Tekst om te onthouden: “Gij dan, geliefden, zulks tevoren wetend, wacht u, dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen mede afgerukt wordt, en uitvalt van uw vastigheid. Maar wast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus, Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen”
2 Petrus 3:17–18
“Er bestaat geen Bijbelse heiligmaking voor hen, die een deel der waarheid van zich werpen.” –Bijbelkommentaar, blz. 622.
Aanvullende studie:: Van Jeruzalem tot Rome, blz. 406-412.
A. Waartoe zijn wij geroepen met het oog op het ultieme vuur?
2 Petrus 3:12.
“Zo zal ook nu, vóór de komst van de Zoon des mensen, het eeuwig evangelie gepredikt worden ‘aan alle volk, en stam en taal en natie.’ (Openbaring 14:6, 40). God ‘heeft een dag bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen’. (Handelingen 17:31). Christus zegt ons, wanneer die dag zal worden ingeluid. Hij zegt niet, dat de hele wereld zich zal bekeren, maar; Dit ‘dit evangelie van het koninkrijk in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde gekomen zijn.’ Door het evangelie aan de wereld te brengen, hebben wij de macht om de komst des Heeren te verhaasten. Wij moeten niet alleen uitzien naar de dag van God, maar die verhaasten. Indien de gemeente van Christus het werk had gedaan, dat haar was toegewezen, zou de gehele wereld reeds in het verleden zijn gewaarschuwd, en de Heere Jezus zou naar onze aarde komen in kracht en grote heerlijkheid. Als de kerk van Christus haar opgedragen werk had gedaan zoals de Heer dat had bepaald, zou de hele wereld vóór deze gewaarschuwd zijn, en zou de Heer Jezus in macht en grote glorie naar onze aarde zijn gekomen…
Zij, uitzien naar de Heere uitzien, reinigen hun zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid. Met opmerkzaam waken verenigen zij ernstige arbeid. Daar zij weten, dat de Heere voor de deur is, wordt hun ijver verlangen versterkt om met de goddelijke wezens mede te werken voor de behoudenis van zielen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 554, 555.
A. Hoe kan ieder van ons de wederkomst van Christus bespoedigen?
Prediker 11:1–2,
Prediker 11:6.
“Christus heeft aan de gemeente een heilige taak gegeven. Elk lid moet een kanaal zijn waardoor God aan de wereld de schatten van Zijn genade, de onnaspeurlijke rijkdom van Christus, kan mededelen. De Heiland verlangt niets liever dan vertegenwoordigers te vinden die aan de wereld Zijn geest en Zijn karakter willen bekend maken. Er is niets dat de wereld meer nodig heeft dan de openbaring van de liefde van de Heiland door de mens. Heel de hemel wacht op mannen en vrouwen waardoor God de macht van het Christendom kan bekend maken.
De gemeente is Gods middel voor de verkondiging der waarheid, door Hem bekrachtigd om een bijzonder werk te doen. Als ze trouw is aan Hem, gehoorzaam aan al Zijn geboden, zal de uitnemendheid van Gods genade in haar wonen. Als ze waarachtig is in haar trouw en de God van Israël de eer geeft die hem toekomt, zal geen macht ter wereld voor haar kunnen bestaan.
IJver voor en Zijn werk bewoog de discipelen te getuigen voor het evangelie met grote kracht. Behoort niet dezelfde ijver onze harten in vuur en vlam te zetten met het besluit om de geschiedenis van reddende liefde te verkondigen, te spreken van Christus en Die gekruisigd is? Het is het voorrecht van elke Christen niet alleen uit te zien naar de komst van de Heiland, maar deze te verhaasten. (Van Jeruzalem tot Rome blz. 436–437)
B. Hoe beschrijft God Zijn doel voor ons?
Hooglied 6:10;
Psalm 60:5.
“Waarheid en dwaling naderen hun laatste strijd. Laten we ons scharen onder de met bloed bevlekte banier van Prins Immanuël, … want de waarheid zal triomferen.” –De Daad bij het Woord, blz. 74.
