Tekst om te onthouden: “Daarom zal ik niet verzuimen u altijd daarover te vermanen, hoewel gij het weet, en in de tegenwoordige waarheid versterkt zijt”
2 Petrus 1:12
“We twijfelen niet, noch hebben we al die jaren getwijfeld, dat de leerstellingen, die we heden aanhangen, de tegenwoordige waarheid zijn, en dat we het oordeel tegemoet gaan. We bereiden ons voor om Hem te ontmoeten, Die, vergezeld door een gevolg van heilige engelen, verschijnen zal op de wolken des hemels, om de gelovigen en de rechtvaardigen ten slotte de onsterfelijkheid te geven.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 184–185.
Aanvullende studie:: Eerste Geschriften, blz. 63-77.
A. Wat benadrukte de apostel Petrus tegenover de gelovigen?
2 Petrus 1:12–15.
“In Luthers tijd was er een belangrijke waarheid, die speciaal voor zijn tijd bestemd was. Er is ook een speciale waarheid voor Gods gemeente in deze tijd. De Almachtige plaatst mensen in verschillende omstandigheden en geeft hun een taak, die beantwoordt aan de behoefte van hun tijd en aan de omstandigheden, waarin zij leven. Als zij het licht, dat ze al hebben, op prijs stelden, zouden zij een bredere kijk op de waarheid krijgen.” –De Grote Strijd, blz. 132.
B. Leg uit, hoe we moeten groeien in ons begrip van licht uit de hemel.
Hebreeën 5:12–14; 6:1–3.
“Elke stap van geloof en gehoorzaamheid brengt de gelovige in nauwer contact met het Licht der wereld, ‘in Wie gans geen duisternis is’. ” –De Grote Strijd, Blz. 440.
A. Waarom en hoe moeten we onze handelwijze veranderen, als we meer door de hemel gezonden licht ontvangen?
Jakobus 4:17;
Spreuken 4:18;
Matthéüs 6:23.
“God verlangt van Zijn volk overeenkomstig de genade en waarheid, die hun gegeven is. Aan al Zijn rechtvaardige eisen moet volledig worden voldaan. Wezens, die verantwoordelijk zijn, moeten wandelen in het licht dat op hen schijnt. Als ze dit niet doen, wordt hun licht duisternis, en hun duisternis is groot in dezelfde mate als hun licht overvloedig was. Opgehoopt licht heeft op Gods volk geschenen; maar velen hebben nagelaten het licht te volgen, en om deze reden bevinden zij zich in een staat van grote geestelijke zwakte.
Het is niet door gebrek aan kennis, dat Gods volk nu ten onder gaat. Ze zullen niet veroordeeld worden, omdat ze de weg, de waarheid en het leven niet kennen. De waarheid, die hun begrip heeft bereikt, het licht, dat op de ziel heeft geschenen, maar dat is verwaarloosd of geweigerd, zal hen veroordelen. Degenen, die nooit het licht hebben gehad om te verwerpen, zullen niet in de veroordeling verkeren. Wat had er nog meer voor Gods wijngaard kunnen worden gedaan dan er al is gedaan? Licht, kostbaar licht, schijnt op Gods volk; maar het zal hen niet redden, tenzij zij ermee instemmen erdoor gered te worden, er volledig naar te leven en het anderen in duisternis door te geven. God roept Zijn volk op om actie te ondernemen. Het is een individueel werk van belijden en verzaken van zonden en het terugkeren tot de Heer, dat nodig is. De een kan dit werk niet voor een ander doen. Godsdienstige kennis heeft zich opgehoopt, en dit heeft de overeenkomstige verplichtingen doen toenemen. Er heeft een groot licht op de gemeente geschenen, en daardoor zijn zij veroordeeld, omdat zij weigeren erin te wandelen. Als ze blind waren, zouden ze zonder zonde zijn. Maar ze hebben licht gezien en veel waarheid gehoord, maar zijn toch niet wijs en heilig. Velen hebben jarenlang geen vooruitgang geboekt in kennis en ware heiligheid. Zij zijn geestelijke dwergen. In plaats van vooruit te gaan naar volmaaktheid, gaan ze terug naar de duisternis en slavernij van Egypte. Hun geest wordt niet geoefend in godsvrucht en ware heiligheid.
