Tekst om te onthouden: “Daar dan deze dingen alle vergaan, hoedanige behoort gij te zijn in heilige wandel en godzaligheid”
2 Petrus 3:11
“De ruil, die wij doen door de verloochening van zelfzuchtige verlangens en neigingen is een ruil van het waardeloze en vergankelijke voor het kostbare en eeuwig blijvende. Dat is geen offer, maar oneindig gewin… Voor alles wat Hij wenst, dat wij zullen opgeven, biedt Christus iets beters.” –Karaktervorming, blz. 298.
Aanvullende studie:: Eerste Geschriften, blz. 52-54;; De Grote Strijd, blz. 611-620.
A. Hoe wordt het uiteindelijke uitvoerende oordeel weergegeven?
2 Petrus 3:10.
“De nieuwe hemelen en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1. Jesaja 65:17. 2 Petrus 3:13.) zullen niet verschijnen, voordat de goddeloze doden zijn opgewekt en vernietigd, aan het einde van de 1000 jaar. Ik zag, dat Satan aan het einde van de duizend jaar ‘uit zijn gevangenis werd losgelaten’, precies op het moment dat de goddeloze doden werden opgewekt; en dat Satan hen misleidde door hen te laten geloven, dat zij de heilige stad van de heiligen konden afnemen. De goddelozen marcheerden allemaal rond het ‘kamp van de heiligen’, met Satan aan hun hoofd; en toen ze klaar waren om een poging te doen om de stad in te nemen, blies de Almachtige vanaf Zijn hoge troon een adem van verslindend vuur over de stad, die op hen neerdaalde en verbrandde hen ‘met wortel en tak’.
En ik zag, dat zoals Christus de wijnstok is, en Zijn kinderen de ranken: zo is Satan de ‘wortel’, en zijn kinderen de ‘takken’; en bij de uiteindelijke vernietiging van ‘Gog en Magog’ zal het hele boze leger ‘met wortel en tak’ worden verbrand en ophouden te bestaan.” –A Word to the Little Flock, blz. 11–12.
A. Hoe voorzegden de Oudtestamentische profeten de uiteindelijke vernietiging van het kwaad en de zuivering van de aarde?
Jesaja 34:8–10;
Ezechiël 28:16–19.
“God laat vuur uit de hemel neerdalen. De aarde wordt opengereten. De wapens, die in haar schoot verborgen lagen, komen naar boven; uit elke gapende afgrond schieten vlammen omhoog. Zelfs de rotsen staan in brand. De dag, die zou ‘branden als een oven’, is aangebroken. De elementen smelten weg. ‘De aarde en de werken, die daarop zijn, verbranden’ (Maleáchi 4:1; 2 Petrus 3:10). Het aardoppervlak schijnt één gesmolten massa, een uitgestrekte, kokende vuurzee. Het is de tijd van het oordeel en de definitieve vernietiging van de ongelovigen, ‘een dag van wraak’…
De goddelozen ontvangen hun straf op aarde. (Spreuken 11:31). ‘Zij zullen zijn als stoppels; en de dag die komt, zal hen in brand steken, zegt de Heere der heerscharen’ (Maleáchi 4:1). Sommigen worden in een oogwenk vernietigd, terwijl anderen vele dagen lijden. Iedereen wordt gestraft ‘naar zijn werken’. De zonden van de verlosten zijn op Satan overgedragen, en hij moet niet alleen voor zijn eigen opstand boeten, maar voor alle zonden, waartoe hij Gods volk heeft verleid. Zijn straf zal veel groter zijn dan die van hen, die hij heeft misleid. Wanneer allen, die het slachtoffer zijn geworden van zijn bedrog, dood zijn, zal hij verder leven en nog moeten lijden. De goddelozen worden met wortel en tak definitief uitgeroeid. Satan de wortel, en zij zijn de takken. De straf is voltrokken. Het recht heeft zijn loop gehad. De hemel en de aarde zijn daar getuige van geweest en verkondigen Gods rechtvaardigheid.” –De Grote Strijd, blz. 619–620.
B. Beschrijf de schoonheid van Gods volgende stap.
Openbaring 20:7–10,
Openbaring 15; 21:1–2.
