Lessen uit de brieven van Petrus (I) — SABBAT, 25 mei 2024

Les 8: De houding van de christen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En eindelijk, weest allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk”

1 Petrus 3:8

“Mensen, die belijden volgelingen van Christus te zijn, maar die tegelijkertijd in woord en in gedrag ruw, onvriendelijk en onhoffelijk zijn, hebben niets van Jezus geleerd. Een schreeuwerige, veeleisende en scheldende man is geen christen. Want christen zijn betekent lijken op Christus.” –Het Bijbels Gezin, blz. 355.

Aanvullende studie :: -Het Bijbels Gezin, blz. 350-357.

ZONDAG — 19 mei

1. Een ware christen beschreven

A. Hoe beschrijft Petrus een ware christen?

1 Petrus 3:8.

1 Petrus 3:8: En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk;

“De waarde van hoffelijkheid wordt te laag aangeslagen. Velen, die een vriendelijke aard hebben, hebben geen vriendelijke omgangsvormen. Velen, die door hun eerlijkheid en oprechtheid respect afdwingen, ontbreekt het aan hartelijkheid. Dit gebrek staat hun eigen geluk in de weg en is een beletsel anderen van dienst te zijn.” –Karaktervorming, blz. 242.

B. Welke unieke christelijke houding benadrukt Petrus vooral?

1 Petrus 3:9;

1 Petrus 3:9: Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt beerven.

Matthéüs 5:44.

Mattheüs 5:44: Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;

“Allen moeten behandeld worden met verfijning en fijngevoeligheid, als zonen en dochters van God.

Het christendom zal van een man een heer maken en van een vrouw een dame. Christus was hoffelijk, zelfs voor Zijn vervolgers; en Zijn ware volgelingen zullen dezelfde geest tonen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 420.

“Deze godsdienst leert ons geduld en lankmoedigheid te beoefenen, wanneer we naar plaatsen worden gebracht, waar we een harde en onrechtvaardige behandeling krijgen…

Er is voortdurend behoefte aan geduld, zachtmoedigheid, zelfverloochening en zelfopoffering bij het beoefenen van de Bijbelse godsdienst.” –God’s Amazing Grace, blz. 248.

MAANDAG — 20 mei

2. Waken over onze woorden

A. Welk belangrijk principe benadrukte Petrus opnieuw als voorwaarde voor een gelukkig leven hier, maar ook in het toekomstige leven?

Psalm 34:13-14;

Psalmen 34:13: Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Psalmen 34:14: Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.

1 Petrus 3:10.

1 Petrus 3:10: Want wie het leven wil liefhebben, en goede dagen zien, die stille zijn tong van het kwaad, en zijn lippen, dat zij geen bedrog spreken;

“Satan werkt in elke gemeente om de kudde van God te bederven… Ik heb de opdracht om tegen iedere ziel, die belijdt een volgeling van Christus te zijn, te zeggen: ‘Hoed uw tong voor het kwade, en uw lippen, dat zij geen bedrog spreken’. Door zelfverheffing werkt Satan om de ziel te vernietigen, en zijn werking kan in elke gemeente gezien worden. Mijn broeders en zusters, houdt strikt toezicht op uw geest. Waakt over uw woorden, opdat Satan u er niet toe brengt zijn eigen geschiedenis te herhalen.” –The Upward Look, blz. 114.

B. Geef voorbeelden van mensen, die dit principe hebben overtreden, en hoe dit schaamte en schande veroorzaakte, vooral voor degene, die ze uitsprak.

1 Samuël 14:24-27,

1 Samuël 14:24: En de mannen van Israel werden mat te dien dage; want Saul had het volk bezworen, zeggende: Vervloekt zij de man, die spijze eet tot aan den avond, opdat ik mij aan mijn vijanden wreke! Daarom proefde dat ganse volk geen spijs. 1 Samuël 14:25: En het ganse volk kwam in een woud; en daar was honig op het veld. 1 Samuël 14:26: Toen het volk in het woud kwam, ziet, zo was er een honigvloed; maar niemand raakte met zijn hand aan zijn mond, want het volk vreesde de bezwering. 1 Samuël 14:27: Maar Jonathan had het niet gehoord, toen zijn vader het volk bezworen had, en hij reikte het einde van den staf uit, die in zijn hand was, en hij doopte denzelven in een honigraat; als hij nu zijn hand tot zijn mond wendde, zo werden zijn ogen verlicht.

