Lessen uit de brieven van Petrus (I) — SABBAT, 4 mei 2024

Les 5: Levende stenen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus”

1 Petrus 2:5

“Zij, die de waarheid voor deze tijd begrijpen, moeten er acht opslaan, hoe zij luisteren en hoe zij anderen opbouwen en opleiden om in praktijk te brengen.” –Selected Messages, bk. 3, blz. 22.

Aanvullende studie :: -The Spirit of Prophecy, vol. 2, pp. 272-274.

ZONDAG — 28 april

1. In het verleden uitgebeeld

A. Hoe illustreert Petrus Christus, verwijzend naar Jesaja’s profetie (

Jesaja 28:16

Jesaja 28:16: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.

)?

1 Petrus 2:4,

1 Petrus 2:4: Tot Welken komende, als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar;

1 Petrus 2:6.

1 Petrus 2:6: Daarom is ook vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

B. Op welke historische gebeurtenis is deze illustratie gebaseerd?

1 Petrus 2:7.

1 Petrus 2:7: U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar den ongehoorzamen wordt gezegd: De Steen, Dien de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots, en een rots der ergernis;

“Bij het bouwen van de tempel van Salomo werden de stenen volledig in de steengroeve voorbereid, zodat wanneer ze werden gebracht … de werklieden deze alleen maar op hun plaats hoefden te zetten…

Er mocht geen instrument op de steen worden gebruikt, toen deze naar de bouwplaats werd gebracht. Eén steen met een onregelmatige vorm werd uit de steengroeve gebracht om te gebruiken voor het fundament van de tempel. Maar de arbeiders konden er geen plaats voor vinden… Daar lag hij ongebruikt, en de arbeiders liepen er omheen of struikelden erover, zeer geïrriteerd door de aanwezigheid ervan. Lang bleef deze een afgewezen steen. Maar toen de bouwers bij het leggen van de hoeksteen kwamen, zochten ze lange tijd tevergeefs naar een steen van voldoende grootte en sterkte… om het grote gewicht te dragen dat erop zou rusten. Als ze een onverstandige keuze zouden maken van een steen voor deze belangrijke plek, zou de veiligheid van het hele gebouw in gevaar komen…

De aandacht van de bouwers werd uiteindelijk getrokken door deze grote steen en ze onderzochten hem nauwkeurig. Deze had alle beproevingen al doorstaan… De steen werd aanvaard, naar de toegewezen positie gebracht en bleek precies te passen.” –The Spirit of Prophecy, vol. 3, blz. 36-37.

MAANDAG — 29 april

2. De belangrijkste Hoeksteen

A. Hoewel Jezus Simon “Céfas” noemde, wat “een steen” betekent (zie

Johannes 1:43;

Johannes 1:43: En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.

Matthéüs 16:18-19

Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. Mattheüs 16:19: En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

), waarom kon Petrus dan niet “de rots” zijn, waarop Christus Zijn gemeente bouwde?

Matthéüs 26:73-74;

Mattheüs 26:73: En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar. Mattheüs 26:74: Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.

Galaten 2:11-13.

Galaten 2:11: En toen Petrus te Antiochie gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was. Galaten 2:12: Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren. Galaten 2:13: En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing.

“Petrus was beslist en ijverig in zijn optreden, moedig en onbuigzaam; en Christus zag in hem materiaal, dat van veel waarde voor de Gemeente kon zijn.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 589.

“Petrus was niet de rots, waarop de kerk gebouwd werd. De poorten van het dodenrijk overweldigden hem, toen hij zijn Meester onder vloeken en bezweringen verloochende. De gemeente is gebouwd op de Ene, Welke de poorten van het dodenrijk niet konden overweldigen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 358.

“Christus verwees niet naar Petrus als de rots, waarop hij zijn gemeente zou grondvesten. Zijn uitdrukking ‘deze rots’ had betrekking op Hemzelf als het fundament van de christelijke gemeente. In Jesaja 28:16 wordt dezelfde verwijzing gemaakt… Het is dezelfde steen, waarnaar verwezen wordt in Lukas 20:17-18… Ook in Markus 12:10-11…

Deze teksten bewijzen onomstotelijk, dat Christus de rots is, waarop de gemeente is gebouwd.” –The Spirit of Prophecy, vol. 2, blz. 272-273.