“Wanneer God de aarde uiteindelijk zuivert, zal deze verschijnen als een grenzeloze poel van vuur. Zoals God de ark bewaarde te midden van de onrust van de zondvloed, omdat er acht rechtvaardige personen in zaten, zo zal Hij het Nieuwe Jeruzalem behouden, dat de getrouwen van alle eeuwen bevat, van de rechtvaardige Abel tot aan de laatste heilige, die leefde. Hoewel de hele aarde, met uitzondering van dat gedeelte, waar de stad rust, zal verzinken in een zee van vloeibaar vuur, toch wordt de stad bewaard, net als de ark, door een wonder van de Almachtige kracht. Het staat ongedeerd te midden van de verslindende elementen.” –Spiritual Gifts, vol. 3, blz. 87.
A. Wat moet de laatste, uiteindelijke realiteit, die over de bewoners van de aarde zal komen, ons laten nadenken?
Psalm 139:23–24;
2 Petrus 3:11.
“Als de waarheid een heiligende invloed heeft op ons hart en leven, kunnen we God aanvaardbare diensten verlenen en Hem op aarde verheerlijken, omdat we deelhebben aan de goddelijke natuur en zijn ontsnapt aan de verdorvenheid, die door de begeerte in de wereld heerst.
O, hoeveel zullen er niet gereed bevonden worden, als de Meester met Zijn dienaren afrekening zal komen houden! Velen hebben schamele ideeën over wat een christen inhoudt. Eigengerechtigheid zal dan geen nut hebben. Alleen degenen, die de gerechtigheid van Christus zullen hebben, kunnen de test doorstaan, die doordrenkt zijn met Zijn geest en wandelen, zoals Hij wandelde, in zuiverheid van hart en leven. Het gesprek moet heilig zijn, en dan zullen de woorden met genade gekruid worden.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 317–318.
B. Verklaar de diepere toewijding, die we dringend nodig hebben.
1 Johannes 2:6.
“Iedere ziel, die de waarheid echt gelooft, zal zich overeenkomstig gedragen. Iedereen zal oprecht zijn en serieus, en onvermoeibaar in zijn inzet om zielen voor Christus te winnen. Als de waarheid eerst diep geplant is in hun eigen ziel, zullen zij die ook willen planten in het hart van anderen. De waarheid wordt in alle opzichten te veel buiten het leven gehouden. Breng haar in het binnenste van de zieletempel, geef haar een plaats op de troon van het hart, en laat haar het leven beheersen. Het woord van God moet bestudeerd en gehoorzaamd worden, dan zal het hart rust, en vrede en vreugde vinden, en men zal op de hemel gericht zijn, maar wanneer de waarheid buiten het leven wordt gehouden, wordt het hart niet verwarmd door het gloeiende vuur van Gods goedheid.
De godsdienst van Jezus wordt door velen gereserveerd voor bepaalde dagen of bijzondere gelegenheden, en daarbuiten wordt ze opzijgelegd en genegeerd. Het duurzame principes van de waarheid zijn niet enkel voor een paar uur op Sabbat, of voor enkele daden van liefdadigheid, maar ze moeten in het hart aanwezig zijn, waar ze het karakter kunnen verfijnen en heiligen. Als er een moment zou zijn, waarop de mens veilig is zonder dit speciale licht en deze bijzondere kracht uit de hemel, kon hij de waarheid van God naast zich neerleggen. De Bijbel, Gods zuiver en heilig woord, moet zijn raadgever en gids zijn, als de overheersende kracht in zijn leven. Dit Woord onderwijst ons, als wij die lessen ter harte willen nemen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 446–447.
A. Beschrijf Gods plan voor Zijn volk, en hoe halfslachtige mensen, die zich op deze wereld concentreren, reageren op dat plan en op degenen, die ernaar proberen te leven.
Titus 2:11–14;
Deuteronomium 26:18.
“De tijd is aangebroken, dat een groot aantal van degenen, die zich eenmaal verheugden en van blijdschap juichten met het oog op de onmiddellijke komst des Heeren, nu dezelfde standplaats innemen als de kerken en de wereld, die hen eenmaal bespot hebben, omdat zij geloofden, dat Jezus op het punt stond van te komen, en die allerlei leugens aangaande hen verspreidden om vooroordeel tegen hen op te wekken en hun invloed te vernietigen. En nu, wanneer er mensen verlangen naar de levende God, hongerende en dorstende naar de gerechtigheid, en God doet hun Zijn macht gevoelen, en verzadigt hun smachtende zielen door Zijn liefde in hun harten te laten schijnen, en zij dan God verheerlijken door Hem te loven, dan worden zij door deze belijdende gelovigen in de spoedige wederkomst des Heeren menigmaal voor bedrogen gehouden, en beschuldigd, dat zij gemesmeriseerd zijn, of een boze geest hebben.
