Lessen uit het evangelie volgens Johannes (deel 2) — SABBAT, 10 MEI 2025

LES 6: Jezus, het Licht der Wereld

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: ”Jezus dan sprak weer tot hen, zeggende: Ik ben het licht der wereld, die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het Licht des levens hebben”

Johannes 8:12

“Zoals de maan en de sterren van ons zonnestelsel schijnen door de weerkaatsing van het licht der zon, zo weerkaatsen de grote denkers der wereld, voor zover tenminste hun leer op waarheid berust, de stralen van de Zon der Gerechtigheid. Elke glimp van een gedachte, elke flits van het verstand, vindt zijn oorsprong in het Licht der wereld.” –Karaktervorming, blz. 13.

Aanvullende studie:: -Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 158-162.

Zondag — 4 mei

1. Herinneren aan de schepping

A. Wat schiep God op de eerste scheppingsdag?

Genesis 1:3-5.

Genesis 1:3: En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. Genesis 1:4: En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. Genesis 1:5: En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

“Hij was Degene, Die in den beginne het licht had doen schijnen uit het duister.” –De Wens der Eeuwen, blz. 403.

b. Wie was aanwezig bij de schepping van de wereld aanwezig,— niet als louter waarnemer, maar als een actieve deelnemer?

Genesis 1:1-2;

Genesis 1:1: In den beginne schiep God den hemel en de aarde. Genesis 1:2: De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

Johannes 1:1-2;

Johannes 1:1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Johannes 1:2: Dit was in den beginne bij God.

Kolossensen 1:16.

Kolossenzen 1:16: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

“In den beginne werd God door al de werken der schepping geopenbaard. Het was Christus, Die de hemelen uitspande en de grondvesten der aarde legde.... Hij heeft de aarde vervuld met schoonheid en de lucht met gezang. En op alle dingen op de aarde, in de lucht en aan het uitspansel schreef Hij de boodschap van de liefde Zijns Vaders.” –De Wens der Eeuwen, blz. 9-10.

“De hand die de werelden in de ruimte schraagt, de hand die alle dingen door het hele universum Gods heen in hun vastgestelde loop en onvermoeide activiteit leidt, is de hand, die voor ons aan het kruis werd genageld.” –Karaktervorming, blz. 132.

Maandag — 5 mei

2. LICHT IN DE WOESTIJN

A. Hoe werden de kinderen van Israël geleid in de woestijn?

Exodus 13:21-22.

Exodus 13:21: En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht. Exodus 13:22: Hij nam de wolkkolom des daags, noch de vuurkolom des nachts niet weg van het aangezicht des volks.

Verklaar de aanwezigheid gehuld in de wolkkolom en in de vuurkolom?

Exodus 13:21 (eerste deel);

[Exod.13.21.a]

1 Korinthe 10:1-4.

1 Korinthe 10:1: En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 1 Korinthe 10:2: En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 1 Korinthe 10:3: En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 1 Korinthe 10:4: En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.

“In de openbaring van God aan Zijn volk was licht altijd een symbool van Zijn tegenwoordigheid geweest. Op het scheppende woord was in den beginne licht verschenen in de duisternis. Licht was omhuld geweest in de wolkkolom bij dag en de vuurkolom bij nacht, waardoor het grote leger van Israël werd geleid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 403.

B. Wat staat er geschreven over de aanwezigheid van Christus bij Israël in de woestijn—en welke bescherming beloofde God aan Zijn volk?

Psalm 105:39;

Psalmen 105:39: Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om den nacht te verlichten.

Jesaja 4:5-6.

Jesaja 4:5: En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. Jesaja 4:6: En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.

“In één van de mooiste en vertroostende gedeelten van de profetieën van Jesaja wordt verwezen naar de wolk- en vuurkolom om Gods zorg voor Zijn volk voor te stellen in de laatste strijd met de machten van het kwaad.” –Patriarchen en Profeten, blz. 246.

c. Hoe manifesteerde Christus zich op de Sinaï—en hoe reageerden Mozes en het volk?

Exodus 19:16-18;

Exodus 19:16: En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was. Exodus 19:17: En Mozes leidde het volk uit het leger, Gode tegemoet; en zij stonden aan het onderste des bergs. Exodus 19:18: En de ganse berg Sinai rookte, omdat de HEERE op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer.

Exodus 20:18-19;

Exodus 20:18: En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre. Exodus 20:19: En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven!

Hebreeën 12:21.

Hebreeën 12:21: En Mozes, zo vreselijk was het gezicht, zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende).

“De heerlijkheid des Heeren was als een verterend vuur, op de top van de berg ten aanschouwen van de verzamelde menigte... Zo vreselijk waren de tekenen van Gods tegenwoordigheid, dat de kinderen van Israel beefden van vrees, en op hun gezichten vielen voor de Heere.” –Patriarchen en Profeten, blz. 269.

