Lessen in de brief van Jakobus — Sabbat, 16 november 2024

Les 7: Bidden, voordat we onze mond openen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Leert mij, en ik zal zwijgen, en geeft mij te verstaan, waarin ik gedwaald heb”

Job 6:24

“’Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in toom te houden’. Het licht, dat op ons pad schijnt, de waarheid, die zich aandient aan ons geweten, zal de ziel veroordelen en vernietigen, of deze heiligen en hervormen. Wij staan te dicht bij het sluiten van de deur der genade, om ons tevreden te stellen met oppervlakkig werk.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 107.

Aanvullende studie:: -Testimonies for the Chrurch, vol. 2, blz. 50-55, 314-318;; -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 51-54, 144-147.

Zondag — 10 november

1. Ons eigen-ik kalmeren

A. Wat moeten degenen, die altijd snel proberen anderen te overheersen, in gedachten houden?

Jakobus 3:1;

Jakobus 3:1: Zijt niet vele meesters, mijn broeders, wetende, dat wij te meerder oordeel zullen ontvangen.

Markus 9:35.

Markus 9:35: En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.

“God houdt iedereen verantwoordelijk voor de invloed, die zijn ziel omringt, voor zichzelf en voor rekening van anderen.” – Counsels to Parents, Teachers, and Students, blz. 102.

“Mensen zijn van nature egocentrisch en eigenwijs. Maar egoïsme verdwijnt uit de levens van hen, die de lessen leren, die Christus hun wil leren. Zij worden deelgenoten van de goddelijke natuur, en Christus leeft in hen. Ze beschouwen alle mensen als broeders en zusters, met vergelijkbare ambities, capaciteiten, verleidingen en beproevingen, die hunkeren naar sympathie en hulp nodig hebben.

Nooit moeten wij een medemens vernederen. Als we zien, dat er fouten zijn gemaakt, moeten we alles doen, wat in onze macht ligt, om degenen te helpen, die een fout hebben gemaakt, door hun over onze eigen ervaringen te vertellen, hoe, toen we ernstige fouten maakten, geduld en kameraadschap, vriendelijkheid en behulpzaamheid van de kant van onze collega’s ons moed en hoop gaven.” –The Signs of the Times, 11 mei 1904.

Maandag — 11 november

2. Een betere houding ontwikkelen

A. Welke scherpe terechtwijzingen worden gegeven aan degenen, die hardvochtig zijn tegen anderen, terwijl ze weigeren hun eigen fouten toe te geven?

Prediker 7:20;

Prediker 7:20: Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

Jakobus 3:2 (eerste deel).

[Jas.3.2.a]

“Zult u uw eigen tekortkomingen niet onderkennen en zelf de hele wapenrusting van gerechtigheid aantrekken? Zult u niet net zo waakzaam en kritisch zijn over uw eigen geest, temperament en woorden als over die van anderen, opdat God niet onteerd wordt en Zijn waarheid verkeerd wordt voorgesteld? Uw onderscheidingsvermogen zou aanzienlijk worden verbeterd, als u dit zou doen. De waarheid, het levende woord, zou als een vuur zijn, opgesloten in uw botten, dat helder en onmiskenbaar naar voren zou schijnen en Christus aan de wereld zou vertegenwoordigen…

Zou niemand van degenen, die zichzelf tot speurders hebben gemaakt, de tendens kunnen zien van de positie, die zij hebben ingenomen in hun poging een heersende macht te worden? Waar was hun heldere geestelijke gezichtsvermogen? Waarom konden zij een splintertje in het oog van een broeder onderscheiden, terwijl er in hun eigen oog een balk zat?” –Testimonies to Ministers, blz. 295–296.

B. Waaruit blijkt, dat iemand een niveau van morele volmaaktheid heeft bereikt, en hoe alleen is dit mogelijk?

Jakobus 3:2;

Jakobus 3:2: Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.

