Tekst om te onthouden: “Hoe kunt gij spreken, daar gij boos zijt? Want uit de overvloed des harten spreekt de mond”
Mattheüs 12:34
“Bid, voordat u spreekt, en hemelse engelen zullen u te hulp komen en de boze engelen terugdrijven, die u ertoe zouden brengen God te onteren, Zijn zaak te smaden en uw eigen ziel te verzwakken.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 82.
Aanvullende studie:: -Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 109-113.
A. Als we worden gebombardeerd door de spraakgewoonten van boosaardige mensen, wat is dan Gods boodschap voor ons, zelfs te midden van dit alles?
Jakobus 3:7–8;
Hebreeën 10:38.
“Hij (broeder J.) heeft het medelijden van de hemelse engelen, want hij is omgeven door duisternis. Zijn oren horen bijna voortdurend woorden van ongeloof en duisternis. Er worden voortdurend twijfels en vragen voor hem gestrooid. De tong is een wereld van ongerechtigheid. ‘De tong kan geen mens temmen; het is een weerbarstig kwaad, vol dodelijk gif’. Als broeder J. zich steviger aan God zou vastklampen en voelen, dat hij zijn rechtschapenheid voor God moet bewaren, zelfs ten koste van zijn natuurlijke leven, zou hij kracht van boven ontvangen. Als hij toestaat, dat zijn geloof wordt beïnvloed door de duisternis en het ongeloof, die hem omringen, de twijfels en zch afvragen en veel gepraat, zal hij spoedig een en al duisternis, twijfel en ongeloof zijn, en zal hij geen licht of kracht in de waarheid hebben.
Hij hoeft niet te denken, dat hij het voor zichzelf gemakkelijker zal maken door compromissen te sluiten met zijn vrienden, die verbitterd zijn over ons geloof. Als hij vasthoudt aan het enige doel om God koste wat het kost te gehoorzamen, zal hij hulp en kracht krijgen. God heeft broeder J. lief en heeft medelijden. Hij kent elke verwarring, elke ontmoediging, elke bittere toespraak. Hij is er allemaal mee bekend. Als hij zijn ongeloof terzijde legt en onbewogen in God blijft staan, zal zijn geloof door oefening worden versterkt.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 236–237.
A. Wat staat er geschreven over bedrieglijke en opruiende taal, en waarom moeten we bidden om dit aspect van het leven te overwinnen?
Psalm 5:9–11.
“De spraak is een van de grootste gaven van God aan de mensen. De tong is een klein lid, maar de woorden, erdoor gevormd, hoorbaar gemaakt door de stem, hebben grote kracht. De Heere verklaart: ‘De tong kan geen mens temmen’. Die heeft het ene volk opgezet tegen het andere volk en heeft veldslagen en bloedvergieten veroorzaakt. Woorden hebben branden gesticht, die moeilijk te blussen zijn. Ze hebben eveneens vreugde en blijdschap aan menigeen gebracht. En als er woorden gesproken worden, omdat God zegt: ‘Spreek Mijn woorden tot hen’, veroorzaken ze vaak droefheid, die tot bekering leidt.
De gave van het spreken brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Er moet zorgvuldig acht op worden geslagen, want het is een grote macht ten goede, als wel ten kwade.” –Bijbelkommentaar, blz. 175.
“Als u in de verleiding komt om het weerbarstige lid de vrije loop te laten, o! houd er rekening mee, dat de verslag makende engel elk woord noteert. Alles is in het boek opgeschreven, en tenzij het door het bloed van Christus wordt weggewasssen, moet u deze opnieuw tegenkomen. U hebt nu een bevlekt verslag in de hemel. Oprecht berouw voor God zal worden aanvaard. Als u op het punt staat hartstochtelijk te spreken, sluit dan uw mond. Zeg geen woord.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 82.
B. Beschrijf, hoe onze woorden eenvoudigweg de overloop zijn, van wat we denken over en wie we zijn.
Jeremia 17:9;
Matthéüs 12:33–37;
Mattheüs 14:6–8.
“De strekking van het gesprek onthult de schat van het hart. De goedkope, gewone praatjes, de vleiende woorden, de dwaze geestigheid, gesproken om een lach te creëren, zijn de koopwaar van Satan, en allen die zich aan deze praatjes overgeven, handelen in zijn goederen. Er worden op degenen, die deze dingen horen, indrukken gemaakt, die vergelijkbaar zijn met die welke op Herodes werden gemaakt, toen de dochter van Herodias voor hem danste. Al deze transacties worden vastgelegd in de boeken van de hemel; en op de laatste grote dag zullen zij in hun ware licht verschijnen voor de schuldigen. Dan zullen allen in hen de verleidelijke, bedrieglijke werkingen van de duivel onderscheiden, om hen naar de brede weg en de brede poort te leiden, die tot hun ondergang open is.” –Testimonies to Ministers, blz. 84–85.