“Zo glorieus was de openbaring van Christus' aanwezigheid, dat het niet door een sterveling kon worden verdragen. Mozes, die hoog in de gunst stond bij God, riep uit: 'Ik ben gans bevreesd en bevende' (Hebreeën 12:21). Maar God versterkte hem om deze heerlijke heerlijkheid te verdragen en om van de berg een afschijnsel daarvan op zijn gezicht mee te brengen, zodat het volk niet lang naar hem kon kijken.” –Sons and Daughters of God, blz. 225.

Dinsdag — 6 mei

3. LICHT IN DE WOONPLAATS VAN GOD

A. Hoe toonde Christus Zijn aanwezigheid in de tabernakel?

Exodus 40:34-35.

Exodus 40:34: Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel. Exodus 40:35: Zodat Mozes niet kon ingaan in de tent der samenkomst, dewijl de wolk daarop bleef, en de heerlijkheid des HEEREN den tabernakel vervulde.

“Met grote belangstelling hadden de scharen van Israël zich verdrongen om het heilig bouwwerk te bezien. Terwijl zij met eerbiedige voldoening nadachten over dit alles, bewoog zich de wolkkolom tot boven het heiligdom en daalde neer, zodat het geheel omhuld werd. 'En de heerlijkheid des Heeren vervulde de tabernakel.' Gods majesteit werd geopenbaard en gedurende enige tijd kon zelfs Mozes niet de tabernakel binnengaan. Diep bewogen aanschouwde het volk het bewijs, dat het werk hunner handen was aanvaard. Er klonken geen luide vreugde uitingen. Een plechtig zwijgen rustte op allen. Maar de blijdschap van hun hart uitte zich in tranen van vreugde en zij fluisterden zachte, ernstige woorden van dankbaarheid, omdat God Zich verwaardigd had bij hen te wonen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 313.

“Boven het verzoendeksel bevond zich de schechina, de manifestatie van Gods tegenwoordigheid; en van tussen de cherubs maakte God Zijn wil bekend. Soms werden Gods boodschappen aan de hogepriesters bekendgemaakt vanuit een wolk. Soms viel een licht op de rechter engel om Gods goedkeuring aan te duiden, of een schaduw of wolk rustte op de engel links om Gods afkeuring te kennen te geven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 312.

B. Wat gebeurde er later, toen de tempel was ingewijd?

2 Kronieken 7:1.

2 Kronieken 7:1: Als nu Salomo voleind had te bidden, zo daalde het vuur van den hemel, en verteerde het brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde het huis.

“Een prachtig heiligdom was gemaakt naar het voorbeeld dat Mozes op de berg was getoond, en daarna door de Heer aan David gepresenteerd. Het aardse Heiligdom was gemaakt naar het beeld van het Hemelse. Naast de cherubijnen op de top van de ark, maakte Salomo twee andere engelen van grotere omvang, die aan elk uiteinde van de ark stonden, en de hemelse engelen vertegenwoordigden, die altijd de wet van God bewaken. Het is onmogelijk de schoonheid en pracht van deze tabernakel te beschrijven. Daar, net als in de tabernakel, werd de heilige ark in plechtige, eerbiedige orde gedragen en op zijn plaats gezet onder de vleugels van de twee statige cherubijnen, die op de vloer stonden.

“Het heilige koor verenigde hun stemmen, met allerlei muziekinstrumenten, tot lof van God. En terwijl de stemmen in harmonie, met muziekinstrumenten, door de tempel weerklonken en door de lucht door Jeruzalem werden gedragen, nam de wolk van Gods heerlijkheid bezit van het huis, zoals het vroeger de tabernakel had vervuld. ‘En het geschiedde, als de priesters uit het heilige uitgingen, dat een wolk het huis des HEEREN vervulde. En de priesters konden niet staan om te dienen, vanwege de wolk, want de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld’ (1 Koningen 8:10-11).” _Spiritual Gifts, vol. 4a, blz. 113-114.

Woensdag — 7 mei

4. Het licht van het Evangelie

A. Welke boodschap van Christus in

Johannes 8:12

Johannes 8:12: Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.

geeft ons heel veel hoop?

“Het waren niet de geleerde theologen, die deze waarheid begrepen en verkondigden. Als zij getrouwe wachters waren geweest en de Bijbel ijverig en biddend hadden onderzocht, zouden ze geweten hebben, wat er van de nacht was. Zij zouden aan de hand van de profetieën hebben geweten, wat er spoedig zou gebeuren. Maar dat deden ze niet en daarom werd de boodschap aan eenvoudige mensen toevertrouwd... Wie zich afkeert van het licht, dat God hem gegeven heeft of het niet zoekt, terwijl het binnen zijn bereik is, wordt in duisternis gelaten.” –De Grote Strijd, blz. 293.

