Tekst om te onthouden: “En eindelijk, weest allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk”
1 Petrus 3:8
“Mensen, die belijden volgelingen van Christus te zijn, maar die tegelijkertijd in woord en in gedrag ruw, onvriendelijk en onhoffelijk zijn, hebben niets van Jezus geleerd. Een schreeuwerige, veeleisende en scheldende man is geen christen. Want christen zijn betekent lijken op Christus.” –Het Bijbels Gezin, blz. 355.
Aanvullende studie :: -Het Bijbels Gezin, blz. 350-357.
A. Hoe beschrijft Petrus een ware christen?
1 Petrus 3:8.
“De waarde van hoffelijkheid wordt te laag aangeslagen. Velen, die een vriendelijke aard hebben, hebben geen vriendelijke omgangsvormen. Velen, die door hun eerlijkheid en oprechtheid respect afdwingen, ontbreekt het aan hartelijkheid. Dit gebrek staat hun eigen geluk in de weg en is een beletsel anderen van dienst te zijn.” –Karaktervorming, blz. 242.
B. Welke unieke christelijke houding benadrukt Petrus vooral?
1 Petrus 3:9;
Matthéüs 5:44.
“Allen moeten behandeld worden met verfijning en fijngevoeligheid, als zonen en dochters van God.
Het christendom zal van een man een heer maken en van een vrouw een dame. Christus was hoffelijk, zelfs voor Zijn vervolgers; en Zijn ware volgelingen zullen dezelfde geest tonen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 420.
“Deze godsdienst leert ons geduld en lankmoedigheid te beoefenen, wanneer we naar plaatsen worden gebracht, waar we een harde en onrechtvaardige behandeling krijgen…
Er is voortdurend behoefte aan geduld, zachtmoedigheid, zelfverloochening en zelfopoffering bij het beoefenen van de Bijbelse godsdienst.” –God’s Amazing Grace, blz. 248.
A. Welk belangrijk principe benadrukte Petrus opnieuw als voorwaarde voor een gelukkig leven hier, maar ook in het toekomstige leven?
Psalm 34:13-14;
1 Petrus 3:10.
“Satan werkt in elke gemeente om de kudde van God te bederven… Ik heb de opdracht om tegen iedere ziel, die belijdt een volgeling van Christus te zijn, te zeggen: ‘Hoed uw tong voor het kwade, en uw lippen, dat zij geen bedrog spreken’. Door zelfverheffing werkt Satan om de ziel te vernietigen, en zijn werking kan in elke gemeente gezien worden. Mijn broeders en zusters, houdt strikt toezicht op uw geest. Waakt over uw woorden, opdat Satan u er niet toe brengt zijn eigen geschiedenis te herhalen.” –The Upward Look, blz. 114.
B. Geef voorbeelden van mensen, die dit principe hebben overtreden, en hoe dit schaamte en schande veroorzaakte, vooral voor degene, die ze uitsprak.
1 Samuël 14:24-27,
1 Samuel 14:43-45;
Esther 6:6-10.
“Laat geen kribbig of driftig woord van uw lippen ontsnappen. De genade van Christus wacht op uw bede. Zijn Geest is bereid wacht te houden over uw hart en geweten, over uw woorden en daden. Verloochent nooit uw zelfrespect door haastige, gedachteloze woorden. Ziet toe, dat uw woorden rein zijn, uw gesprekken heilig.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 257.
C. Hoe zal het schenden van dit beginsel velen ervan weerhouden het eeuwige leven toevertrouwd te krijgen?
1 Petrus 3:10 (laatste deel)
vergeleken met
Openbaring 14:5;
Openbaring 21:27.
