Tekst om te onthouden: ”Zo veroordeel Ik u ook niet, ga heen en zondig niet meer”
Johannes 8:11
“Christelijke liefde is traag in het oordelen, neemt snel berouw waar, is bereid te vergeven, te bemoedigen, de afgedwaalde terecht te helpen op het pad der heiligheid en zijn voeten hierop te schragen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 401.
Aanvullende studie:: -Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 73-77.
a. Terwijl Jezus in de tempel onderwees, wat deden de Schriftgeleerden en Frizeeën toen?
Johannes 8:2-3.
“Al spoedig werd Hij (Christus) onderbroken. Een groep Farizeeën en Schriftgeleerden naderden Hem, een dodelijk verschrikte vrouw met zich meesleurend, die zij met harde, felle stemmen ervan beschuldigden, het zevende gebod te hebben overtreden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 398.
B. Welke vraag stelden de Farizeeën aan Christus, met schijnbare grote eerbied voor de wet, en wat was hun echte bedoeling?
Johannes 8:4-6 (eerste deel).
“Hun voorgewende eerbied bedekte een listig uitgedachte samenzwering om Hem in het verderf te storten. Zij hadden de gelegenheid aangegrepen om zich van Zijn veroordeling te verzekeren, daar zij meenden, dat, welke beslissing Hij ook zou nemen, zij een kans zouden krijgen om Hem te beschuldigen. Indien Hij de vrouw zou vrijspreken, zouden ze Hem ervan kunnen beschuldigen, dat Hij de wet van Mozes verachtte. Indien Hij haar des doods schuldig zou verklaren, zou Hij bij de Romeinen beschuldigd kunnen worden, daar Hij Zich een gezag aanmatigde, dat alleen hun toekwam.” –De Wens der Eeuwen, blz. 398-399.
A. Hoe reageerde Jezus op de leugens van de Farizeeën?
Johannes 8:6 (laatste deel).
“Jezus zag een ogenblik het toneel aan, het bevende slachtoffer in haar schande, de hardvochtig uitziende hoogwaardigheidsbekleders, verstoken zelfs van elke menslievendheid. Hij wist met welke bedoeling dit geval tot Hem was gebracht. Hij las het hart, en kende het karakter en de levensgeschiedenis van iedereen in Zijn nabijheid. Deze mensen, die zich opwierpen als beschermers van het recht, hadden zelf hun slachtoffer tot zonde gebracht, om een strik voor Jezus te kunnen spannen. Zonder blijk te geven dat Hij hun vraag gehoord had, boog Hij Zich neer, en terwijl Hij Zijn ogen op de grond richtte, begon Hij in het stof te schrijven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 399.
b. Hoe toonde Jezus aan, dat de aanklagers zelf niet zonder zonde waren, en wat deden zij daarna?
Johannes 8:7-9.
“De aanklagers waren verslagen. Nu was hun mantel van voorgewende heiligheid van hen afgescheurd, en zij stonden daar, schuldig en veroordeeld, in de tegenwoordigheid van de Oneindige Reinheid. Zij beefden uit vrees, dat de verborgen ongerechtigheid van hun leven openbaar gemaakt zou worden aan de schare; en één voor één slopen ze weg, met gebogen hoofden en neergeslagen ogen, en lieten hun slachtoffer achter bij de barmhartige Heiland.” –De Wens der Eeuwen, 399-400.
Wat moeten we allemaal in het algemeen leren van de woorden van Jezus tot de beschuldigers? Lukas 6:42.
“Er zijn mensen die voorbarig zijn in hun verlangen om dingen te hervormen, die volgens hen fout lijken. Ze denken, dat zij gekozen moeten worden om de plaats in te nemen van degenen, die fouten hebben gemaakt. Ze onderschatten, wat deze werkers hebben gedaan, terwijl anderen toekeken en kritiek leverden. Door hun daden zeggen zij: ‘Ik kan grote dingen doen. Ik kan het werk met succes voortzetten.’ Tegen degenen, die denken dat ze zo goed weten, hoe ze fouten kunnen voorkomen, heb ik de opdracht om te zeggen: 'Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt' (Matthéüs 7:1). U kunt op sommige punten fouten vermijden, maar op andere dingen kunt u ernstige blunders maken, die zeer moeilijk te verhelpen zouden zijn en die verwarring in het werk zouden brengen. Deze fouten kunnen meer kwaad doen dan, die uw broeders en zusters hebben gemaakt.” –Testimonies for the Church, vol. 7, blz. 279.
a. Welke vraag stelde Jezus de vrouw, nadat haar aanklagers waren vertrokken—en hoe had Zijn manier van omgaan met de situatie haar leven beïnvloed?
Johannes 8:10-11.
