Tekst om te onthouden: “En, als nieuwgeboren kinderkens, weest zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen”
1 Petrus 2:2
“Gods Woord is het zaad. Alle zaad heeft een levenskiem in zich. Het leven van de plant komt daaruit voort. Op dezelfde wijze is er leven in Gods Woord.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 18.
Aanvullende studie :: -Boodschap aan Jonge Mensen , blz. 178-181.
A. Welke verplichte voorwaarde voor verlossing stelde Jezus aan Zijn toehoorders voor?
Johannes 3:5-7;
Matthéüs 18:1-3.
B. Waarop wijst Petrus als het middel, waardoor wij bekeerd kunnen worden (wedergeboren)?
1 Petrus 1:23.
“De verandering van hart, waardoor wij kinderen van God worden, wordt in de Bijbel vergeleken met de geboorte van een kind…
Wanneer de waarheid een blijvend beginsel wordt in het leven, dan is de ziel wedergeboren, niet uit verderfelijk zaad, maar uit onverderfelijk zaad, door het Woord van God, dat leeft en eeuwig blijft. De nieuwe geboorte is het gevolg daarvan, dat Christus wordt ontvangen in het hart als het Woord van God. Dan zal de Heilige Geest goddelijke waarheden in het hart griffen, nieuwe begrippen doen ontwaken en krachten, die tot zover nog sliepen, opwekken om samen te werken met God. Christus was Degene, Die de waarheid aan de wereld openbaarde. Door Hem werd het onverderfelijke zaad, het Woord van God, gezaaid in de harten van de mensen.
Het Woord doet de natuurlijke, aardse aanleg teniet en schenkt een nieuw leven in Christus Jezus.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 19.
A. Welke profetische woorden citeerde Petrus, toen hij sprak over de kwetsbaarheid van het menselijk leven?
1 Petrus 1:24;
Jesaja 40:6-8.
B. Waarmee wordt het leven van een mens door de hele Bijbel heen vergeleken, en waarom?
Psalm 103:15-16;
Jakobus 4:14.
“Wij hebben geen tijd te verliezen. Wij weten niet, hoe spoedig onze genadetijd eindigt. In het gunstigste geval hebben wij hier maar een korte tijd te leven, en wij weten niet, hoe spoedig de pijl van de dood ons hart zal treffen…
Zijn wij voorbereid? Zijn wij bekend geworden met God, de Heerser van de Hemel, de Wetgever, en met Jezus Christus, die Hij in de wereld gezonden heeft als Zijn vertegenwoordiger? Als ons levenswerk geëindigd is, zullen wij dan met Christus kunnen zeggen: ‘Ik heb U op de aarde verheerlijkt; Ik heb het werk voleindigd, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen… Ik heb Uw naam geopenbaard’ (Johannes 17:4-6).” –De Weg tot Gezondheid, blz. 389.
C. Wat is, in tegenstelling tot het menselijk leven dat als gras en damp lijkt, zo eeuwig als God?
1 Petrus 1:25;
Psalm 119:89.
“Gelijk deze mensen, die hun huizen op de rots bouwen, zei Jezus, is hij, die de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zal aannemen, en die zal maken tot basis van zijn karakter en leven. Eeuwen tevoren had de profeet Jesaja geschreven: ‘Het woord van onze God houdt voor eeuwig stand’ (Jesaja 40:8); en Petrus citeerde, lang nadat de Bergrede gehouden was, deze woorden van Jesaja en voegde eraan toe: ‘Dit nu is het woord, dat u als evangelie verkondigd is’ (1 Petrus 1:25). Het woord van God is het enig blijvende, dat onze wereld kent. Het is de vaste grondslag. ‘De hemel en de aarde zullen voorbijgaan’, zei Jezus, ‘maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan’ (Matthéüs 24:35) …
Door het Woord aan te nemen, nemen we Christus aan. En alleen zij, die op deze wijze Zijn woorden aannemen, bouwen op Hem… Christus, het Woord, de openbaring van God, de openbaring van Zijn karakter, Zijn wet, Zijn liefde, Zijn leven, is de enige grondslag, waarop wij een karakter kunnen bouwen, dat stand zal houden.
