Lessen uit de brieven van Petrus (deel 2) — Sabbat, 21 september 2024

Les 12: Wat voor mensen?

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Daar dan deze dingen alle vergaan, hoedanige behoort gij te zijn in heilige wandel en godzaligheid”

2 Petrus 3:11

“De ruil, die wij doen door de verloochening van zelfzuchtige verlangens en neigingen is een ruil van het waardeloze en vergankelijke voor het kostbare en eeuwig blijvende. Dat is geen offer, maar oneindig gewin… Voor alles wat Hij wenst, dat wij zullen opgeven, biedt Christus iets beters.” –Karaktervorming, blz. 298.

Aanvullende studie:: Eerste Geschriften, blz. 52-54;; De Grote Strijd, blz. 611-620.

Zondag — 15 September

1. Onvermijdelijk, onuitblusbaar

A. Hoe wordt het uiteindelijke uitvoerende oordeel weergegeven?

2 Petrus 3:10.

2 Petrus 3:10: Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.

“De nieuwe hemelen en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1. Jesaja 65:17. 2 Petrus 3:13.) zullen niet verschijnen, voordat de goddeloze doden zijn opgewekt en vernietigd, aan het einde van de 1000 jaar. Ik zag, dat Satan aan het einde van de duizend jaar ‘uit zijn gevangenis werd losgelaten’, precies op het moment dat de goddeloze doden werden opgewekt; en dat Satan hen misleidde door hen te laten geloven, dat zij de heilige stad van de heiligen konden afnemen. De goddelozen marcheerden allemaal rond het ‘kamp van de heiligen’, met Satan aan hun hoofd; en toen ze klaar waren om een poging te doen om de stad in te nemen, blies de Almachtige vanaf Zijn hoge troon een adem van verslindend vuur over de stad, die op hen neerdaalde en verbrandde hen ‘met wortel en tak’.

En ik zag, dat zoals Christus de wijnstok is, en Zijn kinderen de ranken: zo is Satan de ‘wortel’, en zijn kinderen de ‘takken’; en bij de uiteindelijke vernietiging van ‘Gog en Magog’ zal het hele boze leger ‘met wortel en tak’ worden verbrand en ophouden te bestaan.” –A Word to the Little Flock, blz. 11–12.

Maandag — 16 september

2. De aarde gezuiverd

A. Hoe voorzegden de Oudtestamentische profeten de uiteindelijke vernietiging van het kwaad en de zuivering van de aarde?

Jesaja 34:8–10;

Jesaja 34:8: Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak. Jesaja 34:9: En hun beken zullen in pek verkeerd worden, en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal tot brandend pek worden. Jesaja 34:10: Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rook opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn, tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan.

Ezechiël 28:16–19.

Ezechiël 28:16: Door de veelheid uws koophandels hebben zij het midden van u met geweld vervuld, en gij hebt gezondigd; daarom zal Ik u ontheiligen van Gods berg, en zal u, gij overdekkende cherub! verdoen uit het midden der vurige stenen! Ezechiël 28:17: Uw hart verheft zich over uw schoonheid; gij hebt uw wijsheid bedorven, vanwege uw glans; Ik heb u op de aarde henengeworpen, Ik heb u voor het aangezicht der koningen gesteld, om op u te zien. Ezechiël 28:18: Vanwege de veelheid uwer ongerechtigheden, door het onrecht uws koophandels, hebt gij uw heiligdommen ontheiligd; daarom heb Ik een vuur uit het midden van u doen voortkomen, dat u heeft verteerd, en Ik heb u gemaakt tot as op de aarde, voor de ogen van al degenen, die u zien. Ezechiël 28:19: Allen, die u kennen onder de volken, zijn over u ontzet; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.

