Lessen in de brief van Jakobus — Sabbat, 5 oktober 2024

Les 1: Gods boodschap door Jakobus

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Jakobus, een dienstknecht van God en van de Heere Jezus Christus, aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid”

Jakobus 1:1

“Er is geen persoon, geen natie, die in elke gewoonte en gedachte volmaakt is. De één moet van de ander leren. Daarom wil God de verschillende nationaliteiten samen mengen, om één in oordeelsvermogen, één in voornemen te worden. Dan zal de eenheid, die in Christus bestaat, als voorbeeld zichtbaar gemaakt worden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 174.

Aanvullende studie:: -Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 183-197.

Zondag — 29 september

1. Discipelen van Christus

A. Wie waren de drie mannen met de naam ‘Jakobus’, die met Christus verbonden waren, en welke merken wij gewoonlijk op?

Matthéüs 10:2–3;

Mattheüs 10:2: De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder; Mattheüs 10:3: Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus;

Mattheüs 13:55.

Mattheüs 13:55: Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas?

B. Noem enkele bijzondere momenten met Jezus, die Jakobus, de broer van Johannes, heeft meegemaakt.

Lukas 8:51–55;

Lukas 8:51: En als Hij in het huis kwam, liet Hij niemand inkomen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, en den vader en de moeder des kinds. Lukas 8:52: En zij schreiden allen, en maakten misbaar over hetzelve. En Hij zeide: Schreit niet; zij is niet gestorven; maar zij slaapt. Lukas 8:53: En zij belachten Hem, wetende, dat zij gestorven was. Lukas 8:54: Maar als Hij ze allen uitgedreven had, greep Hij haar hand en riep, zeggende: Kind, sta op! Lukas 8:55: En haar geest keerde weder, en zij is terstond opgestaan; en Hij gebood, dat men haar te eten geven zoude.

Matthéüs 17:1–2;

Mattheüs 17:1: En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, zijn broeder, en bracht hen op een hoge berg alleen. Mattheüs 17:2: En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht.

Markus 14:32–34.

Markus 14:32: En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. Markus 14:33: En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden; Markus 14:34: En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.

“Johannes, de zoon van Zebedeüs, was één van de eerste twee discipelen, die Jezus waren gevolgd. Hij en zijn broer Jacobus behoorden tot de eerste groep mensen, die alles verlaten hadden om Hem te dienen. Met blijdschap hadden zij hun huis en vrienden achtergelaten om bij Hem te kunnen zijn; zij hadden met Hem gewandeld en met Hem gesproken; zij waren bij Hem geweest in de huiselijke beslotenheid en tijdens de openbare bijeenkomsten. Hij had hun angsten tot zwijgen gebracht, en hen uit gevaren verlost, hun lijden verlicht, hen getroost in hun verdriet, en met geduld en liefderijkheid had Hij hun onderricht gegeven, tot hun harten verbonden schenen te zijn met het Zijne, en in het vuur van hun liefde verlangden zij het dichtst bij Hem te zijn in Zijn koninkrijk.” –De Wens der Eeuwen, blz. 473–474.

“Bij de ingang van de hof liet Jezus Zijn discipelen achter, op drie na, en verzocht hen voor zichzelf en voor Hem te bidden. Met Petrus, Jacobus en Johannes ging Hij een afgezonderd gedeelte in. Deze drie discipelen waren de metgezellen, die het nauwst met Christus waren verbonden… In Zijn grote strijd verlangde Christus hen in Zijn nabijheid te hebben. Dikwijls hadden ze de nacht in dit afgelegen oord met Hem doorgebracht.” –De Wens der Eeuwen, blz. 600.

Maandag — 30 september

2. Het drinken van de beker

A. Beschrijf het oorspronkelijke doel van Jakobus, de zoon van Zebedeüs, samen met zijn broer Johannes.

Markus 10:35–38.

Markus 10:35: En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen. Markus 10:36: En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe? Markus 10:37: En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid. Markus 10:38: Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?

“Bij iedere mogelijke gelegenheid nam Johannes zijn plaats in naast de Heiland, en Jakobus wenste geëerd te worden met een nauwe relatie met Hem.

Hun moeder was een volgelinge van Christus, en had Hem openlijk met haar bezittingen gediend. Met de liefde en eerzucht van een moeder voor haar zoons begeerde zij voor hen de meest eervolle plaats in het nieuwe koninkrijk. Zij moedigde hen daarom aan een verzoek hiertoe in te dienen.

De moeder met haar zonen kwamen samen tot Jezus, en vroegen Hem, of Hij een verzoek, waarop zij hun hart gezet hadden, wilde inwilligen.

‘Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’ vroeg Hij.

