Tekst om te onthouden: "Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen"
Johannes 10:11
“Christus is zowel de deur als de Herder. Hij komt binnen door Zichzelf. Door Zijn eigen offer wordt Hij de Herder der schapen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 417.
Aanvullende studie:: -De Wens der Eeuwen, blz. 415-420.
A. Hoe maakte Jezus onderscheid tussen de dief en de herder, en met welke geestelijke les maakte Hij dit duidelijk?
Johannes 10:1-2.
“Christus paste deze profetieën op Zichzelf toe (verwijzend naar de zending van de Messias, zie Jesaja 40:9-11; Psalm 23:1 en Ezechiël 34:23, 16, 25, 28), en Hij liet de tegenstelling zien tussen Zijn eigen karakter en dat van de leiders van Israël. De Farizeeën hadden juist iemand uit de schaapskooi verdreven, omdat hij het waagde te getuigen van de kracht van Christus. Zij hadden een ziel, die door de Ware Herder tot Zich getrokken werd, uitgesloten. Daarmede hadden zij getoond, dat zij niet op de hoogte waren van het werk, dat hun was opgedragen, en hun vertrouwenspositie als herders der kudde onwaardig waren. Jezus stelde hun nu de tegenstelling voor tussen hen en de Goede Herder, en Hij wees op Zichzelf als de ware bewaker van de kudde des Heren.” –De Wens der Eeuwen, blz. 415-416.
“Christus heeft ons lief, omdat wij hulpeloos en afhankelijk zijn.” –Sermons and Talks, vol. 1, blz. 248.
B. Welke relatie bestaat er tussen de schapen en hun herder?
Johannes 10:3-4.
Wat zullen de schapen doen voor een vreemdeling?
Johannes 10:5.
A. Hoe toonde Jezus Zijn eigen tegenstelling met de Farizeeën?
Johannes 10:7-10.
“Christus is de deur, die toegang geeft tot de schaapskooi van God. Door deze deur zijn al Zijn kinderen, van de vroegste tijden af, binnengekomen. In Jezus zoals Deze werd afgebeeld in typen, zoals Hij werd afgeschaduwd in symbolen, zoals Hij werd bekendgemaakt in de voorzegging der profeten, zoals Hij werd ontsluierd in de lessen door Hem aan de discipelen gegeven, en in de wonderen door Hem voor de mensenkinderen verricht, hebben zij aanschouwd “Het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt” en door Hem worden zij binnen de schaapskooi van Zijn genade gebracht. Velen zijn gekomen en hebben andere doelstellingen voor het geloof van de wereld naar voren gebracht; plechtigheden en stelsels zijn uitgedacht, waardoor de mensen rechtvaardiging en vrede met God hopen te verkrijgen en op deze wijze toegang tot Zijn schaapskooi te vinden. Maar de enige deur is Christus, en allen die iets in het midden hebben gebracht om de plaats van Christus in te nemen, allen die getracht hebben de schaapskooi langs enig andere weg binnen te komen, zijn dieven en rovers.
“De Farizeeën waren niet door de deur binnengekomen. Zij waren de schaapskooi binnengeklommen langs een andere weg dan Christus, en zij brachten niet het werk van de ware herder ten uitvoer. De priesters en oversten, de Schriftgeleerden en Farizeeën verwoestten de levende weiden en verontreinigden de bronnen van het water des levens. De geïnspireerde woorden geven een getrouwe beschrijving van deze valse herders: ‘Zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, wonde verbindt gij niet, afgedwaalde haalt gij niet terug… maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij’ (Ezechiël 34:4).” –De Wens der Eeuwen, blz. 416-417.
B. Hoe verschilt de ware herder van de huurling?
Johannes 10:11-13.
“Er zijn niet alleen mannen nodig, die kunnen preken, maar ook mensen die een ervaringskennis hebben van de verborgenheid van godvrezendheid en die kunnen tegemoet komen aan de dringende behoeften van de mensen, mensen die het belang van hun positie als dienaren van Jezus beseffen, en die met vreugde het kruis op zich nemen, dat Hij hun heeft geleerd hoe dit te dragen.