“God laat vuur uit de hemel neerdalen. De aarde wordt opengereten. De wapens, die in haar schoot verborgen lagen, komen naar boven; uit elke gapende afgrond schieten vlammen omhoog. Zelfs de rotsen staan in brand. De dag, die zou ‘branden als een oven’, is aangebroken. De elementen smelten weg. ‘De aarde en de werken, die daarop zijn, verbranden’ (Maleáchi 4:1; 2 Petrus 3:10). Het aardoppervlak schijnt één gesmolten massa, een uitgestrekte, kokende vuurzee. Het is de tijd van het oordeel en de definitieve vernietiging van de ongelovigen, ‘een dag van wraak’…

De goddelozen ontvangen hun straf op aarde. (Spreuken 11:31). ‘Zij zullen zijn als stoppels; en de dag die komt, zal hen in brand steken, zegt de Heere der heerscharen’ (Maleáchi 4:1). Sommigen worden in een oogwenk vernietigd, terwijl anderen vele dagen lijden. Iedereen wordt gestraft ‘naar zijn werken’. De zonden van de verlosten zijn op Satan overgedragen, en hij moet niet alleen voor zijn eigen opstand boeten, maar voor alle zonden, waartoe hij Gods volk heeft verleid. Zijn straf zal veel groter zijn dan die van hen, die hij heeft misleid. Wanneer allen, die het slachtoffer zijn geworden van zijn bedrog, dood zijn, zal hij verder leven en nog moeten lijden. De goddelozen worden met wortel en tak definitief uitgeroeid. Satan de wortel, en zij zijn de takken. De straf is voltrokken. Het recht heeft zijn loop gehad. De hemel en de aarde zijn daar getuige van geweest en verkondigen Gods rechtvaardigheid.” –De Grote Strijd, blz. 619–620.

B. Beschrijf de schoonheid van Gods volgende stap.

Openbaring 20:7–10,

Openbaring 20:7: En wanneer de duizend jaren zullen geeindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden. Openbaring 20:8: En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee. Openbaring 20:9: En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden. Openbaring 20:10: En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

Openbaring 15; 21:1–2.

[Rev.15,Rev.21.1-Rev.21.2]

“Wanneer God de aarde uiteindelijk zuivert, zal deze verschijnen als een grenzeloze poel van vuur. Zoals God de ark bewaarde te midden van de onrust van de zondvloed, omdat er acht rechtvaardige personen in zaten, zo zal Hij het Nieuwe Jeruzalem behouden, dat de getrouwen van alle eeuwen bevat, van de rechtvaardige Abel tot aan de laatste heilige, die leefde. Hoewel de hele aarde, met uitzondering van dat gedeelte, waar de stad rust, zal verzinken in een zee van vloeibaar vuur, toch wordt de stad bewaard, net als de ark, door een wonder van de Almachtige kracht. Het staat ongedeerd te midden van de verslindende elementen.” –Spiritual Gifts, vol. 3, blz. 87.

Dinsdag — 17 september

3. Nuchtere realiteit

A. Wat moet de laatste, uiteindelijke realiteit, die over de bewoners van de aarde zal komen, ons laten nadenken?

Psalm 139:23–24;

Psalmen 139:23: Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. Psalmen 139:24: En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.

2 Petrus 3:11.

2 Petrus 3:11: Dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid!

“Als de waarheid een heiligende invloed heeft op ons hart en leven, kunnen we God aanvaardbare diensten verlenen en Hem op aarde verheerlijken, omdat we deelhebben aan de goddelijke natuur en zijn ontsnapt aan de verdorvenheid, die door de begeerte in de wereld heerst.

O, hoeveel zullen er niet gereed bevonden worden, als de Meester met Zijn dienaren afrekening zal komen houden! Velen hebben schamele ideeën over wat een christen inhoudt. Eigengerechtigheid zal dan geen nut hebben. Alleen degenen, die de gerechtigheid van Christus zullen hebben, kunnen de test doorstaan, die doordrenkt zijn met Zijn geest en wandelen, zoals Hij wandelde, in zuiverheid van hart en leven. Het gesprek moet heilig zijn, en dan zullen de woorden met genade gekruid worden.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 317–318.