De moeder antwoordde: ‘Zeg, dat deze mijn twee zonen mogen zitten, één aan Uw rechterzijde en één aan Uw linkerzijde in Uw koninkrijk’.

Jezus behandelt hen liefderijk en berispt hen niet om hun zelfzucht, dat zij trachten voorrang te willen hebben boven hun broeders. Hij doorziet hun hart, Hij weet, hoe sterk zij aan Hem gehecht zijn. Hun liefde is niet louter een menselijke toegenegenheid; ofschoon deze liefde bezoedeld is door de aardsheid van haar menselijk kanaal, is ze een uitvloeisel van de fontein van Zijn eigen verlossende liefde. Hij wil niet berispen, maar versterken en louteren. Hij zei: ‘Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word?’ Zij herinneren zich Zijn geheimzinnige woorden, die wezen op beproeving en lijden, maar toch antwoordden zij vol vertrouwen: ‘Wij kunnen het’. Zij zouden het zich tot de hoogste eer rekenen, hun trouw te bewijzen door in alles, wat hun Heere zal overkomen, te delen.

‘De beker, die Ik drink, zult gij drinken en met de doop, waarmede Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden’, zei Hij; vóór Hem een kruis in plaats van een troon, twee misdadigers als Zijn metgezellen aan Zijn rechter- en aan Zijn linkerhand.” –De Wens der Eeuwen, blz. 474.

B. Wat gebeurde er precies, zoals Christus had voorspeld, met Jakobus en zijn broer Johannes na de hemelvaart van de Heer?

Handelingen 12:1–2;

Handelingen 12:1: En omtrent denzelfden tijd sloeg de koning Herodes de handen aan sommigen van de Gemeente, om die kwalijk te handelen. Handelingen 12:2: En hij doodde Jakobus, den broeder van Johannes, met het zwaard.

Openbaring 1:9.

Openbaring 1:9: Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus.

“Johannes en Jacobus zouden met hun Meester delen in het lijden; de een was de eerste van de broederen, die door het zwaard zou omkomen, de ander zou het langst van allen inspanning, schande en vervolging moeten dragen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 474–475.

Dinsdag — 1 oktober

3. Wie schreef de brief?

A. Hoe beschrijft de Inspiratie Jakobus, de zoon van Alfeüs, een van de twaalf (maar niet de Zebedeüs-broer van Johannes)?

Markus 15:40.

Markus 15:40: En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome;

“Daar was Levi-Mattheüs, de tollenaar, geroepen uit een druk, aan Rome ondergeschikt leven; Simon de ijveraar, de onbuigzame vijand van Caesars macht; de onstuimige, zelfvoldane, meevoelende Petrus, met Andreas, zijn broer; Judas de Judeeër, beschaafd, bekwaam, maar onoprecht van geest; Filippus en Thomas, trouw en ernstig, maar traag van hart om te geloven; Jacobus de jongere en Judas, de onder de broeders niet zo op de voorgrond tredend, maar mannen van kracht, positief zowel in hun fouten als in hun deugden; Nathanaël, een kind in oprechtheid en vertrouwen; en de eerzuchtige zonen van Zebedeüs, toch met een vriendelijke aard.” –Karaktervorming, blz. 85.

B. Waarom is het waarschijnlijk, dat de auteur van de brief van Jakobus (ook wel een apostel genoemd omdat hij de Heer persoonlijk kende) de halfbroer van Christus zou zijn, en hoe laat zijn beschrijving van zichzelf zien, dat zijn karakter was veranderd door de invloed van de Heer?

Jakobus 1:1 (eerste helft).

[Jas.1.1.a]

“Christus werd verkeerd begrepen door Zijn broeders; want Hij was niet zoals zij. Hij werkte om elk geval van lijden dat Hij zag te verlichten, en Hij was altijd succesvol. Hij had weinig geld om te geven, maar Hij gaf vaak Zijn eigen eenvoudige voedsel aan degenen, van wie Hij dacht, dat ze het meer nodig hadden dan Hijzelf. Zijn broeders waren van mening, dat Zijn invloed de hunne verre teniet deed; want toen zij hardvochtig spraken tegen de arme, ontaarde zielen met wie zij in contact kwamen, zocht Christus juist dezen op en sprak woorden van bemoediging tot hen. Als Hij in de familiekring niet meer kon doen, zou Hij zo stil en in het geheim mogelijk de ellendige wezens, die Hij probeerde te helpen, de beker koud water geven en aan hen dan Zijn eigen maaltijd in handen geven.” –This Day With God, blz. 59.

