Lessen in de brief van Jakobus — Sabbat, 21 december 2024

Les 12: Zich richten op de Hemel

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Weest gij ook lankmoedig, versterkt uw harten, want de toekomst des Heeren nadert”

Jakobus 5:8

“U moet voortdurend bekleed zijn met de gerechtigheid van Christus. U moet in gedachten houden, dat u een kind van God bent, en dat u een tedere, vriendelijke en geduldige geest moet bezitten. Let goed op, dat egoïsme en hebzucht niet in uw ziel zullen blijven.” –Manuscript Releases, vol. 13, blz. 288.

Aanvullende studie:: -Eerste Geschriften, blz. 77-79.

Zondag — 15 december

1. Tijd voor opnieuw bepalen!

A. Wat moet er binnenkort gebeuren met voorwerpen, zo hoog gewaardeerd en vaak begeerd vanwege de ouderdom, en waaraan moet dit ons herinneren?

Jesaja 31:6–7.

Jesaja 31:6: Bekeert u tot Hem, van Denwelken de kinderen Israels diep afgeweken zijn. Jesaja 31:7: Want te dien dage zullen zij verwerpen, een ieder zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden, welke u uw handen tot zonde gemaakt hadden;

“Het is de zelfzuchtige liefde voor geld, op de verkeerde manier gebruikt, wat de wortel is van alle kwaad. Rijkdom zal bewijzen een zegen te zijn, indien we die zien als komende van de Heere, en deze met dankbaarheid ontvangen en met dankbaarheid teruggeven aan de Schenker.

Maar wat voor waarde heeft onnoemelijke rijkdom, zo deze wordt belegd in dure woningen of op bankrekeningen? Wat weegt deze rijkdom in vergelijking met de zaligheid van één ziel voor wie de Zoon van de oneindige God is gestorven?” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 75.

“Degenen, die kiezen zich te verontschuldigen en door te gaan met zonde en gelijkheid met de wereld, zullen aan hun afgoden worden overgelaten… Wanneer Christus zal komen in Zijn heerlijkheid en de heerlijkheid van Zijn Vader, met alle hemelse engelen, die Hem omringen en Hem op Zijn weg begeleiden met triomfantelijke stemmen, terwijl de meest betoverende muziek in het oor klinkt, zullen dan allen geïnteresseerd zijn; er zal niet één onverschillige toeschouwer zijn. Beschouwingen zullen de ziel dan niet in beslag nemen. De stapels goud van de vrek, die zijn ogen hebben verwend, zijn niet meer aantrekkelijk. De paleizen, die de trotse mensen op aarde hebben opgericht en die hun afgoden zijn geweest, worden met afkeer en walging afgewezen.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 41.

Maandag — 16 december

2. Voordat het te laat is…

A. Hoe beschrijft de Schrift degenen, die, door uitstel, hun kans verliezen om God met hun wezen te eren? Hoséa 4:17;

Matthéüs 25:11–12.

Mattheüs 25:11: Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! Mattheüs 25:12: En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet.

B. Beschrijf de uiteindelijke uitkomst van iedereen, inclusief degenen die de tegenwoordige waarheid belijden, die zelfzuchtig vasthouden aan hun materiële bezittingen.

Jakobus 5:3.

Jakobus 5:3: Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; gij hebt schatten vergaderd in de laatste dagen.