“De vrouw had voor Jezus gestaan, ineenkrimpend van angst. Zijn woorden: “Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst de steen naar haar', hadden haar als een doodvonnis geklonken. Zij durfde haar ogen niet naar de Heiland op te slaan, maar wachtte zwijgend haar vonnis af. Vol verbazing zag ze haar beschuldigers sprakeloos en verward vertrekken; toen klonken de woorden van hoop in haar oren: 'Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig niet meer'. Haar hart smolt weg en terwijl zij zich aan de voeten van Jezus wierp, snikte ze haar dankbare liefde uit en met bittere tranen bekende zij haar zonden.
Dit was voor haar het begin van een nieuw leven, een leven van reinheid en vrede, aan God gewijd. In het opheffen van deze gevallen ziel verrichtte Jezus een groter wonder dan in de genezing van de zwaarste lichamelijke ziekte; Hij genas de geestelijke ziekte, die tot de eeuwige dood leidt. Deze boetvaardige vrouw werd één van de trouwste volgelingen van Jezus. Met zelfopofferende liefde en toewijding toonde zij haar dankbaarheid voor Zijn vergevende genade. Voor deze dwalende vrouw had de wereld slechts minachting en hoon; maar de Zondeloze had medelijden met haar zwakheid en reikte haar de helpende hand. Terwijl de schijnheilige Farizeeën haar aanklaagden, gebood Jezus haar: 'Ga heen, en zondig niet meer'.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 64.
In Zijn daad van vergiffenis schenken aan deze vrouw en haar bemoedigen een beter leven te gaan leiden, straalt het karakter van Jezus met de schoonheid van volmaakte gerechtigheid. Hoewel Hij de zonde niet vergoelijkt noch het gevoel van schuld vermindert, zoekt Hij niet te veroordelen, maar te behouden. De wereld had voor deze afgedwaalde vrouw slechts verachting en hoon; maar Jezus spreekt woorden van vertroosting en hoop.” –De Wens der Eeuwen, blz. 400.
B. Beschrijf het effect van Christus 'reddende genade.
Lukas 7:37-40,
Lucas 7:47-48.
“Jezus kent de omstandigheden van elke ziel. Hoe groter de schuld van de zondaar, hoe meer Hij de Verlosser nodig heeft. Zijn hart van goddelijke liefde en sympathie wordt het meest getrokken naar diegene, die het meest hopeloos verdwaald is geraakt in de strikken van de vijand. Met Zijn eigen bloed heeft Hij de bevrijdingspapieren van het menselijk geslacht ondertekend.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 64-65.
A. Wat moet onze houding kenmerken, vooral in relatie tot anderen—en hoe is dit alleen mogelijk?
2 Korinthe 1:3-5.
“Omstandigheden hebben maar weinig te maken met wat de ziel ervaart. Het is de geest, die gekoesterd wordt, die kleur geeft aan al onze daden. Een man, die in vrede leeft met God en zijn medemens, kan zich niet ellendig voelen. Afgunst zal in zijn hart niet voorkomen, slechte gedachten zullen er niet plaatsvinden, er kan geen haat bestaan. Het hart, dat in harmonie is met God, wordt boven de ergernissen en smarten van dit leven uitgetild.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 399.
“Het was door het lijden, dat Jezus de trooster kon worden. In alle benauwdheid van de mens is ook Hij benauwd, en 'doordat Hijzelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij die, die verzocht worden, te hulp komen'. Jesaja 63:9; Hebreeën 2:18. Iedere ziel, die gemeenschap heeft gekregen aan Zijn lijden. heeft het voorrecht in dit dienstwerk te delen.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 17.
B. Beschrijf de unieke hoop en het voorrecht, dat we hebben door het volgen in de voetsporen van Christus.
2 Korinthe 1:6-7.
“Als u het niet als een eer voelt om deel te hebben aan het lijden van Christus, als u geen last op uw ziel voelt voor degenen, die op het punt staan verloren te gaan; als u niet gewillig bent om u opofferingen te getroosten om geld uit te sparen voor het werk, dat gedaan moet worden, zal er voor u geen plaats zijn in het koninkrijk van God. Wij moeten bij elke stap, die wij doen, met Christus deelhebben aan Zijn lijden en zelfverloochening.” –Getuigenissen voor de gemeente 9, blz. 103.
c. Beschrijf de kwaliteit, die het meest nodig is onder gelovigen in de boodschappen van de drie engelen.
1 Korinthe 13:13,
1 Korintiërs 13:4-8.
“De kenmerken, die het meest nodig zijn om gekoesterd te worden door Gods geboden houdend volk, zijn geduld en lankmoedigheid, vrede en liefde. Wanneer liefde ontbreekt, wordt onherstelbaar verlies opgelopen.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 398-399.
a. Hoe zullen ware gelovigen handelen als een christen in zonde valt— in tegenstelling tot wat valshartige gelovigen vaak doen?
Galaten 6:1-3;
Romeinen 15:1-3.