A. Waarom moeten we beginselvaste uitspraken verwachten van gelovigen in de tegenwoordige waarheid?
Jakobus 3:9–10.
Welke waarschuwing is gegeven, als we op dit punt falen?
“Als u een algemene indruk koestert, dat God alles ziet en hoort, wat u doet en zegt, en een getrouw verslag van al uw woorden en daden vastlegt, en dat u daaraan alles moet voldoen, dan zult u bij alles wat u doet en zegt proberen om de dictaten van een verlicht en waakzaam geweten te volgen. Uw tong zal worden gebruikt tot eer van God en zal een bron van zegen zijn voor uzelf en voor anderen. Maar als u zich van God afscheidt, zoals u hebt gedaan, pas dan op dat uw tong geen wereld van ongerechtigheid zal blijken en een vreselijke veroordeling over u zal brengen; want door u zullen zielen verloren gaan.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 244.
B. Welk gebed kan ons helpen beginselvaster te denken en te spreken?
Psalm 86:11.
“Als de ontvanger van Bijbelkennis geen verandering in zijn gewoonten of praktijken aanbrengt om in overeenstemming te zijn met het licht van de waarheid, wat dan? De geest voert oorlog tegen het vlees, en het vlees tegen de geest; en een van deze moet overwinnen. Als de waarheid de ziel heiligt, wordt de zonde gehaat en gemeden, omdat Christus als een geëerde gast is aangenomen. Maar Christus kan een verdeeld hart niet delen; zonde en Jezus zijn nooit een partnerschap.” –Testimonies to Ministers, blz. 160.
“Waakt en bidt altijd. Wijdt uzelf onvoorwaardelijk aan de Heer, en het zal dan niet moeilijk zijn om Hem te dienen. U hebt een verdeeld hart. Dit is de reden, dat duisternis, in plaats van licht, u omringt. De laatste boodschap van genade gaat nu uit. Het is een teken van de lankmoedigheid en het mededogen van God. Kom, is de nu gegeven uitnodiging. Kom, want alle dingen zijn nu gereed. Dit is de laatste oproep van genade. Vervolgens zal de wraak komen van een beledigde God.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 225.
“Het zijn oprechte, door en door gedreven mannen en vrouwen, die nu hun standpunt innemen, Christus heeft Zijn volgelingen telkens weer gezift, tot tenslotte slechts elf mannen en een paar gelovige vrouwen overbleven om het fundament voor de christelijke kerk te leggen. Er zijn er, die afstand nemen als zware lasten gedragen moeten worden; als de kerk echter in vuur en vlam staat, dan zullen zij geestdriftig worden; zingen en juichen, en opgetogen raken. Let echter op zulke mensen. Als de geestdrift weg is, komen slechts een paar getrouwe Kalebs naar voren en tonen een onwrikbare overtuiging. Dezen zijn als zout, dat zijn smaak behoudt.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 109.
A. Welk principe openbaart, dat alleen een hart, dat vernieuwd is door Gods genade, beginselvaste daden kan voortbrengen?
Jakobus 3:11–12.
Geef enkele praktische voorbeelden.
