Lessen uit het evangelie volgens Johannes (deel 2) — SABBAT, 21 JUNI 2025

LES 12: Jezus en Lazarus

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: "kostbaar is in de ogen des Heeren de dood van Zijn gunstgenoten"

Psalm 116:15

“In Christus is het leven, oorspronkelijk echt, aan niets anders ontleend… De goddelijkheid van Christus is voor de gelovige de zekerheid voor het eeuwige leven." –De Wens der Eeuwen, blz. 459.

Aanvullende studie:: -De Weg tot Gezondheid, blz. 182-186.

Zondag — 15 juni

1. HET GEZIN TE BETHANÏE

A. Welke discipelen had Jezus in de stad Bethanië?

Johannes 11:5.

Johannes 11:5: Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.

“Zijn (Christus’) hart was door een sterke band van genegenheid verenigd met het gezin in Bethanië, en voor één van hen werd Zijn grootste wonderwerk verricht.

In het huis van Lazarus had Jezus dikwijls rust gevonden. De Heiland had geen eigen tehuis; Hij was afhankelijk van de gastvrijheid van Zijn vrienden en discipelen, en dikwijls, wanneer Hij vermoeid was en dorstte naar medeleven van mensen, was Hij verheugd geweest naar dit vredige gezin te kunnen ontkomen, weg van de achterdocht en naijver van de vertoornde Farizeeën. Hier werd Hij hartelijk welkom geheten en ontving Hij oprechte, heilige vriendschap. "Hier kon Hij eenvoudig en volkomen vrijuit spreken, wetende dat Zijn woorden begrepen en gekoesterd zouden worden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 453.

B. In wat voor soort huis is God aanwezig met Zijn uitgelezen zegeningen?

Spreuken 3:33 (laatste deel).

[Prov.3.33.b]

“Onze Heiland stelde een rustig huis en belangstellende toehoorders op prijs. Hij verlangde naar menselijke tederheid, wellevendheid en genegenheid. Zij, die het hemels onderricht ontvingen, dat Hij altijd bereid was te geven, werden rijkelijk gezegend.” –De Wens der Eeuwen, blz. 453.

Maandag — 16 juni

2. Lazarus wordt ziek

A. Wat deden de zusters van Lazarus, toen hun broer ernstig ziek werd, en wat was het antwoord, dat ze ontvingen?

Johannes 11:1-4.

Johannes 11:1: En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanie, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha. Johannes 11:2: (Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.) Johannes 11:3: Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank. Johannes 11:4: En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.

“Lazarus werd door een plotselinge ziekte aangetast, en zijn zusters zonden een boodschap naar de Heiland, zeggende: ‘Here, zie, die Gij liefhebt, is ziek’. Zij zagen de ernst van de ziekte, die hun broer had aangegrepen, maar zij wisten, dat Christus had getoond in staat te zijn alle soorten ziekten te genezen. Zij geloofden, dat Hij met hen zou medeleven in hun smart; daarom drongen ze er niet op aan, dat Hij terstond zou komen, maar zonden alleen vol vertrouwen het bericht: ‘Die Gij liefhebt, is ziek’. Zij dachten, dat Hij terstond aan deze boodschap gehoor zou geven, en zo gauw Hij Bethanië kon bereiken, bij hen zou zijn.

Vol verlangen wachtten zij op bericht van Jezus. Zolang er nog een teken van leven in hun broeder was, baden zij en zagen uit naar de komst van Jezus. Maar de boodschapper keerde zonder Hem terug. Niettemin bracht hij de boodschap mee: ‘Deze ziekte is niet ten dode’, en zij klemden zich vast aan de hoop, dat Lazarus in leven zou blijven. Op tedere wijze trachtten zij woorden van hoop en bemoediging te spreken tot de zieke, die bijna bewusteloos was.” –De Wens der Eeuwen, blz. 454-455.

B. Beschrijf Christus’ woorden en daden gedurende de volgende paar dagen.

Johannes 11:5-8.

Johannes 11:5: Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief. Johannes 11:6: Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was. Johannes 11:7: Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan. Johannes 11:8: De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?

“Christus scheen gedurende de twee dagen de boodschap uit Zijn gedachten te hebben verbannen; want Hij sprak niet over Lazarus. De Heiland had Zijn discipelen gewaarschuwd voor beproevingen, verliezen en vervolging. De discipelen dachten aan de Doper, de voorloper van Jezus. Zij hadden zich verwonderd afgevraagd, waarom Jezus, Die de macht bezat om heerlijke wonderen te verrichten, had toegestaan, dat Johannes in de gevangenis wegkwijnde en een gewelddadige dood stierf. Waarom redde Christus niet het leven van Johannes, terwijl Hij zulk een kracht bezat? Deze vraag was dikwijls gesteld door de Farizeeën, die dit voorstelden als een onweerlegbaar argument tegen de bewering van Christus, dat Hij de Zoon van God was. De Heiland had Zijn discipelen gewaarschuwd voor beproevingen, verliezen en vervolging. Zou Hij hen alleen laten in de beproeving? Sommigen vroegen zich af, of ze zich hadden vergist in Zijn zending. Allen waren ernstig verontrust…

De discipelen vroegen zich af, waarom Jezus, wanneer Hij naar Judea ging, twee dagen had gewacht. Maar bezorgdheid voor Christus en voor zichzelf was nu allesoverheersend in hun gedachten. Zij konden alleen maar gevaar zien in de wijze van handelen, die Hij wilde volgen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 455-456.

