Les 12 — Sabbat, 22 maart 2025
Het Gezag van de Zoon
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, alzo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf, en heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is”
Johannes 5:26–27
“Mijn gezag, zei Hij (Jezus), om het werk te doen, waarvan gij Mij beschuldigt, is, dat Ik de Zoon van God ben, één met Hem in aard, in wil en in bedoelen. In al Zijn werken van schepping en voorziening, werk Ik met God samen.” – De Wens der Eeuwen, p. 167.
Aanvullende studie:: -Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 108-113.
A. Naast de genezing van de verlamde op de Sabbat, om welke andere reden haatten de Joden Jezus?
17En Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook.
18Daarom zochten dan de Joden te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen den sabbat brak, maar ook zeide, dat God Zijn eigen Vader was, Zichzelven Gode evengelijk makende.
“Jezus maakte er aanspraak op, dat Hij gelijke rechten had als God…
Het gehele Joodse volk noemde God hun Vader, daarom hadden ze niet zo vertoornd behoeven te zijn, indien Christus het had doen voorkomen, alsof Hij in dezelfde verhouding tot God stond. Maar ze beschuldigden Hem van godslastering, en toonden daarmee aan, dat ze begrepen, dat Hij deze aanspraak in de hoogste zin van het woord maakte.” –
B. Hoe rechtvaardigde Christus het gezag van Gods geboden boven menselijke overleveringen?
1Toen kwamen tot Jezus enige Schriftgeleerden en Farizeen, die van Jeruzalem waren, zeggende:
2Waarom overtreden Uw discipelen de inzetting der ouden? Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood zullen eten.
3Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Waarom overtreedt ook gij het gebod Gods, door uw inzetting?
4Want God heeft geboden, zeggende: Eert uwen vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt, die zal de dood sterven.
5Maar gij zegt: Zo wie tot vader of moeder zal zeggen: Het is een gave, zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen; en zijn vader of zijn moeder geenszins zal eren, die voldoet.
6En gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting.
7Gij geveinsden! Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende:
8Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij;
9Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
13Maar Hij, antwoordende zeide: Alle plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden.
“Deze tegenstanders van Christus vonden geen argumenten tegen de waarheden, die Hij tot hun geweten liet spreken. Ze konden alleen hun gewoonten en overleveringen aanhalen, en die schenen zwak en geesteloos vergeleken met de argumenten, die Jezus putte uit het Woord van God en de nooit eindigende kringloop der natuur.” –