Het is van groot belang, dat een predikant veel met zijn mensen omgaat en zo bekend raakt met de verschillende fasen van de menselijke natuur. Hij moet de werking van de geest bestuderen, zodat hij zijn leringen kan aanpassen aan het intellect van zijn toehoorders. Zo zal hij die grote naastenliefde leren, die alleen wordt bezeten door hen, die de aard en behoeften van mensen nauwgezet bestuderen.” –Gospel Workers, blz. 191.
A. Welk ander kenmerk van de goede herder toonde Jezus?
Johannes 10:14-15.
“Zoals een aardse herder zijn schapen kent, zo kent ook de goddelijke Herder Zijn kudde, die verstrooid is over de gehele wereld. ‘Gij toch zijt Mijn schapen, de schapen die Ik weid; gij zijt mensen, en Ik ben uw God, luidt het woord van de Here Here’. Jezus zegt: ‘Ik heb u bij uw naam geroepen; gij zijt Mijn’. ‘Ik heb u in Mijn handpalmen gegrift’ (Ezechiël 34:31; Jesaja 43:1; 49:16.)
Jezus kent ons persoonlijk, en is bewogen door het gevoel van onze zwakheden. Hij kent ons allen bij naam. Hij kent het huis, waarin wij wonen, de naam van ieder, die daarin woont. Hij heeft soms Zijn dienstknechten opdracht gegeven om naar een bepaalde straat in een bepaalde stad te gaan, naar een zeker huis, om één van Zijn schapen op te zoeken.
“Jezus kent iedere ziel zo volkomen, alsof die de enige was voor wie de Heiland is gestorven. De wanhoop van ieder mens raakt Zijn hart. De kreet om hulp bereikt Zijn oor. Hij is gekomen om alle mensen tot Zich te trekken. Hij zegt tot hen: ‘Volg Mij’, en Zijn geest beweegt hun harten om hen tot Hem te trekken. Velen weigeren getrokken te worden. Jezus weet wie zij zijn. Hij weet ook wie vol vreugde Zijn roep horen, en bereid zijn om onder zijn herderlijke zorg te komen. Hij zegt: ‘Mijn schapen horen naar Mijn stem, en Ik ken ze en zij volgen Mij’ (Johannes 10:27). Hij zorgt voor een ieder, alsof er geen ander op de aardbodem bestond.” –De Wens der Eeuwen, blz. 418.
B. Om welke andere schapen bekommerde Jezus zich?
Johannes 10:16.
“Jezus dacht aan de zielen over de hele aarde die misleid waren door valse herders. Zij, die Hij verlangde te verzamelen als schapen Zijner weide, waren verstrooid onder de wolven, en Hij zei: ‘Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden, en zij zullen naar Mijn stem horen; en het zal worden één kudde, één herder’ (Johannes 10:16).” –De Wens der Eeuwen, blz. 420.
“God heeft edelstenen in alle kerken, en het is niet aan ons om de belijdende godsdienstige wereld in één veeg te veroordelen, maar in ootmoed en liefde aan allen de waarheid te brengen, zoals deze in Jezus is. Laten de mensen de vroomheid, toewijding en een christelijk karakter zien, dan zullen ze naar de waarheid worden getrokken.” –Bijbelkommentaar, blz. 298.
A. Welke goddelijke kracht verklaarde Jezus, dat Hij bezat?
Johannes 10:17-18.
“’Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik Mijn leven afleg om het weder te nemen’ (Johannes 10:17). Dat wil zeggen, Mijn Vader heeft u zó liefgehad, dat Hij Mij nog te meer liefheeft, omdat Ik Mijn leven geef om u te verlossen. Door uw plaatsvervanger en borg te worden, door Mijn leven te geven, door uw verplichtingen, uw overtredingen op Mij te nemen, heb Ik Mij bemind gemaakt bij de Vader.
