Tekst om te onthouden: "De Heere is mijn Licht en mijn Heil; voor wie zou ik vrezen?"
Psalm 27:1
“Christus, het 'Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld' Johannes 1:9. ”Gelijk ieder menselijk wezen leven heeft door Christus, zo ontvangt ook iedere ziel door Hem enige stralen van goddelijk licht.” –Karaktervorming, blz. 28-29.
Aanvullende studie:: -Testimonies for the Church, vol. 7, blz. 18-28.
A. Hoe verwees de Heilige Geest door Jesaja naar Jezus?
Jesaja 49:6.
b. Hoe herkende Simeon Jezus, toen Hij naar de tempel werd gebracht voor de inwijding—en wat moet dit ons doen overwegen?
Lukas 2:32.
“De bejaarde Simeon had in de tempel, waar Jezus nu leerde, over Hem gesproken als van een 'licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor Uw volk Israël' Lukas 2:32. ”Met deze woorden maakte hij op Hem een profetie van toepassing, die welbekend was voor geheel Israël. Door de profeet Jesaja had de Heilige Geest verklaard: “Het is te gering, dat Gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel U tot een licht der volken, opdat Mijn heil reike tot het einde der aarde”. Men nam algemeen aan, dat deze profetie van de Messias sprak, en toen Jezus zei: “Ik ben het Licht der wereld”, moesten de mensen wel inzien, dat Hij er aanspraak op maakte, de Beloofde te zijn.” –De Wens der Eeuwen, blz. 404.
“In dit mooie verhaal van Bethlehem ligt een ernstige les besloten. Het veroordeelt ons ongeloof, onze hoogmoed en onze zelfingenomenheid. Het waarschuwt ons, dat wij op onze hoede moeten zijn, want wij lopen door onze misdadige onverschilligheid het gevaar de tekenen des tijds niet te zien en dreigen daardoor 'de dag van onze bezoeking' te vergeten.” –De Grote Strijd, blz. 296.
A. Hoe reageerden de Joodse leiders op Christus' zending?
Johannes 1:11;
Johannes 8:13.
“Het hele leven en onderwijzing van Christus waren steeds lessen van nederigheid, liefdadigheid en zelfverloochening. Dit was een voortdurende berisping van de zelf-gerechtigde, veeleisende geest, getoond door de Joden. Satan verleidde hen, totdat zij een vlaag van waanzin leken te bezitten slechts bij het noemen van de wonderbare werken van Christus, die de aandacht van de mensen trokken van hen. Ten slotte gingen zij geloven, dat hij een bedrieger was, en dit betekent, dat zij konden beramen Hem kwijt te raken, en dat zou een verdienste voor hen zijn.” –Spiritual Gifts, vol. 4a, blz. 117. That a man like themselves should make such pretensions they could not tolerate. Seeming to ignore His words, they demanded, ‘Who art Thou?’ They were bent upon forcing Him to declare Himself the Christ. His appearance and His work were so at variance with the expectations of the people, that, as His wily enemies believed, a direct announcement of Himself as the Messiah would cause Him to be rejected as an impostor.—The Desire of Ages, p. 465.
B. Welke duidelijke uitleg gaf Jezus aan de ongelovige Farizeeën—en hoe reageerden zij daarop?
Johannes 8:14-18.
“Zij (de Farizeeën) waren onwetend over Zijn (Christus’) goddelijke karakter en zending, omdat zij de profetieën betreffende de Messias niet hadden onderzocht, zoals het hun voorrecht en plicht was om te doen. Zij hadden geen verbinding met God en de Hemel, en daarom begrepen zij het werk van de Heiland van de wereld niet, hoewel zij het meest overtuigende bewijs hadden ontvangen, dat Jezus die Verlosser was, weigerden zij toch hun gedachten te openen om het te begrijpen. Aanvankelijk hadden zij hun harten tegen Hem gekeerd en weigerden zij het sterkste bewijs van Zijn goddelijkheid te geloven, en als gevolg daarvan waren hun harten harder geworden, totdat zij vastbesloten waren Hem niet te geloven noch aan te nemen.” –The Spirit of Prophecy, vol. 2, blz. 354-355.
c. Welke opvallende tegenstelling zei Jezus, dat er bestond tussen Hemzelf en de ongelovige Farizeeën?