Dinsdag — 17 juni

3. Teleurstelling verandert in hoop

A. Welke tijdloze boodschap kunnen we opmaken uit de manier, waarop Christus omging met de complexe reeks gebeurtenissen rond de ziekte van Lazarus?

Johannes 11:9-10.

Johannes 11:9: Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet; Johannes 11:10: Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.

“Zij, die medewerkers van Christus hadden kunnen zijn, maar die de boodschappers en hun boodschap hebben versmaad, zullen hun positie verliezen. Zij zullen in duisternis wandelen, niet wetend waarover zij struikelen. Zulke mensen zijn klaar om misleid te worden door de waanideeën van de laatste dag. Hun gedachten zijn bezig met minder belangrijke interesses en ze missen de gezegende kans om samen met Christus het juk op te nemen en samen met God te werken.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 471.

B. Welke verbazingwekkende openbaring gaf Jezus aan Zijn discipelen, maar hoe interpreteerden zij Zijn woorden?

Johannes 11:11-12.

Johannes 11:11: Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken. Johannes 11:12: Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.

“’Zo sprak Hij, en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, is ingeslapen; maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap op te wekken’. ‘Lazarus, onze vriend, is ingeslapen’. Hoe ontroerend zijn die woorden! Hoe vol erbarmen! Bij de gedachte aan het gevaar, dat hun Meester zou lopen door naar Jeruzalem te gaan, hadden de discipelen bijna de getroffen familie in Bethanië vergeten. Maar Christus niet. De discipelen voelden zich terechtgewezen. Zij waren teleurgesteld geweest, omdat Christus niet vlugger op de boodschap inging. Zij waren in de verleiding gekomen te denken, dat Hij Lazarus en zijn zusters niet zo teder liefhad, als zij vermoedden, anders zou Hij Zich toch haastig met de boodschapper terug naar Bethanië hebben begeven. Maar de woorden: ‘Lazarus, onze vriend, is ingeslapen’, maakten in hun geest de ware gevoelens wakker. Zij waren ervan overtuigd, dat Christus zijn vrienden in hun beproeving niet had vergeten.” –De Wens der Eeuwen, blz. 456.

C. Leg uit, wat de woorden van Christus werkelijk betekenden.

Johannes 11:13-14.

Johannes 11:13: Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps. Johannes 11:14: Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.

“Christus stelt de dood voor als een slaap voor Zijn gelovige kinderen. Hun leven is verborgen met Christus in God en zij, die sterven, zullen in Hem slapen, tot de laatste bazuin zal klinken.” -De Wens der Eeuwen, blz. 456.

Woensdag — 18 juni

4. WACHTEN, WACHTEN, WACHTEN...

A. Waarom bleef Jezus weg uit Bethanië, ook nadat Hij wist, dat Lazarus was gestorven?

Johannes 11:15.

Johannes 11:15: En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.

“De discipelen verwonderden zich over de woorden van Christus, toen Hij zei: 'Lazarus is gestorven, en het verblijdt Mij… dat Ik daar niet geweest ben'. Had de Heiland naar eigen keuze het huis van Zijn lijdende vrienden vermeden? Ogenschijnlijk waren Maria en Martha en de stervende Lazarus aan hun lot overgelaten. Maar zij waren niet alleen. Christus zag alles, wat er geschiedde, en na de dood van Lazarus werden de bedroefde zusters gesteund door Zijn genade. Jezus zag de smart in hun harten, terwijl hun broer worstelde met zijn sterke vijand, de dood. Hij voelde iedere harte wee, toen Hij tot de discipelen zei: 'Lazarus is gestorven'. Maar Christus had niet alleen aan de geliefden in Bethanië te denken; Hij moest ook de opleiding van Zijn discipelen in gedachte houden. Zij zouden Zijn vertegenwoordigers in de wereld moeten zijn, opdat de zegen des Vaders zich over allen zou uitstrekken. Om hunnentwille stond Hij toe, dat Lazarus stierf. Indien Hij hem van zijn ziekte genezen en hem zijn gezondheid hergeven zou hebben, zou het wonder, dat het duidelijkste bewijs van Zijn goddelijk karakter is, niet verricht zijn.” –De Wens der Eeuwen, blz. 457.

