Lessen uit het evangelie volgens Johannes (deel 2) — SABBAT, 19 APRIL 2025

LES 3: Jezus op het Loofhuttenfeest

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: „En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.”

Lucas 4:32

“Jezus kende de behoefte van de ziel. Vertoon, rijkdom en eer kunnen het hart niet bevredigen. “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij”. Rijken, armen, hooggeplaatsten, nederigen, allen zijn even welkom. Hij belooft de terneergedrukte geest op te beuren, de bedroefde te troosten, en hoop te geven aan die geen hoop heeft.” –De Wens der Eeuwen, blz. 392.

Aanvullende studie:: -Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 33-36.

Zondag — 13 april

1. Het huisleven van Jezus

A. Welke serieuze uitdaging stond Jezus in Zijn eigen huis te wachten?

Johannes 7:5.

Johannes 7:5: Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.

“Reeds zeer jong begon Jezus Zelf handelend op te treden, waar het de vorming van Zijn karakter betrof, en zelfs niet Zijn liefde en eerbied voor Zijn ouders konden Hem van Gods Woord doen afdwalen. “Er staat geschreven” was Zijn reden voor iedere daad, die van de gewoonten in het gezin afweek. Maar de invloed van de rabbi’s maakte Zijn leven bitter. Reeds in Zijn jeugd moest Hij de moeilijke les van zwijgen en geduldig verdragen leren.

Zijn broers, zoals de zonen van Jozef genoemd werden, kozen de zijde van de rabbi's. Zij stonden erop, dat men zich hield aan de overleveringen, alsof deze eisen van God waren. Zij achtten zelfs de voorschriften van mensen hoger dan het Woord van God, en zij ergerden zich bijzonder aan de scherpzinnige wijze, waarop Jezus onderscheid maakte tussen de valse en de ware. Zij veroordeelden Zijn strikte gehoorzaamheid aan de wet van God als eigenzinnigheid. Zij waren verbaasd over de wijsheid en kennis, die Hij aan de dag legde, wanneer Hij de rabbi’s antwoordde. Zij wisten, dat Hij geen onderwijs van de wijze mannen had genoten, maar ze moesten toch wel inzien, dat Hij hun leraar was. Zij zagen in, dat Zijn opvoeding op een hoger plan stond dan de hunne. Maar ze merkten niet op, dat Hij toegang had tot de boom des levens, een bron van kennis waarvan zij niets afwisten.” –De Wens der Eeuwen, blz. 62.

Maandag — 14 april

2. De zonen van Jozef

A. Wat was de suggestie van de broers van Christus aan Hem met het oog op het jaarlijkse Loofhuttenfeest?

Johannes 7:3-4.

Johannes 7:3: Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet. Johannes 7:4: Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.

“Zijn (Christus') broeders meenden, dat het verkeerd van Hem was, dat Hij de grote en geleerde mensen van het volk van Zich vervreemde. Zij meenden, dat deze mensen in hun recht stonden, en dat Jezus er verkeerd aan deed door Zich tegenover hen te stellen. Maar zij hadden Zijn zondeloos leven gezien, en hoewel ze zich niet onder Zijn discipelen rekenden, waren zij zeer onder de indruk gekomen van Zijn werken. Zijn populariteit in Galilea streelde hun eerzucht; zij hoopten nog steeds, dat Hij een bewijs zou leveren van Zijn kracht, waardoor de Farizeeën ertoe gebracht zouden worden in te zien, dat Hij Diegene was Die Hij beweerde te zijn. Wat als Hij werkelijk de Messias zou zijn, de Vorst van Israël! Zij koesterden deze gedachte met trotse voldoening.

Zozeer verlangden zij hiernaar, dat zij bij Christus erop aandrongen, naar Jeruzalem te gaan. “Ga van hier”, zeiden zij, “en reis naar Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken aanschouwen, die Gij doet. Want niemand doet iets in het verborgen en tracht tegelijk zelf de aandacht te trekken. Indien Gij zulke dingen doet, maak, dat Gij bekend wordt aan de wereld”. Het woord 'indien' gaf uitdrukking aan hun twijfel en ongeloof. Zij wreven Hem lafheid en zwakheid aan. Indien Hij wist, dat Hij de Messias was, waarom dan deze vreemde terughoudendheid en traagheid? Indien Hij werkelijk zodanige macht bezat, waarom dan niet openlijk naar Jeruzalem gegaan en Zijn aanspraken laten gelden? Waarom niet in Jeruzalem de wonderwerken verrichten, die van Hem in Galilea verhaald werden? Verberg U niet in afgelegen provincies, zeiden ze, en verricht Uw machtige werken niet ten voordele van ongeletterde landlieden en vissers. Vertoon Uzelf in de hoofdstad, win de steun van priesters en oversten, en verenig het volk door het oprichten van het nieuwe koninkrijk.” –De Wens der Eeuwen, blz. 388-389.

