Tekst om te onthouden: “Zegt gij niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen, want zij zijn alreeds wit om te oogsten”
Johannes 4:35
“Jezus was begonnen de scheidsmuur af te breken tussen Jood en Heiden, en het heil der wereld te prediken. Hoewel Hij een Jood was, begaf Hij zich vrij onder de Samaritanen, zonder acht te geven op de Farizese gewoonten van Zijn volk.” –
Aanvullende studie:: -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 150-154.
A. Wat deed de Samaritaanse vrouw onmiddellijk, toen ze Jezus erkende als de Messias?
Johannes 4:28–29.
“De vrouw werd met vreugde vervuld, terwijl ze naar Christus’ woorden luisterde. De heerlijke openbaring overweldigde haar bijna. Ze liet haar waterkruik achter en keerde terug naar de stad om de boodschap aan anderen uit te dragen. Jezus wist, waarom ze was weggegaan. Het feit, dat ze haar waterkruik achterliet, sprak overduidelijk van de uitwerking van Zijn woorden. Het was het vurig verlangen van haar ziel om het levende water te verkrijgen; en ze vergat, waarom ze naar de bron was gekomen, ze vergat, dat de Heiland dorst had, en dat ze van plan was geweest die te lessen. Met een hart, dat overvloeide van blijdschap, haastte ze zich op weg om het kostbare licht, dat ze ontvangen had, aan anderen mede te delen.” –
B. Wat deden de inwoners van Sichar, toen ze het getuigenis van hun medeburger hoorden?
Johannes 4:30.
“Haar woorden (van de vrouw) beroerden de harten. Er was een nieuwe uitdrukking op haar gezicht, een verandering in haar gehele verschijning. Hun belangstelling werd gewekt om Jezus te zien.” –
A. Toen Jezus de inwoners van Sichar zag komen, wat zei Hij toen tegen Zijn discipelen?
Johannes 4: 35–38.
“‘Reeds ontvangt de maaier loon’, zei Hij, ‘en verzamelt hij vrucht ten eeuwigen leven, opdat de zaaier zich tegelijk met de maaier verblijde. Want hier is de spreuk waarachtig: De een zaait, de ander maait’. Hier wijst Christus op de heilige dienst, welke zij, die het evangelie aannemen, aan God verplicht zijn. Zij moeten Zijn levende werktuigen zijn. Hij vraagt van hen, dat zij Hem persoonlijk dienen. En of we nu zaaien of oogsten, we werken voor God. De één zaait het zaad; een ander haalt de oogst binnen en zowel de zaaier als de maaier ontvangt loon. Zij verheugen zich samen over het resultaat van hun arbeid.” –
B. Wat was het effect van het getuigenis van de vrouw over Christus, en wat kunnen we leren van de invloed, die het had?
Johannes 4:39.
“Wanneer we verenigd zijn met Christus, hebben we de geest van Christus. Reinheid en liefde stralen uit in het karakter, zachtmoedigheid en waarheid beheersen het leven. De uitdrukking van het gelaat zelf is veranderd. Christus, die in de ziel verblijft, oefent een veranderende kracht uit, en het uiterlijke aspect getuigt van de vrede en vreugde die binnenin heersen. We drinken in de liefde van Christus, zoals de tak voeding uit de wijnstok put. Als we geënt zijn in Christus, als we vezel voor vezel verenigd zijn met de Levende Wijnstok, zullen we bewijs leveren van het feit door rijke trossen levend vrucht te dragen. Als we verbonden zijn met het Licht, zullen we kanalen van licht zijn, en in onze woorden en werken zullen we licht weerspiegelen naar de wereld…
Door te aanschouwen worden we veranderd; en terwijl we nadenken over de volmaaktheid van het goddelijke Voorbeeld, zullen we ernaar verlangen om volledig veranderd en vernieuwd te worden in het beeld van Zijn zuiverheid. Het is door geloof in de Zoon van God, dat verandering plaatsvindt in het karakter, en het kind van de toorn wordt het kind van God. Hij gaat over van de dood naar het leven; hij wordt geestelijk en onderscheidt geestelijke dingen. De wijsheid van God verlicht zijn geest, en hij aanschouwt wonderbaarlijke dingen uit Zijn wet. Terwijl een mens bekeerd is door de waarheid, gaat het werk van verandering van karakter door.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 337–338.
A. Welk verzoek deden de Samaritanen aan Jezus, en waarom?
Johannes 4:40.
B. Beschrijf het resultaat van Christus’ tijd in Samaria.
Johannes 4:41.
