit nieuwsgierigheid werden gesteld. De discipelen werden niet aangemaand een gesprek te voeren over de vraag, wie er gezondigd of niet gezondigd had, maar om een begrip te krijgen van de kracht en genade van God, Die aan de blinde het gezicht had teruggegeven. Het was duidelijk, dat er geen geneeskracht in de aarde was, noch in het water, waarin de blinde man zich moest gaan wassen, maar dat die kracht in Christus was.” –De Wens der Eeuwen, blz. 410.

C. Beschrijf de verschillende reacties van de buren van de herstelde man, en vertel over het gesprek, dat volgde tussen hem en zijn buren.

Johannes 9:8-12.

Johannes 9:8: De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde? Johannes 9:9: Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het. Johannes 9:10: Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend? Johannes 9:11: Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende. Johannes 9:12: Zij dan zeiden tot hem: Waar is Die? Hij zeide: Ik weet het niet.

“De buren van de jongeman en zij, die hem tevoren, toen hij nog blind was, gekend hadden, zeiden: ‘Is hij dat, die zat te bedelen?’ Zij zagen hem twijfelend aan; want toen zijn ogen geopend werden, veranderde en verhelderde zijn gelaat, en hij geleek op een ander mens. De vraag ging van de een naar de ander. Sommigen zeiden: ‘Hij is het’; anderen. zeiden: ‘Neen, maar hij gelijkt op hem’. Maar hij, die deze grote zegen ontvangen had, sprak het verlossende woord over deze vraag door te zeggen: ‘Ik ben het’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 410.

Dinsdag — 27 mei

3. EEN VRAAG STIJGT OP

A. Naar wie brachten de Joodse leiders de man, die blind was geboren, en waarom? Op welke dag werd hij genezen?

Johannes 9:13-14.

Johannes 9:13: Zij brachten hem tot de Farizeen, hem namelijk, die te voren blind geweest was. Johannes 9:14: En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.

B. Beschrijf de reactie van de Farizeeën.

Johannes 9:15-16.

Johannes 9:15: De Farizeen dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie. Johannes 9:16: Sommigen dan uit de Farizeen zeiden: Deze Mens is van God niet, want Hij houdt den sabbat niet. Anderen zeiden: Hoe kan een mens, die een zondaar is, zulke tekenen doen? En er was tweedracht onder hen.

“De Farizeeën hoopten Jezus als een zondaar te kunnen aanmerken, zodat Hij niet de Messias zou zijn. Zij wisten niet, dat Hij, die de Sabbat had gemaakt en alle verplichtingen daarvan kende, de blinde man had genezen. Zij schenen verbazingwekkend ijverig te zijn voor het houden van de Sabbat, doch op diezelfde dag beraamden zij moordplannen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 411.

C. Wie riepen de Farizeeën om te getuigen over de man, die genezen was?

Johannes 9:18-19.

Johannes 9:18: De Joden dan geloofden van hem niet, dat hij blind geweest was, en ziende was geworden, totdat zij geroepen hadden de ouders desgenen, die ziende geworden was. Johannes 9:19: En zij vraagden hun, zeggende: Is deze uw zoon, welken gij zegt, dat blind geboren is? Hoe ziet hij dan nu?

“Zij (de Farizeeën) riepen zijn ouders en vroegen hun het volgende: ‘Is dit uw zoon, van wie gij zegt, dat hij blind geboren is?’

Daar was de man zelf, die verklaarde, dat hij blind was geweest en dat zijn gezichtsvermogen was hersteld; maar de Farizeeën wilden het bewijs, dat zij zelf zagen, liever ontkennen dan toegeven, dat zij dwaalden. Zo machtig is het vooroordeel, zo verwrongen de farizese gerechtigheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 411.

D. Hoe worden we gewaarschuwd voor het verstrekkende kwaad van een vooropgezette mening?

Spreuken 18:13.

Spreuken 18:13: Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.

“Er zijn velen, die hun eigen verklaring toepassen op wat zij horen, waardoor de gedachte heel anders schijnt dan wat de spreker getracht heeft duidelijk te maken. Sommigen horen door hun eigen vooroordelen en vooringenomenheid, wat zij willen horen, zoals het hun het beste uitkomt, en vertellen het ook zo door.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 565.

Woensdag — 28 mei

4. Geconfronteerd met bedreiging

A. Hoe probeerden de Farizeeen de ouders van de man, die blind geboren was, te bedreigen, en wat antwoordden zij?

Johannes 9:20-21.

Johannes 9:20: Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten, dat deze onze zoon is, en dat hij blind geboren is; Johannes 9:21: Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven; hij zal van zichzelven spreken.

Waarom gaven zij een ontwijkend antwoord?

Johannes 9:22-23.

Johannes 9:22: Dit zeiden zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden alrede te zamen een besluit gemaakt, zo iemand Hem beleed Christus te zijn, dat die uit de synagoge zou geworpen worden. Johannes 9:23: Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven.

