Tekst om te onthouden: “Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben”
Jakobus 1:12
“Spreek en handel in overeenstemming met uw gebeden. Het zal een oneindig verschil voor u maken of beproeving uw geloof als echt zal bewijzen dan wel, dat uw gebeden alleen maar een vorm zijn.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 84.
Aanvullende studie:: -Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 477-492.
A. Beschrijf het geheim van hoe
Jakobus 1:2
in ons kan worden vervuld.
Nehemia 8:10.
“Alle beproevingen, die aanvaard worden als opvoedingsmiddelen, zullen blijdschap verwekken. Van het gehele godsdienstige leven moet een verheffende, veredelende invloed uitgaan, gepaard met de reuk van goede werken en woorden. De vijand is verheugd, wanneer zielen onder zuchten en steunen terneergeslagen en wanhopig zijn; zulke uitingen brengt hij in verband met de kracht van ons geloof. Maar God verlangt, dat de geest niet zo verslagen is. Hij wil, dat elke ziel zal overwinnen in de beschermende kracht van de Verlosser.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 29.
B. Waarom laat God toe, dat er beproevingen over ons komen?
Jakobus 1:3;
Romeinen 5:3.
“Indien wij de moed niet opgeven onder onze verdrukkingen, en de overwinning behalen over de verzoekingen van Satan, dan verduren wij de beproeving van ons geloof, die veel kostelijker is dan die van het goud, en zullen sterker en beter in staat bevonden worden om de volgende te doorstaan. Maar wanneer wij bezwijken, en toegeven aan de verzoekingen van Satan, dan zullen wij zwakker worden en geen loon voor de beproeving ontvangen, en niet zo goed voorbereid zijn voor de volgende. Op die wijze zullen wij zwakker en zwakker worden, totdat wij in de strik des duivels gevangen zijn tot zijn wil. Wij moeten de gehele wapenrusting Gods aan hebben en ieder ogenblik klaar staan voor een strijd met de machten der duisternis.” –Eerste Geschriften, blz. 43–44.
A. Leg de voordelen uit van het beoefenen van geduld.
Jakobus 1:4;
Lukas 21:19.
“God is te wijs en te goed om onze gebeden altijd op die tijd en wijze te beantwoorden, als wij dat wensen. Hij wil meer en beter voor ons doen dan al onze wensen vervullen. En omdat wij op Zijn wijsheid en liefde kunnen vertrouwen, moesten wij Hem niet vragen aan onze wil te voldoen, maar moeten wij naar Zijn bedoeling zoeken en die ten uitvoer brengen. Onze wensen en belangen moeten opgaan in Zijn wil. Deze ervaringen, die het geloof toetsen, zijn voor ons van nut. Daardoor wordt duidelijk, of ons geloof echt en ernstig is, rustend in Gods woord alleen, of dat die afhangt van omstandigheden, die onzeker en veranderlijk zijn. Het geloof wordt versterkt door oefening. Wij moeten volmaakt geduld beoefenen, bedenkend dat er kostbare beloften in de Schriften zijn voor degenen, die op de Heere wachten.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 192–193.
B. Hoe en waarom laat Jakobus ons een groter beeld zien dan alleen de tijdelijke kijk op macht en welvaart in deze verdorven wereld?
Jakobus 1:9–11.
“In deze tijd, vóór de grote eindcrisis, zijn de mensen, evenals vóór de eerste verwoesting der wereld, verdiept in genoegens en zinnelijke lusten. In beslag genomen enkel door wat voorbij gaat, hebben ze het zienlijke en het eeuwige uit het oog verloren. Voor dingen, die vergaan, terwijl ze worden gebruikt, offeren ze onmetelijke rijkdommen. Hun gedachten moeten op een hoger doel worden gericht, hun wensblik moet verwijd worden. Zij moeten uit de verdoving van hun wereldse dromen worden opgewekt.