“(Zie Jakobus 5:1–3). Ik zag, dat deze beangstigende woorden vooral van toepassing zijn op de rijken, die beweren de tegenwoordige waarheid te geloven. De Heer roept hen op om hun middelen te gebruiken om Zijn zaak te bevorderen. Er worden hun kansen geboden, maar ze sluiten hun ogen voor de behoeften van de zaak en klampen zich vast aan hun aardse schat. Hun liefde voor de wereld is groter dan hun liefde voor de waarheid, hun liefde voor hun medemensen, of hun liefde voor God. Hij vraagt om hun wezen, maar ze behouden egoïstisch en hebzuchtig wat ze hebben. Ze geven zo nu en dan een beetje om hun geweten te sussen, maar hebben hun liefde voor deze wereld niet overwonnen. Ze offeren niet voor God. De Heer heeft anderen doen opstaan, die het eeuwige leven waarderen, en die iets van de waarde van de ziel kunnen voelen en beseffen, en zij hebben vrijelijk hun middelen ter beschikking gesteld om de zaak van God te bevorderen. Het werk sluit af; en binnenkort zullen de middelen van degenen, die hun rijkdommen, hun grote boerderijen, hun vee, enz. hebben behouden, niet meer nodig zijn. Ik zag, hoe de Heer zich in boosheid, in toorn tot hen wendde en deze woorden herhaalde: ‘Ga nu heen, gij rijke mannen.’ Hij heeft geroepen, maar u wilde het niet horen. De liefde voor deze wereld heeft Zijn stem overstemd. Nu heeft Hij u niet meer nodig en laat u gaan, en vraagt u: ‘Ga nu, gij rijke mannen.’

O, ik zag, dat het iets vreselijks was om zo door de Heer in de steek gelaten te worden; iets vreselijks om hier aan een vergankelijk wezen vast te houden, terwijl Hij gezegd heeft, dat als we verkopen en aalmoezen geven, we schatten in de hemel kunnen verzamelen. Er was mij getoond, dat naarmate het werk ten einde loopt en de waarheid met grote kracht naar voren komt, deze rijke mannen hun middelen zullen brengen en het aan de voeten van de dienaren van God zullen leggen, en hun smeken het te aanvaarden. Het antwoord van de dienaren van God zal zijn: ‘Ga nu, gij rijke mannen. Uw middelen zijn niet nodig. U hebt het achtergehouden, terwijl u er goed mee kon doen bij het bevorderen van de zaak van God. De behoeftigen hebben geleden; zij zijn niet door uw middelen gezegend. God zal uw rijkdom nu niet aannemen. Ga nu heen, gij rijke mannen’. ” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 174–175.

Dinsdag — 17 december

3. De gouden regel leren

A. Hoe behandelen de welvarenden vaak degenen, die zij in dienst hebben, of die van hen kopen, en wat moeten we altijd in gedachten houden?

Jakobus 5:4–6;

Jakobus 5:4: Ziet, het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van den Heere Sebaoth. Jakobus 5:5: Gij hebt lekkerlijk geleefd op de aarde, en wellusten gevolgd; gij hebt uw harten gevoed als in een dag der slachting. Jakobus 5:6: Gij hebt veroordeeld, gij hebt gedood den rechtvaardige; en hij wederstaat u niet.

Matthéüs 7:12.

Mattheüs 7:12: Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.

“God is niet in alle rijkdommen, die zijn verkregen. Satan heeft vaak veel meer te maken met het verwerven van eigendom dan God. Veel ervan is verkregen door de huurling te onderdrukken in zijn loon. De van nature hebzuchtige rijke man verkrijgt zijn rijkdom door de huurling te onderdrukken en misbruik te maken van individuen, waar hij maar kan, en daarbij een schat toe te voegen, die zijn vlees als vuur zal opvreten.

Sommigen hebben geen strikt eerlijke, eervolle handelwijze gevolgd. Zulke mensen moeten een heel andere koers varen en hard werken om de tijd terug te winnen. Veel Sabbatvierders hebben schuld hieraan. Er wordt zelfs misbruik gemaakt van hun arme broeders en zusters, en degenen, die overvloed hebben, eisen meer dan de werkelijke waarde van de dingen, meer dan zij voor dezelfde dingen zouden betalen, terwijl deze zelfde broeders en zusters zich schamen en bedroefd zijn door gebrek aan middelen. God weet al deze dingen. Elke zelfzuchtige daad, elke hebzuchtige afpersing zal zijn beloning opleveren.