B. Verklaar de diepere toewijding, die we dringend nodig hebben.

1 Johannes 2:6.

1 Johannes 2:6: Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.

“Iedere ziel, die de waarheid echt gelooft, zal zich overeenkomstig gedragen. Iedereen zal oprecht zijn en serieus, en onvermoeibaar in zijn inzet om zielen voor Christus te winnen. Als de waarheid eerst diep geplant is in hun eigen ziel, zullen zij die ook willen planten in het hart van anderen. De waarheid wordt in alle opzichten te veel buiten het leven gehouden. Breng haar in het binnenste van de zieletempel, geef haar een plaats op de troon van het hart, en laat haar het leven beheersen. Het woord van God moet bestudeerd en gehoorzaamd worden, dan zal het hart rust, en vrede en vreugde vinden, en men zal op de hemel gericht zijn, maar wanneer de waarheid buiten het leven wordt gehouden, wordt het hart niet verwarmd door het gloeiende vuur van Gods goedheid.

De godsdienst van Jezus wordt door velen gereserveerd voor bepaalde dagen of bijzondere gelegenheden, en daarbuiten wordt ze opzijgelegd en genegeerd. Het duurzame principes van de waarheid zijn niet enkel voor een paar uur op Sabbat, of voor enkele daden van liefdadigheid, maar ze moeten in het hart aanwezig zijn, waar ze het karakter kunnen verfijnen en heiligen. Als er een moment zou zijn, waarop de mens veilig is zonder dit speciale licht en deze bijzondere kracht uit de hemel, kon hij de waarheid van God naast zich neerleggen. De Bijbel, Gods zuiver en heilig woord, moet zijn raadgever en gids zijn, als de overheersende kracht in zijn leven. Dit Woord onderwijst ons, als wij die lessen ter harte willen nemen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 446–447.

Woensdag — 18 september

4. Laat je niet afschrikken

A. Beschrijf Gods plan voor Zijn volk, en hoe halfslachtige mensen, die zich op deze wereld concentreren, reageren op dat plan en op degenen, die ernaar proberen te leven.

Titus 2:11–14;

Titus 2:11: Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. Titus 2:12: En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld; Titus 2:13: Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus; Titus 2:14: Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Deuteronomium 26:18.

Deuteronomium 26:18: En de HEERE heeft u heden doen zeggen, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zult zijn, gelijk als Hij u gesproken heeft, en dat gij al Zijn geboden zult houden;

“De tijd is aangebroken, dat een groot aantal van degenen, die zich eenmaal verheugden en van blijdschap juichten met het oog op de onmiddellijke komst des Heeren, nu dezelfde standplaats innemen als de kerken en de wereld, die hen eenmaal bespot hebben, omdat zij geloofden, dat Jezus op het punt stond van te komen, en die allerlei leugens aangaande hen verspreidden om vooroordeel tegen hen op te wekken en hun invloed te vernietigen. En nu, wanneer er mensen verlangen naar de levende God, hongerende en dorstende naar de gerechtigheid, en God doet hun Zijn macht gevoelen, en verzadigt hun smachtende zielen door Zijn liefde in hun harten te laten schijnen, en zij dan God verheerlijken door Hem te loven, dan worden zij door deze belijdende gelovigen in de spoedige wederkomst des Heeren menigmaal voor bedrogen gehouden, en beschuldigd, dat zij gemesmeriseerd zijn, of een boze geest hebben.

Velen van de belijdende christenen kleden zich, spreken en handelen zoals de wereld, en het enige waaraan zij gekend kunnen worden, is hun belijdenis. Ofschoon zij belijden naar Christus uit te zien, is hun wandel niet in de hemel, maar spreken zij over wereldse dingen. ‘Hoedanigen’ behoren degenen te zijn ‘in heilige wandel en godzaligheid’, die voorgeven ‘verwachtende en haastende’ te zijn ‘tot de komst van de dag Gods’. (2 Petrus 3:11–12). ‘Een iegelijk, die deze hoop op hem heeft, die reinigt zichzelf, gelijk Hij rein is’. (1 Johannes 3:3). Maar het is klaarblijkelijk, dat velen, die de naam van Adventist dragen, er zich meer op toeleggen om hun lichamen uit te dossen, en een goede indruk in de wereld te maken dan, dat zij trachten te leren uit het Woord van God op welke wijze zij Hem welbehaaglijk kunnen zijn.” –Eerste Geschriften, blz. 123.