“Ik leg Mijn leven af om het weder te nemen. Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen, en macht om het weder te nemen’ (Johannes 10:17-18). Terwijl Hij als lid van het menselijk gezin sterfelijk was, was Hij als God de fontein des levens voor de wereld. Hij had de naderende dood kunnen weerstaan en Hij had kunnen weigeren onder de macht van de dood te komen; maar vrijwillig legde Hij Zijn leven af, om leven en onsterfelijkheid aan het licht te brengen. Hij droeg de zonde der wereld, verdroeg de vloek daarvan, gaf Zijn leven als een offerande, opdat de mens niet voor eeuwig zou sterven. “Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen ... Hij is om onze overtredingen verwond; om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg; maar de Here heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomen’ (Jesaja 53:4-6).” –De Wens der Eeuwen, blz. 420.
B. Wat is het, dat mensen ertoe brengt Christus te volgen?
Johannes 10:27;
1 Johannes 4:10,
1 Johannes 4:19.
“Het is niet de vrees voor straf, of de hoop op een eeuwige beloning, die de discipelen van Christus ertoe brengt Hem te volgen. Zij aanschouwen de onvergelijke liefde van de Heiland, zoals deze werd geopenbaard door heel Zijn pelgrimstocht op aarde, van de kribbe van Bethlehem tot het kruis van Golgotha, en de aanblik van Hem trekt hen aan, vertedert en onderwerpt de ziel. Liefde ontwaakt in het hart van degenen, die Hem aanschouwen. Zij horen Zijn stem, en zij volgen Hem.” –De Wens der Eeuwen, blz. 419.
“We overdenken Zijn leven op aarde, het offer, dat Hij voor ons bracht, Zijn werk in de hemel als onze Middelaar, en de woningen die Hij bereidt voor hen, die Hem liefhebben, en we kunnen slechts uitroepen: O, hoogte en diepte van de liefde van Christus!” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 247.
A. Welke zekerheid geeft Jezus aan Zijn schapen?
Johannes 10:28-29.
“Hoewel Hij nu is opgevaren in de tegenwoordigheid van God, en de troon van het heelal deelt, heeft Jezus Zijn ontfermende geest geenszins verloren. Op het ogenblik staat datzelfde tedere, medelijdende hart open voor alle smarten der mensheid. Heden wordt de hand, die doorstoken werd, uitgestoken om Zijn kinderen, die in de wereld zijn, nog overvloediger te zegenen. ‘Zij zullen voorzeker niet verloren gaan, in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand roven’. De ziel, die zichzelf aan Christus heeft gegeven, is kostbaarder in Zijn ogen dan de gehele wereld. De Heiland zou door het lijden van Golgotha zijn gegaan om één mens te redden voor Zijn koninkrijk. Hij zal nooit één mens, voor wie Hij reeds is gestorven, verlaten. Tenzij Zijn volgelingen verkiezen Hem te verlaten, zal Hij hen vasthouden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 419.
B. Waarop rusten onze geestelijke zekerheid en zekerheid van verlossing?
Romeinen 8:31-39.
“In de hemelse hoven pleit Jezus ten behoeve van Zijn gemeente, Hij pleit voor hen, voor wie Hij de losprijs door Zijn bloed heeft voldaan. Lange eeuwen kunnen de doeltreffendheid van Zijn verzoenend offer nimmer te niet doen. Leven noch dood, hoogte noch diepte, kunnen ons scheiden van de liefde Gods, die in Christus Jezus is. Niet omdat we ons aan Hem vastklemmen, maar omdat Hij ons vasthoudt! Als onze zaligheid afhankelijk was van ons eigen pogen, zouden we niet gered kunnen worden. Maar het hangt af van Eén, die achter elke belofte staat. Onze greep op Hem mag zwak schijnen, maar Zijn liefde is die van een oudere broeder. Zolang onze verbondenheid met Hem gehandhaafd blijft, kan niemand ons uit Zijn hand rukken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 403.
1. Leg het verschil in gedrag uit tussen een herder en een dief.
2. Door welk ander symbool identificeerde Jezus Zichzelf?
3. Hoe gedragen echte herders zich met hun schapen?
4. Waarom volgen de schapen de herder en niet een vreemde?
5. Leg uit, hoe we verzekerd kunnen zijn van verlossing.