Uit de opkomst en ondergang van volken, zo duidelijk gemaakt op de bladzijden van de Heilige Schrift, moeten ze leren, hoe waardeloos die enkel uiterlijke en wereldse glorie is. Daar is Babylon, met al zijn pracht en praal, welks gelijke de wereld sindsdien nooit heeft aanschouwd, een pracht en praal, welke de volken van die tijd stabiel en duurzaam leken, hoe volkomen is het ten onder gegaan! Als ‘de bloem des velds’ is het vergaan. Zo vergaat alles dat niet op God is gegrondvest. Alleen wat met Zijn doel verbonden is en Zijn karakter uitdrukt, kan blijven bestaan. Zijn beginselen zijn de enige blijvende dingen, die onze wereld kent.” –Karaktervorming, blz. 185.
“Wereldse schatten zijn vergankelijk. Alleen door Christus kunnen wij eeuwige rijkdom verkrijgen.” –The Review and Herald, 10 december 1901.
A. Wat moeten we onder gebed doen, als we met verleiding te maken krijgen, en waarom?
Jakobus 1:12.
“Doe alle huichelarij en gemaaktheid weg. Handel op uw eenvoudige, natuurlijke wijze. Wees eerlijk in elke gedachte, woord en daad, en ‘laat iedereen in nederigheid de ander hoger achten dan zichzelf’. Bedenk altijd, dat de morele natuur geschraagd moet worden met voortdurende waakzaamheid en gebed. Zolang u naar Christus kijkt, bent u veilig; maar op het moment, dat u aan uw offers en moeilijkheden denkt, en met uzelf begint te sympathiseren en uzelf te aaien, verliest u uw vertrouwen in God en verkeert u in groot gevaar.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 522.
“Wij moeten gestaag voorwaarts gaan en nooit de moed of de hoop voor het werk verliezen, welke verzoekingen ons pad ook versperren en welke duisternis ons ook kan omgeven. Geduld, geloof en liefde voor plicht zijn de lessen, die wij moeten leren. Het onderwerpen van het ik en het zien op Jezus, moet elke dag plaatsvinden. De Heer zal nooit de ziel in de steek laten, die op Hem vertrouwt en Zijn hulp zoekt. De kroon des levens wordt alleen op het hoofd van de overwinnaar gezet.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 63.
B. Waarom is het verkeerd om te zeggen, dat God beproevingen en verleidingen stuurt?
Jakobus 1:13.
“Wij moeten niet trachten onze schuld te verminderen door de zonde te verontschuldigen. Wij moeten zien, hoe zwaar God de zonde beschouwt, en dit is inderdaad heel zwaar. Alleen Golgotha kan de verschrikkelijke omvang van de zonde openbaren…
Verzoeking is verlokking tot zonde, en dit komt niet uit God, maar uit Satan, en uit de boosheid van ons eigen hart voort. ‘God kan door het kwade niet verzocht worden, en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking’ (Jakobus 1:13).
De Satan probeert ons in verzoeking te brengen, opdat het boze in ons karakter geopenbaard zal worden voor mensen en engelen, zodat hij kan zeggen, dat wij hem toebehoren… De vijand brengt ons tot zonde, en dan beschuldigt hij ons voor het hemels heelal als mensen, die Gods liefde niet waardig zijn.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 102–103.
C. Wanneer de aanklager ons bezoedelde karakter aanvalt, hoe verdedigt de Heer ons dan?
Zacharia 3:1–4;
1 Johannes 1:9–2:1.
A. Verklaar de zinsnede in het gebed van de Heer (het onze Vader): ‘Leid ons niet in verzoeking’.
Matthéüs 6:13 (eerste deel);
Jesaja 30:21.
“Hij (God) staat toe, dat wij hindernissen, vervolging en moeilijkheden op onze weg ontmoeten, niet als een vloek, maar als de grootste zegen van ons leven. Iedere verzoeking, waaraan wij weerstand bieden, iedere beproeving die moedig gedragen wordt, geeft ons een nieuwe ervaring en doet ons voorwaarts gaan in het werk van karaktervorming. De ziel, die door goddelijke kracht weerstand biedt aan de verzoeking, openbaart aan de wereld en aan het hemels heelal de kracht van de genade van Christus.