1 Korinthe 13:5 (tweede helft).

[1Cor.13.5.b]

“Waar de weerbarstige tong ruimte vindt om zijn onheilige werk te doen, kan de vreugde van de Heer niet blijven.

Laat de achterdochtige mensen, die kwaad over hun broeders denken en spreken, bedenken, dat zij het slaafse werk van de duivel doen. Laat elk lid van de gemeente werken met ernstige vastberadenheid en met gebed om hulp om het zieke lid te genezen, de tong. Laat iedereen voelen, dat het zijn plicht en voorrecht is om kleine meningsverschillen en fouten zonder commentaar voorbij te laten gaan. Maak de kleine fouten, die iemand heeft gemaakt, niet groter, maar denk aan het goede dat in hem zit. Elke keer dat er aan deze fouten wordt gedacht en erover gesproken, worden ze groter. Een berg wordt gemaakt van een molshoop. Een slecht gevoel en een gebrek aan vertrouwen zijn het gevolg.” –Australasian Union Conference Record, 15 april 1903.

“Sluit een verbond met God, zodat u goed uw woorden zult bewaken. ‘Indien iemand in woorden niet struikelt, hij is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in toom te houden’ (Jakobus 3:2). Bedenk dat een wraakzuchtige toespraak iemand nooit het gevoel geeft, dat hij een overwinning heeft behaald. Laat Christus door u spreken. Verlies niet de zegen, die voortkomt van geen kwaad denken.” –Testimonies for the Church, vol. 7, blz. 243.

Dinsdag — 12 november

3. Het begint bij de wortel

A. Volg de verkeerde richting, die volgt als we wrok koesteren, en leg uit, wat de enige manier is om dit te vermijden.

Hebreeën 12:15;

Hebreeën 12:15: Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden.

Jakobus 3:3–5.

Jakobus 3:3: Ziet, wij leggen den paarden tomen in de monden, opdat zij ons zouden gehoorzamen, en wij leiden daarmede hun gehele lichaam om; Jakobus 3:4: Ziet ook de schepen, hoewel zij zo groot zijn, en van harde winden gedreven, zij worden omgewend van een zeer klein roer, waarhenen ook de begeerte des stuurders wil. Jakobus 3:5: Alzo is ook de tong een klein lid, en roemt nochtans grote dingen. Ziet, een klein vuur, hoe groten hoop houts het aansteekt.

“U hebt uw wrok gekoesterd jegens uw man en anderen, die u onrecht hebben aangedaan, maar u hebt nagelaten in te zien, waarin u een fout hebt gemaakt en de zaken hebt verergerd door uw eigen verkeerde handelwijze. Uw geest is verbitterd geweest tegen degenen, die u onrecht hebben aangedaan, en uw gevoelens hebben een uitweg gevonden in verwijten en afkeuring. Dit zou een tijdelijke verlichting van uw belaste hart geven, maar het heeft een blijvend litteken op uw ziel achtergelaten. De tong is maar een klein lid, maar u hebt deze ontwikkeld door het onjuiste gebruik ervan, totdat het een verterend vuur is geworden.

Al deze dingen hebben ertoe geleid, dat uw geestelijke vooruitgang wordt belemmerd. Maar God ziet, hoe moeilijk het voor u is om geduldig en vergevingsgezind te zijn, en Hij weet, hoe medelijden te hebben en hoe te helpen. Hij verlangt van u, dat u uw leven hervormt en uw gebreken verbetert. Hij verlangt, dat uw standvastige, onverzettelijke geest door Zijn genade wordt onderworpen. U moet de hulp van God zoeken, want u hebt vrede en rust nodig in plaats van storm en strijd. De godsdienst van Christus gebiedt u minder impulsief te handelen, en meer te verlaten op de geheiligde reden en het kalme oordeel.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 139.

B. Wat moeten we ons realiseren over de woorden, die we uiten?

Jakobus 3:6.

