Tekst om te onthouden: “Vernedert u voor de Heere, en Hij zal u verhogen”
Jakobus 4:10
“Als we het nederige pad van gehoorzaamheid volgen, laten we een helder spoor naar de hemel achter, waar anderen op kunnen wandelen. Het is ons voorrecht om een diepere ervaring te hebben in de dingen van God.” –The Signs of the Times, 17 maart 1890.
Aanvullende studie:: -Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 41-44, 678-686.
A. Welke uiterst schadelijke gewoonte moet worden weggedaan van allen, die belijden hun broeders en zusters lief te hebben, en waarom?
Jakobus 4:11–12.
“Men moet kwaadspreken jegens anderen of oordelen over de drijfveren of daden van anderen, niet licht achten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 349.
“Ware morele waarde probeert niet zichzelf een plek te geven door kwaad te denken en kwaad te spreken, door anderen af te keuren. Alle afgunst, alle jaloezie, alle kwade woorden en alle ongeloof moeten van Gods kinderen worden weggenomen.” –Our High Calling, blz. 234.
“In iedere gemeente moet ernstig worden gestreefd om alle kwaadsprekerij en kritiek weg te doen, omdat deze behoren tot de zonden, die het grootste kwaad in een gemeente kunnen veroorzaken. Gestrengheid en kritiek moeten berispt worden, omdat ze van Satan afkomstig zijn. Onderlinge liefde en wederzijds vertrouwen moeten worden aangemoedigd om bezit te nemen van de leden van de gemeente. Laat iedereen in de vreze Gods en met liefde voor zijn geloofsgenoten, zijn oren sluiten voor roddel en kritiek. Wijs de roddelaar op de lessen in Gods woord. Zeg hem de Schriften te gehoorzamen en met zijn klachten rechtstreeks naar degenen te gaan, waarvan hij vindt dat zij fout zijn. Deze bundeling van krachten zou een vloed van licht de gemeente inbrengen en de deur sluiten voor een vloed van kwaad. Zo zou God verheerlijkt worden en vele zielen zouden worden gered.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 496.
A. Wat moeten we bij het maken van plannen altijd in gedachten houden?
Psalm 16:8;
Jakobus 4:10,
Jakobus 4:13–16.
“Wijd uzelf ‘s morgens aan God. Doe dat het allereerste. Laat uw gebed zijn: ‘Aanvaard mij, Heer, helemaal als de Uwe. Ik leg al mijn plannen voor Uw voeten. Gebruik mij vandaag in Uw dienst. Blijf bij mij en laat al mijn werk in U gedaan worden’. Dit is een dagelijkse aangelegenheid. Wijd uzelf elke morgen, voor het begin van een nieuwe dag, aan God. Onderwerp al uw plannen aan Hem met de bereidheid om ze, al naar gelang Zijn voorzienigheid aangeeft, op te geven of uit te voeren. Zo kunt u elke dag uw leven in Gods handen leggen, en zal uw leven meer en meer gevormd worden naar het voorbeeld van het leven van Christus.” –Schreden naar Christus, blz. 82–83.
B. Leg uit welke plechtige verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid wij allemaal hebben voor het hemelse licht, dat ons in alle terreinen van het leven voorziet.
Jakobus 4:17;
Matthéüs 12:31–32.
“Het is niet God, die de ogen der mensen verblindt of hun harten verhardt. Hij zendt hun licht om hun fouten te verbeteren en hen op veilige paden te leiden; door het verwerpen van dit licht worden de ogen verblind en het hart verhard. Dikwijls is het proces geleidelijk en bijna onmerkbaar. Het licht komt tot de ziel door het Woord van God, door Zijn dienstknechten, of rechtstreeks door de macht van Zijn Geest; maar wanneer één lichtstraal veronachtzaamd wordt, vindt er een gedeeltelijke afstomping plaats van de geestelijke bevattingsvermogens, en het volgende openbarende licht wordt minder scherp waargenomen. Zo neemt de duisternis toe, totdat het nacht is in de ziel.” –De Wens der Eeuwen, blz. 272.
“Het is gevaarlijk woorden van twijfel uit te spreken, en gevaarlijk om aan het goddelijk licht te twijfelen en er kritiek op uit te oefenen. De gewoonte van het ondoordacht en oneerbiedig kritiek uit te oefenen heeft een terugwerkende invloed op het karakter, doordat het ongeloof en oneerbiedigheid voedt. Menig mens, die heeft toegegeven aan die gewoonte, is daarmede doorgegaan, onbewust van het gevaar, totdat hij bereid was het werk van de Heilige Geest te bekritiseren en te verwerpen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 273.
