Tekst om te onthouden: “Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is van de vuilheid van het lichaam, maar die een vaag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus”
1 Petrus 3:21
“Ik smeek de gemeenteleden in elke stad, dat zij beslag leggen op de Heer met besliste inspanning voor de doop van de Heilige Geest.” –Counsels on Health, blz. 548.
Aanvullende studie :: -Schreden naar Christus, blz. 19-26.
A. Wat zei Petrus schriftelijk en predikend met betrekking tot de enige mogelijke weg van verlossing?
1 Petrus 3:18;
Handelingen 4:10-12.
B. Waarom kon God in Zijn barmhartigheid niet eenvoudigweg zondaars vergeven en verlossen zonder Zijn Zoon op te offeren?
Jesaja 26:10
en
Romeinen 8:7
vergeleken met
Romeinen 5:10
en
Kolossensen 1:20-22.
“Toen hij nog niet gezondigd had, stond de mens in een vreugdevolle relatie tot Hem (God) … Maar na zijn zonde schiep de mens niet langer vreugde in het heilige, en probeerde zich voor de aanwezigheid van God te verbergen… De zondaar zou trouwens nooit gelukkig kunnen zijn in de aanwezigheid van God. Hij zou zich terugtrekken, weg uit het gezelschap van de heilige wezens. Zelfs al zou hij in de hemel worden toegelaten, hij zou er geen vreugde aan beleven. De geest van onzelfzuchtige liefde, die daar hoogtij viert … zou geen aanknopingspunt hebben in zijn innerlijk. Zijn gedachten, zijn belangstelling, zijn motieven zouden vreemd zijn aan die van de zondeloze wezens, die daar wonen. Hij zou een valse toon zijn in de hemelse melodie. De hemel zou voor hem een plaats van kwelling zijn… Het is geen plotselinge opwelling van God om de boze mensen uit de hemel te houden; zij worden buitengesloten vanwege hun ongeschiktheid om in dat gezelschap te verkeren. De heerlijkheid van God zou voor hen een verterend vuur zijn.” –Schreden naar Christus, blz. 19-20.
A. Hoewel we gered zijn door de dood van Christus, in welke zin zijn we dan ook ‘gered door de opstanding van Jezus’?
1 Petrus 3:21 (laatste deel);
1 Korinthe 6:14;
1 Korintiërs 15:22-23;
1 Thessalonicensen 4:13-16.
B. Wat legt Petrus uit met betrekking tot wie daadwerkelijk het gebod van de Vader heeft vervuld en Jezus heeft opgewekt? Vergelijk
Handelingen 2:22-24
met
1 Petrus 3:18.
“Hij, die stierf voor de zonden van de wereld, moest gedurende de bestemde tijd in het graf blijven. Hij bevond zich in die stenen gevangenis als gevangene van goddelijke gerechtigheid… Hij droeg de zonden van de wereld, en alleen Zijn Vader kon Hem bevrijden.” –The Youth’s Instructor, 2 mei 1901.
“Door Christus uit de dood op te wekken, verheerlijkte de Vader Zijn Zoon voor de Romeinse wacht, … satanische gastheer, en voor het hemelse universum.” –Lift Him Up, blz. 102.
“Toen werd de machtige engel gehoord, met een stem die de aarde deed beven: Jezus, Zoon van God, uw Vader roept u! En Hij, die de macht had verdiend om de dood en het graf te overwinnen, kwam tevoorschijn.” –The Present Truth, 18 februari 1886.
“God is bekleed met macht; Hij is in staat degenen, die dood zijn door overtredingen en zonden, weg te nemen, en door de werking van de Geest die Jezus uit de dood heeft opgewekt, het menselijke karakter te veranderen en het verloren beeld van God in de ziel terug te brengen.” –The Youth’s Instructor, 7 februari 1895.
C. Wie zal bij de wederkomst van Christus alle heiligen tot onsterfelijkheid opwekken, en alleen onder welke voorwaarde zal dat mogelijk zijn?
Romeinen 8:9-11.
“De sterfelijke lichamen worden levend gemaakt door Zijn Geest, die in u woont…
De leven gevende kracht van de Geest van Christus, die in het sterfelijke lichaam woont, verbindt iedere gelovige ziel met Jezus Christus…
De Levengever zal Zijn gekochte bezit oproepen in de eerste opstanding… Door de kracht van de Verlosser, die in hen woonde, terwijl ze leefden en omdat ze deel hadden aan de goddelijke natuur, worden ze uit de dood voortgebracht.” –Selected Messages, bk. 2, blz. 271.
“De dood wordt door Christus gezien als een slaap: stilte, duisternis, slaap. Hij spreekt erover, alsof het van weinig belang is… En voor de gelovige is de dood slechts een kleine zaak. Voor hem is sterven niets anders dan slapen.
Dezelfde kracht, die Christus uit de dood heeft opgewekt, zal Zijn gemeente opwekken.” –My Life Today, blz. 295.