“Als de gemeente zich bekleedt met het kleed van Christus’ gerechtigheid en zich los maakt van de gemeenschap met de wereld, licht voor haar de morgenstond van een heerlijke dag. Gods belofte aan haar zal voor altijd blijven bestaan. Hij zal haar maken tot een eeuwige heerlijkheid, tot een vreugde voor vele geslachten. De waarheid, door velen gesmaad en veracht is, zal triomferen. Hoewel bij tijden schijnbaar vertraagd, is haar vooruitgang nooit stopgezet. Wanneer Gods boodschap tegenstand ontmoet, schenkt Hij bijzondere kracht, zodat ze een grotere invloed uitoefent. Begiftigd met goddelijke energie zal ze haar weg banen door de sterkste barrières en over elk beletsel zegevieren.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 437.
A. Wat geeft kracht aan elke gelovige, die ernaar verlangt de missie van het redden van zielen uit te voeren?
Jesaja 53:11;
2 Korinthe 5:14–15;
2 Korintiërs 12:9.
“Er zijn moeilijkheden en conflicten, zelfverloochening en geheime hartbeproevingen, die we allemaal het hoofd moeten bieden en dragen. Er zullen verdriet en tranen zijn over onze zonden; er zal voortdurend strijd en waken zijn, vermengd met wroeging en schaamte vanwege onze tekortkomingen…
Laat de liefde van Christus ons dwingen zeer medelevend en teder te zijn, zodat we kunnen huilen over de dwalingen en degenen die van God zijn afgedwaald. De ziel is van oneindige waarde. De waarde ervan kan alleen worden geschat op basis van de prijs, die is betaald om het los te kopen. Golgotha! Golgotha! Golgotha! zal de werkelijke waarde van de ziel verklaard worden…
Zonder de kracht van genade op het hart, die onze inspanningen ondersteunt en onze inspanningen heiligt, zullen we er niet in slagen onze eigen ziel te redden en de zielen van anderen te redden. Systeem en orde zijn uiterst essentieel, maar niemand mag de indruk krijgen, dat deze het werk zullen doen zonder dat de genade en kracht van God inwerken op de geest en het hart. Hart en vlees zouden falen in de ronde van ceremonies en in de uitvoering van onze plannen, zonder de kracht van God om te inspireren en de moed te geven om het uit te voeren.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 187–188.
B. Waarom is de hoop op de eeuwigheid zo inspirerend?
2 Petrus 3:13;
Psalm 149:4.
“De zachtmoedigen ‘zullen de aarde beërven.’ Door het verlangen naar zelfverheffing kwam de zonde in de wereld, verloren onze stamouders de heerschappij en onze eerste ouders verloren de heerschappij over deze mooie aarde, hun koninkrijk. Door zelfverloochening verlost Christus wat verloren was. En Hij zegt, dat wij moeten overwinnen, zoals Hij dat deed. (Openbaring 3:21). Door nederigheid en zelfovergave kunnen we mede-erfgenamen worden met Hem, als ‘de zachtmoedigen het land beërven’. (Psalm 37:11).
De aarde, die beloofd wordt aan de zachtmoedigen, zal niet zijn zoals ze nu is, verduisterd door de schaduw van de dood en de vloek. ‘Wij verwachten echter naar Zijn belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont’. …
En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en Zijn dienstknechten zullen Hem vereren. Er is geen teleurstelling, geen smart, geen zonde, niemand die zal zeggen: ik ben ziek; er zijn geen begrafenisstoeten, geen rouw, geen dood, geen scheiding, geen gebroken harten; maar Jezus is er, er is vrede.” – Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 22–23.
A. Wat benadrukt Petrus in zijn brief, en waarom?
2 Petrus 3:14.
“Geen enkele dag weten we, hoe zwaar onze strijd de volgende dag kan zijn. Satan leeft, en is actief, en elke dag moeten we vurig tot God roepen om hulp en sterkte om einde hem te weerstaan. Zolang Satan heerst, zullen we het eigen-ik onderwerping hebben te brengen; moeten we aanvechtingen overwinnen, en er is geen enkele plaats, waar we daarmede kunnen ophouden, er is geen punt, tot waar we kunnen komen en zeggen, dat we het doel ten volle bereikt hebben.
‘Niet dat ik het al rede gekregen heb, of alrede volmaakt ben, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Jezus Christus ook gegrepen ben’. (Filippensen 3:12).
