Lessen uit de brieven van Petrus (deel 2) — Sabbat, 31 augustus 2024

Les 9: Hemels licht koesteren

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Wie dan weet goed te doen, en niet doet, voor die is het zonde”

Jakobus 4:17

“De engel zei: ‘Als er licht komt, en dat licht wordt terzijde geschoven of verworpen, dan komt er veroordeling en de frons van God; maar voordat het licht komt, is er geen zonde, want er is geen licht, dat zij kunnen verwerpen’. ” –Testimonies for the Church, vol 1, blz. 116.

Aanvullende studie:: Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 695-711.

Zondag — 25 augustus

1. Houdingsproblemen

A. Hoe verklaart Petrus het lot van valse leraren?

2 Petrus 2:20.

2 Petrus 2:20: Want indien zij, nadat zij door de kennis van den Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve wederom ingewikkeld zijnde, van dezelve overwonnen worden, zo is hun het laatste erger geworden dan het eerste.

“Deze valse leraars die de kerk zouden binnensluipen, en door vele broeders in het geloof als ware leraars zouden worden gezien, vergeleek de apostel met, bronnen zonder water, nevelen, door een windvlaag voortgejaagd, voor wie de donkerste duisternis is weggelegd”. Hun laatste toestaand is erger dan de eerste. (Van Jeruzalem tot Rome blz. 389–390)

B. Welke tijdloze woorden helpen ons een volledig vooruitzicht te behouden en verstandige keuzes te maken, als anderen op ons neerkijken of ons geduld op de proef stellen?

Prediker 7:8.

Prediker 7:8: Het einde van een ding is beter dan zijn begin; de lankmoedige is beter dan de hoogmoedige.

“Velen vinden het heerlijk om gevleid te worden, en kijken voortdurend, of zij niet worden gekleineerd of veronachtzaamd. Er heerst een harde en niet vergevingsgezinde geest. Er is afgunst, strijd en wedijver…

Als u er zo voor vecht om de eerste te zijn, bedenk dan, dat u voor God de laatste zult zijn, als u geen zachtmoedige en nederige geest koestert. Een trots hart zal er de oorzaak van zijn, dat velen falen, terwijl zij succes hadden kunnen hebben. ‘Ootmoed gaat vooraf aan de eer’, en ‘beter een lankmoedige dan een hoogmoedige’.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 47.

Maandag — 26 augustus

2. Enkele interessante illustraties

A. Waarnaar verwijst Petrus om ons wakker te maken?

Spreuken 26:11;

Spreuken 26:11: Gelijk een hond tot zijn uitspuwsel wederkeert, alzo herneemt de zot zijn dwaasheid.

2 Petrus 2:20–22.

2 Petrus 2:20: Want indien zij, nadat zij door de kennis van den Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve wederom ingewikkeld zijnde, van dezelve overwonnen worden, zo is hun het laatste erger geworden dan het eerste. 2 Petrus 2:21: Want het ware hun beter, dat zij den weg der gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, dien gekend hebbende, weder afkeren van het heilige gebod, dat hun overgegeven was. 2 Petrus 2:22: Maar hun is overkomen, hetgeen met een waar spreekwoord gezegd wordt: De hond is wedergekeerd tot zijn eigen uitbraaksel; en de gewassen zeug tot de wenteling in het slijk.

“De wereld is rijp voor haar vernietiging. God kan geduld hebben met zondaars, slechts een weinig langer. Zij moeten de droesem van de beker van Zijn toorn drinken, onvermengd met genade… Binnenkort zal bekend worden wie aan de kant van de Heer staat, wie zich niet voor Jezus zal schamen. Zij, die geen morele moed hebben om gewetensvol hun standpunt in te nemen tegenover ongelovigen, de mode van de wereld te verlaten en het zelf verloochenende leven van Christus te imiteren, schamen zich voor Hem en hebben Zijn voorbeeld niet lief.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 287.

B. Hoe waarschuwt Christus ons op dezelfde manier tegen het falen in het onderhouden van een nederige, afhankelijke band met Hem?