“Als thee- en koffiegebruikers bij elkaar op bezoek komen, … komen hun tongen los en beginnen zij over anderen kwaad te spreken. Hun woorden zijn niet weinige, en ook niet goed gekozen. De roddelnieuwtjes gaan rond, en al te vaak ook het gif van de schandaaltjes. Deze onbezonnen roddelaars vergeten, dat er een getuige bij is. Een onzichtbare Getuige schrijft hun woorden op in de boeken in de hemel. Al die onvriendelijke kritiek, al die overdreven berichten, die jaloezie, geuit onder invloed van een kop thee, registreert Jezus als tegen henzelf gericht.” –Adviezen over Dieet en Voeding, blz. 371.
A. Aan welke andere belangrijke principes van het christelijk leven herinnert Petrus ons?
1 Petrus 3:11;
Jesaja 1:16-17.
B. Hoe kunnen we ‘het kwade mijden en het goede doen’?
Jeremia 13:23
vergeleken met
1 Korinthe 6:9-11;
Johannes 3:5;
Jakobus 4:7.
“Zij (degenen aan wie de apostel Paulus schrijft) moeten in hun leven de glorieuze verandering openbaren, die in hen teweeggebracht is door de veranderende genade van Christus… Ze konden hun eigen hart niet veranderen. En toen zielen door hun inspanningen uit de gelederen van Satan werden geleid om hun standpunt voor Christus in te nemen, mochten zij geen enkele eer opeisen voor de tot stand gebrachte verandering…
De kracht van God is het enige element van efficiëntie in het grote werk van het behalen van de overwinning over de wereld, het vlees en de duivel… De mens kan niets bereiken zonder God, en God heeft Zijn plannen zo opgesteld, dat er niets bereikt kan worden bij het herstel van het menselijk geslacht zonder de samenwerking van het menselijke met het goddelijke. Het deel, dat de mens moet onderhouden is onmetelijk klein, maar in het plan van God is juist dat deel nodig om het werk tot een succes te maken.
De grote verandering, die gezien wordt in het leven van een zondaar na zijn bekering, wordt niet teweeggebracht door enige menselijke goedheid.” –God’s Amazing Grace, blz. 319.
C. Welke hoop en belofte wordt gegeven aan degenen, die zich hebben overgegeven aan de veranderende kracht van het Evangelie, maar toch nog steeds worden verslagen door verschillende verleidingen?
1 Petrus 3:12;
Johannes 14:13-14.
“Door geloof en gebed kan iedereen aan de eisen van het evangelie voldoen. Niemand kan gedwongen worden om te zondigen. Hij moet er eerst zelf mee instemmen; de ziel moet van plan zijn de zondige daad te begaan, voordat hartstocht de rede kan domineren of het kwaad over het geweten kan triomferen. Verleiding, hoe sterk ook, is nooit een excuus voor de zonde. ‘De ogen des Heeren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun smeking’. Roep tot de Heer, verzochte ziel. Werp uzelf hulpeloos, onwaardig, aan Jezus’ voeten en maak aanspraak op deze belofte van Hem. De Heer zal horen. Hij weet, hoe sterk de neigingen zijn van het natuurlijk hart, en Hij zal bij elke verleiding te hulp komen.
Bent u in zonde gevallen? Vraag dan zonder uitstel bij God om genade en vergeving.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 146.
A. Welke praktische raad van Petrus kan, als deze wordt opgevolgd, ons helpen veel problemen in relaties op te lossen?
1 Petrus 3:13;
Spreuken 15:1.
“Wanneer je iemand van repliek dient, die boos is, dan werken woorden als een zweep, die de boosheid van de ander nog meer opjaagt. Maar boosheid, die met zwijgen tegemoet wordt getreden, sterft weg. Christenen moeten hun tong beteugelen, en zich vast voornemen om niet hard en ongeduldig te spreken.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 128.
B. Wat moet onze handelwijze zijn tegenover mensen, die niet lijken te kunnen worden verzacht, ondanks onze vriendelijke voorzichtigheid tegenover hen?
