Lessen in de brief van Jakobus — Sabbat, 2 november 2024

Les 5: Vooroordelen overwinnen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want er is geen aanneming des persoons bij God”

Romeinen 2:11

“God kent geen onderscheid in rang. Bij Hem is er geen kaste. In Zijn ogen zijn mensen gewoon mensen, goed of slecht. Op de dag van de eindafrekening zullen positie, rang of rijkdom de situatie van wie dan ook geen haartje veranderen. Door de alziende God zullen de mensen worden beoordeeld op wat zij zijn in zuiverheid, in edelheid, in liefde voor Christus.” –Counsels on Stewardship, blz. 162.

Aanvullende studie:: -Testimonies for The Church, vol. 3, blz. 304-309, 320-329.

Zondag — 27 oktober

1. Een houdingsprobleem

A. Beschrijf een algemeen aardse neiging, waaraan we ons schuldig kunnen maken, misschien zonder het zelfs maar te beseffen.

Jakobus 2:1–4.

Jakobus 2:1: Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons. Jakobus 2:2: Want zo in uw vergadering kwam een man met een gouden ring aan den vinger, in een sierlijke kleding, en er kwam ook een arm man in met een slechte kleding; Jakobus 2:3: En gij zoudt aanzien dengene, die de sierlijke kleding draagt, en tot hem zeggen: Zit gij hier op een eerlijke plaats; en zoudt zeggen tot den arme: Sta gij daar; of: Zit hier onder mijn voetbank; Jakobus 2:4: Hebt gij dan niet in uzelven een onderscheid gemaakt, en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?

“De armen moeten met evenveel belangstelling en aandacht worden behandeld als de rijken. De praktijk van het eren van de rijken en het kleineren en verwaarlozen van de armen is een misdaad in de ogen van God. Degenen, die omringd zijn met alle gemakken van het leven, of die door de wereld worden vertroeteld en verwend, omdat ze rijk zijn, hebben niet de behoefte aan sympathie en tedere aandacht zoals mensen, wier leven één lange strijd met armoede is geweest.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 551.

“Hoewel Christus rijk was in de hemelse hoven, werd Hij toch arm, zodat wij door Zijn armoede rijk zouden worden. Jezus eerde de armen door hun nederige toestand te delen. Uit de geschiedenis van Zijn leven moeten we leren, hoe we met de armen moeten omgaan.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 550.

B. Wat moeten we ons realiseren over degenen, die misschien arm zijn in de goederen van deze wereld, maar rijk in geloof?

Jakobus 2:5.

Jakobus 2:5: Hoort, mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld, om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen des Koninkrijks, hetwelk Hij belooft dengenen, die Hem liefhebben?

Maandag — 28 oktober

2. Onderscheid en eerlijkheid

A. Leg de evenwichtige aanpak uit, die Jezus onderwees met betrekking tot het helpen van de armen.

Markus 14:3–9.

Markus 14:3: En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. Markus 14:4: En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied? Markus 14:5: Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar. Markus 14:6: Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. Markus 14:7: Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd. Markus 14:8: Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Markus 14:9: Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.

“Sommigen voeren de plicht tot weldadigheid tot het uiterste door en doen de behoeftigen werkelijk pijn door te veel voor hen te doen. De armen doen niet altijd hun best. Hoewel ze niet mogen worden verwaarloosd en aan hun lot worden overgelaten, moeten ze wel geleerd worden zichzelf te helpen.

De zaak van God mag niet over het hoofd worden gezien, zodat de armen onze eerste aandacht kunnen krijgen. Christus gaf Zijn discipelen ooit een heel belangrijke les op dit punt. Toen Maria de olie over het hoofd van Jezus goot, hield de hebzuchtige Judas een pleidooi ten behoeve van de armen, terwijl hij mopperde over wat hij als geldverspilling beschouwde. Maar Jezus rechtvaardigde deze daad door te zeggen: ‘Laat af van haar….Zij heeft een goed werk aan Mij gedaan’. ‘Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden’. Hierdoor wordt ons geleerd, dat Christus geëerd moet worden in de toewijding van het beste van ons wezen. Als onze hele aandacht gericht zou zijn op het lenigen van de behoeften van de armen, zou Gods zaak verwaarloosd worden. Geen van beiden zal lijden als Zijn rentmeesters hun plicht doen, maar de zaak van Christus moet op de eerste plaats komen.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 550–551.