Zal het Israël Gods ontwaken? Zullen allen, die godsvrucht belijden, proberen elk kwaad weg te doen, elke geheime zonde aan God te belijden en de ziel voor Hem te kwellen? Zullen zij met grote nederigheid de motieven van elke handeling onderzoeken en weten, dat het oog van God alles leest en elk verborgen ding doorzoekt? Laat het werk grondig zijn, de toewijding aan God volledig. Hij roept op tot een volledige overgave van alles wat we hebben en zijn. Predikanten en mensen hebben een nieuwe bekering nodig, een verandering van de geest, zonder welke wij geen geur van leven tot leven zijn, maar van dood tot de dood.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 123–124.
A. Geef voorbeelden van onderwerpen, die centraal moeten staan in de studie en waarvan we ons niet moeten laten afleiden.
Daniël 7:9–10;
Daniël 8:14;
Psalm 119:33–35.
“Er zijn vele kostbare waarheden in Gods Woord vervat, maar het is de tegenwoordige waarheid’, welke de kudde thans nodig heeft. Ik heb het gevaar aanschouwd, dat de boodschappers afwijken van de belangrijke punten van de tegenwoordige waarheid, en handelen over onderwerpen, die niet berekend zijn om de kudde tot eenheid te brengen, en de zielen te heiligen. Satan zal zich hier van ieder mogelijk voordeel bedienen om de zaak te benadelen.
Maar onderwerpen als het heiligdom, in verband met de 2300 dagen, de geboden van God en het geloof van Jezus, zijn volkomen berekend om de vroegere Advent beweging te verklaren en te tonen, welke positie wij thans innemen, en om het geloof van de twijfelmoedigen te bevestigen, en zekerheid te geven aan de heerlijke toekomst. Ik heb herhaaldelijk gezien, dat dit de voornaamste onderwerpen zijn, die de boodschappers moeten behandelen.” –Eerste Geschriften, blz. 66.
B. Wat is gedurende ongeveer 180 jaar (betrekkelijk recent in de totale reikwijdte van de wereldgeschiedenis) een essentieel aspect van de tegenwoordige waarheid geweest?
Openbaring 14:6–13.
“De verkondiging van de boodschappen van de eerste, tweede en derde engel is gelokaliseerd door het woord van de Inspiratie. Er mag geen pin of speld worden verwijderd. Geen enkele menselijke autoriteit heeft meer recht om de locatie van deze boodschappen te veranderen dan om het Oude Testament te vervangen door het Nieuwe Testament. Het Oude Testament is het evangelie in cijfers en symbolen. Het Nieuwe Testament is de hoofdzaak. Het ene is net zo belangrijk als het andere. Het Oude Testament presenteert lessen van de lippen van Christus, en deze lessen hebben in geen enkel opzicht hun kracht verloren. De eerste en tweede boodschap werden gegeven in 1843 en 1844, en we bevinden ons nu onder de verkondiging van de derde; maar alle drie de boodschappen moeten nog worden verkondigd. Het is nu net zo essentieel als ooit tevoren, dat ze herhaald zullen worden voor degenen, die op zoek zijn naar de waarheid. Met pen en stem moeten we de verkondiging laten klinken, waarbij we de volgorde ervan laten zien, en de toepassing van de profetieën, die ons bij de boodschap van de derde engel brengen. Er kan geen derde zijn zonder de eerste en de tweede. Deze boodschappen moeten we aan de wereld geven in publicaties, in toespraken, waarin we in de lijn van de profetische geschiedenis die dingen laten zien, die geweest zijn, en de dingen die zullen gebeuren.” –Counsels to Writers and Editors, blz. 26–27.
A. Beschrijf de houding, die ons in staat stelt de tegenwoordige waarheid te omarmen, terwijl deze zich ontvouwt, als anderen deze afwijzen.
Jeremia 29:13;
Matthéüs 18:3;
Johannes 7:17.
“Als u als een klein kind bereid wordt om geleid te worden, en als uw begrip geheiligd is en uw wil en vooroordelen opgegeven zijn, zal er zo’n licht in uw hart schijnen, dat de Schrift zal verlichten en u de tegenwoordige waarheid tonen in haar prachtige harmonie. Het zal lijken op een gouden ketting, schakels samengevoegd tot een volmaakt geheel.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 448.
B. Hoe verzwakt nalatigheid maar al te vaak de invloed van de tegenwoordige waarheid, en wat is de remedie?
Jesaja 56:9–10;
1 Korinthe 14:8;
Openbaring 3:17–19.