Lukas 11:24–26.

Lukas 11:24: Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben. Lukas 11:25: En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd. Lukas 11:26: Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven anderen geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.

“Het versierde huis is een beeld van de eigengerechtige ziel. Satan is door Christus uitgedreven. Maar hij komt terug in de hoop dat hij toegelaten zal worden. Hij vindt het huis leeg, schoongemaakt en versierd. Er woont alleen eigengerechtigheid. Dan trekt hij heen en neemt zeven anderen geesten mede, bozer dan hijzelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met dien mens in het einde erger dan in het begin.

“Eigengerechtigheid is een vloek, een versiering die Satan gebruikt tot zijn eer. Zij die de ziel sieren met eigen lof en vleierij maken de weg gereed voor zeven anderen geesten, bozer dan de eerste. Zelfs bij het ontvangen van de waarheid bedriegen deze mensen zichzelf. Zijn bouwen op een fundament van eigengerechtigheid. De gebeden van gemeenten kunnen tot God worden gericht in een bepaalde vormendienst, maar als ze in eigengerechtigheid worden opgezonden, wordt God er niet door geëerd. De Here zegt; “Ik zal u bekent maken war uw gerechtigheid en uw werken zijn; zij zullen u niets baten.” Ondanks al hun vertoon, hun versierde woning, komt Satan binnen met een troep boze engelen en neemt bezit van de ziel om bij het bedrog te helpen. De apostel schrijft: “Indien zij, aan de bezoedeling der wereld ontvloden door de erkentenis van de Here en Heiland Jezus Christus, toch weer erin verstrikt raken en erdoor overmeesterd worden, dan is hun laatste toestand erger dan de eerste. Het zou immers beter voor hen geweest zijn, geen kennis verkregen te hebben van de weg der gerechtigheid, dan met die kennis zich af te keren van het heilige gebod, dat hun overgeleverd is. –Bijbelkommentaar blz. 327–328

Dinsdag — 27 augustus

3. Blijven in geloof

A. Waarom wordt ons duidelijk gezegd in Christus te blijven?

Kolossensen 1:21–23.

Kolossenzen 1:21: En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend, Kolossenzen 1:22: In het lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen; Kolossenzen 1:23: Indien gij maar blijft in het geloof, gefondeerd en vast, en niet bewogen wordt van de hope des Evangelies, dat gij gehoord hebt, hetwelk gepredikt is onder al de kreature, die onder den hemel is; van hetwelk ik Paulus een dienaar geworden ben;

“Het is niet noodzakelijk, dat wij moedwillig kiezen voor het koninkrijk der duisternis om onder de heerschappij daarvan te komen. We behoeven slechts na te laten ons te verbinden met het koninkrijk des lichts. Indien wij niet samenwerken met de hemelse machten, zal Satan bezitnemen van het hart en het tot zijn woonplaats maken. De enige verdediging tegen de boze is het wonen van Christus in het hart, door het geloof in Zijn gerechtigheid. Indien we niet volkomen verbonden worden met God, kunnen we nooit de onheilige gevolgen van eigenliefde, genotzucht en verleiding tot zondigen weerstaan. We laten misschien vele verkeerde gewoonten na, een tijd lang verlaten we misschien het gezelschap van Satan; maar zonder leven gevende band met God, door overgave van onszelf aan Hem, van openblik tot ogenblik, zullen we overwonnen worden. Zonder persoonlijke kennis van Christus en zonder een voortdurende gemeenschap, zijn we overgeleverd aan de genade van de vijand en zullen ten slotte doen, wat hij zegt.” –De Wens der Eeuwen, blz. 274.

B. Verklaar het prachtige evenwicht, dat we moeten begrijpen door rechtvaardiging door geloof in Jezus.

Romeinen 3:24–26;

Romeinen 3:24: En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is; Romeinen 3:25: Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Romeinen 3:26: Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.

Hebreeën 6:4–6;

Hebreeën 6:4: Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, Hebreeën 6:5: En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw, Hebreeën 6:6: En afvallig worden, die, zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering, als welke zichzelven den Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken.