Ik zag, dat het wreed en onrechtvaardig is om geen rekening te houden met de situatie van een broeder. Als hij noodlijdend of arm is, maar toch zijn best doet, moet er rekening met hem worden gehouden, en zelfs de volledige waarde van de dingen, die hij van de rijken koopt, mag niet worden geëist; maar ze moeten veel medelijden met hem hebben. God zal zulke vriendelijke daden goedkeuren, en de dader zal zijn beloning niet verliezen. Maar veel Sabbatvierders staat een greselijk rekening te wachten vanwege nauwgezet zelfzuchtig handelen.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 174–175.

B. Hoe deelden de gelovigen in vroeger tijden vrijelijk?

2 Korinthe 8:1–2.

2 Korinthe 8:1: Voorts maken wij u bekend, broeders, de genade van God, die in de Gemeenten van Macedonie gegeven is. 2 Korinthe 8:2: Dat in vele beproeving der verdrukking de overvloed hunner blijdschap, en hun zeer diepe armoede overvloedig geweest is tot den rijkdom hunner goeddadigheid.

“Ik werd teruggewezen naar de tijd, toen er maar weinigen waren, die gehoor gaven en de waarheid omhelsden. Zij waren betrekkelijk arm aan aardse goederen. Wat voor het werk opgebracht moest worden, werd over enkelen verdeeld. Toen was het voor sommigen nodig, dat ze hun huizen en landerijen verkochten, en op onderhoud en hun huis moesten gaan bezuuinigen, omdat hun geldmiddelen edelmoedig en overvloedig de Heere gegeven werden om de waarheid te publiceren, en voor andere hulp om het werk Gods vooruit te brengen. Toen ik degenen, die zich zo opofferden, aanschouwde, zag ik, dat ze ontberingen geleden hadden ter wille van het werk. Ik zag een engel bij hen staan, die hun blikken opwaarts richtte en zei: ‘Gij hebt buidels in de hemel, die niet verouden! Volhardt tot het einde, en uw loon zal groot zijn’.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 57–58.

Woensdag — 18 december

4. Een deugd essentieel voor nu

A. Waarom is geduld zo belangrijk bij het ontwikkelen van ons karakter?

Jakobus 5:7.

Jakobus 5:7: Zo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de toekomst des Heeren. Ziet, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het den vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen.

“’De landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en de late regen erop gevallen is’ (Jakobus 5:7). Zo moet de christen geduldig wachten op de vrucht van Gods Woord in zijn leven. Vaak bidden wij om de gaven van de Geest. God werkt dan in antwoord op onze gebeden door ons in omstandigheden te plaatsen, waarin deze vruchten zich ontwikkelen. Wij begrijpen echter Zijn bedoeling niet en vragen ons af waarom. Wij zijn teleurgesteld. Toch kan niemand deze gaven ontwikkelen dan door het proces van groei en vruchtdragen. Ons aandeel is het ontvangen en vasthouden van Gods Woord en ons volledig aan het gezag daarvan te onderwerpen. Dan zal Zijn doel met ons in vervulling gaan.

`Als iemand Mij lief heeft, zal hij mijn Woord bewaren en mijn Vader zal hem lief hebben en wij zullen tot hem komen en bij hem wonen’ (Johannes 14:23). De invloed van een krachtiger, van een volmaakte geest zal ons beheersen, want wij hebben een levende verbinding met de bron van alle blijvende kracht. In ons godzalig leven zullen wij gevangen worden geleid voor Christus. Niet langer zullen wij het gewone leven van zelfzucht leiden, maar Christus zal in ons leven. Zijn karakter zal in onze natuur tot uitdrukking komen. Op deze wijze zullen wij de vruchten des Geestes dragen, ‘sommige dertig-, sommige zestig-, en sommige honderdvoudig’.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz.33.

B. Waarom is geduldig vertrouwen zo behulpzaam, als we verleid worden gefrustreerd of wanhopig te worden over de stijging van het kwaad op deze planeet?