Wij bouwen op Christus door Zijn woord te gehoorzamen… Heiligheid is … het gevolg van een volkomen overgave aan God.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 130-131.
A. Noem enkele struikelblokken, die ons ervan weerhouden het Woord van God te ontvangen zoals het in Jezus is.
1 Petrus 2:1-2.
“Ontvang in de volheid van uw hart de woorden van Christus en wees daders van Zijn woord. We kunnen de zegeningen, die de liefde en aanwezigheid van Christus ons kunnen brengen, niet ontvangen, als we gevoelens koesteren, die de eenheid zullen bederven, waarvan Christus bad, dat die onder Zijn discipelen mocht bestaan.” –The Review and Herald, 25 juli 1893.
“Het is het ik, waar we eerst mee te maken hebben. Bekritiseer het hart nauwkeurig. Onderzoek het om te zien, wat de vrije toegang van Gods Geest verhindert.” –Our High Calling, blz. 21.
“Er mag niet scherp worden gesproken en er mag niet zeurderig worden gevit, want in elke kamer lopen engelen van God op en neer… Er kunnen kleine fouten worden gemaakt, maar woorden van afkeuring wekken gevoelens van vergelding op, en God wordt onteerd… Elk woord, dat gedachteloos of onbedoeld wordt gesproken, moet ter plekke worden ingetrokken… Dit is ons werk.” –In Heavenly Places, blz. 182.
B. Geef voorbeelden van hoe onverzettelijke bitterheid, huichelarij en afgunst mensen ervan weerhouden hebben het Woord van God te ontvangen.
Genesis 4:5-8;
Markus 15:10;
Handelingen 13:44-45.
“Op onze gebeden schijnt niet altijd onmiddellijk antwoord te komen… Als wij Hem iets vragen, kan het zijn, dat Hij het nodig vindt, dat wij ons hart onderzoeken en ons van de zonde bekeren. Daarom leidt Hij ons door beproevingen en voert Hij ons door vernedering, opdat wij kunnen zien, waardoor het werk van Zijn Heilige Geest in ons wordt verhinderd.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 82.
“Afgunst is niet alleen een verstoring van de gemoedstoestand, maar een ondeugd, die alle vermogens ontregelt…
Een afgunstig mens sluit zijn ogen voor de goede eigenschappen en edele daden van anderen. Hij staat altijd klaar om het goede te kleineren en verkeerd voor te stellen. Mensen erkennen wel vaak andere fouten en beteren hun leven, maar voor een afgunstig mens is weinig hoop. Afgunstig zijn op een ander is in feite beweren, dat men de meerdere is, en trots zal niet toestaan, dat op dit punt concessies worden gedaan. Als een poging wordt gedaan om een afgunstig mens van zijn zonde te overtuigen, raakt hij nog meer verbitterd…
Een afgunstig mens verspreidt zijn gif, waar hij ook heengaat, stookt vrienden tegen elkaar op, en wekt haat en opstand op tegen God en de mens.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 51-52.
A. Welk soort ‘verlangen’ spoort Petrus ons aan om te oefenen, nadat we hebben gewezen op het Woord van God als een kracht om onze ziel te bekeren?
1 Petrus 2:2.
“De waardering voor de Bijbel groeit naarmate deze wordt bestudeerd…
Er is niets beter geschikt om de verstandelijke vermogens te versterken dan een studie van de Bijbel. Geen ander boek is zo overtuigend om de gedachten te verheffen en kracht te geven aan de vermogens als de brede, veredelende waarheden van de Bijbel. Als Gods Woord bestudeerd werd, als het zou moeten zijn, zouden de mensen een ademhaling van de geest en een edel karakter hebben, zoals we die in deze tijd zelden tegenkomen.