B. Beschrijf het probleem, waarmee de zachtmoedigen altijd te maken hebben gehad.

Psalm 86:14.

Psalmen 86:14: O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.

“Deze broeders van Jezus redeneerden vanuit het zelfzuchtige oogmerk, dat zo dikwijls wordt gevonden in de harten van hen, die naar uiterlijk vertoon jagen. Deze geest was de heersende geest in de wereld. Zij waren gekrenkt, omdat Christus, in plaats van een tijdelijke troon te zoeken, Zichzelf verklaard had het Brood des Levens te zijn. Zij waren diep teleurgesteld, toen zovelen van Zijn discipelen Hem in de steek lieten. Zijzelf wendden zich van Hem af, om te ontkomen aan het kruis van erkenning van datgene wat Zijn werken openbaarden, dat Hij de van God Gezondene was.” –De Wens der Eeuwen, blz. 389.

Dinsdag — 15 april

3. Strijd rondom Jezus,

A. Welke tegenstrijdige meningen werden over Jezus geuit?

Johannes 7:11-12.

Johannes 7:11: De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij? Johannes 7:12: En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.

“Vanuit Jeruzalem hadden de verhalen over de wonderen van Christus zich verspreid over alle gebieden, waar Joden woonden; en hoewel Hij vele maanden hun feesten niet had bijgewoond, was de belangstelling voor Hem niet verminderd. Velen waren uit alle delen van de wereld opgekomen naar het Loofhuttenfeest, in de hoop Hem te zullen zien. Bij het begin van het feest werd er veel naar Hem geïnformeerd. De Farizeeën en oversten keken naar Hem uit, daar zij hoopten een gelegenheid te zullen krijgen om Hem te veroordelen. Zij vroegen vol verlangen: “Waar is Hij?” maar niemand wist het. De gedachte aan Hem overheerste bij een ieder. Uit vrees voor de priesters en oversten durfde niemand Hem te belijden als de Messias, maar overal werd rustig doch ernstig over Hem gesproken. Velen verdedigden Hem als iemand die door God gezonden was, terwijl anderen Hem afwezen als een misleider van het volk." —De Wens der Eeuwen, blz. 390.

B. Hoe bracht Jezus de tegenstrijdige meningen over Zichzelf tot zwijgen?

Johannes 7:14-18;

Johannes 7:14: Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde. Johannes 7:15: En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft? Johannes 7:16: Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft. Johannes 7:17: Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek. Johannes 7:18: Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.

Lukas 4:32.

Lukas 4:32: En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.

“Midden op het feest, toen de opwinding betreffende Hem op haar hoogtepunt was, ging Hij in tegenwoordigheid van de menigte de voorhof van de tempel binnen. Omdat hij niet op het feest aanwezig was, had men aangevoerd, dat Hij Zich niet durfde stellen in de macht van de priesters en oversten. Allen waren verbaasd over Zijn aanwezigheid. Iedere stem verstomde. Allen verwonderden zich over de waardigheid en moed van Zijn houding te midden van machtige vijanden, die hunkerden om Hem te doden.

“Terwijl Hij daar zo stond, het middelpunt van de aandacht dier grote menigte, sprak Jezus tot hen zoals geen mens ooit gesproken had. Zijn woorden gaven blijk van een kennis van de wetten en inzettingen van Israël, van de offerdiensten en van de leer van de profeten, die de kennis van de priesters en rabbi’s verre te boven ging. Hij brak door de versperringen van vormendienst en overlevering heen. De taferelen van het toekomstig leven schenen voor Hem uitgespreid te liggen. Als iemand, die de Ongeziene aanschouwde, sprak Hij over het aardse en het hemelse, het menselijke en het goddelijke, met een beslist gezag. Zijn woorden waren bijzonder duidelijk en overtuigend; en wederom, evenals in Kapernaüm, stonden de mensen verwonderd over Zijn leer, “want Zijn woord was mét gezag”. Lukas 4:32... Allen verwonderden zich over Zijn kennis van de wetten en de profeten.” –De Wens der Eeuwen, blz. 390-391.

Woensdag — 16 april

4. Haat tegen de Heilige

A. Wat merkte Jezus op bij de rabbi's en welke vraag stelde Hij hen?

Johannes 7:19.

Johannes 7:19: Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?

“Jezus gaf de rabbi’s een bewijs van Zijn goddelijkheid door te tonen, dat Hij hun harten las. Sinds de genezing in Bethesda hadden zij het aangelegd op Zijn dood. Op deze wijze verbraken zijzelf de wet, die zij voorgaven te verdedigen. “Heeft Mozes u niet de wet gegeven?” zei Hij, “En niemand van u doet de wet. Waartoe tracht gij Mij te doden?”