Jakobus 5:8;

Jakobus 5:8: Weest gij ook lankmoedig, versterkt uw harten; want de toekomst des Heeren genaakt.

Lukas 21:19.

Lukas 21:19: Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid.

“De wereld overtreedt vol brutaliteit Gods wet. Op grond van Zijn lankmoedigheid hebben mensen Zijn gezag vertreden. Zij hebben elkaar aangemoedigd bij het verdrukken en wreed behandelen van Zijn erfdeel, terwijl zij zeggen: ’Hoe zou God het weten; zou er ook wetenschap zijn bij de Allerhoogste?’ (Psalm 73:11). Maar er is een grens, die zij niet kunnen overschrijden. De tijd nadert, waarin zij de hun toegestane grens hebben bereikt. Reeds nu hebben zij bijna de grens van Gods verdraagzaamheid, van Zijn genade en Zijn barmhartigheid bereikt. De Heere zal tussenbeide komen om Zijn eer te rechtvaardigen, Zijn volk te verlossen en het tij van ongerechtigheid een halt toe te roepen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 105–106.

Donderdag — 19 december

5. Voorbeelden om ons te versterken

A. Waar richten we ons als gemeente te vaak op, en waar moeten we in plaats daarvan aan denken?

Leviticus 19:18;

Leviticus 19:18: Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!

Jakobus 5:9–10.

Jakobus 5:9: Zucht niet tegen elkander, broeders, opdat gij niet veroordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur. Jakobus 5:10: Mijn broeders, neemt tot een voorbeeld des lijdens, en der lankmoedigheid de profeten, die in den Naam des Heeren gesproken hebben.

“Abel, de allereerste christen onder de kinderen van Adam, stierf als martelaar. Henoch wandelde met God, en de wereld kende hem niet. Noach werd bespot als een fanaticus en een onruststoker. ‘Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap’. ‘Anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben’. (Hebreeën 11:36, 35).

“Door alle eeuwen heen zijn Gods uitverkoren boodschappers gesmaad en vervolgd; nochtans is door hun moeitede kennis van God wijd verbreid. Iedere discipel van Christus moet zich bij de gelederen aansluiten, en hetzelfde werk voorwaarts dragen, wetende dat de vijanden daarvan niets kunnen doen tegen de waarheid, slechts vóór de waarheid. Het is de bedoeling van God, dat de waarheid naar voren gebracht zal worden, en het onderwerp zal worden van onderzoek en bespreking, juist ook door de verachting, die de mensen ervoor koesteren. De gedachten van de mensen moeten wakker geschud worden; iedere strijd, ieder smaadwoord, iedere poging om gewetensvrijheid te beknotten is een middel van God om mensen wakker te maken, die anders zouden kunnen insluimeren.

“Hoe dikwijls is dit resultaat gezien in de geschiedenis van de boodschappers van God? Toen de edele en welsprekende Stefanus door steniging, op aanstoken van het Sanhedrin, leed de zaak van het evangelie geen verlies. Het licht des hemels, dat zijn gelaat verheerlijkte, de goddelijke ontferming, die sprak uit het gebed, dat hij stervende uitte, waren als een scherpe pijl der overtuiging voor het fanatieke lid van het Sanhedrin, dat daarbij aanwezig was, en Paulus, de vervolgende Farizeeër, werd een uitverkoren vat om de naam van Christus uit te dragen onder de heidenen en koningen en de kinderen Israëls.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 35.

Vrijdag — 20 december

Terugblik

1. Wat moet ik beseffen over de waarde van mijn geld?

2. Wat wordt bedoeld met de uitdaging van Christus in Jakobus 5:1?

3. Aan welke zwakheid zou ik mij schuldig kunnen maken met betrekking tot financiële interacties?

4. Hoe moet geduld in het einde als een deugd onder Gods volk schitteren?

5. Hoe hebben de vervolgde martelaren door de geschiedenis heen hun focus behouden?