“We lopen het gevaar de boodschap van de derde engel op een zo onduidelijke manier te verkondigen, dat het geen indruk maakt op de mensen. Er komen zoveel andere belangen bij kijken, dat juist de boodschap, die met kracht verkondigd moet worden, tam en stemloos wordt.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 60.
“We leven beslist in de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde. We moeten veel tijd besteden aan onze geestelijke belangen, als we de geestelijke groei willen ervaren, die essentieel is in dit tijdperk. Wij moeten besliste hervormingen doorvoeren. De Stem zei: De wachters moeten wakker worden en de bazuin een duidelijke klank geven. De ochtend komt; en ook de nacht. Word wakker, Mijn wachters. Stemmen, die nu gehoord moeten worden en de waarheid verkondigen, zijn stil. Zielen gaan verloren in hun zonden, en predikanten, artsen en leraren slapen. Maak de wachters wakker!” –The Pacific Union Recorder, 20 februari 1908.
“De waarachtige Getuige verkondigt, dat, wanneer gij werkelijk meent, dat alles met u in orde is, gij aan alles gebrek hebt. Het is niet voldoende voor predikers theoretische onderwerpen naar voren te brengen; zij moeten ook onderwerpen van praktische aard brengen. Zij moeten de praktische lessen bestuderen, die Jezus Zijn discipelen gaf en moeten die toepassen op zichzelf en op het volk. Waar dit vermanend getuigenis uit de mond van Christus komt, zullen wij dan denken, dat Hij geen liefde voor Zijn volk koestert? O, neen! Hij, die stierf om de mens van de dood te verlossen, bemint met een goddelijke liefde, en die Hij liefheeft, bestraft Hij.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 341–342.
A. Beschrijf, hoe de tegenwoordige waarheid zich uitbreidt en versnelt vóór de terugkeer van Jezus naar deze aarde.
Openbaring 18:1–5.
“(Zie Openbaring 18:1–2, 4). Volgens deze Bijbeltekst zal de aankondiging van de val van Babylon, die door de tweede engel van Openbaring 14 (vers 8) werd uitgesproken, in de toekomst worden herhaald. Bovendien zal ook de verdorvenheid, die is binnengeslopen in de verschillende organisaties, waaruit Babylon bestaat, sinds de tijd dat die boodschap voor het eerst werd verkondigd in de zomer van 1844, worden aangetoond.” –De Grote Strijd, blz. 558.
B. Hoe moeten we ons gedragen in het licht van de manier, waarop het grootste deel van de wereld de boodschap van de tegenwoordige waarheid als ongemakkelijk beschouwt?
1 Korinthe 2:12–16.
“In onze individuele ervaring moeten we door God onderwezen worden. Als we Hem met een oprecht hart zoeken, zullen we onze karaktergebreken aan Hem belijden; en Hij heeft beloofd iedereen te ontvangen, die in nederige afhankelijkheid tot Hem komt. Degene, die toegeeft aan de aanspraken van God, zal de blijvende aanwezigheid van Christus hebben, en dit gezelschap zal voor hem iets heel kostbaars zijn. Door beslag te leggen op goddelijke wijsheid, zal hij ontsnappen aan de verdorvenheden, die in de wereld bestaan door begeerte.” –Testimonies to Ministers, blz. 483.
“Als u tot Christus komt, zult u niet opscheppen: ‘Ik ben heilig’. Laat God alleen dat van u zeggen, want u kent uw eigen hart niet. Deze opschepperij is een zeker bewijs, dat u de Schriften noch de kracht van God kent. Laat God, als Hij wil, in Zijn boeken schrijven, dat u een gehoorzaam kind bent en met een opgewekt hart Zijn inzettingen onderhoudt, en de verslagen zullen het op de dag van de beloning voor engelen en mensen openbaren.” –The Signs of the Times, 22 december 1887.
1. Hoe verschilt de tegenwoordige waarheid van vandaag van vroeger?
2. Waarom ben ik verantwoording verschuldigd aan God voor het naleven van de tegenwoordige waarheid?
3. Waarom moet ik er een punt van maken om de tegenwoordige waarheid met anderen te delen?
4. Welke invloed heeft mijn houding ten opzichte van helderder licht op mijn geestelijke groei?
5. Wat moet mijn vastberaden handelwijze zijn, als ik met tegenstand te maken krijg?