A. Wie gebruikte Jezus om het Evangelie te prediken en een beroep te doen op de gevallen mensheid in Oudtestamentische tijden?
1 Petrus 3:18 (laatste deel),
1 Petrus 3:19-20. Om te begrijpen wie de ‘geesten in de gevangenis’ waren, vergelijk deze zinsnede met
Spreuken 5:22;
Jesaja 42:6-7;
Jesaja 61:1.
“God doet voortdurend een beroep op het menselijk hart en gebiedt Zijn liefde en barmhartigheid te erkennen… Zo heeft Hij door alle eeuwen heen bij de mensheid gepleit. In de tijd van Noach sprak Christus tot mensen door menselijke tussenkomst en predikte tot degenen, die in slavernij van de zonde verkeerden.” –This Day With God, blz. 278.
“Tevoren was deze Geest reeds in de wereld; vanaf het begin van het verlossingswerk had Hij aan de harten der mensen gewerkt.” –De Wens der Eeuwen, blz. 586.
B. Wie zond Christus na Zijn hemelvaart om de apostelen de kracht te geven het evangeliewerk voort te zetten?
Johannes 14:12,
Johannes 14:16-17;
Johannes 20:21-22;
Handelingen 1:2.
“Maar terwijl Christus op aarde was, hadden de discipelen geen andere hulp begeerd. Niet voordat zij beroofd waren van Zijn tegenwoordigheid, zouden zij hun behoefte aan de Geest gevoelen, en dan zou Hij komen.
De Heilige Geest is de vertegenwoordiger van Christus, maar ontdaan van de menselijke gestalte, en onafhankelijk daarvan. Belemmerd door de menselijke natuur kon Christus niet overal persoonlijk aanwezig zijn. Daarom was het in hun belang, dat Hij naar de Vader zou gaan en de Geest zou zenden om Zijn opvolger op aarde te zijn. Niemand zou dan voordeel kunnen hebben door de plaats, waar hij woonde of door zijn persoonlijk contact met Christus. Door de Geest zou Christus voor allen bereikbaar zijn. In deze zin zou Hij dichter bij hen zijn dan, indien Hij niet naar de hemel was gevaren.” –De Wens der Eeuwen, blz. 586.
C. Welke belofte van God moet in de tijd van het einde opnieuw worden vervuld, op een grotere manier dan in de tijd van de apostelen?
Joël 2:28-31;
Hosea 6:3.
“Het belangrijke werk van de evangelieverkondiging zal niet worden afgesloten met een geringere openbaring van Gods kracht dan waarmee het begon.” –De Grote Strijd, blz. 565.
A. Leg de volledige doop uit, die nodig is voor verlossing.
Markus 1:7-8;
Johannes 3:3,
Johannes 3:5.
“De sfeer van de gemeente is zo koud… De warmte van hun eerste liefde is bevroren, en tenzij ze worden overspoeld door de doop met de Heilige Geest, zal hun kandelaar van zijn plaats worden verwijderd, tenzij ze zich bekeren en hun eerste werken doen.’ –Testimonies to Ministers, blz. 167-168.
B. Waarom vinden veel christenen het moeilijk om de geloften na te komen, die ze bij hun waterdoop hebben afgelegd?
Hebreeën 5:11-12;
Hebreeën 6:1-2.
“Velen leggen geen beslist getuigenis af, dat zij trouw zijn aan hun doopgeloften. Hun ijver is verkoeld door vormelijkheid, wereldse eerzucht, hoogmoed en eigenliefde.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 150.
“Hoezeer hebben de werkers een doop met de Heilige Geest nodig, zodat zij ware zendelingen voor God kunnen worden.” –Counsels on Sabbath School Work, blz. 155.
“Het is nu ons werk om onze zielen aan Christus over te geven, zodat we geschikt mogen zijn voor de tijd van verkwikking van de tegenwoordigheid van de Heer, geschikt voor de doop met de Heilige Geest.” –Evangelism, blz. 702.
C. Wie alleen kan ons geweten zuiveren om onze doopgeloften te maken tot een echt “antwoord van een goed geweten tegenover God”? Vergelijk
1 Petrus 3:21
met
Hebreeën 9:14;
Romeinen 8:9-10.
“Wat wij nodig hebben is een geweten, dat bezield wordt door de Geest van God; want bij velen is het geweten verdoofd door het toegeven aan zonde en ongeloof. We moeten weten, wat godsdienst is, en beseffen, dat we een levende verbinding moeten hebben met de God des hemels.” –The Signs of the Times, 25 juli 1892.
“Wie anders dan de Heilige Geest houdt de morele maatstaf van gerechtigheid ons voor en overtuigt ons van zonde, en brengt goddelijke droefheid voort, welke berouw teweegbrengt, dat men niet hoeft te berouwen, en inspireert om geloof in Hem te beoefenen, die alleen kan redden van alle zonden.”–Selected Messages, bk. 3, blz. 137-138.
A. Waar verwijst Petrus nogmaals naar, als hij ons naar verlossing leidt?
1 Petrus 3:21 (laatste deel)
1 Petrus 3:-22;
Hebreeën 8:1.
