Tekst om te onthouden: “Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel”
Jakobus 5:16
“Een nederig, vurig gebed zal de ziel van de dood redden, en belijdenis en herstel zullen een groot aantal zonden bedekken.” –The Review and Herald, 16 december 1902.
Aanvullende studie:: -De Weg tot Gezondheid, blz. 187-195;; -Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 271-293.
A. Om welke deugd wordt Job vooral erkend, en wat vertelt dit ons over God?
Jakobus 5:11.
“Hij (de Heere) wacht met onvermoeibare liefde op de belijdenissen van de afgedwaalden, en om hun berouw aan te nemen. Hij wacht op een teken van dankbaarheid van onze zijde, zoals een moeder uitziet naar een glimlach van herkenning van haar geliefd kind. Hij wil, dat wij begrijpen, hoe ernstig en teder Zijn hart naar ons verlangt. Hij nodigt ons uit onze beproevingen tot Hem te brengen, onze smarten tot Zijn liefde, onze wonden om door Hem genezen te worden, onze zwakheid tot Zijn kracht, onze ledigheid tot Zijn volheid. Nooit is iemand teleurgesteld, die tot Hem kwam. ‘Zij schouwen naar Hem en stralen van vreugde, en hun aangezicht zal niet schaamrood worden.’
Zij, die God in het verborgene zoeken, hun noden aan de Heere vertellen, en om hulp smeken, zullen niet tevergeefs smeken.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 76–77.
B. Hoe weerspiegelt Jakobus de woorden van Christus over oprechtheid?
Jakobus 5:12;
Matthéüs 5:37.
“Alles, wat christenen doen, moet zo doorzichtig zijn als het zonlicht.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 63.
A. Als we aan een ziekte lijden, hoe en waarom worden we dan bemoedigd om naar de grote Levengever te komen?
Jakobus 5:13–15;
Psalm 103:1–3.
“God is nu even bereid de zieken hun gezondheid terug te geven als toen de Heilige Geest deze woorden tot de psalmist sprak. En Christus is nu dezelfde meevoelende Geneesheer, als die Hij gedurende Zijn aardse dienstwerk was. In Hem is er helende balsem voor iedere ziekte, herstellende kracht voor ieder gebrek. Zijn discipelen van deze tijd moeten even goed voor de zieken bidden als de discipelen vanouds deden. En genezingen zullen volgen; want ‘het gelovige gebed zal de lijder gezond maken’, Wij hebben de kracht van de Heilige Geest, de kalme zekerheid des geloofs, die aanspraak kan maken op Gods beloften. De belofte van de Heere: ‘Zij zullen de zieken de handen opleggen en zij zullen genezen’ (Markus 16:18), is nu even betrouwbaar als in de dagen van de apostelen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 188.
B. Van welk evenwicht moeten we ons bewust zijn, als we gezondheid zoeken?
Psalm 66:18.
“Wij verdienen Zijn genade (van de Heer) niet, maar als wij onszelf aan Hem geven, ontvangt Hij ons. Hij zal werken voor en door degenen, die Hem volgen.
Maar slechts als we leven in gehoorzaamheid aan Zijn woord, kunnen we aanspraak maken op Zijn beloften… Als wij Hem slechts een gedeeltelijke, halfhartige gehoorzaamheid aanbieden, zullen Zijn beloften in ons niet vervuld worden.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 189.
“De manier, waarop Christus werkte, was door het woord te prediken en het lijden te verlichten door wonderbaarlijke genezingswerken. Maar mij is aangegeven, dat we nu niet op deze manier kunnen werken; want Satan zal zijn macht uitoefenen door wonderen te verrichten. Gods dienaren zouden nu niet door middel van wonderen kunnen werken, omdat er valse genezingswerken zullen worden verricht, die beweren goddelijk te zijn.
Om deze reden heeft de Heer een manier uitgestippeld, waarop Zijn volk een werk van lichamelijke genezing, gecombineerd met de leer van het Woord, moet voortzetten. Er zullen sanatoria worden opgericht, en met deze instellingen moeten werkers worden verbonden, die het echte medische zendingswerk zullen uitdragen. Er wordt zo een bewakende invloed uitgeoefend op degenen, die voor behandeling naar de sanatoria komen.