B. Welke houding werd er in het oude Israël vereist van degenen, die recht spraken?

Leviticus 19:15;

Leviticus 19:15: Gij zult geen onrecht doen in het gericht; gij zult het aangezicht des geringen niet aannemen, noch het aangezicht des groten voortrekken; in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.

Deuteronomium 1:17;

Deuteronomium 1:17: Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes; doch de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult gij tot mij doen komen, en ik zal ze horen.

Deuteronomium 10:17.

Deuteronomium 10:17: Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt;

C. Hoe moeten nu allen in welke gemeentelijke leiderschapskwaliteit dan ook leren ditzelfde principe toe te passen?

1 Petrus 1:17;

1 Petrus 1:17: En indien gij tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks werk, zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning;

Kolossensen 3:25.

Kolossenzen 3:25: Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.

“Degenen, die hun genegenheid en interesse aan een of twee mensen koppelen en deze bevoordelen ten nadele van anderen, mogen hun positie in de dienst geen dag behouden. Deze ongeheiligde partijdigheid voor bijzondere mensen, die misschien de voorliefde behagen, tot verwaarlozing van anderen, die gewetensvol en Godvrezend zijn, en in Zijn ogen van meer waarde, is beledigend voor God. Dat wat God waardeert, moeten wij waarderen. Het sieraad van een zachtmoedige en stille geest acht Hij van hogere waarde dan uiterlijke schoonheid, uiterlijke versiering, rijkdom of wereldse eer.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 24.

Dinsdag — 29 oktober

3. Betere gewoonten vormen

A. Welke berisping geeft Jakobus met betrekking tot de materialistische vooringenomenheid van belijdende gelovigen, en waarom is dit een ernstige zaak?

Jakobus 2:6–7.

Jakobus 2:6: Maar gij hebt den armen oneer aangedaan. Overweldigen u niet de rijken, en trekken zij u niet tot de rechterstoelen? Jakobus 2:7: Lasteren zij niet den goeden naam, die over u aangeroepen is?

“God heeft u voor mensen en engelen erkend als Zijn kind; bid, dat gij geen smaad moge brengen over ‘de goede naam, welke over u aangeroepen is’ (Jakobus 2:7). God zendt u in deze wereld als Zijn vertegenwoordiger. In iedere daad in uw leven moet u de Naam van God openbaar maken. Deze bede doet een beroep op u, dat u Zijn karakter moet bezitten. U kunt Zijn naam niet heiligen, u kunt Hem niet aan de wereld tonen, indien niet gij in leven en karakter het leven en karakter van God openbaart. Dit kunt ge alleen doen door het aanvaarden van de genade en gerechtigheid van Christus.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 95.

B. Hoe alleen kunnen wij zegevieren door Christus op de juiste manier te vertegenwoordigen?

Romeinen 2:11;

Romeinen 2:11: Want er is geen aanneming des persoons bij God.

Spreuken 23:7.

Spreuken 23:7: Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u;

“Bestudeer zorgvuldig het goddelijk-menselijk karakter en vraag steeds: ‘Wat zou Christus doen, als Hij in mijn plaats was?’ Dit zou de maatstaf van onze plicht moeten zijn. Plaats uzelf niet nodeloos in het gezelschap van lieden, die door hun praktijken uw bedoelingen om goed te doen verzwakken, of een smet brengen op uw geweten. Doe onder vreemden, op straat, in vervoer, of in huis niets, dat in het minst met het kwade van doen heeft. Doe elke dag iets ter verbetering, het mooier maken en veredelen van het leven, dat Christus met Zijn eigen bloed gekocht heeft.

Handel altijd volgens beginsel, nooit uit impuls. Temper de natuurlijke onstuimigheid van uw aard door zachtheid en bescheidenheid. Sta uzelf geen lichtvaardigheid toe, noch beuzelingen. Laat geen lage moppen over uw lippen komen. Zelfs gedachten mogen niet toegestaan worden de vrije teugel te gaan. Zij moeten beheerst worden, gevangen gehouden worden tot gehoorzaamheid van Christus. Dan zullen zij door de genade van Christus rein en zuiver worden.

Wij behoeven een voortdurend besef van de veredelende macht van zuivere gedachten. De enige zekerheid voor iedere ziel is zuiver denken…

Kweek de gewoonte aan goed van anderen te spreken. Houdt de goede eigenschappen van degenen met wie u omgang hebt in gedachten, en kijk zo min mogelijk naar hun fouten en mislukkingen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 121–122.

Woensdag — 30 oktober

4. Koninklijk gedrag hebben

A. Wat benadrukt de Bijbel als werkelijk belangrijk voor ons christelijk geloof, en waarom?

Jakobus 2:8.