Hebreeën 10:26–27.

Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; Hebreeën 10:27: Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.

“Hij, die de zieken heeft genezen en de boze geesten heeft uitgeworpen, toen Hij onder de mensen wandelde, is heden nog dezelfde machtige Verlosser. Het geloof komt tot ons door het Woord van God. Klem u dan vast aan Zijn belofte: ‘Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen’ (Johannes 6:37). Werp u aan Zijn voeten met de woorden: ‘Helpt U me, als mijn geloof tekortschiet’. U kunt nooit verloren gaan, wanneer u dit doet, nooit.” –De Wens der Eeuwen, blz. 373.

“Als de zondaar naar de wet kijkt, wordt zijn schuld hem duidelijk gemaakt, en in zijn geweten gedrukt, en wordt hij veroordeeld. Zijn enige troost en hoop wordt gevonden in het kijken naar het kruis van Golgotha. Als hij zich aan de beloften waagt en God op Zijn woord gelooft, komen er verlichting en vrede in zijn ziel. Hij roept uit: ‘Heer, Gij hebt beloofd allen te redden, die tot U komen in de naam van Uw Zoon. Ik ben een verloren, hulpeloze, hopeloze ziel. Heer, red mij, anders kom ik om.’ Zijn geloof legt beslag op Christus en hij wordt gerechtvaardigd voor God.

‘Maar hoewel God rechtvaardig kan zijn en toch de zondaar kan rechtvaardigen door de verdiensten van Christus, kan niemand zijn ziel bedekken met de klederen van Christus’ gerechtigheid, terwijl hij bekende zonden beoefent of bekende plichten verwaarloost. God eist de volledige overgave van het hart, voordat rechtvaardiging kan plaatsvinden; en om de mens zijn rechtvaardiging te laten behouden, moet er voortdurende gehoorzaamheid zijn, door actief, levend geloof, dat werkt door liefde en de ziel zuivert.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 365–366.

Woensdag — 28 augustus

4. Het licht naleven

A. Gezegend als we zijn met een overvloed van licht uit de hemel, wat moeten we in gedachten houden, als we onze verlossing ernstig nemen?

Jakobus 4:17.

Jakobus 4:17: Wie dan weet goed te doen, en niet doet, dien is het zonde.

“Als mensen worden aangesproken over het onderwerp gezondheid, zeggen ze vaak: ‘Wij weten het veel beter dan wij doen’. Ze beseffen niet, dat ze verantwoordelijk zijn voor elke lichtstraal met betrekking tot hun lichamelijk welzijn, en dat al hun gewoontes openstaan voor de inspectie van God. Het fysieke leven mag niet op een lukrake manier worden behandeld. Elk orgaan, elke vezel van het wezen moet heilig worden beschermd tegen schadelijke praktijken.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 372.

B. Hoe verstrekkend zijn de resultaten van onze dagelijkse beslissingen, gezien de vele aspecten van de tegenwoordige waarheid waarin hervormingen nodig zijn (gezondheid is slechts één voorbeeld)?

Romeinen 14:21;

Romeinen 14:21: Het is goed geen vlees te eten, noch wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geergerd wordt, of waarin hij zwak is.

Jeremia 13:20.

Jeremia 13:20: Hef uw ogen op, en zie, die daar van het noorden komen! waar is de kudde, die u gegeven was, de schapen uwer heerlijkheid?

“Het onderwerp van gezondheidsreformatie is in de gemeenten gepresenteerd; maar het licht werd niet hartelijk ontvangen. De zelfzuchtige, gezondheidsvernietigende toegeeflijkheid van mannen en vrouwen heeft de invloed van de boodschap tenietgedaan, die erop gericht is een volk voor te bereiden op de grote dag van God. Als de gemeentenkracht verwachten, moeten zij de waarheid naleven, die God hun heeft gegeven. Als de leden van onze gemeenten het licht op dit onderwerp negeren, zullen zij het zekere resultaat oogsten van zowel geestelijke als lichamelijke degeneratie. En de invloed van deze oudere gemeenteleden zal degenen, die pas tot het geloof komen, zuur maken. De Heer werkt nu niet om veel zielen in de waarheid te brengen, vanwege de gemeenteleden, die nooit bekeerd zijn en degenen die ooit bekeerd zijn maar zijn teruggevallen. Welke invloed zouden deze niet-gewijde leden hebben op nieuwe bekeerlingen? Zouden zij de door God gegeven boodschap, die Zijn volk moet uitdragen, niet tevergeefs maken?” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 370–371.