Dit is de voorziening. die de Heer heeft getroffen, waardoor er door het evangelie voor veel zielen medisch zendingswerk kan worden gedaan.” –Medical Ministry, blz. 14.
A. Noem een essentieel aspect van genezing, dat helaas over het hoofd wordt gezien.
Jakobus 5:16.
“Hoe vergissen degenen zich, die denken, dat het belijden van zonde, afbreuk zal doen aan hun waardigheid en hun invloed onder hun medemensen zal verminderen. Terwijl ze zich aan dit onjuiste idee vastklampen, hoewel ze hun fouten zien, slagen velen er niet in deze te belijden, liever gaan ze voorbij aan het onrecht, dat ze anderen hebben aangedaan, waardoor ze hun eigen leven verbitteren en de levens van anderen overschaduwen. Het zal uw waardigheid niet schaden, als u uw zonden belijdt. Weg met deze valse waardigheid. Val op de Rots en word gebroken, en Christus zal u de ware en hemelse waardigheid geven. Laat trots, eigenwaarde of eigengerechtigheid niemand ervan weerhouden zijn zonde te belijden, zodat hij aanspraak kan maken op de belofte. ‘Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen’ (Spreuken 28:13). Houd niets achter voor God, en laat niet na de belijdenis van uw fouten aan uw broeders en zusters. ‘Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt’ (Jakobus 5:16). Menig zonde wordt onbeleden gelaten om de zondaar te confronteren op de dag van de definitieve afrekening; Het is beter om nu uw zonden onder ogen te zien, deze te belijden en weg te doen, terwijl het verzoenende Offer voor u pleit. Laat het niet na om de wil van God over dit onderwerp te leren kennen. De gezondheid van uw ziel en de redding van anderen hangen af van de weg, die u in deze kwestie volgt.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 326–327.
B. Welke actie ondernam Elia, toen hij zich zorgen maakte over de geestelijke afvalligheid van zijn natie, en hoe bewaarde God hem?
1 Koningen 17:1–3.
“In zielsangst smeekte hij (Elia) God om het begunstigde volk te weerhouden op hun goddeloze weg, hen te treffen door zijn oordelen, als dat nodig zou zijn, zodat ze hun afdwaling van God in het juiste licht zouden zien. Hij verlangde, dat ze tot bekering zouden komen, alvorens ze zover zouden gaan in hun boosheid, dat de Heere hen volkomen zou verdelgen…
Elia moest aan Achab de boodschap brengen van het oordeel van God… Bij het paleis vroeg hij geen belet, of wachtte tot hij was aangekondigd. Gekleed in de ruwe mantel, die gewoonlijk door de profeten van die dagen werd gedragen, passeerde hij de wachten, naar het scheen ongemerkt, en stond even later voor de verbaasde koning.” –Profeten en Koningen, blz. 75–76.
A. Waarom zijn Elia’s gebeden voor God om zijn afvallige volk wakker te schudden als voorbeeld voor ons gegeven?
Jakobus 5:17.
“Herhaalde oproepen, waarschuwingen en protesten hadden Israël niet tot inkeer gebracht. De tijd was gekomen, dat God tot hen moest spreken door Zijn oordelen. Omdat de aanbidders van Baäl beweerden, dat de schatten van de hemel, de dauw en de regen, niet van de Heere maar van de heersende natuurkrachten kwamen, en dat de scheppende kracht van de zon de aarde verrijkte en vruchtbaar maakte, zou Gods vloek zwaar drukken op het verdorven land. De afvallige stammen van Israël zouden de dwaasheid zien van het feit, dat ze voor tijdelijke zegeningen uitzagen naar Baäl. Er zou op hun land geen dauw of regen vallen, tot ze zich zouden bekeren tot God, en Hem zouden erkennen als de Bron van alle zegeningen.” –Profeten en Koningen, blz. 75–76.