1 Petrus 3:14,
1 Petrus 3:16-17.
“Jezus Zelf kocht de vrede nooit met een compromis… De dienstknechten van Christus zijn geroepen tot hetzelfde werk, en zij moeten er acht op slaan, dat zij niet, in hun pogingen tweedracht te vermijden, de waarheid verlaten… Maar ware vrede kan nooit tot stand gebracht worden door uit te gaan van een compromis. En niemand kan trouw zijn aan een beginsel zonder tegenstand op te wekken. Een christendom, dat geestelijk is, zal bestreden worden door de kinderen der ongehoorzaamheid. Maar Jezus gebood Zijn discipelen: ‘Weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden’. Zij, die trouw zijn aan God, behoeven niet te vrezen voor de macht van mensen, of de vijandschap van Satan. In Christus is hun eeuwig leven zeker. Hun enige vrees moet zijn, dat zij niet de waarheid opgeven, en elders verraad plegen aan het vertrouwen, waarmee God hen heeft geëerd.” –De Wens der Eeuwen, blz. 304.
C. Wat moet de bron zijn van al onze goede werken en vriendelijke woorden?
1 Petrus 3:16 (eerste deel);
Handelingen 24:16;
Hebreeën 9:14.
“In het Woord van God lezen we, dat er goede en slechte gewetens zijn, en het feit, dat uw geweten u niet veroordeelt, als u de wet van God niet houdt, bewijst niet, dat u in Zijn ogen niet veroordeeld bent. Neem uw geweten mee naar het Woord van God en kijk, of uw leven en karakter in overeenstemming zijn met de maatstaf van gerechtigheid, die God daar heeft geopenbaard.” –The Review and Herald, 3 september 1901.
A. Wat zijn de belangrijkste redenen, waarom we Gods woord dagelijks moeten bestuderen?
Jozua 1:8;
Psalm 119:11;
1 Petrus 3:15;
2 Timótheüs 2:15.
B. In welk groot gevaar verkeren vandaag de dag velen, die beweren in de tegenwoordige waarheid te geloven?
Hosea 4:6.
“Verkeren de jongeren in een positie, waarin ze met zachtmoedigheid en vreze een antwoord kunnen geven aan iedereen, die een reden vraagt van hun hoop? Ik zag, dat de jeugd ons standpunt grotendeels niet begrijpt. Vreselijke taferelen liggen vlak voor hen, een tijd van moeilijkheden, die de waarde van karakter op de proef zal stellen.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 507-508.
“De tegenwoordige boodschap, rechtvaardiging door geloof, is een boodschap van God…
We zijn niet veilig, als we nalaten dagelijks in de Schrift naar licht en kennis te zoeken… Er is niet één op de honderd, die zelf de Bijbelse waarheid begrijpt over dit onderwerp, dat zo noodzakelijk is voor ons tegenwoordig en eeuwig welzijn.” – Selected Messages, bk. 1, blz. 359.
“Velen kijken naar hun predikanten om het licht van God naar hen te brengen… Zulke mensen verliezen veel. Als zij Christus dagelijks zouden volgen… zouden zij een duidelijke kennis van Zijn wil kunnen verkrijgen, en zo een waardevolle ervaring opdoen. Bij gebrek aan deze ervaring lopen broeders en zusters, die de waarheid belijden, in de vonken van het aanmaakhout van anderen; zij zijn niet bekend met de Geest van God en hebben geen kennis van Zijn wil, en worden daarom gemakkelijk van hun geloof afgebracht. Ze zijn niet stabiel, omdat ze erop vertrouwden dat anderen een ervaring voor hen zouden opdoen.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 644.
1. Wat is mijn houding ten opzichte van mijn partner, kinderen, broeders en zusters en collega’s?
2. Noem enkele belangrijke stappen om ons te sterken in de manier, waarop we onze tong kunnen beheersen.
3. Wat moet ik doen, als ik door een verleiding word verslagen?
4. Leg het verschil uit tussen goede werken en vriendelijke woorden, die voortkomen uit een zuiver geweten tegenover zelfzuchtige motieven in een poging een goede reputatie op te bouwen.
5. Hoe kan ik een dieper inzicht krijgen in het geloof, dat ik belijd?