Velen van de belijdende christenen kleden zich, spreken en handelen zoals de wereld, en het enige waaraan zij gekend kunnen worden, is hun belijdenis. Ofschoon zij belijden naar Christus uit te zien, is hun wandel niet in de hemel, maar spreken zij over wereldse dingen. ‘Hoedanigen’ behoren degenen te zijn ‘in heilige wandel en godzaligheid’, die voorgeven ‘verwachtende en haastende’ te zijn ‘tot de komst van de dag Gods’. (2 Petrus 3:11–12). ‘Een iegelijk, die deze hoop op hem heeft, die reinigt zichzelf, gelijk Hij rein is’. (1 Johannes 3:3). Maar het is klaarblijkelijk, dat velen, die de naam van Adventist dragen, er zich meer op toeleggen om hun lichamen uit te dossen, en een goede indruk in de wereld te maken dan, dat zij trachten te leren uit het Woord van God op welke wijze zij Hem welbehaaglijk kunnen zijn.” –Eerste Geschriften, blz. 123.
B. Waar moeten wij ons daarentegen op richten?
2 Korinthe 4:18.
“Houd voor altijd op met mopperen over dit arme leven, maar laat de last van uw ziel zijn: hoe u het betere leven dan dit veilig kunt stellen, een titel voor de woningen, die zijn voorbereid voor degenen, die oprecht en trouw zijn tot het einde. Als u hier een fout maakt, is alles verloren. Als u uw levenlang wijdt aan het veiligstellen van aardse schatten en de hemelse verliest, zult u ontdekken, dat u een vreselijke fout hebt gemaakt. U kunt niet beide werelden hebben.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 706.
A. Hoe worden we gewaarschuwd voor een blind vertrouwen in de menselijke zwakheid van leiders en andere naaste medewerkers, die fouten kunnen maken?
Jesaja 3:11–12;
Amos 2:4;
Amos 4:12.
“Er zijn mensen die, ook al denken ze God te dienen, snel omgord raken met ontrouw. Voor hen lijken kromme paden recht; ze leven in voortdurende overtreding van Gods waarheid; verdorven principes zijn verweven in hun levenspraktijk, en waar ze ook gaan, zaaien ze zaden van het kwaad. In plaats, dat ze anderen tot Christus leiden, zorgt hun invloed ervoor, dat ze gaan twijfelen.” –Testimonies to Ministers, blz. 281.
“Ik waarschuw de kerk op te passen voor diegenen, die aan anderen het levende woord verkondigen, maar zelf niet een geest van nederigheid en zelfverloochening koesteren, hetgeen dit toch met zich mee moet brengen. In een crisis kan op zulke mensen niet vertrouwd worden. Zij veronachtzamen de stem van God net zo gemakkelijk als Saul, en evenals hij staan zij klaar om hun daden te rechtvaardigen. Toen Saul door God werd berispt door zijn profeet, beweerde hij brutaal, dat hij de stem van God had gehoorzaamd; maar de blatende schapen en de loeiende ossen getuigden, dat hij dat niet had gedaan. Op dezelfde wijze verklaren velen God trouw te zijn, maar hun concerten en andere feesten, hun wereldse omgang, hun zelfverheerlijking en hun gretig verlangen naar populariteit getuigen, dat zij Zijn stem niet hebben gehoorzaamd. ‘De verdrukkers van mijn volk kinderen, en vrouwen overheersen het’.
Het is een hoge maatstaf, die het evangelie ons voorhoudt. De consequente christen is niet alleen een nieuwe, maar ook een edele schepping in Christus Jezus. Hij is een licht, dat niet faalt in het wijzen van de weg naar de hemel en naar God naar anderen. Hij zijn leven van Christus krijgt, zal niet verlangen naar het oppervlakkige, onbevredigende amusement van de wereld.”
1. Leg de Bijbelse waarheid uit van wat gewoonlijk het hellevuur wordt genoemd.
2. Welk wonder verricht God te midden van deze onblusbare vlammen?
3. Hoe kan mijn christelijke ervaring zich verdiepen, en waarom is dit nodig?
4. Leg uit wat de gevaren zijn van het leunen op een vleselijke arm met betrekking tot verlossing.
5. Welke stappen moet ik persoonlijk nemen om mij meer op de eeuwigheid te richten?