Johannes 8:19-23.
D. Wat zou de fatale consequentie zijn van de afwijzing van Christus door de Joodse leiders?
Johannes 8:24;
Matthéüs 23:38.
A. Nadat ze gewaarschuwd waren, dat ze in hun zonden konden sterven, wat eisten de Farizeeën toen van Jezus—en waarom?
Johannes 8:25 (eerste deel).
“Schijnbaar zonder acht te slaan op Zijn woorden, vroegen zij: “Wie zijt Gij?” Zij wilden Hem dwingen om van Zichzelf te verklaren, dat Hij de Christus was. Zijn verschijning en Zijn werk waren zó afwijkend van de verwachtingen van het volk, dat, zoals Zijn sluwe vijanden geloofden, een rechtstreekse aankondiging van Hemzelf, dat Hij de Messias was, aanleiding zou zijn, dat men Hem als een bedrieger zou verwerpen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 404.
B. Hoe antwoordde de Heiland hen—door Zijn buitengewone verbinding met de Vader te openbaren?
Johannes 8:25 (laatste deel),
Johannes 8:26-29.
“Christus week nooit af van trouw aan de principes van Gods wet. Nooit deed Hij iets, dat tegen de wil van Zijn Vader inging. Voor engelen, mensen en demonen kon Hij woorden spreken, die uit iedere andere mond godslastering zouden zijn geweest: ‘Ik doe altijd wat Hem behagelijk is’ Johannes 8:29. Dag na dag volgden Zijn vijanden Hem drie jaar lang, op zoek naar een smet in Zijn karakter. Satan, met al zijn bondgenoten van het kwaad, probeerde Hem te overwinnen; maar zij vonden niets in Hem, waarmee zij voordeel konden behalen. Zelfs de duivels werden gedwongen te bekennen: ‘Gij zijt namelijk de Heilige Gods’ (Lukas 4:34).” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 208.
C. Beschrijf de dagelijkse wandel van Christus met Zijn Vader en hoe wij die ervaring moeten weerspiegelen.
Johannes 15:10;
Efeze 2:4-6.
“Zoals Jezus was in de menselijke natuur, zo bedoelt God, dat Zijn navolgers moeten zijn. In Zijn sterkte moeten wij het leven van reinheid en edelmoedigheid leven, dat de Verlosser leefde.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 289.
“Het leven van de Heiland op aarde, was, hoewel het omringd werd door strijd, een leven van vrede. Terwijl vertoornde vijanden Hem voortdurend achtervolgden, zei Hij: „En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt.” Johannes 8:29. Geen storm van menselijke of duivelse toorn kon de kalmte verstoren van een volmaakte eenheid met God.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 21.
A. Toen Christus scherpe waarheden sprak tot de Farizeeën, hoe beïnvloedden deze woorden oprechte luisteraars—en waarom kan dit ons nu bemoedigen?
Johannes 8:30.
“Christus begreep, hoe Hij op een kalme, intelligente manier moest handelen en hun plannen om Hem te veroordelen, teniet moest doen. De woorden van de Heer waren als scherpe pijlen, die hun doel raakten en de harten van Zijn aanklagers verwondden. Elke keer, dat Christus de mensen toesprak, of Zijn publiek nu groot of klein was, hadden Zijn woorden een reddend effect op de zielen van sommige van Zijn toehoorders. Geen enkele boodschap, die ooit van de lippen van Christus kwam, mocht verloren gaan. Elk woord, dat Hij sprak, legde een nieuwe verantwoordelijkheid op aan degenen, die het hoorden. Predikanten, die de laatste boodschap van genade aan de wereld brengen, die de waarheid oprecht presenteren en op God vertrouwen voor kracht, hoeven nooit te vrezen dat hun inspanningen tevergeefs zijn. Niemand kan zeggen, dat de pijl van de waarheid zijn doel niet heeft bereikt en de zielen heeft doorboord van degenen die luisteren. Hoewel geen menselijk oog de vlucht van de pijl der waarheid kon zien, hoewel geen menselijk oor de kreet van de gewonde ziel hoorde, heeft de waarheid toch stilletjes haar weg naar het hart gevonden. God heeft tot de ziel gesproken, en op de dag van de laatste afrekening zal Gods predikant staan met de trofeeën van verlossende genade om eer te geven aan Christus, aan wie eer toekomt. God, die in het verborgene ziet, zal openlijk belonen degenen, die de waarheid in Zijn naam hebben verkondigd.” _The Signs of the Times, 6 februari 1896.
b. Naast predikanten, wie wordt er nog meer gezegend door het weerkaatsen van het licht uit de hemel?