C. Hoe toonde Paulus zijn respect voor Jakobus, de broer van Jezus?

Galaten 1:17–19;

Galaten 1:17: En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar Damaskus. Galaten 1:18: Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen. Galaten 1:19: En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren.

Handelingen 21:18.

Handelingen 21:18: En den volgenden dag ging Paulus met ons in tot Jakobus; en al de ouderlingen waren daar gekomen.

Woensdag — 2 oktober

4. Enige kwesties verduidelijken

A. Wat toonde, dat Jakobus, de broer van Christus, een man van invloed was op een belangrijke vergadering in de vroege gemeente?

Handelingen 15:5–6,

Handelingen 15:5: Maar, zeiden zij, er zijn sommigen opgestaan van die van de sekte der Farizeen, die gelovig zijn geworden, zeggende, dat men hen moet besnijden, en gebieden de wet van Mozes te onderhouden. Handelingen 15:6: En de apostelen en de ouderlingen vergaderden te zamen, om op deze zaak te letten.

Handelingen 15:13,

Handelingen 15:13: En nadat deze zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende: Mannen broeders, hoort mij.

Handelingen 15:19–20.

Handelingen 15:19: Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere; Handelingen 15:20: Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.

“Jacobus schijnt bij deze gelegenheid te zijn uitgekozen om het besluit, dat door de raad was genomen, openbaar te maken. Het was zijn beslissing, dat de ceremoniële wet, en in het bijzonder de inzetting der besnijdenis, niet aan de heidenen zou worden opgelegd, of hun zelfs maar zou worden aanbevolen. Jacobus probeerde zijn broeders ervan te overtuigen, dat de heidenen, wanneer zij zich tot God wendden, een grote omkeer in hun leven hadden ondergaan en dat de grootste voorzichtigheid in acht moest worden genomen om hen met verwarrende en twijfelachtige kwesties van minder belang te verontrusten, waardoor zij in het navolgen van Christus ontmoedigd zouden worden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 144–145.

B. Welke algemeen aanvaarde, maar onjuiste, bewering wordt weerlegd door de prominente rol van Jakobus tijdens deze belangrijke vergadering?

Matthéüs 16:18.

Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.

“Jacobus presideerde de raadsvergadering, en zijn uiteindelijke beslissing luidde: ‘Daarom ben ik van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen.’

Hiermee eindigde de discussie. Bij dit voorval zien we een weerlegging van het dogma der Rooms-Katholieke Kerk, dat Petrus het hoofd der gemeente was. Alle pausen, die beweren de opvolger van Petrus te zijn, hebben voor hun aanspraken geen schriftuurlijke grondslag. Niets in het leven van Petrus geeft recht tot de bewering, dat hij als de plaatsvervanger van de Allerhoogste boven zijn broeders was verheven. Wanneer degenen, die de opvolgers van Petrus heten te zijn, zijn voorbeeld hadden nagevolgd, zouden zij er altijd mee tevreden zijn geweest om op gelijke voet met hun broeders te staan.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 144,

“De Heiland droeg het evangeliewerk niet aan Petrus persoonlijk op. Een tijd nadien, toen Hij de woorden, die hier tot Petrus gesproken werden, herhaalde, paste Hij ze rechtstreeks toe op de gemeente. En in wezen werd hetzelfde ook gesproken tot de twaalven als vertegenwoordigers van al de gelovigen. Indien Jezus aan een van de discipelen een bijzondere macht en een bijzonder gezag gegeven zou hebben boven de andere discipelen, zouden we niet lezen, hoe dikwijls zij streden over de vraag, wie de meeste zou zijn. Zij zouden zich hebben onderworpen aan de wens van hun Meester, en degene, die Hij verkozen had, zouden ze geëerd hebben.” –De Wens der Eeuwen , blz. 359–360.

Donderdag — 3 oktober

5. Het Israël van God

A. Aan wie is deze brief geschreven, en hoe zijn allen erbij betrokken, die Jezus als Heer aanvaarden?

Jakobus 1:1 (tweede helft);

[Jas.1.1.b]

Galaten 3:27–29.

Galaten 3:27: Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Galaten 3:28: Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus. Galaten 3:29: En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

“Onder het Israël van God zouden velen gerekend worden, die geen kinderen van Abraham zouden zijn naar het vlees.” –Profeten en Koningen, blz. 226.

“Het leven van Christus vestigde een godsdienst zonder kasten, een godsdienst, waardoor Jood en heiden, en vrijen en slaven, verbonden worden tot een algemene broederschap, met gelijke rechten voor God.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 184.

“Het christendom kweekt een nauwe verbintenis tussen meester en knecht, koning en onderdaan, de evangeliedienaar en de ontaarde zondaar, die in Christus reiniging van zonden heeft verkregen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 339.