“In de woorden, die gesproken werden tot de vrouw aan de bron, werd het goede zaad gezaaid, en hoe snel werd de oogst binnengehaald. De Samaritanen kwamen, hoorden Jezus en geloofden in Hem. Ze drongen om Hem heen rond de put, overstelpten Hem met vragen, en namen gretig Zijn verklaringen aan van vele dingen, die duister waren geweest voor hen. Terwijl zij luisterden, begon hun verslagenheid te verdwijnen. Zij waren als mensen, die zich in een grote duisternis bevonden, en nu een plotselinge lichtstraal volgden, totdat zij het daglicht gevonden hadden. Maar ze waren niet tevreden met dit korte onderhoud. Zij waren verlangend meer te vernemen, en ook dat hun vrienden zouden luisteren naar deze wonderlijke leraar. Zij nodigden Hem uit om naar hun stad te komen, en smeekten Hem om bij hen te blijven. Hij vertoefde twee dagen lang in Samaria, en nog veel meer geloofden in Hem.” –
“Christus openbaarde God aan Zijn discipelen op een manier, die in hun hart iets bijzonders tot stand bracht. En zo dringt Hij er al lang bij ons op aan, dit ook in ons hart te mogen doen. Er zijn veel mensen, die, door té lang met de theorie bezig te zijn, het zicht verloren hebben op de levende kracht, die het voorbeeld van de Heiland in de praktijk geeft. Zij zien Hem niet meer als de nederige werker, vol zelfverloochening. Wat zij moeten doen, is Jezus aanschouwen. Wij hebben dagelijks een nieuwe openbaring van Zijn aanwezigheid nodig.” –Christus Weerspiegelen, blz. 301.
C. Wat verklaarden veel Samaritanen, nadat ze Jezus als de Messias hadden aangenomen?
Johannes 4:42.
“De Farizeeën verachtten de eenvoud van Jezus. Zij deden alsof ze Zijn wonderen niet opmerkten, en vroegen een teken, dat Hij de Zoon van God was. Maar de Samaritanen vroegen niet om een teken, en Jezus verrichtte geen wonderen onder hen, behalve dat Hij aan de vrouw bij de put de geheimen van haar leven openbaarde. Toch namen velen Hem aan. In hun pas gevonden vreugde zeiden ze tot de vrouw: Wij geloven niet meer om wat gij zegt, want wijzelf hebben Hem gehoord, en weten dat deze waarlijk de Heiland der wereld is’.” –
A. Op welke profetie baseerden de Samaritanen hun geloof in de beloofde Messias?
Genesis 49:10.
“De Samaritanen geloofden, dat de Messias zou komen als de Verlosser, niet alleen voor de Joden, maar ook voor de gehele wereld. De Heilige Geest had Hem door Mozes beschreven als een door God gezonden profeet. Door Jakob was verklaard, dat de volkeren Hem gehoorzaam zouden zijn; en door Abraham wisten ze, dat in Hem alle geslachten der aarde gezegend zouden worden. Op deze Schriftgedeelten baseerden de Samaritanen hun geloof in de Messias. Het feit, dat de Joden de latere profeten verkeerd verklaard hadden, en aan de eerste komst van Christus de heerlijkheid hadden toegeschreven, die bij Zijn tweede komst behoorde, had de Samaritanen ertoe gebracht, alle Heilige Schriften, behalve die welke door Mozes gegeven waren, te verwerpen. Maar toen de Heiland die verkeerde verklaringen verbeterde, namen velen de latere profetieën aan, alsook de woorden van Christus Zelf betreffende het koninkrijk Gods.” –
B. Wat kunnen wij nu leren van het feit, dat de Samaritanen verbazingwekkend open stonden voor de waarheid?
Prediker 11:4–5.
“Over de gehele wereld zien mannen en vrouwen verlangend op naar de hemel. Gebeden, tranen en vragen stijgen op uit zielen, die hunkeren naar licht, naar genade, naar de Heilige Geest. Velen staan op de drempel van het Koninkrijk, wachtend om binnengehaald te worden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 80.
C. Wat worden mensen, als zij Christus werkelijk ontvangen? Geef voorbeelden.
Markus 5:18–20;
Markus 7:31–37.
“Zijn (Christus’) Geest zal in de mens al datgene ontwikkelen, wat het karakter veredelt en zijn natuur waardigheid geeft. Zijn Geest zal de mens opbouwen tot verheerlijking van God in lichaam en ziel en geest… En zielen, die verlaagd zijn tot instrumenten van Satan, worden nog steeds door de macht van Christus hervormd tot boodschappers der gerechtigheid, en uitgezonden door de Zoon van God om te verkondigen, al wat de Heere in Zijn ontferming u gedaan heeft.” –
A. Welke lessen leren we van de Samaritaanse vrouw?
1 Johannes 1:1–3;
2 Korinthe 5:14 (eerste deel).
“Zodra ze de Heiland gevonden had, bracht de Samaritaanse vrouw anderen tot Hem. Ze bewees daarmee, dat ze een doeltreffender zendelinge was dan Zijn eigen discipelen. De discipelen zagen in Samaria niets, dat erop wees, dat het een bemoedigend arbeidsterrein was. Hun gedachten waren gericht op een groot werk, dat in de toekomst gedaan zou worden. Ze zagen niet, dat direct rondom hen een oogst gereed was om binnengehaald te worden. Maar door de vrouw, die zij minachtten, werd een stad vol mensen tot de Heiland gebracht om naar Hem te horen. Ze bracht het licht terstond naar haar landgenoten.