B. Geef het bewijs, dat Petrus niet het fundament van de gemeente was, maar een van de verschillende broeders in leiderschap was.

Galaten 2:9;

Galaten 2:9: En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;

1 Petrus 5:1;

1 Petrus 5:1: De ouderlingen, die onder u zijn, vermaan ik, die een medeouderling, en getuige des lijdens van Christus ben, en deelachtig der heerlijkheid, die geopenbaard zal worden:

Efeze 2:20-21.

“Jakobus presideerde de raadsvergadering (zie Handelingen hoofdstuk 15), en zijn uiteindelijke beslissing luidde: ‘Daarom ben ik van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen’.

Hiermee eindigde de discussie. Bij dit voorval zien we een weerlegging van het dogma der Rooms-Katholieke Kerk, dat Petrus het hoofd der gemeente was… Niets in het leven van Petrus geeft recht tot de bewering, dat hij als de plaatsvervanger van de Allerhoogste boven zijn broeders was verheven.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 144.

C. Wie beschouwde Petrus als de enige stevige rots en het ware fundament van de gemeente?

1 Petrus 2:3-6.

1 Petrus 2:3: Indien gij anders gesmaakt hebt, dat de Heere goedertieren is. 1 Petrus 2:4: Tot Welken komende, als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar; 1 Petrus 2:5: Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus. 1 Petrus 2:6: Daarom is ook vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

DINSDAG — 30 april

3. Een struikelblok

A. Noem één eigenschap, die aan Jezus wordt toegeschreven en hoe deze zich verhoudt tot de evangelieboodschap voor zondaars.

1 Petrus 2:4 (eerste deel),

[1Pet.2.4.a]

1 Petrus 2:7.

1 Petrus 2:7: U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar den ongehoorzamen wordt gezegd: De Steen, Dien de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots, en een rots der ergernis;

“Wanneer het woord des levens wordt gesproken, laat dan uw antwoord des harten getuigen, dat u de boodschap als van de hemel gezonden aanvaardt. Dit klinkt heel ouderwets, dat weet ik; maar het zal een Gode gebracht dankoffer zijn voor het brood des levens gegeven aan de hongerende ziel. Dit antwoord op de inspiratie van de Heilige Geest zal uw eigen ziel versterken en tevens een bemoediging zijn voor anderen. Het zal een bewijs leveren, dat er in Gods gebouw levende stenen zijn, die licht afstralen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 31.

B. Hoe weten we, dat zelfs degenen, die bekend zijn met de tegenwoordige waarheid, het gevaar lopen ‘over het woord te struikelen’?

Romeinen 9:31-33;

Romeinen 9:31: Maar Israel, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Romeinen 9:32: Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots; Romeinen 9:33: Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

1 Petrus 2:8.

1 Petrus 2:8: Dengenen namelijk, die zich aan het Woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn.

“De Heer zond in Zijn grote barmhartigheid een uiterst waardevolle boodschap naar Zijn volk via de ouderlingen Waggoner en Jones (op de Generale Conferentie van de ZDA, gehouden in 1888 in Minneapolis). Deze boodschap moest de verheven Verlosser, het offer voor de zonden van de hele wereld, opvallender voor de wereld brengen. Het presenteerde rechtvaardiging door geloof in de Borg; het nodigde de mensen uit om de gerechtigheid van Christus te ontvangen, die tot uiting komt in gehoorzaamheid aan alle geboden van God. Velen hadden Jezus uit het oog verloren. Ze moesten hun ogen gericht houden op Zijn goddelijke persoon, Zijn verdiensten en Zijn onveranderlijke liefde.” –Testimonies to Ministers, blz. 91-92.

“Sommigen hebben haat gecultiveerd tegen de mannen, die God heeft opgedragen om een speciale boodschap aan de wereld te brengen. Ze begonnen dit satanische werk in Minneapolis. Toen ze daarna de demonstratie van de Heilige Geest zagen en voelden, die getuigde, dat de boodschap van God was, haatten ze deze des te meer, omdat het een getuigenis tegen hen was. Ze zouden hun hart niet vernederen tot berouw.” –Testimonies to Ministers, blz. 79-80.