1 Samuel 14:43-45;

1 Samuël 14:43: Saul dan zeide tot Jonathan: Geef mij te kennen, wat gij gedaan hebt. Toen gaf het Jonathan hem te kennen, en zeide: Ik heb maar een weinig honigs geproefd, met het uiterste des stafs, dien ik in mijn hand had; zie hier ben ik, moet ik sterven? 1 Samuël 14:44: Toen zeide Saul: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, Jonathan! gij moet den dood sterven. 1 Samuël 14:45: Maar het volk zeide tot Saul: Zou Jonathan sterven, die deze grote verlossing in Israel gedaan heeft? Dat zij verre! zo waarachtig als de HEERE leeft, als er een haar van zijn hoofd op de aarde vallen zal; want hij heeft dit heden met God gedaan. Alzo verloste het volk Jonathan, dat hij niet stierf.

Esther 6:6-10.

Esther 6:6: Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij? Esther 6:7: Daarom zeide Haman tot den koning: Den man, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft, Esther 6:8: Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde. Esther 6:9: En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft! Esther 6:10: Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.

“Laat geen kribbig of driftig woord van uw lippen ontsnappen. De genade van Christus wacht op uw bede. Zijn Geest is bereid wacht te houden over uw hart en geweten, over uw woorden en daden. Verloochent nooit uw zelfrespect door haastige, gedachteloze woorden. Ziet toe, dat uw woorden rein zijn, uw gesprekken heilig.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 257.

C. Hoe zal het schenden van dit beginsel velen ervan weerhouden het eeuwige leven toevertrouwd te krijgen?

1 Petrus 3:10 (laatste deel)

[1Pet.3.10.b]

vergeleken met

Openbaring 14:5;

Openbaring 14:5: En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor den troon van God.

Openbaring 21:27.

Openbaring 21:27: En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt; maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams.

“Als thee- en koffiegebruikers bij elkaar op bezoek komen, … komen hun tongen los en beginnen zij over anderen kwaad te spreken. Hun woorden zijn niet weinige, en ook niet goed gekozen. De roddelnieuwtjes gaan rond, en al te vaak ook het gif van de schandaaltjes. Deze onbezonnen roddelaars vergeten, dat er een getuige bij is. Een onzichtbare Getuige schrijft hun woorden op in de boeken in de hemel. Al die onvriendelijke kritiek, al die overdreven berichten, die jaloezie, geuit onder invloed van een kop thee, registreert Jezus als tegen henzelf gericht.” –Adviezen over Dieet en Voeding, blz. 371.

DINSDAG — 21 mei

3. Vrede zoeken

A. Aan welke andere belangrijke principes van het christelijk leven herinnert Petrus ons?

1 Petrus 3:11;

1 Petrus 3:11: Die wijke af van het kwade, en doe het goede; die zoeke vrede en jage denzelven na.

Jesaja 1:16-17.

Jesaja 1:16: Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. Jesaja 1:17: Leert goed doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.

B. Hoe kunnen we ‘het kwade mijden en het goede doen’?

Jeremia 13:23

Jeremia 13:23: Zal ook een Moorman zijn huid veranderen? of een luipaard zijn vlekken? Zo zult gijlieden ook kunnen goed doen, die geleerd zijt kwaad te doen.

vergeleken met

1 Korinthe 6:9-11;

1 Korinthe 6:9: Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven? 1 Korinthe 6:10: Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven. 1 Korinthe 6:11: En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods;

Johannes 3:5;

Johannes 3:5: Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.

Jakobus 4:7.

Jakobus 4:7: Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.