Deze vrouw stelt het werk van een praktisch geloof in Christus voor. Iedere ware discipel wordt in het koninkrijk Gods geboren als een zendeling. Hij, die van het levende water drinkt, wordt een fontein des levens. De ontvanger wordt een gever. De genade van Christus in de ziel is als een bron in de woestijn, die opwelt om allen te verfrissen, en hen, die op het punt staan om te komen, begerig maakt te drinken van het water des levens.” –
B Hoe motiveert deze ervaring ons nu? Prediker 11:6.
“Wij hoeven niet naar vreemde landen te gaan om zendelingen voor God te worden. Overal om ons heen zijn velden ‘wit om te oogsten’, en wie dat maar wil kan vrucht verzamelen ten eeuwigen leven. God roept velen in Battle Creek op, die door geestelijke traagheid stervende zijn om daar heen te gaan, waar voor Hem gewerkt moet worden. Trek uit Battle Creek weg, zelfs als dit een financiële opoffering kost. Ga daar heen, waar u een zegen voor anderen kunt zijn. Ga, waar u een of andere gemeente kunt versterken. Benut de krachten, die God u heeft gegeven.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 154.
1. Wat deed de vrouw, toen ze Jezus zag als de enige Verlosser?
2. Leg uit, wat bedoeld wordt met velden, die al wit zijn voor de oogst.
3. Hoeveel dagen bleef Jezus bij de Samaritanen?
4. Welk getuigenis gaven de Samaritanen over Jezus?
5. Wat gebeurt er met mensen, zodra zij Jezus in hun leven ontvangen?
“De eerste opvoeding vaan de jeugd vormt hun karakter, zowel voor hun werelds als voor hun godsdienstig leven.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 323.
“De Inspiratie vertelt over een bemoedigende ervaring wanneer de “kinderbijeenkomsten, of Bijbelkleuterschool, goed werk heeft verricht. De gegeven lessen worden door de kinderen thuis herhaald, en de moeders tonen hun interesse door de kinderen netjes voor te bereiden op school. De meesten zijn kinderen van ouders, die niet van ons geloof zijn.” –Evangelism, blz. 583.
Het “kinderen met Karakter” Onderwijs Centrum werd in 2019 opgericht in Fagaras, een bergstad in Roemenië. Kinderen tussen de 2 en 5 jaar ontwikkelen zich hier prachtig. Naast leeftijdsgebonden activiteiten leren ze Bijbelverhalen, bidden, zingen en God tot hun vriend maken. Zo jong als ze zijn, begrijpen ze, dat God de leiding heeft en leren ze Hem om hulp te vragen bij hun problemen. Hun karakter wordt dag na dag opgebouwd. Door Gods genade kunnen we opmerkelijke veranderingen zien in het leven van deze kleine kinderen. In de toekomst wilden we degenen opleiden, wiens materiële situatie het niet toelaat.
In het eerste jaar begonnen we met 12 kinderen; in het vierde jaar hadden we 32 kinderen, waarvan 31 van buiten de gemeente. Momenteel vindt de activiteit plaats in 4 ruimtes op het hoofdkantoor van de Roemeense Unie, maar deze blijken overvol te zijn, omdat de inschrijvingsverzoeken onze capaciteit te boven gaan. Hierdoor begrijpen we, dat God wil dat we deze prachtige activiteit voortzetten en ontwikkelen en zo in contact komen met zoveel mogelijk kinderen en hun gezinnen. Daarom werd in 2021 een stuk land buiten de stad verworven en kregen we de benodigde vergunningen om met de bouw te beginnen. Nu is het fundament al gelegd. We zijn God erg dankbaar, dat Hij uw harten heeft aangeraakt, degenen van u, die het project tot nu toe hebben gesponsord en degenen onder u, die dat nu vrijgevig zullen doen. Met jouw gift geeft u kinderen, die God niet kennen, een kans om dichter bij Hem te komen en een christelijke opvoeding te ontvangen. Wij doen een beroep op uw goede wil en zijn ervan overtuigd, dat u niet onverschillig zult blijven, maar ons zult steunen om dit project tot een goed einde te brengen en dat u ons ook in uw gebeden zult meenemen.
–Uw broeders en zusters van de Roemeense Unie