B. Waarvan beschuldigden de rabbi's Hem in hun antwoord aan Christus en hoe reageerde Hij op Zijn beurt?

Johannes 7:20-23.

Johannes 7:20: De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden? Johannes 7:21: Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen. Johannes 7:22: Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat. Johannes 7:23: Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat?

“Christus luisterde niet naar deze verdachtmaking. (Dat Zijn wonderbare werken waren ingegeven door een boze geest). Hij ging voort met aan te tonen, dat Zijn genezingswerk in Bethesda in harmonie was met de Sabbatswet, en dat die daad was gerechtvaardigd door de verklaring, die de Joden zelf aan de wet gaven. Hij zei: “Mozes heeft u de besnijdenis gegeven... en gij besnijdt een mens op Sabbat”. Volgens de wet moest ieder kind op de achtste dag besneden worden. Zou de bepaalde dag op een Sabbat vallen, dan moest de plechtigheid op die dag plaatsvinden. Hoeveel te meer moest het in overeenstemming zijn met de geest van de wet om “op Sabbat een gehele mens gezond' te maken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 394,

C. Leg de brede betekenis van Christus' volgende waarschuwing uit.

Johannes 7:24.

Johannes 7:24: Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.

“De oversten waren tot zwijgen gebracht; en velen van het volk riepen uit: “Is Deze niet, die zij trachten te doden? En zie, Hij spreekt vrijuit en zij zeggen Hem niets. Zouden waarlijk onze oversten hebben ingezien, dat Deze de Christus is?'” –De Wens der Eeuwen, blz. 394.

“Hij (Christus) kijkt niet naar het uiterlijke; Hij oordeelt niet zoals de mens oordeelt. Hij waardeert de mens niet op basis van zijn rang, talent, opleiding of positie. 'Naar deze mens zal Ik omzien’, verklaart Hij, ‘naar hem die arm is, een verbroken geest heeft en beeft voor mijn woord'.” —The Signs of the Times, 21 oktober 1897.

Donderdag — 17 april

5. Menselijk oordeel tegenover Goddelijk oordeel

A. Hoe beschrijft de Schrift de mentale toestand van de samenleving in deze wereld, vaak zoals gezien in de oude tijden, maar vooral vandaag de dag?

Jesaja 59:14-15.

Jesaja 59:14: Daarom is het recht achterwaarts geweken, en de gerechtigheid staat van verre; want de waarheid struikelt op de straat, en wat recht is, kan er niet ingaan. Jesaja 59:15: Ja, de waarheid ontbreekt er, en wie van het boze wijkt, stelt zich tot een roof; en de HEERE zag het, en het was kwaad in Zijn ogen, dat er geen recht was.

“De handlangers van de boze bundelen en mobiliseren hun krachten. Ze versterken zich voor de laatste grote crisis. In onze wereld zullen zich spoedig grote veranderingen voltrekken en de laatste gebeurtenissen zullen snel op elkaar volgen...

De vijand is erin geslaagd het recht te verdraaien en het hart van mensen te vervullen van verlangen naar zelfzuchtig gewin... De kreten van een hongerlijdende mensheid stijgen op tot God, terwijl aan de andere kant door verdrukking en afpersing geweldige fortuinen worden opeengestapeld.” –Getuigenissen voor de gemeente 9, blz. 17-18

B. Waarom kunnen we de wegen van God vertrouwen te midden van de onrust?

Jesaja 55:8-9.

Jesaja 55:8: Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Jesaja 55:9: Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.

“De mens met zijn eindig verstand is niet in staat de bedoelingen van God te doorgronden en hij kan het handelen van de Oneindige ook niet helemaal begrijpen. Vaak ligt het echter aan onze dwalingen en aan onze nalatigheid, dat wij de boodschappen uit de hemel zo slecht begrijpen. Het komt vaak voor, dat de geest van de mensen en zelfs van Gods dienstknechten zo verduisterd is door menselijke opvattingen, overleveringen en dwaalleringen, dat zij de grote openbaringen van God in Zijn Woord maar gedeeltelijk vatten.” –De Grote Strijd, blz. 322.

“Gods ideaal voor Zijn kinderen gaat hoger dan de hoogste menselijke gedachte kan reiken. In Zijn heilige wet heeft Hij een transcriptie gegeven van Zijn karakter.—Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 629.

Vrijdag — 18 april

Terugblik

1. Beschrijf de thuisomgeving, waarin Jezus werd opgevoed.

2. Hoe wordt de houding, die door de broers van Christus werd getoond, vaak vandaag de dag herhaald?

3. Welke tegenstrijdige meningen werden over Jezus verspreid?

4. Verklaar de geest, die de rabbi's jegens Jezus toonden.

5. Beschrijf het enorme contrast tussen de wegen van de mens en die van God.