“Zij (degenen aan wie de apostel Paulus schrijft) moeten in hun leven de glorieuze verandering openbaren, die in hen teweeggebracht is door de veranderende genade van Christus… Ze konden hun eigen hart niet veranderen. En toen zielen door hun inspanningen uit de gelederen van Satan werden geleid om hun standpunt voor Christus in te nemen, mochten zij geen enkele eer opeisen voor de tot stand gebrachte verandering…

De kracht van God is het enige element van efficiëntie in het grote werk van het behalen van de overwinning over de wereld, het vlees en de duivel… De mens kan niets bereiken zonder God, en God heeft Zijn plannen zo opgesteld, dat er niets bereikt kan worden bij het herstel van het menselijk geslacht zonder de samenwerking van het menselijke met het goddelijke. Het deel, dat de mens moet onderhouden is onmetelijk klein, maar in het plan van God is juist dat deel nodig om het werk tot een succes te maken.

De grote verandering, die gezien wordt in het leven van een zondaar na zijn bekering, wordt niet teweeggebracht door enige menselijke goedheid.” –God’s Amazing Grace, blz. 319.

C. Welke hoop en belofte wordt gegeven aan degenen, die zich hebben overgegeven aan de veranderende kracht van het Evangelie, maar toch nog steeds worden verslagen door verschillende verleidingen?

1 Petrus 3:12;

1 Petrus 3:12: Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen.

Johannes 14:13-14.

Johannes 14:13: En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Johannes 14:14: Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

“Door geloof en gebed kan iedereen aan de eisen van het evangelie voldoen. Niemand kan gedwongen worden om te zondigen. Hij moet er eerst zelf mee instemmen; de ziel moet van plan zijn de zondige daad te begaan, voordat hartstocht de rede kan domineren of het kwaad over het geweten kan triomferen. Verleiding, hoe sterk ook, is nooit een excuus voor de zonde. ‘De ogen des Heeren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun smeking’. Roep tot de Heer, verzochte ziel. Werp uzelf hulpeloos, onwaardig, aan Jezus’ voeten en maak aanspraak op deze belofte van Hem. De Heer zal horen. Hij weet, hoe sterk de neigingen zijn van het natuurlijk hart, en Hij zal bij elke verleiding te hulp komen.

Bent u in zonde gevallen? Vraag dan zonder uitstel bij God om genade en vergeving.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 146.

WOENSDAG — 22 mei

4. Onbevreesd goed doen

A. Welke praktische raad van Petrus kan, als deze wordt opgevolgd, ons helpen veel problemen in relaties op te lossen?

1 Petrus 3:13;

1 Petrus 3:13: En wie is het, die u kwaad doen zal, indien gij navolgers zijt van het goede?

Spreuken 15:1.

Spreuken 15:1: Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

“Wanneer je iemand van repliek dient, die boos is, dan werken woorden als een zweep, die de boosheid van de ander nog meer opjaagt. Maar boosheid, die met zwijgen tegemoet wordt getreden, sterft weg. Christenen moeten hun tong beteugelen, en zich vast voornemen om niet hard en ongeduldig te spreken.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 128.

B. Wat moet onze handelwijze zijn tegenover mensen, die niet lijken te kunnen worden verzacht, ondanks onze vriendelijke voorzichtigheid tegenover hen?

1 Petrus 3:14,

1 Petrus 3:14: Maar indien gij ook lijdt om der gerechtigheid wil, zo zijt gij zalig; en vreest niet uit vreze van hen, en wordt niet ontroerd;

1 Petrus 3:16-17.

1 Petrus 3:16: En hebt een goed geweten, opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij beschaamd mogen worden, die uw goeden wandel in Christus lasteren. 1 Petrus 3:17: Want het is beter, dat gij, weldoende, (indien het de wil van God wil) lijdt, dan kwaad doende.

“Jezus Zelf kocht de vrede nooit met een compromis… De dienstknechten van Christus zijn geroepen tot hetzelfde werk, en zij moeten er acht op slaan, dat zij niet, in hun pogingen tweedracht te vermijden, de waarheid verlaten… Maar ware vrede kan nooit tot stand gebracht worden door uit te gaan van een compromis. En niemand kan trouw zijn aan een beginsel zonder tegenstand op te wekken. Een christendom, dat geestelijk is, zal bestreden worden door de kinderen der ongehoorzaamheid. Maar Jezus gebood Zijn discipelen: ‘Weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden’. Zij, die trouw zijn aan God, behoeven niet te vrezen voor de macht van mensen, of de vijandschap van Satan. In Christus is hun eeuwig leven zeker. Hun enige vrees moet zijn, dat zij niet de waarheid opgeven, en elders verraad plegen aan het vertrouwen, waarmee God hen heeft geëerd.” –De Wens der Eeuwen, blz. 304.