Geen enkele kennis is zo standvastig, zo beginselvast en zo verreikend als die verkregen door een studie van het Woord van God.” –In Heavenly Places, blz. 135.
B. Noem één van de redenen, waarom mensen weigeren het Woord van God te bestuderen.
Johannes 3:19-20.
“U hebt de Schriften verwaarloosd. U veracht en verwerpt de Getuigenissen, omdat zij uw lievelingszonden bloot leggen, en uw zelfgenoegzaamheid verstoren.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 47.
C. Waar hebben veel filosofen uit Athene al hun tijd aan besteed, en met welk soortgelijk probleem worden we nu geconfronteerd, vooral met het onmatige gebruik van internet en sociale media?
Handelingen 2:21-23,
Handelingen 2:32;
2 Korinthe 4:3-4.
“O, laat jongeren toch nadenken over de invloed van die opwindende verhalen op hun geest! Als je dat soort dingen gelezen hebt, kun je dan het woord van God openslaan en met belangstelling de woorden lezen, die ten leven leiden? Vind je dan het boek van God niet oninteressant?” –Het Bijbels Gezin, blz. 346.
“Velen verzwakken de geest door het lezen van verhalen en romans, en verliezen hun verlangen naar het woord van God. Ze worden geestelijk dronken en zullen niet in staat zijn de ernstige vragen van het leven en het lot in het juiste licht te bekijken, tenzij zij deze praktijk weg doen.” –The Review and Herald, 14 april 1891.
A. Wat is onmogelijk, als we geen ijverige studenten van Gods woord blijven?
2 Petrus 3:18 (eerste deel).
“De apostel spoorde de gelovigen aan om de Schriften te bestuderen, omdat ze door een juist begrip hiervan zich zeker zouden stellen voor de eeuwigheid. Petrus besefte, dat er in de ervaring van iedere ziel, die uiteindelijk de overwinning zou behalen, momenten van verslagenheid en beproeving zouden komen. Maar hij wist ook, dat een begrip van de Schriften de beproefde in staat zou stellen zich de beloften te herinneren, die het hart vertroosten en het geloof in de Almachtige sterken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 380.
B. In welk gevaar verkeren degenen, die hebben geproefd, ‘dat de Heer genadig is’, maar nalaten Gods woord in hun hart toe te passen?
1 Petrus 2:3;
Hebreeën 6:4-6.
“Velen kijken met zelfgenoegzaamheid terug op de vele jaren, waarin zij de waarheid hebben verdedigd. Zij hebben nu het gevoel, dat zij recht hebben op een waardering voor hun moeite en gehoorzaamheid in het verleden. Deze oprechte ervaring met Gods zaken in het verleden maakt hen voor Hem des te schuldiger aan het niet handhaven van hun onkreukbaarheid en de voortgang op de weg van de vervolmaking. De trouw in de afgelopen jaren zal het verzuim van dit jaar nooit kunnen goedmaken. Iemands waarheidsgetrouwheid in het verleden zal nooit zijn bedrog in het heden goedmaken.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz.57-58.
“Laat ieder persoonlijk de Heer zoeken. Laten zij, van wie de godsdienstige ervaring in het verleden slechts oppervlakkig gebleven is, tot God naderen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 209.
1. Wat zijn de vruchten van een echte bekeringservaring?
2. Hoe kan ik weten, of ik klaar ben om de Heer te ontmoeten, als ik vannacht moest sterven?
3. Is er een broeder of zuster in de gemeente, die ik niet mag? Zo ja, waarom? Zou de oorzaak van mijn gevoelens jegens hen verborgen jaloezie of afgunst kunnen zijn?
4. Hoe vaak zou het voor mij raadzaam zijn om persoonlijke Bijbelstudie te hebben?
5. Beschrijf het verschil tussen groeien in Christus en stilstaan.