Jakobus 2:8: Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel;

“Veel predikanten beweren, dat Christus door Zijn dood de wet heeft afgeschaft, en dat de mensen voortaan de eisen van Gods wet niet meer hoeven na te komen. Sommigen zeggen, dat Gods wet een verschrikkelijk juk is en stellen de slavernij van de wet tegenover de vrijheid, die het evangelie schenkt.

Maar dat was niet het standpunt van de profeten en apostelen over Gods heilige wet. David zei: ‘Dan zal ik wandelen op ruime baan, want ik zoek Uw bevelen’ (Psalm 119:45). De apostel Jacobus, die na de dood van Christus schreef, noemde de Tien Geboden ‘de koninklijke wet’ en ‘de volmaakte wet, die der vrijheid’ (Jakobus 2:8; 1:25). De Ziener van Patmos sprak een halve eeuw na Christus’ dood een zegen uit: ‘Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom des levens en zij door de poorten mogen ingaan in de stad’ (Openbaring 22:14).” –De Grote Strijd, blz. 432.

“Wanneer iemand zich aan Christus overgeeft, wordt de geest onder de controle van de wet gebracht; maar het is de koninklijke wet, die vrijheid brengt aan iedere gevangene. Door één met Christus te worden, wordt de mens vrij. Onderwerping aan de wil van Christus betekent herstel tot het volmaakte menszijn.

Gehoorzaamheid aan God is vrijheid van slavernij der zonde, bevrijding van menselijke hartstochten en impulsen. De mens kan overwinnaar zijn over zichzelf, over zijn eigen neigingen, overwinnaar over overheden en machten, en ‘de wereldbeheersers dezer duisternis’, en over de ‘boze geesten in hemelse gewesten’ (Efeze 6:12).” –De Weg tot Gezondheid, blz. 101.

B. Hoe bederft het hebben van neigingen, partijdigheid en/of vooroordelen ons getuigenis voor Christus op een onaangename manier?

Jakobus 2:9.

Jakobus 2:9: Maar indien gij den persoon aanneemt, zo doet gij zonde, en wordt van de wet bestraft als overtreders.

“Wij mogen beweren volgelingen van Christus te zijn. Wij mogen voorgeven elke waarheid in Gods Woord te geloven, maar dit alles zal onze naaste niet helpen, tenzij ons geloof in ons dagelijks leven zichtbaar is. Onze belijdenis mag nog zo hoogstaand zijn, wijzelf noch onze medemensen zullen erdoor gered worden, tenzij wij christenen zijn. Een juist voorbeeld betekent voor de wereld meer dan alles wat wij zeggen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 237.

Donderdag — 31 oktober

5. Verstandig onderwijs in medelijden

A. Wat moeten we in gedachten houden, als we zelf Gods morele wet hooghouden, en ook als we deze waarheid met de volgende generatie delen?

Prediker 11:9;

Prediker 11:9: Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.

Prediker 12:13–14;

Prediker 12:13: Van alles, wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen. Prediker 12:14: Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.

Jakobus 2:10–13.

Jakobus 2:10: Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle. Jakobus 2:11: Want Die gezegd heeft: Gij zult geen overspel doen, Die heeft ook gezegd: Gij zult niet doden. Indien gij nu geen overspel zult doen, maar zult doden, zo zijt gij een overtreder der wet geworden. Jakobus 2:12: Spreekt alzo, en doet alzo, als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden. Jakobus 2:13: Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.

“Jonge mensen hebben een aangeboren liefde voor vrijheid; hun hart gaat uit naar een zekere ongebondenheid; en nu moeten zij begrijpen, dat deze onschatbare zegeningen slechts genoten kunnen worden door gehoorzaamheid aan de wet van God. Deze wet is de bewaarder van ware vrijheid. Zij omlijnt en verbiedt die dingen, welke ontaarding en slavernij teweeg brengen, en zo verleent ze aan hen, die gehoorzaam zijn, bescherming tegen de macht van het kwaad.

De Psalmist zegt: ‘Dan zal ik wandelen op ruime baan, want ik zoek Uw bevelen’. ‘Uw getuigenissen zijn mijn verlustiging, zij zijn mijn raadslieden’ (Psalm 119:45, 24).