“Als mensen over het onderwerp gezondheid worden aangesproken, zeggen ze vaak: ‘Wij weten het veel beter dan wij doen’. Ze beseffen niet, dat ze verantwoordelijk zijn voor elke lichtstraal met betrekking tot hun lichamelijk welzijn, en dat al hun gewoontes openstaan voor de inspectie van God.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 372.
A. Welke waarschuwingen zijn gegeven met betrekking tot verleidingen rondom degenen, die gezegend zijn met meer materiële goederen dan anderen?
Jakobus 5:1.
“Predikanten moeten geen vleierij gebruiken en geen personen hoogachten. Er is altijd een groot gevaar geweest, en is er nog steeds, om op dit gebied fouten te maken, om een klein verschil te maken met de rijken, of om hen te vleien door speciale aandacht of met woorden. Het gevaar bestaat, dat men mensen bewondert ‘uit winstbejag’, maar door dit te doen worden hun eeuwige belangen in gevaar gebracht. De predikant kan de bijzondere favoriet zijn van een rijke man, en hij kan heel liberaal tegenover hem zijn; dit bevredigt de predikant, en hij op zijn beurt prijst overvloedig de welwillendheid van zijn gever. Zijn naam kan worden verheven door in druk te verschijnen, en toch kan die royale schenker de hem gegeven eer volkomen onwaardig zijn. Zijn vrijgevigheid kwam niet voort uit een diep, levend principe om goed te doen met zijn middelen, om de zaak van God te bevorderen, omdat hij die op prijs stelde, maar uit een of ander zelfzuchtig motief, een verlangen om als vrijgevig te worden beschouwd. Hij heeft misschien uit een impuls gegeven en zijn vrijgevigheid heeft geen diepgaand principe. Hij is misschien ontroerd geweest door het luisteren naar de aangrijpende waarheid, die even de banden van zijn portemonnee losmaakte; toch heeft zijn vrijgevigheid per slot van rekening geen dieper motief. Hij geeft in een opwelling; zijn portemonnee opent zich in een opwelling en sluit zich net zo zeker in een opwelling. Hij verdient geen lof, want hij is in elke betekenis van het woord een gierig man, en tenzij hij zich grondig bekeert, met portemonnee en al, zal hij de vernietigende aanklacht horen: ‘Ga nu, gij rijke mannen, huil en jammer om uw ellende, die over u zal komen. Uw rijkdommen zijn verdorven en uw kleding is door de motten aangevreten.’ Zulke mensen zullen eindelijk ontwaken uit een verschrikkelijk zelfbedrog. Zij, die hun krampachtige vrijgevigheid prezen, hielpen Satan hen te misleiden en hen te laten denken, dat ze heel liberaal waren, heel opofferend, terwijl ze de eerste principes van vrijgevigheid en zelfopoffering niet kenden .” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 475–476.
B. Hoe kunnen we onze prioriteiten op het gebied van geld verbeteren?
Spreuken 11:4.
“Door oefening wordt welwillendheid voortdurend groter en sterker, totdat het een principe wordt en in de ziel regeert. Het is zeer gevaarlijk voor de geestelijkheid toe te staan om egoïsme en hebzucht de minste ruimte in het hart te geven.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 548–549.
A. Wat is vaak de reden, waarom mensen rijkdom verwerven?
Jakobus 5:2 (eerste deel).
“In deze generatie is het streven naar gewin een alles verterende hartstocht. Dikwijls wordt rijkdom door bedrog verkregen. Velen kampen met armoede en zijn gedwongen hard te werken voor een klein loon, zodat ze niet in staat zijn zelfs de eenvoudigste levensbehoeften aan te schaffen. Zwoegen en ontberingen, zonder hoop op verbetering, maakt hun lasten ondragelijk. Zorgelijk en gedrukt weten ze niet, waarheen ze zich moeten wenden om hulp. En dit alles gebeurt, opdat de rijken hun buitensporigheden kunnen bevredigen of hun lusten kunnen botvieren!