B. Wat moeten we ons realiseren door de manier, waarop de Grote Genezer toestond, dat Lazarus, Zijn vriend, zo ziek was en daadwerkelijk stierf?

1 Korinthe 15:17-19;

1 Korinthe 15:17: En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden. 1 Korinthe 15:18: Zo zijn dan ook verloren, die in Christus ontslapen zijn. 1 Korinthe 15:19: Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen.

Psalm 18:29.

Psalmen 18:29: Want Gij doet mijn lamp lichten; de HEERE, mijn God, doet mijn duisternis opklaren.

“Zijn (Christus’) werk stopte niet met een vertoning van Zijn macht over ziekte. Hij maakte van elk werk van genezing een gelegenheid om de goddelijke principes van Zijn liefde en welwillendheid in het hart te planten.” –Counsels on Health, blz. 249.

“Indien Christus in de ziekenkamer was geweest, zou Lazarus niet zijn gestorven; want dan zou Satan geen macht over hem hebben gehad. De dood zou zijn pijl niet op Lazarus hebben gericht in de tegenwoordigheid van de Levengever. Daarom bleef Christus weg. Hij liet toe, dat de vijand zijn macht toonde, en uitoefende, zodat Hij hem zou kunnen terugdrijven als overwonnen tegenstander. Hij stond toe, dat Lazarus onder de heerschappij van de dood kwam; en de bedroefde zusters zagen, hoe hun broer in het graf werd gelegd. Christus wist, dat wanneer zij zouden kijken naar het gelaat van hun gestorven broer, hun geloof in hun Verlosser zwaar op de proef zou worden gesteld. Maar Hij wist, dat door de strijd, die zij nu doormaakten, hun geloof met veel grotere kracht zou gaan stralen. Hij onderging ieder gevoel van smart, dat zij hadden te dragen. Hij had hen niet minder lief, omdat Hij vertoefde; maar Hij wist, dat voor hen, voor Lazarus, voor Hemzelf en voor Zijn discipelen een overwinning moest worden behaald.” –De Wens der Eeuwen, blz. 457.

Donderdag — 19 juni

5. NIET ALTIJD ZOALS WE VERWACHTEN…

A. Wat moeten we altijd overwegen met betrekking tot de dood van Gods trouwe dienaren, ongeacht hoe het gebeurt?

Psalm 116:15.

Psalmen 116:15: Kostelijk is in de ogen des HEEREN de dood Zijner gunstgenoten.

Noem een ​​voorbeeld.

“Het was Elisa niet beschoren zijn meester op een vurige wagen te volgen. De Heer stond toe dat een slepende ziekte over hem kwam. In de lange uren van zwakte en lijden legde zijn geloof beslag op Gods beloften, en altijd zag hij om zich heen hemelse boden van vertroosting en vrede… Zijn geloof was gerijpt tot een blijvend vertrouwen in zijn God, en toen de dood hem riep, was hij gereed om te rusten van zijn arbeid.” –Profeten en Koningen, blz. 165.

B. Welke gebeurtenissen vonden er plaats in Bethanië vóór de aankomst van Jezus, en wie was er nog meer, toen Hij kwam?

Johannes 11:17-19.

Johannes 11:17: Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was. Johannes 11:18: (Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.) Johannes 11:19: En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.

“Met het uitstellen om tot Lazarus te komen, had Christus een genadige bedoeling voor hen, die Hem niet hadden aangenomen. Hij vertoefde, opdat Hij door Lazarus uit de dood op te wekken, aan Zijn hardnekkige, ongelovige volk nog een bewijs zou geven, dat Hij inderdaad ‘de opstanding en het leven’ is. Hij was er afkerig van om alle hoop voor het volk, de arme, dwalende schapen van het huis Israëls, op te geven. Hij was hevig ontroerd over hun onboetvaardigheid. In Zijn genade was het Zijn bedoeling hun nog één bewijs te geven, dat Hij de Hersteller was, Degene, Die alleen leven en onsterfelijkheid aan het licht kon brengen. Dit moest een bewijs zijn, dat niet door de priesters verkeerd kon worden verklaard. Dit was de reden van Zijn toeven, vóórdat Hij naar Bethanië ging. Dit bekronende wonder, de opwekking van Lazarus, zou het zegel Gods op Zijn werk zetten en op Zijn aanspraak op goddelijkheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 458.

Vrijdag — 20 juni

Terugblik

1. Wie waren de familieleden van Lazarus?

2. Waarom voldeed Jezus niet onmiddellijk aan het verzoek van Zijn vrienden?

3. Wat was de reactie van de discipelen op de houding van Christus?

4. Hoe moeten de gelovigen in Christus de dood beschouwen?

5. Met welk doel liet Christus toe, dat Lazarus stierf?