In onze pogingen het verkeerde te verbeteren, moeten wij ons hoeden voor de neiging tot vitterij of kritiek. Aanhoudende berisping doet verwarring ontstaan, maar brengt geen verandering teweeg. Bij vele jonge mensen, en vooral bij degenen, die erg gevoelig zijn, belemmert een atmosfeer van onsympathieke kritiek de ontwikkeling van de geest, zoals een ijzige wind een beletsel is voor de bloemen om zich te ontvouwen…

Een berisping heeft alleen zin, wanneer de overtreder er toe gebracht kan worden, dat hij zijn fout inziet en hij gewillig is daarin verbetering te brengen. Wanneer dit is bereikt, moet hij gewezen worden op de bron van vergiffenis en kracht. Men moet er naar streven, dat hij zijn zelfrespect behoudt en dat hij opnieuw moed en hoop krijgt.

Dit is het beste, maar ook het moeilijkste werk, dat ooit aan menselijke wezens werd toevertrouwd. Het vereist bijzondere takt, fijngevoeligheid, kennis van de menselijke natuur, en een hemels geloof en geduld, bereidheid te werken, te waken en te wachten. Er is geen belangrijker werk dan dit.” –Karaktervorming, blz. 293–294.

Vrijdag — 1 november

Terugblik

1. Hoewel ik misschien niet veel heb, wat moet ik dan beseffen over anderen, die nog minder hebben?

2. Hoe gemakkelijk is het om blinde neigingen of onrechtvaardige vooroordelen tegen sommige mensen te hebben?

3. Welke invloed hebben onze denkpatronen op de manier, waarop wij zulke mensen behandelen?

4. Waarom wordt Gods wet de wet van vrijheid genoemd?

5. Beschrijf de houding, die men moet hebben bij het onderwijzen van mensen, die verkeerde ideeën hebben.

Eerste Sabbatgaven voor de Literatuur Afdeling van de Generale Conferentie

Er is een beroemd gezegde: “Een druppel inkt kan een miljoen aan het denken zetten”. Gedrukt materiaal heeft de neiging om van meer gewicht te zijn dan alleen gesproken woorden, grotendeels vanwege de duurzaamheid ervan. Met geschreven materiaal kunnen we de tijd nemen om in ons eigen tempo te lezen, en ook om terug te verwijzen en dieper na te denken over de informatie, die we willen leren. Het helpt bij het proberen om diepe geestelijke onderwerpen op te nemen.

Dit is door de hele geschiedenis heen waar geweest: “Luthers pen was een kracht, en zijn geschriften, verspreid over de hele wereld, beroerden de wereld. Dezelfde instanties staan ​​tot onze beschikking, met faciliteiten, die honderdvoudig zijn vermenigvuldigd. Bijbels, publicaties in vele talen, die de waarheid voor deze tijd uiteenzetten, zijn binnen handbereik en kunnen snel naar de hele wereld worden uitgedragen.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 403.

“In grote mate moet door onze uitgeverijen het werk worden volbracht van die andere engel, die met grote kracht uit de hemel neerdaalt en de aarde verlicht met zijn heerlijkheid.” –Testimonies for the Church, vol. 7, blz. 140.

In 1849 maakte James White een kleine publicatie genaamd The Present Truth. “De kleine stapel papieren werd op de grond gelegd. Toen verzamelden de broeders en zusters zich om hen heen en smeekten God met tranen in hun ogen om het kleine velletje te zegenen, als het uitgezonden zal worden. Toen werden de papieren gevouwen, ingepakt en geadresseerd, en James White droeg deze acht mijl naar het postkantoor van Middletown.” –Early Writings, (xxv).

Deze actie was in antwoord op de boodschap: “U moet beginnen met het drukken van een klein velletje papier en het naar de mensen sturen. Laat het in het begin klein zijn; maar als de mensen het lezen, zullen ze u middelen sturen, waarmee u het kunt drukken, en het zal vanaf het begin een succes zijn.” –Early Writings, (xxiv).

Wat gebeurt er, als de verzendkosten de pan uit rijzen en grensbeperkingen nog duurdere vormen van distributie noodzakelijk maken? Onze abonnementsprijs dekt deze nieuwe kosten niet. Daarom moeten we vertrouwen op de vrijgevigheid van medegelovigen om de profetie te vervullen, die aan die vroege uitgever vertelde: “Als de mensen het lezen, zullen ze u middelen sturen.”

We bidden, dat deze Eerste Sabbatgaven voor de Literatuur Afdeling van de Generale Conferentie uw hart zal raken om extra te geven voor zielen over de hele wereld, die de tegenwoordige waarheid moeten lezen. Dank u wel!

–Uw broeders en zusters van de Literatuur Afdeling van de Generale Conferentie