C. Wat moet de bron zijn van al onze goede werken en vriendelijke woorden?

1 Petrus 3:16 (eerste deel);

[1Pet.3.16.a]

Handelingen 24:16;

Handelingen 24:16: En hierin oefen ik mijzelven, om altijd een onergerlijk geweten te hebben bij God en de mensen.

Hebreeën 9:14.

Hebreeën 9:14: Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levende God te dienen?

“In het Woord van God lezen we, dat er goede en slechte gewetens zijn, en het feit, dat uw geweten u niet veroordeelt, als u de wet van God niet houdt, bewijst niet, dat u in Zijn ogen niet veroordeeld bent. Neem uw geweten mee naar het Woord van God en kijk, of uw leven en karakter in overeenstemming zijn met de maatstaf van gerechtigheid, die God daar heeft geopenbaard.” –The Review and Herald, 3 september 1901.

DONDERDAG — 23 mei

5. Weten waarin wij staan

A. Wat zijn de belangrijkste redenen, waarom we Gods woord dagelijks moeten bestuderen?

Jozua 1:8;

Jozua 1:8: Dat het boek dezer wet niet wijke van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles, wat daarin geschreven is; want alsdan zult gij uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult gij verstandelijk handelen.

Psalm 119:11;

Psalmen 119:11: Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

1 Petrus 3:15;

1 Petrus 3:15: Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.

2 Timótheüs 2:15.

2 Timotheüs 2:15: Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.

B. In welk groot gevaar verkeren vandaag de dag velen, die beweren in de tegenwoordige waarheid te geloven?

Hosea 4:6.

Hosea 4:6: Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten.

“Verkeren de jongeren in een positie, waarin ze met zachtmoedigheid en vreze een antwoord kunnen geven aan iedereen, die een reden vraagt van hun hoop? Ik zag, dat de jeugd ons standpunt grotendeels niet begrijpt. Vreselijke taferelen liggen vlak voor hen, een tijd van moeilijkheden, die de waarde van karakter op de proef zal stellen.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 507-508.

“De tegenwoordige boodschap, rechtvaardiging door geloof, is een boodschap van God…

We zijn niet veilig, als we nalaten dagelijks in de Schrift naar licht en kennis te zoeken… Er is niet één op de honderd, die zelf de Bijbelse waarheid begrijpt over dit onderwerp, dat zo noodzakelijk is voor ons tegenwoordig en eeuwig welzijn.” – Selected Messages, bk. 1, blz. 359.

“Velen kijken naar hun predikanten om het licht van God naar hen te brengen… Zulke mensen verliezen veel. Als zij Christus dagelijks zouden volgen… zouden zij een duidelijke kennis van Zijn wil kunnen verkrijgen, en zo een waardevolle ervaring opdoen. Bij gebrek aan deze ervaring lopen broeders en zusters, die de waarheid belijden, in de vonken van het aanmaakhout van anderen; zij zijn niet bekend met de Geest van God en hebben geen kennis van Zijn wil, en worden daarom gemakkelijk van hun geloof afgebracht. Ze zijn niet stabiel, omdat ze erop vertrouwden dat anderen een ervaring voor hen zouden opdoen.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 644.

VRIJDAG — 24 mei

Terugblik

1. Wat is mijn houding ten opzichte van mijn partner, kinderen, broeders en zusters en collega’s?

2. Noem enkele belangrijke stappen om ons te sterken in de manier, waarop we onze tong kunnen beheersen.

3. Wat moet ik doen, als ik door een verleiding word verslagen?

4. Leg het verschil uit tussen goede werken en vriendelijke woorden, die voortkomen uit een zuiver geweten tegenover zelfzuchtige motieven in een poging een goede reputatie op te bouwen.

5. Hoe kan ik een dieper inzicht krijgen in het geloof, dat ik belijd?