“Mij werd de lage toestand van Gods volk getoond… zij waren van Hem afgeweken en lauw geworden. Zij bezitten de theorie van de waarheid, maar missen de reddende kracht ervan.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 210.

“De boodschap aan de gemeente van Laodicéa is van toepassing op onze toestand. Hoe duidelijk wordt de positie afgebeeld van degenen, die denken, dat zij alle waarheid hebben, die trots zijn op hun kennis van het Woord van God, terwijl de heiligende kracht ervan in hun leven niet is gevoeld.” –Faith and Works, blz. 82-83.

WOENSDAG — 1 mei

4. Een levendige (levende) steen zijn

A. Hoe illustreert Petrus de christelijke groei?

1 Petrus 2:5.

1 Petrus 2:5: Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

B. Wat betekent het om een ‘levendige steen’ te zijn in Gods geestelijke huis? Efeze 4:13, 15-16. Vergelijk dit met

Openbaring 3:1 (laatste deel)

[Rev.3.1.b]

Openbaring 3:-2.

[Rev.3,Rev.2]

“Nu moeten we samenwerken met deze mannen, die echt verstandig zijn… Deze ruwe stenen brengen we, indien mogelijk, naar de werkplaats van God, waar ze zullen worden gehouwen en bewerkt, en alle ruwe randen zullen worden verwijderd, en ze zullen worden gepolijst onder de goddelijke hand, totdat ze kostbare stenen zullen maken in de tempel van God en zullen levende stenen zijn, die licht uitstralen. Zo kunnen zij groeien in een heilige tempel voor God.” –Evangelism, blz. 573.

“De Heer zal geen harteloos dienen aanvaarden, een reeks ceremonies die werkelijk zonder Christus zijn. Zijn kinderen moeten levendige stenen zijn in Gods gebouw. Als allen zichzelf onvoorwaardelijk aan God zouden geven, als ze zouden ophouden met studeren en plannen maken voor hun vermaak, voor excursies en plezierige omgang, en de woorden zouden bestuderen, … zouden ze nooit hongeren of dorsten naar opwinding of verandering. Als het voor ons ware belang is om geestelijk te zijn en als de redding van ons volk afhangt van het vastzitten aan de Eeuwige Rots, zouden we dan niet beter bezig kunnen zijn met het zoeken naar datgene, wat het hele gebouw aan de hoeksteen zal houden, zodat we niet verward en verdraaid raken in ons geloof.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 461-462.

C. Wat is het beste ‘geestelijke offer’, dat we God kunnen brengen?

1 Petrus 2:5 (laatste deel);

[1Pet.2.5.b]

Psalm 51:19;

Psalmen 51:19: De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten. [ (Psalms 51:20) Doe wel bij Sion naar Uw welbehagen; bouw de muren van Jeruzalem op. ] [ (Psalms 51:21) Dan zult Gij lust hebben aan de offeranden der gerechtigheid, aan brandoffer en een offer, dat gans verteerd wordt; dan zullen zij varren offeren op Uw altaar. ]

1 Samuël 15:22 (tweede helft).

[1Sam.15.22.b]

“Brandoffers en slachtoffers waren in het verleden voor God niet aannemelijk, tenzij de gave geofferd werd in de rechte geest. Samuël zei: ‘… Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen’. Al het geld op aarde kan de zegen Gods niet kopen, en u ook niet éénmaal de overwinning geven.

Velen zouden gaarne elk offer, wat het ook is, willen brengen, behalve dat ene, dat ze moesten brengen, namelijk zich geheel en al overgeven, hun wil onderwerpen aan de wil van God.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 489.

DONDERDAG — 2 mei

5. Zijn we, wat we beweren te zijn?

A. Welke woorden uit de Bijbel zijn wij geneigd opschepperig op onszelf toe te passen?

1 Petrus 2:9 (eerste deel)

[1Pet.2.9.a]

1 Petrus 2:-10.

[1Pet.2]

B. Alleen op welke groep mensen kunnen de bovenstaande woorden van

1 Petrus 2:9

1 Petrus 2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

worden toegepast?