“Netheid en orde in kleding, en netheid in de hele woning, moeten strikt in acht worden genomen door Sabbatvierders, die als vreemd worden beschouwd en op hun fouten worden gelet. Hun invloed moet heilig zijn. De heilige waarheden, die wij belijden, zullen de ontvangers nooit vernederen, en hen grof en ruw maken, hun persoon verwaarlozen, en slordig zijn in hun huizen. Als de ontvanger slappe gewoonten heeft, verheft de waarheid hem en zorgt voor een grondige hervorming voor hem. Tenzij de waarheid dit effect heeft, heeft het individu zijn reddende kracht niet gevoeld. Een onzorgvuldige en wanordelijke kleding is geen teken van nederigheid. Hier hebben sommigen zichzelf misleid. Het leven, de daden, de woorden zullen uitwijzen of het individu ware nederigheid bezit, en de kleding zal overeenkomen met de zichtbare vruchten. Een zuivere bron kan geen zoet en bitter water voortbrengen. Reinig de bron en de stromen zullen zuiver zijn. Het huis van God wordt vaak ontheiligd door de kinderen van de Sabbatvierders. Hun ouders staan hun toe door het huis te rennen, te spelen, te praten, de aandacht van de mensen te trekken en hun slechte humeur te tonen in de bijeenkomsten, waar ze samenkomen om God te aanbidden. Ik heb gezien, dat in de vergadering van de heiligen een heilige stilte moet heersen. Maar het huis, waar Gods volk samenkomt, wordt vaak tot een volmaakt Babylon gemaakt, een plaats van verwarring en wanorde. Dit mishaagt God. Als de ouders geen macht hebben, en hun kinderen niet kunnen beheersen in de vergadering, zou het God beter bevallen, als ze thuis zouden blijven met hun onhandelbare kinderen. Ze kunnen beter lijden onder het verlies van bijeenkomsten, dan dat een groot aantal zich ergert en hun bijeenkomsten verknoeien. Als ouders hun kinderen, onbeheerst en niet onderworpen, thuis laten, kunnen ze hen tijdens de vergadering niet laten doen wat ze willen. Wie moeten in dit geval de slachtoffers zijn? Zeker, de ouders. Zij moeten zich niet gekweld voelen, als anderen niet willen, dat hun vrede verstoord wordt, wanneer zij bijeenkomen om God te aanbidden.
Ouders, jullie moeten in deze kwestie de dupe zijn, en het kan ertoe leiden, dat jullie je verwaarloosde plicht inzien en vervullen. Als u uw kinderen naar het huis van God brengt, moeten ze begrijpen, dat God daar Zijn volk ontmoet. In dit opzicht wordt onder de Sabbatvierders niet de orde in acht genomen, die er in de naamkerken bestaat. Ouders, jullie hebben werk te doen. Onderwerp uw kinderen thuis, en dan kunt u hen leiden in het huis van God.”– Spiritual Gifts, vol. 2, blz. 288–289.
A. Waarom moet ieder van ons onze eigen houding van binnenuit onderzoeken, in hart, woord en daad?
2 Korinthe 13:5.
“’Onderzoekt uzelf, of gij in het geloof zijt; beproeft uzelf’ (2 Korinthe 13:5). Bekritiseer nauwkeurig het humeur, het karakter, de gedachten, woorden, neigingen, doeleinden en daden. Hoe kunnen we op veerstandige wijze vragen om de dingen, die we nodig hebben, tenzij we door de Schrift de toestand van onze geestelijke gezondheid bewijzen?” –Selected Messages, bk. 1, blz. 89.
“Mijn broeders en zusters, hoe gebruikt u de gave van het spreken? Hebt u geleerd om uw tong zo te beheersen, dat deze te allen tijde de voorschriften volgt van een verlicht geweten en geheiligde liefde? Is uw wandel vrij van lichtzinnigheid, trots, kwaadaardigheid, bedrog en onreinheid? Staat u zonder bedrog voor God? Van woorden gaat een enorme kracht uit. Satan zal, indien mogelijk, de tong actief in zijn dienst houden. Uit onszelf kunnen wij dit weerbarstige lid niet beheersen. Goddelijke genade is onze enige hoop.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 145.
“Hij, die zichzelf onvoorwaardelijk onder de leiding van de Geest van God plaatst, zal merken, dat zijn geest zich verruimt en ontwikkelt. Hij krijgt een opleiding in de dienst van God, die niet eenzijdig en gebrekkig is, waardoor hij een eenzijdig karakter ontwikkelt, maar die resulteert in symmetrie en volledigheid. Zwakke punten die tot uiting komen in een weifelende wil en een krachteloos karakter, worden overwonnen, want voortdurende toewijding en vroomheid brengen de mens in zo’n nauwe verbinding met Christus, dat hij de geest van Christus heeft. Hij is één met Christus en beschikt over een gezond verstand en sterke principes. Zijn waarneming is helder, en hij toont die wijsheid, die van God komt.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 338.
1. Hoe moet ik reageren, als ik met een giftig gesprek wordt geconfronteerd?
2. Als mensen dingen zeggen, wat zegt dat dan feitelijk over hen?
3. Leg de strijd uit, die in de menselijke geest woedt, en hoe deze gewonnen kan worden.
4. Welke gewoonten/neigingen van mij kunnen een weerspiegeling zijn van het vervuilde water binnenin mij?
5. Hoe en waarom moet mijn manier van spreken veranderen?