Jakobus 3:6: De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid; alzo is de tong onder onze leden gesteld, welke het gehele lichaam besmet, en ontsteekt het rad onzer geboorte, en wordt ontstoken van de hel.

“Uw woorden zullen verklaren, uw daden zullen laten zien, waar uw schat is.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 698–699.

“Zuster F handelt uit een impuls, vindt fouten en heeft te veel te zeggen tegen haar broeders en zusters. Dit zal in elke gemeente verwarring veroorzaken.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 51.

“Laten zij, die vreugde scheppen in het spreken van lasterlijke en bedrieglijke woorden tegen de dienaren van Christus er aan denken, dat God getuige is van hun daden. Hun lasterlijke aantijging verontreinigt geen onbezielde vaten, maar karakters van hen die Christus door Zijn bloed heeft gekocht. De hand, die schreef op de wand van Belsazars paleis, houdt getrouw een verslag bij van iedere daad van onrecht of onderdrukking, die tegen Gods volk wordt begaan.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 199.

Woensdag — 13 november

4. Zelfs als het werkelijk gebeurt…

A. Welke krachtige oproepen worden gedaan met betrekking tot een gevaarlijk algemene neiging in onze tijd?

Psalm 15:1–5;

[Ps.15]

1 Korinthe 13:6.

1 Korinthe 13:6: Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;

“Van de tong die zich verlustigt in narigheid, de kletsende tong die zegt: vertel het aan mij en ik zal het door vertellen, zegt de apostel Jacobus, dat deze door de hel is aangestoken. Naar alle kanten verspreidt hij brandhaarden. Wat kan het de roddelaar schelen of hij de onschuldige ontluistert? Hij zal niet stoppen met zijn slechte praktijken, ook al vernietigt hij de hoop en de moed van degenen, die toch al onder hun lasten bezwijken. Hij vindt het alleen maar heerlijk om zich te verlustigen in zijn voorliefde voor schandalen. Zelfs belijdende christenen sluiten hun ogen voor wat zuiver, eerlijk, edel en lieflijk is, en houden een lijst bij van alles wat aanstotelijk en onaangenaam is, om dat overal rond te bazuinen.

U hebt zelf de poorten opengegooid voor Satan, zodat hij binnen kan komen. U hebt hem een ereplaats gegeven op uw onderzoeksvergaderingen, beter gezegd vergaderingen van de inquisitie. U hebt echter geen respect getoond voor de prachtige karaktereigenschappen, die door de jaren van trouw tot stand zijn gekomen. Afgunst en wraakzuchtige tongen hebben daden en motieven gekleurd naar hun eigen ideeën. Zij hebben zwart als wit voorgesteld en wit als zwart. Wanneer sommigen op hun uitlatingen werden aangesproken, zeiden zij: “En toch is het waar”. Aangenomen dat hetgeen u beweert waar is, rechtvaardigt dat dan uw gedrag? Zeker niet. Als God alle beschuldigingen zou nemen, die naar waarheid tegen u ingebracht zouden kunnen worden, en deze tot een gesel zou vlechten om u mee te straffen, zouden uw wonden talrijker en dieper zijn dan die u broeder …hebt toegebracht. Zelfs feiten kunnen zodanig worden weergegeven, dat zij een valse voorstelling van zaken geven. U hebt het recht niet om alles bij te houden wat in zijn nadeel wordt verteld, en dit te gebruiken om zijn reputatie en bruikbaarheid te verwoesten. Als de Heer jegens u dezelfde houding zou hebben, als u ten aanzien van broeder … hebt gehad, zou u genadeloos worden vernietigd. Hebt u dan geen gewetenswroeging? Ik ben bang van niet. Het wordt tijd dat deze satanische betovering zijn kracht verliest. Als broeder … zou zijn, zoals u hem afschildert, ik weet dat hij niet zo is, is uw gedrag nog niet te rechtvaardigen.

Wanneer wij luisteren naar laster jegens onze broeder, nemen wij die laster in ons op (zie Psalm 15:1–3).” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz 53.