B. Welke naam wordt in de profetie gegeven aan het uiteindelijke geestelijke Israël, en hoe wordt hun ervaring vlak voor de wederkomst van Christus beschreven?

Openbaring 7:4.

Openbaring 7:4: En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israels.

“Spoedig hoorden we de stem van God als vele wateren, die ons de dag en het uur van Jezus’ komst gaven. De levende heiligen, 144.000 in getal, kenden en begrepen de stem, terwijl de goddelozen dachten, dat het de donder en een aardbeving was…

De 144.000 waren allemaal verzegeld en volmaakt verenigd. Op hun voorhoofd stonden de woorden God, Nieuw Jeruzalem en een glorieuze ster met daarin de nieuwe naam van Jezus. Over onze gelukkige, heilige toestand waren de goddelozen woedend en wilden met geweld op ons af stormen om de handen aan ons te slaan en ons in de gevangenis te werpen, als we de hand zouden uitstrekken in de naam van de Heer, vielen zij hulpeloos op de grond. Toen wist de synagoge van Satan, dat God ons had liefgehad, die elkaars voeten konden wassen en de broeders met een heilige kus konden begroeten, en zij aanbaden aan onze voeten.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 59.

Vrijdag — 4 oktober

Terugblik

1. Hoe groeide Jakobus, de zoon van Zebedeüs, om meer op Christus te lijken?

2. Hoe groeide Jakobus, de halfbroer van Jezus, om meer op Christus te lijken?

3. Welke bewijzen in de Schrift tonen, dat Petrus niet de hoofdapostel was?

4. Hoe legt Paulus de eenheid en gelijke waarde van alle christenen uit?

5. Wat illustreert de uiteindelijke overwinning van het geestelijke Israël van God?

Eerste Sabbatgaven voor een kapel in Reading, Pennsylvania, USA

Het Oostelijke Veld van de Verenigde Staten is verdeeld in acht geografische gebieden bestaande uit de staten van Pennsylvania, New York, Connecticut, Rhode Island, Massachusetts, Maine, Vermont, New Hampshire. Het werk in Pennsylvania ervaart momenteel een snelle groei.

Er wordt geschat dat meer dan 53% van de mensen in deze staat godsdienstig is, samengesteld uit Methodisten, lutheranen, Baptisten, Pinkstergemeenten en anderen, met 28.3% Katholieken. In de vroege koloniale dagen was Pennsylvania een toevluchtsoord voor pelgrims, die op zoek waren naar godsdienstvrijheid om te ontsnappen aan de vervolging in Europa. Deze geschiedenis is nog steeds zichtbaar in het grote aantal van traditionele Amish gelovigen, die nog steeds op een grote boerderij in gemeenschap wonen, verspreid door de provincie Lancaster, ze dragen eenvoudige kleding en reizen met paard en wagen.

Door de jaren heen hebben weinig SDARM leden in Pennsylvania gewoond en hier werd ook zendingstraining gegeven. Maar de huidige heropleving van de belangstelling voor de waarheid begon in 2016 in de stad Reading, nadat twee leden vanuit new York hierheen waren verhuisd. De groep breidde zich uit en startte elke Sabbatmiddag een bijeenkomst in een park in de zomer en ‘s winters thuis bij een zuster. Na enkele maanden studie werden velen gedoopt in het geloof van de Reformatie.

Reading heeft een bevolking van meer dan 95.000 en is een handelscentrum voor elektronische onderdelen, voor medische apparaten, energieopslag technologie en meer. Onze gemeente is nu de grootste in het Oostelijke Veld. Er worden meer nieuwe zielen voorbereid om zich bij Gods volk aan te sluiten, wij vergaderen in een gehuurde ruimte en willen ons graag vestigen en uitbreiden voor een groter bereik. “Waar een gemeenschap van gelovigen wordt opgericht, moet een huis van aanbidding worden gebouwd… Op veel plaatsen, waar de boodschap is gepredikt en zielen deze hebben aangenomen, bevinden ze zich in beperkte omstandigheden en kunnen ze maar weinig doen om de voortgang te verzekeren, die het werk karakter zou geven. Hierdoor is het vaak moeilijk het werk uit te breiden.” –Evangelism, blz. 376.

Daarom doen we een beroep op onze broeders, zusters en sympathisanten over de hele wereld om ons te helpen een huis van aanbidding te ontwikkelen in het Reading gebied, zodat meer zielen in de kudde keunnen worden gebracht. Uw vriendelijke vrijgevigheid zal zeer op prijs worden gesteld en de Heer zal u op Zijn beurt zegenen.

–Uw broeders en zusters van het Oostelijke Veld van de Verenigde Staten