Liefde voor geld en liefde voor praal hebben deze wereld tot een hol van rovers gemaakt. De Bijbel schildert gierigheid en verdrukking, zoals deze de tijd kort voor Jezus’ wederkomst zullen kenmerken.” –Profeten en Koningen, blz. 401–402.
B. Wat motiveert veel van de wereld nu, en welke oproep moet worden gedaan aan degenen, die erdoor worden gedreven?
1 Timótheüs 6:9–10;
Deuteronomium 8:18–19.
“De Bijbel veroordeelt niemand op grond van zijn rijkdom, als hij dat bezit eerlijk verworven heeft. Niet geld, maar liefde tot het geld is de wortel van alle kwaad. Het is God, die de mens de kracht geeft om welvaart te verwerven; en in de handen van hem, die als Gods rentmeester handelt, die de middelen onzelfzuchtig gebruikt, is weelde een zegen, zowel voor de bezitter als voor de wereld. Maar velen, die in beslag genomen worden door hun belang in wereldse schatten, worden ongevoelig voor de aanspraken van God en de noden van hun medemensen. Zij beschouwen hun rijkdom als een middel om zichzelf te verheerlijken. Zij voegen huis bij huis, en akker bij akker; zij vullen hun huizen met kostbaarheden, terwijl om hen heen menselijke wezens in ellende en misdaad, in ziekte en dood verkeren. Wie hun leven aan eigen dienst besteden, ontwikkelen in zichzelf niet de karaktertrekken van God, maar die van de boze.
Zulke mensen behoeven het evangelie. Hun ogen moeten van de ijdelheid van materiële zaken afgekeerd worden naar de kostbare waarden van eeuwige rijkdommen…
Sommigen zijn speciaal geschikt om voor de hogere klassen te werken. Dezen zouden de wijsheid van God moeten zoeken, hoe deze personen bereikt kunnen worden, om niet slechts toevallig met ze kennis te maken, maar door persoonlijke inspanning en levend geloof hen te wekken voor de behoeften van de ziel en ze te brengen tot de kennis van de waarheid in Jezus Christus.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 178–179.
A. Beschrijf het gevolg van onrechtmatig verkregen winst.
Jakobus 5:2 (laatste deel).
“Het verkrijgen van rijkdom door onrechtvaardig te handelen, door te ver te gaan in de handel, door weduwen en wezen te onderdrukken, of door rijkdommen op te potten en de behoeften van de behoeftigen te verwaarlozen, zal uiteindelijk de rechtvaardige vergelding opleveren, die door de geïnspireerde apostel wordt beschreven.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 682.
B. Wat is Gods speciale boodschap aangaande de rijken?
1 Timótheüs 6:17–19.
“De nederigste en armste van de ware discipelen van Christus, die rijk zijn in goede werken, zijn meer gezegend en kostbaarder in de ogen van God dan de mensen, die opscheppen over hun grote rijkdommen. Zij zijn eervoller in de hemelse hoven dan de meest verheven koningen en edelen, die niet rijk zijn in God…
Degenen, die middelen oppotten of grotendeels in land investeren, terwijl ze hun gezinnen beroven van de gemakken van het leven, handelen als krankzinnige mensen. Ze staan hun gezinnen niet toe te genieten van de dingen, die God hun rijkelijk heeft gegeven. Ondanks dat ze grote bezittingen hebben, zijn hun gezinnen vaak gedwongen om ver boven hun krachten te werken om nog meer middelen te sparen om op te potten. Hersenen, botten en spieren worden tot het uiterste belast om te kunnen opstapelen, en godsdienstige en christelijke plichten worden verwaarloosd. Werken, werken, werken, is de eerzucht van de morgen tot de avond.
Velen tonen geen ernstig verlangen om de wil van God te leren kennen en Zijn aanspraken op hen te begrijpen. Sommigen, die proberen anderen de waarheid te onderwijzen, gehoorzamen zelf niet het woord van God. Hoe meer van zulke leraren de zaak van God heeft, des te minder voorspoedig zal deze zijn.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 682–683.
1. Wat doe ik, als ik stil sta bij de tekortkomingen van anderen?
2. Leg uit, hoe de Heilige Geest bedroefd is, als we het door de hemel gezonden licht negeren.
3. Hoe kunnen zowel rijke mensen als hun predikanten verstrikt raken?
4. Waarom neemt de hebzucht toe en waarom moeten we die nu meer dan ooit vermijden?
5. Beschrijf de schoonheid en voordelen van nederigheid in Christus.