Het christelijke leven is een voortdurend voorwaartsgaan. Jezus polijst en loutert Zijn volk; en wanneer Zijn beeld in hem volmaakt wordt weerspiegeld, zijn ze volmaakt en heilig, toebereid om het onverderfelijke aan te doen. Een groot werk wordt van de christen geëist. Wij worden vermaand onszelf te reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, een volmaakte heiligmaking na te streven in de vreze Gods.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 116.
B. Waarom is geduld essentieel voor onze heiliging?
2 Petrus 3:15–16;
Lukas 21:19.
“Er zijn in de Schriften sommige dingen, die moeilijk zijn te verstaan en die, volgens de woorden van Petrus, de ongeleerden en onvasten verdraaien tot hun eigen verderf. We mogen dan in dit leven niet in staat zijn de betekenis van elk Schriftgedeelte te verklaren; maar er zijn geen vitale punten van praktische waarheid, die de verborgenheid schuilgaan. Wanneer naar de voorzienigheid Gods, de tijd zal komen dat de wereld getoetst zal worden tijd zal komen naar de waarheid van die tijd, zullen zielen door Zijn Geest gedreven worden om de Schriften te onderzoeken, zelfs met vasten en bidden, tot schakel na schakel is ontdekt en samengevoegd tot een volmaakte keten. Elk feit, dat direct bij de zaligheid der zielen betrokken is, zal zo duidelijk gemaakt worden, dat niemand behoeft te dwalen of in duisternis re verkeren.
Wanneer we profetische keten schakel na schakel gevolgd hebben, dan wordt de geopenbaarde waarheid voor onze tijd duidelijk en klaar onderscheiden. Aangaande het voorrecht, dat wij genieten en het licht dat schijnt op ons pad, zijn wij verantwoordelijk.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 293–294.
Want dit is de wil van God, uw heiligmaking; dat gij u onthoudt van de hoererij” Is dit ook uw wil? – The Acts of the Apostles, p. 566.
A. Hoe spoort Petrus ons aan tot waakzame volharding?
2 Petrus 3:17.
“De aanwijzingen die gevonden worden in het Woord van God laten geen plaats voor een overeenkomst met het kwaad. De Zoon van God werd geopenbaard, opdat Hij allen tot Zich zou trekken. Hij kwam niet om de wereld in slaap te sussen, maar om te wijzen op het smalle pad dat eenieder moet gaan die eenmaal de poorten van de stad Gods wil bereiken. Zijn kinderen moeten volgen waar Hij voorging. Het doet er niet toe welk offer ze moeten brengen voor gemak of zelfzucht, wat de prijs ook moge zijn van arbeid of lijden. Ze moeten een voortdurende strijd met het eigen ik voeren. (Van Jeruzalem tot Rome blz. 411)
B. Wat is, ter afsluiting van de brief, de laatste oproep van de apostel?
2 Petrus 3:18.
“Het kan zijn dat uw zonden als bergen voor u staan maar als u uw hart vernedert en uw zonden belijdt, vertrouwend op de verdiensten van een gekruisigde en opgestane Heiland, zal Hij u vergeven, en u reinigen van alle ongerechtigheid. God vraagt van u een volkomen overeenstemming met Zijn wet. Deze wet is de echo van Zijn stem, die tot u zegt: Heiliger, ja, nog heiliger. Verlang naar de volheid van Christus genade. Laat uw hart gevuld zijn met een intens verlangen naar Zijn gerechtigheid, waarvan Gods woord verklaart dat het vrede is, en waarvan de uitwerking rust en zekerheid voor altijd betekenen.
Wanneer uw ziel smacht naar God, zult u meer en meer van de onnaspeurlijke rijkdom van Zijn genade ontdekken. Terwijl u over deze rijkdommen nadenkt, zullen ze in uw bezit komen, en zullen ze de verdiensten van het offer van de Heiland, de bescherming van Zijn gerechtigheid en de volheid van Zijn wijsheid openbaar maken, om u aan de Vader voor te stellen, ,, onbevlekt en onberispelijk”. ( Van Jeruzalem tot Rome blz.412)
1. Waaruit blijkt dat onze ijver werkelijk wordt aangewakkerd?
2. Welke praktische stappen kan ik nemen om de wederkomst van de Heer te bespoedigen?
3. Wie zal, ondanks alle soesa en intimidatie, deze planeet erven?
4. Waarom moet ik het heiligingsproces heel serieus nemen?
5. Wat moet ik doen als ik de diepte van mijn grote zondigheid zie?