1 Petrus 2:5,

1 Petrus 2:5: Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

1 Petrus 2:9 (laatste deel);

[1Pet.2.9.b]

Matthéüs 5:16;

Mattheüs 5:16: Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Romeinen 2:28-29.

Romeinen 2:28: Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is; Romeinen 2:29: Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.

“Hij, wiens geest verlicht wordt door het openen van Gods woord voor zijn begrip, zal zijn verantwoording jegens God en jegens de wereld beseffen, en hij zal het gevoel hebben, dat zijn talenten ontwikkeld moeten worden op een manier, die de allerbeste resultaten zal opleveren; want hij moet ‘de lof verkondigen’ van Hem, die hem ‘uit de duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaar licht’ (1 Petrus 2:9). Terwijl hij groeit in genade en in kennis van de Heer Jezus Christus, zal hij zijn eigen onvolmaaktheden beseffen, zal hij zijn werkelijke onwetendheid voelen, en zal hij voortdurend proberen zijn geestelijke vermogens te behouden en op de proef te stellen, zodat hij een verstandige christen kan worden.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 37.

“God heeft een volk, dat het merkteken van het beest niet aan hun rechterhand of aan hun voorhoofd wil ontvangen. God heeft een plaats voor Zijn volk om in deze wereld te vervullen, om licht te weerkaatsen.” –The Review and Herald, 15 april 1890.

VRIJDAG — 3 mei

Terugblik

1. Hoe kan ik er zeker van zijn, dat ik op Jezus bouw in plaats van op mijn eigen ideeën?

2. Christus zag in Petrus eigenschappen, die van grote waarde zouden zijn voor de gemeente. Wat kan ik doen om mijn gemeente beter te maken?

3. Hoe zou ik het gevaar kunnen lopen mijn jaren van trouw werken voor de gemeente of mijn vooruitgang in verschillende aspecten van hervormingen te beschouwen als een verdienste voor verlossing?

4. Wat kan mij echt een ‘levendige steen’ in Gods tempel maken?

5. Wat identificeert een heilige, ‘bijzondere’ christen, in tegenstelling tot iemand, die eenvoudig de naam claimt?

Eerste Sabbatgaven voor Wereld Zendingen

“Engelen verwonderen zich over de geringe waardering van de mensen voor de liefde Gods. Zouden wij willen weten, hoe Christus daarover denkt? Hoe zouden een vader en een moeder zich gevoelen, indien zij wisten, dat hun kind verdwaald in de koude en de sneeuw, veronachtzaamd was en achtergelaten om om te komen door mensen, die het hadden kunnen redden?” –De Wens der Eeuwen, blz. 724.

Geestelijk gesproken, wie zijn deze kinderen “verdwaald in de koude en de sneeuw”?

“Miljoenen en miljoenen mensen, die op het punt staan ten onder te gaan, gebonden in ketenen van onwetendheid en zonde, hebben zelfs nog nooit gehoord van de liefde van Christus voor hen. Als onze omstandigheid en de hunne precies omgekeerd zouden zijn, wat zouden wij dan willen, dat zij voor ons deden? De heilige verplichting rust op ons, dit alles, zoveel als in ons vermogen ligt, voor hen te doen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 561.

“Overal moet het licht van de waarheid naar voren schijnen, dat harten, nu in de slaap van onwetendheid, kunnen worden gewekt en bekeerd. In alle landen en steden moet het evangelie verkondigd worden.” –Evangelism, blz. 19.

‘Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Wie zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun gepredikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? (Romeinen 10:14-15, 1e deel).

Mondiale evangelisatie is nu nodig, nu de deuren nog open staan. Op dit moment kunnen we inderdaad de woorden van Jezus herhalen: ‘Ik moet werken de werken van Hem, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het licht der wereld’ (Johannes 9:4-5).

Niet iedereen kan persoonlijk overal naartoe gaan, waar de boodschap moet worden overgebracht op deze donkere planeet. Toch kost het aanvaarden van deze boodschap niettemin iets van ons allemaal: tijd, zorg, energie en geld moeten van harte in dit werk worden geïnvesteerd, totdat de hele aarde verlicht is met de heerlijkheid van God. Uw trouwe vrijgevigheid ten aanzien van wereldzendingen kan een groot verschil maken!

Uw broeders van de Generale Conferentie