Maar hoewel wij ons niet moeten laten ontmoedigen door beproevingen, hoe bitter die ook zijn, moeten wij toch God bidden, dat Hij niet zal toestaan, dat wij in omstandigheden gebracht worden, waar we meegetrokken zouden worden door de begeerten van onze eigen boze harten. Door het gebed te bidden, dat Christus gegeven heeft, geven we onszelf over aan de leiding Gods, en vragen Hem ons op veilige paden te leiden. We kunnen dit gebed niet oprecht bidden en toch besluiten de weg te gaan, die wijzelf verkiezen. Wij zullen wachten op Zijn hand om ons te leiden…
Het is voor ons niet veilig, wanneer wij blijven nadenken over de voordelen, die wij zouden hebben, wanneer we zouden toegeven aan de oorstellen van Satan. Zonde betekent schande en noodlot voor iedere ziel, die eraan toegeeft; maar de zonde is van nature verblindend en bedrieglijk, en zij zal ons verlokken met vleiende voorstellingen. Indien wij ons op het terrein van Satan wagen, hebben we niets, dat ons verzekert van bescherming tegen zijn macht. Zover dat in onze macht is, moeten wij iedere toegang afsluiten, waarlangs de verzoeker bij ons binnen zou kunnen komen.
De bede: ‘Leid ons niet in verzoeking’ is op zichzelf reeds een belofte.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 103–104.
B. Welke oproep en verzekering doet God aan ons met betrekking tot verzoeking?
Jakobus 1:14–16;
1 Korinthe 10:13.
“Wat is verzoeking? Het is het middel, waardoor degenen, die beweren kinderen van God te zijn, getest en op de proef worden gesteld. We lezen, dat God Abraham verzocht, dat Hij de kinderen van Israël verzocht. Dit betekent, dat Hij toeliet, dat er omstandigheden ontstonden, die hun geloof op de proef stelden en hen ertoe brachten naar Hem op te zien voor hulp. God laat toe dat er vandaag de dag verzoeking tot Zijn volk komt, zodat zij mogen beseffen, dat Hij hun Helper is. Als ze tot Hem naderen, wanneer ze verzocht worden, sterkt Hij hen om de verzoeking het hoofd te bieden.” –In Heavenly Places, blz.251.
A. Wat moeten we altijd kiezen om in Christus te blijven en daardoor verlost te worden van verzoekingen?
Lukas 4:8;
Filippensen 1:21.
“De verleider kan ons nooit dwingen om kwaad te doen. Hij kan geen macht uitoefenen over iemands geest, tenzij die persoon zichzelf onder zijn macht heeft gesteld. De wil moet toegeven, het geloof moet Christus loslaten, voordat Satan macht over ons kan uitoefenen. Maar ieder zondig verlangen, dat wij koesteren, geeft hem houvast. Ieder punt, waarin wij falen te voldoen aan de goddelijke maatstaf, is een open deur, waardoor Satan kan binnenkomen om ons te verleiden en te vernietigen. En iedere mislukking of nederlaag van ons geeft hem de gelegenheid om Christus te smaden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 96.
B. Wat moet ons motiveren om voorwaarts te dringen naar de overwinning in Christus?
Filippensen 4:13;
Openbaring 2:10 (laatste deel);
Openbaring 3:21.
“Hij, die is aangedaan met de Geest van Christus, blijft in Christus. De slag, die voor hem bdoeld is, valt op de Heiland, die hem omgeeft met Zijn tegenwoordigheid. Wat hem ook overkomt, overkomt Christus. Hij behoeft de boze niet te wederstaan; immers, Christus is zijn verdediging. Niets kan hem aanraken, indien onze Heere het niet toestaat, en ‘alle dingen’ die toegelaten worden ‘werken mede ten goede voor hen, die God liefhebben’ (Romeinen 8:28).” –Gedachten van de Berg der Zzaligsprekingen, blz. 66.
“De kroon des levens wordt alleen op hoofd van de overwinnaar gezet. Zolang er leven is, is er voor iedereen een belangrijk werk te doen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz.63.
1. Waar moet ik aan denken, als er de volgende keer een moeilijke beproeving op mijn pad komt?
2. Wat moet ik beseffen over de manier, waarop God gebeden beantwoordt?
3. Waar komen beproevingen en verzoekingen vandaan, en waarom?
4. Wat gebeurt er, als we verzoeking weerstaan?
5. Hoe kan ik vollediger in Christus blijven?