“Houd er rekening mee,dat het herstelwerk onze last moet zijn. Dit werk moet niet op een trotse, opdringerige of autoritaire wijze worden gedaan. Zeg met uw houding niet: ‘Ik heb de macht, en ik zal die gebruiken’, terwijl u beschuldigingen uitstort over degene, die dwaalt. Doe uw herstel ‘in de geest van zachtmoedigheid; denkend aan uzelf, opdat ook gij niet in verzoeking komt’. Het werk, dat ons te doen staat voor onze broeders en zusters is niet om hen terzijde te schuiven, noch om hen in ontmoediging of wanhoop te drijven door te zeggen: ‘U hebt me teleurgesteld, en ik zal u niet proberen te helpen'. Hij, die zich opstelt als vol van wijsheid en kracht, en neerkijkt op iemand, die neerslachtig en verdrietig is en verlangt naar hulp, openbaart de geest van de Farizeeën en wikkelt zich in de mantel van zijn eigen zelfgecreëerde waardigheid. In zijn geest dankt hij God, dat hij niet is zoals andere mensen, en veronderstelt, dat zijn handelwijze prijzenswaardig is en dat hij te sterk is om in verzoeking te komen. Maar 'want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelf in zijn gemoed' (Vers 3).”
–Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 398.
“Het is niet de volgeling van Christus die, met afgewende ogen, zich van de dwalende afkeert en hem zo ongehinderd zijn weg naar de ondergang laat vervolgen. Zij, die snel anderen beschuldigen en zich beijveren hen voor het gerecht te brengen, zijn dikwijls in hun eigen leven meer schuldig dan zij. De mensen haten de zondaar, terwijl zij de zonde liefhebben. Christus haat de zonde, maar heeft de zondaar lief. Dit zal de geest zijn van allen, die Hem volgen. Christelijke liefde is traag in het oordelen, neemt snel berouw waar, is bereid te vergeven, te bemoedigen, de afgedwaalde terecht te helpen op het pad der heiligheid en zijn voeten hierop te schragen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 400-401.
1. Leg de valstrik uit, die de Schriftgeleerden en Farizeeën voor Jezus hadden voorbereid.
2. Hoe toonden de hypocriete Joden schijnbaar respect voor de wet?
3. Wat moesten de beschuldigende Joden over zichzelf toegeven?
4. Beschrijf de hoop, die werd geschonken aan de dwalende vrouw, die verkeerd behandeld was.
5. Hoe kan ik meer gelijk aan Jezus zijn in de omgang met dwalende zielen?
Vandaag weerklinkt de van pas komende boodschap:
“De zendingsgeest moet worden hersteld in onze gemeenten. Elk lid van de gemeente moet bestuderen, hoe hij het werk van God kan bevorderen, zowel in binnenlandse zendingen als in het buitenland. Nauwelijks een duizendste deel van het werk wordt gedaan, dat gedaan zou moeten worden op de zendingsvelden. God roept Zijn arbeiders op om nieuw terrein voor Hem te veroveren. Er zijn rijke velden van arbeid, die wachten op de trouwe arbeider. En dienende engelen zullen samenwerken met elk lid van de gemeente, welke onzelfzuchtig voor de Meester zal werken.
De gemeente van Christus op aarde is georganiseerd voor zendingsdoeleinden, en de Heer verlangt ernaar om de gehele gemeente te zien nadenken over wegen en middelen, waardoor hoog en laag, rijk en arm de boodschap van de waarheid kunnen horen. Niet iedereen is geroepen tot persoonlijk werk in vreemde landen, maar iedereen kan iets doen door hun gebeden en hun gaven om het zendingswerk te ondersteunen.
Een Amerikaanse zakenman, die een oprechte Christen was, merkte in gesprek met een collega op, dat hij zelf vierentwintig uur per dag voor Christus werkte. ‘In al mijn zakelijke relaties,’ zei hij, ‘probeer ik mijn Meester te vertegenwoordigen. Zolang ik de kans krijg, probeer ik anderen voor Hem te winnen. De hele dag werk ik voor Christus. En 's nachts, terwijl ik slaap, heb ik een man voor Hem aan het werk in China.'
Hij voegde eraan toe: ‘In mijn jeugd besloot ik als zendeling naar de heidenen te gaan. Maar na de dood van mijn vader moest ik zijn bedrijf overnemen om voor de familie te zorgen. Nu ondersteun ik in plaats van zelf te gaan een zendeling. In een stad van een bepaalde provincie in China is mijn werker gestationeerd. En zo, zelfs terwijl ik slaap, werk ik, via mijn vertegenwoordiger, nog steeds voor Christus'." —Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 29-30.
Nu meer dan ooit is het tijd om te investeren in de bank van de Hemel door middel van wereld zendingen. Het zal niet gemakkelijker worden, en later kan het te laat zijn. Zielen vergaan zonder Christus en de tegenwoordige waarheid, en de Heer heeft ons kostbaar licht toevertrouwd, dat over de hele planeet verspreid moet worden.
Geef alstublieft gul, en moge de Heer u en uw gift rijkelijk zegenen. Dank u!
–De Sabbatschool Afdeling van de Generale Conferentie