“Hij (de Heer Jezus) zit aan de rechterhand van God en ontvangt de hoogste eer als God, de heerlijkheid, die Hij had, voordat de wereld bestond. Hij deelt Zijn gaven uit aan allen, die er door geloof aanspraak op zullen maken…
We hebben een onuitputtelijke voorraadschuur, een oceaan van liefde in de God van onze verlossing.” –That I May Know Him, blz. 338.
“Hij stond op uit het graf, omhuld met een wolk van engelen in wonderbaarlijke macht en heerlijkheid, de Godheid en de mensheid gecombineerd. Hij nam de wereld over, waarvan Satan beweerde de leiding er te hebben als zijn wettige territorium, en door Zijn wonderbare werk door Zijn leven te geven herstelde Hij het hele menselijke geslacht in de gunst van God.
Laat niemand het beperkte, bekrompen standpunt innemen, dat enig menselijk werk op de minst mogelijke manier kan helpen de schuld van zijn overtreding af te lossen. Dit is een fatale misleiding. Als u het wilt begrijpen, moet u ophouden met knibbelen over uw lievelingsideeën, en met een nederig hart de verzoening onderzoeken. Deze kwestie wordt zo vaag begrepen, dat duizenden en nog eens duizenden die beweren zonen van God te zijn, kinderen van de boze zijn, omdat zij afhankelijk zullen zijn van hun eigen werken. God eiste altijd goede werken, de wet vereist dit, maar omdat de mens zichzelf in zonde plaatste, waar zijn goede werken waardeloos waren, kan alleen de gerechtigheid van Jezus baten. Christus kan tot het uiterste redden, omdat Hij altijd leeft om voor ons te bemiddelen. Het enige wat de mens mogelijkerwijs kan doen voor zijn eigen verlossing, is de uitnodiging aannemen… Er kan geen zonde door de mens worden begaan, waarvoor op Golgotha geen voldoening is verkregen. Zo biedt het kruis, in een ernstige oproep, voortdurend de zondaar een grondige verzoening aan.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 343.
1. Hoe kan ik meer vreugde vinden in het praten en denken over Jezus en Zijn Woord?
2. Welk bewijs is er van het werk van de Heilige Geest in mij?
3. Wat zou de mate, waarin de Heilige Geest mij in dienstbaarheid kan gebruiken, vergroten?
4. Hoe kan ik de doop met de Heilige Geest in volheid ervaren?
5. Wat zorgt er maar al te vaak voor, dat we Jezus uit het oog verliezen en daardoor ons geloof verliezen?
Het werk van het verspreiden van de evangelieboodschap in deze wereld is een enorme opgave juist voor vele zielen om toch het goede nieuws van verlossing te horen. De Heer verklaart, dat ‘dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen’ (Matthéüs 24:14). God houdt van ieder persoonlijk van de 7,8 miljard mensen op deze wereld en wil hen allemaal de kans geven zich tot Hem te wenden.
Er zijn veel religies in de Pacific regio, waaronder Taoïsme, Boeddhisme, Islam en Christendom; de meerderheid echter identificeert zich als niet-religieus of atheïstisch. Er is hier werkelijk een groot werk te doen.
“De ganse wereld staat open voor het Evangelie. Ethiopië strekte zijn handen uit naar God. Vanuit Japan, China en India, van de nog in duisternis verkerende landen van ons eigen continent, vanuit elke hoek van onze wereld kwam de roep van zondige harten, die de God der liefde willen leren kennen. Miljoenen en miljoenen hebben nog nooit iets gehoord van God of van Zijn liefde, die geopenbaard is in Christus. Het is hun recht deze kennis te ontvangen. Zij hebben dezelfde aanspraak op de genade van de Heiland als wij. En het is de plicht van ons, die de kennis hebben ontvangen, met onze kinderen aan wie wij deze kennis kunnen overdragen, op die roep in te gaan.” –Karaktervorming, blz. 264.
Hoewel de verspreiding van de boodschap niet dezelfde vrijheden mag hebben in sommige gebieden als andere, vindt de waarheid een weg naar de menselijke harten, en er zijn veel gelovigen in de reformatieboodschap op plaatsen, waar men het misschien niet verwacht. Deze Sabbat vragen wij u te bidden vooral voor dit werk, dat God ervoor zal zorgen door te kunnen gaan om meer zielen voor te bereiden voor Zijn koninkrijk.
Om de waarheid vooruit te helpen zijn middelen hard nodig om een plaats van aanbidding te helpen faciliteren om de zaak van de waarheid in het noorden van dit grote arbeidsveld te bevorderen. Wij vragen u om genereus te geven.
‘Want gelijk de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt, en daarheen niet weerkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrengt, en uitspruit, en zaad geeft de zaaier, en brood de eter. Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij weerkeren; maar het zal doen, wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zend’ (Jesaja 56:10-11).
Namens uw broeders en zusters ver weg