Psalm 27:1;
Psalmen 147:15;
Jesaja 55:10-11.
“Mannen, die niet tot het predikambt geroepen zijn, moeten aangemoedigd worden voor de Meester te werken al naar gelang hun bekwaamheid. Honderden mannen en vrouwen, die nu niets doen, kunnen een goed werk verrichten. Door de waarheid te brengen in de huizen van hun vrienden en buren, kunnen ze een groot werk voor de Meester doen. God is geen aannemer des persoons. Hij wil nederige, toegewijde christenen gebruiken, zelfs al hebben ze niet zo’n gedegen scholing gehad als sommige anderen. Laten dezulken Hem dienen door huis-aan-huis arbeid te doen. Wanneer ze dan ergens bij de haard zitten, kunnen ze, bij een ootmoedig, bescheiden, godvruchtig optreden, meer doen om te beantwoorden aan de wezenlijke behoeften der gezinnen dan een ingezegend predikant.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 84.
a. Wat zei Jezus tegen de Joden, die Hem accepteerden?
Johannes 8:31-32.
”Daarentegen, hoe faalden de ongelovigen om de enige voorwaarde te zien, die ons vrij van zonde zal maken?
Johannes 8:33-36.
“Zij (de Farizeeën) verkeerden in de ergste soort slavernij, die bestaat, ze werden beheerst door de geest van het kwade...
Iedere ziel, die weigert zich aan God over te geven, staat onder de heerschappij van een andere kracht. Hij behoort zichzelf niet toe. Hij spreekt misschien over vrijheid, maar hij bevindt zich in de meest rampzalige slavernij. Het is hem niet vergund de schoonheid der waarheid te zien, want zijn geest wordt beheerst door Satan. Terwijl hij zichzelf vleit met de gedachte, dat hij de voorschriften van zijn eigen oordeel naleeft, gehoorzaamt hij de wil van de vorst der duisternis. Christus kwam om de boeien van de zondeslavernij der ziel te verbreken.
In het werk der verlossing is geen dwang. Er wordt geen uiterlijk geweld gebruikt. Onder de invloed van de Geest van God wordt de mens vrijgelaten te kiezen wie hij dienen wil. In de verandering, die plaatsvindt, wanneer de ziel zich aan Christus overgeeft, ligt de hoogste zin van vrijheid. Het verdrijven van de zonde is het werk van de ziel zelf. Het is waar, we hebben niet de kracht om onszelf te bevrijden van de macht van Satan; maar wanneer we verlangen bevrijd te worden van zonden en in onze grote nood roepen om sterkte van buiten en boven ons, dan worden de krachten van de ziel doordrenkt met de goddelijke kracht van de Heilige Geest, en zij gehoorzamen aan datgene, wat de ziel hun voorschrijft in het volbrengen van de wil van God.
De enige voorwaarde om de vrijheid van de mens mogelijk te maken, is het één worden met Christus. “De waarheid zal u vrijmaken” en Christus is de waarheid. De zonde kan alleen zegevieren door de geest te verzwakken en de vrijheid van de ziel teniet te doen. Onderwerping aan God is een herstel van de persoon tot de ware heerlijkheid en waardigheid van de mens. De goddelijke wet, waaraan wij ons moeten onderwerpen, is “de wet der vrijheid”. Jakobus 2:12.” –De Wens der Eeuwen, blz. 405.
1. Leg de betekenis uit van Simeons woorden over Jezus.
2. Beschrijf de behandeling van de Schriftgeleerden en Farizeeën jegens Christus.
3. Wat zou er met hun natie gebeuren, als ze Jezus afwezen?
4. Hoe reageren oprechte zielen op Christus—zowel toen als nu?
5. Leg het concept van 'vrijheid' uit in het licht van de Evangeliewaarheid.