B. Hoe zijn de gebeden van Elia opnieuw een voorbeeld voor ons, nadat Israël hun trouw aan God had vernieuwd?
Jakobus 5:18;
1 Koningen 18:39–45.
“Zes maal bad hij (Elia) vurig, en toch was er geen teken, dat zijn smeekbede verhoord werd, maar met een krachtig geloof legde hij zijn smeekbede neer voor de genadetroon. Als hij bij de zesde keer moedeloos had opgegeven, zou zijn bede niet zijn beantwoord, maar hij hield vol, tot het antwoord kwam. We hebben een God, wiens oor niet doof is voor onze smeekbeden; en als we Zijn Woord beproeven, zal Hij ons geloof beantwoorden. Hij wil, dat wij al onze belangen verweven met de Zijne, dan kan Hij ons veilig Zijn zegen schenken, want we zullen onszelf niet de eer toeschrijven, als wij de zegen ontvangen, maar God alle lof toebrengen, God geeft niet altijd de eerste maal, dat we Hem aanroepen, antwoord op ons gebed; als Hij dat zou doen, zouden wij het als vanzelfsprekend kunnen beschouwen, dat we recht hadden op alle zegeningen en gunsten, die Hij ons bewijst. In plaats van onszelf te onderzoeken om te zien of we iets verkeerds koesteren, of aan onze zonde vasthouden, zouden we onverschillig worden en nalaten te beseffen, hoe afhankelijk we van Hem zijn, en hoezeer we Hem nodig hebben.
Elia verootmoedigde zich tot hij zover was, dat hij de eer niet aan zichzelf zou toeschrijven. Op die voorwaarde verhoort God het gebed, want dan zal onze lof Hem gelden.” –Bijbelkommentaar, blz. 139.
A. Met welke laatste oproep sluit Jakobus zijn brief aan ons af, te midden van de teleurstelling, die ons overstelpte door onvolkomen mensen in een gevallen wereld?
Jakobus 5:19–20.
“Geef de dwalende geen aanleiding om moedeloos te worden. Laat niet toe, dat Farizeïsche hardvochtigheid uw broeder nadeel berokkent. Laat geen bitterheid opkomen in verstand of hart. Laat geen spoor van spot in uw stem gehoord worden. Als u zegt, wat in u opkomt, als u een onverschillige houding aanneemt of achterdocht of wantrouwen toont, kan dit iemands ondergang betekenen. Zo iemand heeft behoefte aan het meevoelende hart van de Oudere Broeder, die het menselijk hart beroert. Geef hem een stevige sympatieke handdruk en fluister hem toe: “Laten wij bidden”. God zal u beiden een rijke ervaring doen voelen. Het gebed verenigt ons met elkaar en met God. Het gebed brengt Jezus aan onze zijde en geeft aan de zwakke, verslagen mens nieuwe kracht om de wereld, het vlees en de duivel te overwinnen. Het gebed weert Satans aanvallen af.
Als iemand zich van de menselijke onvolkomenheid afwendt om naar Jezus te zien, vindt in het karakter een goddelijke verandering plaats. De Geest van Christus, die aan het hart werkt, verandert dit naar Zijn beeld. Laat het daarom uw streven zijn Christus hoog te houden. Laat uw geest gericht zijn op ‘het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt’ (1 Johannes 1:29). Wanneer u met dit werk bezig bent, denk er dan aan dat iemand, ‘die een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden zal bedekken’ (Jakobus 5:20)…
In Gods vergeving wordt het hart van de dwalende mens dicht tot het liefdevolle hart van de Oneindige Liefde getrokken. Het getij van goddelijk medelijden stroomt in de ziel van de zondaar en via hem in het hart van anderen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 147.
1. Op welke momenten in mijn leven heb ik Gods overvloedige genade jegens mij gezien?
2. Op welke manieren kan ik mij schuldig maken aan vermoedens met betrekking tot mijn gezondheid?
3. Hoe was Elia’s gebed ten behoeve van zijn volk verhoord?
4. Waarom moest Elia zo vaak bidden, voordat de regen terug keerde?
5. Tegenover wie moet ik een meer meelevende houding hebben, en waarom?