B. Hoeveel van de zeven zonden, die als gruwelen voor de Heer worden aangehaald, hebben betrekking op onze woorden?

Spreuken 6:16–19.

Spreuken 6:16: Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel: Spreuken 6:17: Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten; Spreuken 6:18: Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen; Spreuken 6:19: Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.

Donderdag — 14 november

5. Een wapen dat verwondt

A. Hoe en waarom moeten we de al te vaak voorkomende gewoonte van roddelen vermijden?

Job 6:24;

Job 6:24: Leert mij, en ik zal zwijgen, en geeft mij te verstaan, waarin ik gedwaald heb.

Spreuken 11:13;

Spreuken 11:13: Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.

Spreuken 26:20–22.

Spreuken 26:20: Als er geen hout is, gaat het vuur uit; en als er geen oorblazer is, wordt het gekijf gestild. Spreuken 26:21: De dove kool is om de vurige kool, en het hout om het vuur; alzo is een kijfachtig man, om twist te ontsteken. Spreuken 26:22: De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.

“Wat een wereld van achterklap zou vermeden kunnen worden, als ieder mens zou bedenken dat degenen, die hem de fouten van anderen vertellen, net zo gemakkelijk zijn fouten doorvertellen, wanneer de gelegenheid zich voordoet. Wij moeten er naar streven goed te denken van alle mensen, in het bijzonder van onze geloofsgenoten, totdat wij gedwongen worden onze gedachten te herzien. Wij moeten niet te snel waarde hechten aan roddelpraat, die vaak ontstaat door afgunst of misverstanden, of door overdrijven en halve waarheden. Als afgunst en achterdocht zich eenmaal hebben genesteld, dan zullen zij zich wijd en zijd verspreiden als de zaadpluizen van een distel. Mocht een broeder afdwalen, dan is het tijd om te laten zien, dat u werkelijk om hem geeft. Ga in alle vriendelijkheid naar hem toe, bid met en voor hem, en bedenk, dat Christus een oneindige hoge prijs heeft betaald voor zijn verlossing. Op deze wijze kunt u een ziel van de dood redden, en tal van zonden bedekken.

Eén blik, één woord, zelfs de intonatie in de stem kan belangrijk bijdragen aan een leugen, en als een pijl met weerhaken iemands hart treffen om daar een ongeneeslijke wond te veroorzaken. Zo kan iemand, door wie God goed werk had kunnen doen, het slachtoffer worden van verdachtmaking of beschimping en wordt zijn invloed vernietigd en gaat zijn bruikbaarheid verloren. Onder sommige diersoorten komt het voor, dat een gewond dier dat komt te vallen, direct door zijn soortgenoten wordt besprongen en in stukken gescheurd. Mannen en vrouwen, die de naam van Christus dragen, geven toe aan dezelfde wrede geest. Zij manifesteren een farizeïsche ijver om anderen, die minder schuldig zijn dan zijzelf, te stenigen. Er zijn sommigen, die op de fouten en gebreken van anderen wijzen, om zo de aandacht af te leiden van hun eigen fouten, of om te laten geloven, dat zij zich inzetten voor God en de gemeente.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz.53–54.

“De tijd, die zo vaak meer dan erg wordt verspild aan ijdele, lichtzinnige en kwaadaardige roddel, zou besteed moeten worden aan hogere en edeler onderwerpen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 146.

Vrijdag — 15 november

Terugblik

1. Waarom moet ik de neiging om over alles een mening te hebben, afzwakken?

2. Noem een essentieel aspect van het christelijk karakter, dat vaak over het hoofd wordt gezien.

3. Hoe beziet God het, als wij medegelovigen tegenover anderen in diskrediet brengen?

4. Wat moet ik uit Psalm 15 leren, en waarom is dat belangrijk?

5. Hoe kan ik mij schuldig maken aan het zaaien van onenigheid onder de broeders en zusters en waarom moet ik hiermee stoppen?