“De Farizeeën hadden nog één hoop, en dat was: de ouders van de man bevreesd te maken. Met schijnbare oprechtheid vroegen zij: ‘Hoe kan hij dan nu zien?’ De ouders vreesden zich aan verdenking bloot te stellen; immers was verklaard, dat een ieder, die Jezus als de Christus zou erkennen, ‘uit de synagoge zou worden verbannen’, dat wil zeggen, zij zouden voor dertig dagen van de synagoge buitengesloten worden. Gedurende deze tijd kon geen kind worden besneden en geen dode worden betreurd in het huis van de overtreder. Het vonnis werd beschouwd als een grote ramp; en indien dit faalde om berouw op te wekken, volgde een nog veel zwaardere straf. Het grote werk, dat aan hun zoon gedaan was, had de ouders overtuigd, maar zij antwoordden: ‘Wij weten, dat dit onze zoon is, en dat hij blind geboren is; maar hoe hij nu kan zien, weten wij niet; en wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet: vraagt het hemzelf, hij heeft zijn leeftijd, hij zal voor zichzelf spreken’. Zo schoven zij alle verantwoordelijkheid van zichzelf op hun zoon af; want zij durfden Christus niet te belijden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 411-412.

B. Wat moeten we in gedachten houden, als we onder druk staan ​​door bedreiging?

Psalm 118:6.

Psalmen 118:6: De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?

“Sta vast en doe nooit iets verkeerds, liever dan een lafaard genoemd te worden. Laat geen hoon, geen bedreigingen, geen spottende opmerkingen u ertoe aanzetten uw geweten in het minst te schenden.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 93.

“Een echt christelijk karakter moet gekenmerkt worden door een vast doel, een ontembare vastberadenheid, die niet gevormd of onderworpen kan worden door aarde of hel. Hij die niet blind is voor de aantrekkingskracht van wereldse eer, onverschillig is voor bedreigingen en onbewogen blijft door verleidingen, zal, geheel onverwacht voor zichzelf, omvergeworpen worden door Satans listen.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 543-544.

“Wij zullen de bitterste tegenstand ontmoeten van de Adventisten, die de wet van God tegenstaan. Maar even als de bouwers van de muren van Jeruzalem, moeten wij ons niet laten hinderen of ons van ons werk laten afhalen door brieven, door boodschappers, die met ons willen twisten of strijden, of wel door intimiderende bedreigingen, het verkondigen van leugens, of welke listen ook, waartoe Satan zal aanporren.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 448.

Donderdag — 29 mei

5. GESCHIEDENIS WORDT HERHAALD

A. Beschrijf de scène, waarmee Gods geboden houdend volk geconfronteerd zal worden, en hoe wij hierop moeten reageren.

Openbaring 12:17;

Openbaring 12:17: En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben. [ (Revelation of John 12:18) En ik stond op het zand der zee. ]

Handelingen 4:18-20.

Handelingen 4:18: En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus. Handelingen 4:19: Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God. Handelingen 4:20: Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben.

“Wanneer de strijd zich uitbreidt naar nieuwe gebieden en de mensen worden bepaald bij Gods overtreden wet, zal Satan in actie komen. De kracht, waarmee de boodschap wordt verkondigd, zal haar tegenstanders razend maken. De geestelijkheid zal bijna bovenmenselijke inspanningen doen om het licht buiten te houden om te vermijden, dat het op hun kudde zou schijnen. Ze zullen alle middelen, waarover ze beschikken aangrijpen om een discussie over deze uiterst belangrijke punten te onderdrukken. De Kerk zal een beroep doen op de sterke hand van de Staat. Katholieken en Protestanten zullen hierbij eendrachtig samenwerken. Wanneer de beweging om de zondagsviering verplicht te stellen met meer stoutmoedigheid en vastberadenheid zal optreden, zal de wet worden ingeroepen tegen hen, die Gods geboden bewaren. Men zal aan sommige mensen invloedrijke posities en aan anderen beloningen en voordelen aanbieden om hen ertoe te bewegen hun geloof op te geven. Maar ze zullen vastberaden antwoorden: ‘Bewijs aan ons aan de hand van Gods Woord, dat wij dwalen’. Dat was ook de houding van Luther in gelijkwaardige omstandigheden. Zij, die voor de rechtbank worden gedaagd, zullen de waarheid met overtuiging verdedigen en sommigen, die hun getuigenis horen, zullen op hun beurt alle geboden Gods gaan onderhouden. Zo zal het licht opgaan voor duizenden, die de waarheid anders nooit zouden hebben gehoord.” –De Grote Strijd, blz. 561-562.

B. Wat moeten we altijd in gedachten houden, als we met tegenstand te maken krijgen?

Johannes 9:39;

Johannes 9:39: En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden.

Handelingen 4:33;

Handelingen 4:33: En de apostelen gaven met grote kracht getuigenis van de opstanding van den Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen.

Matthéüs 10:28.

Mattheüs 10:28: En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.

“Zij (de apostelen) konden niet worden weerhouden, noch lieten zij zich door bedreigingen vrees aanjagen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 36.

Vrijdag — 30 april

Terugblik

1. Hoe beoordeelden de Joodse leiders de zieken en de lijdenden?

2. Wie en wat genas de blinde man werkelijk?

3. Waarom raakten de buren van de blinde man in de war?

4. Met welke situatie werd de jongeman geconfronteerd na zijn genezing?

5. Hoe kan ik voorkomen, dat ik in de val trap, die zijn ouders overkwam?