C. Met het oog op de zware verantwoordelijkheid, die rust op allen, aan wie het door de hemel gezonden licht voor vandaag is toevertrouwd, welke ernstige oproep weerklinkt er dan juist nu tot ons?

Jeremia 3:12–13;

Jeremia 3:12: Gij henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden. Jeremia 3:13: Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.

Psalm 32:5.

Psalmen 32:5: Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.

Donderdag — 29 augustus

5. Dringend voorwaarts gaan

A. Beschrijf enkele passende oproepen voor Gods gemeente, die in moeilijke tijden leeft.

Hebreeën 5:13–14; 6:1;

Hebreeën 5:13: Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind. Hebreeën 5:14: Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads. Hebreeën 6:1: Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fondament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God,

Filippensen 2:14–15.

Filippenzen 2:14: Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken; Filippenzen 2:15: Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;

“In al onze gemeenten zal er opnieuw een bekering en opnieuw een toewijding aan het dienen plaatsvinden. Zullen we in ons werk in de toekomst en in de bijeenkomsten, die we houden, niet eensgezind zijn? Zullen we niet in gebed met God worstelen en vragen, dat de Heilige Geest in ieder hart komt? De aanwezigheid van Christus, die onder ons kenbaar wordt, zou de melaatsheid van het ongeloof genezen, die ons dienen zo zwak en inefficiënt heeft gemaakt. We hebben de adem van het goddelijke leven nodig, die ons wordt ingeblazen. Wij moeten kanalen zijn, waardoor de Heer licht en genade naar de wereld kan sturen. Terugvallers moeten worden teruggewonnen. Wij moeten onze zonden wegdoen, door belijdenis en berouw en ons trotse hart voor God vernederen. Er zullen stromen van geestelijke kracht worden uitgestort op degenen, die bereid zijn deze te ontvangen.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 46.

“Wat uw werk ook mag zijn, geliefde broeders en zusters, doe het als voor de Meester, en doe uw best. Zie de huidige gouden kansen niet over het hoofd en laat uw leven een mislukking blijken, terwijl u werkeloos zit te dromen van gemak en succes in een werk, waarvoor God u nooit geschikt heeft gemaakt. Doe het werk, dat het dichtst bij u in de buurt is. Doe het, ook al gebeurt dat te midden van gevaren en ontberingen in het zendingsveld; maar klaag niet, zo smeek ik u, over ontberingen en zelfopofferingen. Kijk naar de Waldenzen. Kijk eens welke plannen zij bedachten, zodat het licht van het evangelie in onwetende geesten kan schijnen. We moeten niet werken in de verwachting, dat we in dit leven onze beloning zullen ontvangen, maar met onze ogen standvastig gericht op de prijs aan het einde van de wedloop. Er zijn nu mannen en vrouwen nodig, die hun plicht zo trouw zijn als de kompasnaald, mannen en vrouwen, die willen werken zonder dat hun weg wordt geëffend en elk obstakel wordt verwijderd.” –Colporteur Ministry, blz. 68.

Vrijdag — 30 augustus

Terugblik

1. Ga ik van het ergste uit, als iemand mij niet lijkt te waarderen?

2. Op welke manieren manifesteert eigengerechtigheid zich in deze laatste dagen?

3. Hoe kan ik rechtvaardiging verkrijgen en behouden door geloof in het bloed van Christus?

4. Op welke gebieden van het leven moeten mijn acties beter weerspiegelen wat ik weet?

5. Wat moet ik bedenken, als ik in de verleiding kom om te klagen?