“De Heer heeft elke voorziening getroffen, zodat we een rijke, overvloedige, vreugdevolle ervaring kunnen hebben. Johannes schrijft over Christus, zeggende, 'In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen' Johannes 1:4. Leven is verbonden met licht, en als we geen licht hebben van de Zon der gerechtigheid, kunnen we geen leven in Hem hebben. Maar dit licht is voorzien voor elke ziel, en het is alleen, wanneer we ons van het licht terugtrekken, dat de duisternis over ons komt. (Zie Johannes 8:12). In de wereld om ons heen kan er geen leven zijn zonder licht. Zou de zon zijn straling terugtrekken, dan zou alle vegetatie, al het dierenleven, tot een einde komen. Dit illustreert het feit, dat we geen geestelijk leven kunnen hebben, tenzij we ons onder de stralen van de Zon der Gerechtigheid plaatsen. Als we een bloeiende plant in een donkere kamer zetten, zal deze snel verwelken en sterven; en zo kunnen we een geestelijk leven hebben, en het toch verliezen door in een sfeer van twijfel en somberheid te verblijven.” –Sons and Daughters of God, blz. 281.

B. Welke verzekering komt er als we ons tot Jezus wenden?

2 Korinthe 3:18.

2 Korinthe 3:18: En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.

“Gelijkerwijs een bloem zich naar de zon keert, opdat haar stralen behulpzaam mogen zijn in het volmaken van haar schoonheid en harmonie, zo moeten Christus' volgers zich naar de Zon der gerechtigheid keren, opdat het hemels licht hen kan beschijnen en hun karakters vervolmaken en hun een diepe blijvende ervaring geven van de dingen van God. Het is buiten onze macht om de zegeningen te begrijpen, die door Christus binnen ons bereik worden gebracht, als we maar onze menselijke inspanning met goddelijke genade verenigen.” –Sons and Daughters of God, blz. 26.

“Wie er oprecht naar streeft Gods wil te doen en handelt volgens het licht, dat hij al heeft, zal nog meer licht ontvangen en een ster met een hemelse lichtglans zal hem in alle waarheid leiden.” –De Grote Strijd, blz. 293.

Donderdag — 8 mei

5. Het Licht schijnt in onze harten

a. Hoe kunnen wij worden opgebeurd door Paulus’ inspirerende verwijzing naar het Licht der wereld?

2 Korinthe 4:6.

2 Korinthe 4:6: Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.

“Laat de heerlijke voorstelling van God uw hart vervullen. Laat uw leven met verborgen schakels aan het leven van Christus zijn verbonden. Hij, die het licht uit het duister heeft doen schijnen, is bereid uw hart te verlichten, om het licht van de kennis van Gods heerlijkheid in het gelaat van Jezus te laten schijnen. De Heilige Geest zal de dingen Gods nemen en ze u tonen als een levengevende kracht in het hart, dat gehoorzaam is. Christus zal u naar de drempel van de eeuwigheid leiden. U mag de verborgen heerlijkheid zien en aan de mensen de uitnemendheid tonen van Hem, die altijd leeft om voor ons te bidden.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 86-87.

“De openbaring van Zijn heerlijkheid in de gedaante van mensen zal de hemel zo dicht bij de mensen brengen, dat de schoonheid van de innerlijke tempel zichtbaar zal zijn in iedereen, in wie de Heiland woont. Mensen zullen gegrepen worden door de heerlijkheid van een Christus, die aanwezig is. In stromen van lof en dank uit de vele harten, die op deze wijze voor God zijn gewonnen, zal de heerlijkheid terugkeren tot de grote Gever.

‘Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des Heren gaat over u op.’ Jesaja 60:1. Deze boodschap wordt gegeven aan hen, die uitgaan om de Bruidegom te ontmoeten. Christus komt in macht en grote heerlijkheid. Hij komt in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader. Hij komt met al Zijn heilige engelen. Terwijl de wereld in duisternis is gedompeld, zal er in elke woning van de heiligen licht zijn. Zij zullen het eerste licht van Zijn wederkomst opvangen. Het onbezoedelde licht zal van Zijn heerlijkheid stralen, en Christus zal als de Verlosser aanbeden worden door allen, die Hem hebben gediend. Terwijl de goddelozen uit Zijn tegenwoordigheid wegvluchten, zullen de volgelingen van Christus zich verblijden.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 260.

Vrijdag — 9 meil

Terugblik

1. Hoe leert de Bijbel over de Godheid in het werk van de schepping?

2. Beschrijf hoe Jezus Zich aan Zijn volk in de woestijn toonde.

3. Hoe scheen het licht van Christus in de tabernakel en de tempel?

4. Beschrijf hoe Jezus Zich toonde bij de inwijding van de tempel.

5. Hoe openbaart Christus Zich aan ons en door ons?