B. Waar moeten wij ons daarentegen op richten?

2 Korinthe 4:18.

2 Korinthe 4:18: Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.

“Houd voor altijd op met mopperen over dit arme leven, maar laat de last van uw ziel zijn: hoe u het betere leven dan dit veilig kunt stellen, een titel voor de woningen, die zijn voorbereid voor degenen, die oprecht en trouw zijn tot het einde. Als u hier een fout maakt, is alles verloren. Als u uw levenlang wijdt aan het veiligstellen van aardse schatten en de hemelse verliest, zult u ontdekken, dat u een vreselijke fout hebt gemaakt. U kunt niet beide werelden hebben.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 706.

Donderdag — 19 september

5. Hoger kijken

A. Hoe worden we gewaarschuwd voor een blind vertrouwen in de menselijke zwakheid van leiders en andere naaste medewerkers, die fouten kunnen maken?

Jesaja 3:11–12;

Jesaja 3:11: Wee den goddeloze, het zal hem kwalijk gaan, want de vergelding zijner handen zal hem geschieden. Jesaja 3:12: De drijvers Mijns volks zijn kinderen, en vrouwen heersen over hetzelve. O Mijn volk! die u leiden, verleiden u, en den weg uwer paden slokken zij in.

Amos 2:4;

Amos 2:4: Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Juda, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij de wet des HEEREN verworpen, en Zijn inzettingen niet bewaard hebben; en hun leugenen hen verleid hebben, die hun vaders hebben nagewandeld.

Amos 4:12.

Amos 4:12: Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.

“Er zijn mensen die, ook al denken ze God te dienen, snel omgord raken met ontrouw. Voor hen lijken kromme paden recht; ze leven in voortdurende overtreding van Gods waarheid; verdorven principes zijn verweven in hun levenspraktijk, en waar ze ook gaan, zaaien ze zaden van het kwaad. In plaats, dat ze anderen tot Christus leiden, zorgt hun invloed ervoor, dat ze gaan twijfelen.” –Testimonies to Ministers, blz. 281.

“Ik waarschuw de kerk op te passen voor diegenen, die aan anderen het levende woord verkondigen, maar zelf niet een geest van nederigheid en zelfverloochening koesteren, hetgeen dit toch met zich mee moet brengen. In een crisis kan op zulke mensen niet vertrouwd worden. Zij veronachtzamen de stem van God net zo gemakkelijk als Saul, en evenals hij staan zij klaar om hun daden te rechtvaardigen. Toen Saul door God werd berispt door zijn profeet, beweerde hij brutaal, dat hij de stem van God had gehoorzaamd; maar de blatende schapen en de loeiende ossen getuigden, dat hij dat niet had gedaan. Op dezelfde wijze verklaren velen God trouw te zijn, maar hun concerten en andere feesten, hun wereldse omgang, hun zelfverheerlijking en hun gretig verlangen naar populariteit getuigen, dat zij Zijn stem niet hebben gehoorzaamd. ‘De verdrukkers van mijn volk kinderen, en vrouwen overheersen het’.

Het is een hoge maatstaf, die het evangelie ons voorhoudt. De consequente christen is niet alleen een nieuwe, maar ook een edele schepping in Christus Jezus. Hij is een licht, dat niet faalt in het wijzen van de weg naar de hemel en naar God naar anderen. Hij zijn leven van Christus krijgt, zal niet verlangen naar het oppervlakkige, onbevredigende amusement van de wereld.”

Vrijdag — 20 september

Terugblik

1. Leg de Bijbelse waarheid uit van wat gewoonlijk het hellevuur wordt genoemd.

2. Welk wonder verricht God te midden van deze onblusbare vlammen?

3. Hoe kan mijn christelijke ervaring zich verdiepen, en waarom is dit nodig?

4. Leg uit wat de gevaren zijn van het leunen op een vleselijke arm met betrekking tot verlossing.

5. Welke stappen moet ik persoonlijk nemen om mij meer op de eeuwigheid te richten?