Lessen uit de brieven van Petrus (I) — SABBAT, 15 juni 2024

Les 11: Vurige liefde

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal een menigte van zonden bedekken”

1 Petrus 4:8

“Alleen de liefde, die vloeit uit het hart van Christus, kan genezing brengen.” –Karaktervorming, blz. 112.

Aanvullende studie :: -Karaktervorming, blz. 112-117.

ZONDAG — 9 juni

1. Diepte van liefde, de grote richtingaanwijzer

A. Hoe heeft de zonde de diepte van onze liefde verdraaid?

Genesis 3:12.

Genesis 3:12: Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten.

“Liefde, dank, trouw aan de Schepper, dit alles kwam op de achteregrond bij zijn (Adams) liefde voor Eva. Ze was deel van hem, en hij kon de gedachte aan een scheiding niet verdragen (nadat ze van de verboden vrucht had gegeten) …Hij besloot te delen in haar lot; als zij moest sterven, wilde hij met haar sterven…

(Later, voor God), kon Adam zijn zonde niet ontkennen, of verontschuldigen; maar in plaats van berouw te tonen, trachtte hij de schuld te werpen op zijn vrouw, en dus in feite op God Zelf.” –Patriarchen en Profeten, blz. 31, 32.

B. Wat is de eenvoudigste manier om vast te stellen of ik een ware christen ben?

1 Johannes 2:9;

1 Johannes 2:9: Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.

1 Johannes 4:20;

1 Johannes 4:20: Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft?

Johannes 13:35.

Johannes 13:35: Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

“Gisteravond droomde ik, dat een klein gezelschap bijeenkwam voor een godsdienstige bijeenkomst. Er was iemand, die binnenkwam en in een donkere hoek ging zitten, waar hij weinig aandacht trok. Er was geen geest van vrijheid. De Geest van de Heer was gebonden. Enkele opmerkingen werden er gemaakt… Het werd duidelijk, dat er niet de liefde van Jezus was in de harten van degenen, die beweerden de waarheid te geloven, en er was, als het zekere gevolg een afwezigheid van de geest van Christus… Het bijeenkomen was voor niemand verkwikkend geweest.

Toen de bijeenkomst op het punt stond te sluiten, stond de vreemdeling op en met een stem, die vol verdriet en tranen was, vertelde hij aan hen, dat ze in hun eigen ziel en in hun eigen ervaring een groot gebrek aan de liefde van Jezus hadden.” –This Day With God, blz. 157.

MAANDAG — 10 juni

2. Het principe van liefde begrijpen

A. Op welk principe is het concept van liefde in deze wereld gebouwd?

Lukas 6:32-34.

Lukas 6:32: En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben. Lukas 6:33: En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde. Lukas 6:34: En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen.

B. Op welk principe is ware, goddelijke liefde gebouwd?

Matthéüs 5:44-45;

Mattheüs 5:44: Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; Mattheüs 5:45: Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Johannes 15:13;

Johannes 15:13: Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.

1 Johannes 4:7-11.

1 Johannes 4:7: Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God; 1 Johannes 4:8: Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde. 1 Johannes 4:9: Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. 1 Johannes 4:10: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden. 1 Johannes 4:11: Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad, zo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben.

“Liefde is meer dan een opwelling, een emotie. Het is een levend, actief werkingsprincipe. Het wordt niet geleid door het gevoel, maar door de wil. Daarin wordt de strikte vastberadenheid begrepen van een geest, die onderworpen en verzacht is, die de kracht van de Oneindige vastgrijpt en zegt: Ik zal U dienen, ja tot in de dood.” –The Signs of the Times, 20 juni 1900.

“Als iedereen, die het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid zoekt, altijd bereid zou zijn om de werken van Christus te verrichten, hoeveel gemakkelijker zou de weg naar de hemel dan worden! De zegeningen van God zouden in de ziel vloeien, en de lof van de Heer zou voortdurend op uw lippen zijn. U zou dan God uit principe dienen. Uw gevoelens mochten niet altijd van vreugdevolle aard zijn; wolken zouden soms de horizon van uw leven overschaduwen; maar de hoop van een christen berust niet op het zandige fundament van gevoel. Zij, die uit principe handelen, zullen de heerlijkheid van God aanschouwen achter de schaduwen, en rusten op het vaste woord van de belofte. Zij zullen zich er niet van laten weerhouden God te eren, hoe duister de weg ook mag lijken. Tegenslag en beproeving zullen hun alleen maar de gelegenheid geven de oprechtheid van hun geloof en liefde te tonen.” –The Review and Herald, 20 oktober 1910.

C. Als wij, nadat we gedoopt zijn, het nog steeds moeilijk vinden om te vergeven, ons over te geven en liefde en verdraagzaamheid te tonen, wat missen we dan?

Romeinen 8:7-10;

Romeinen 8:7: Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. Romeinen 8:8: En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Romeinen 8:9: Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. Romeinen 8:10: En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil.

1 Johannes 4:8.

1 Johannes 4:8: Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.

“Ware heiligmaking verenigt gelovigen met Christus en met elkaar door banden van teder medeleven. Deze eenheid doet voortdurend rijke stromen van christelijke liefde in het hart vloeien, die weer overstromen in liefde voor elkaar.

De eigenschappen, die allen moeten bezitten, zijn het, die de volkomenheid van Christus’ karakter kenmerken, Zijn liefde…

Het is het grootste en noodlottigste bedrog te veronderstellen, dat men geloof in eeuwig leven kan hebben, zonder christelijke liefde voor zijn broeders te bezitten.” –Bijbelkommentaar, blz. 407-408.

DINSDAG — 11 juni

3. Een principe om te leren

A. Welk heilig beginsel gebiedt Petrus ons te leren om in ons dagelijks leven uit te oefenen?

1 Petrus 4:8 (eerste deel);

[1Pet.4.8.a]

1 Petrus 1:22.

1 Petrus 1:22: Hebbende dan uw zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broederlijke liefde, zo hebt elkander vuriglijk lief uit een rein hart;

B. In welke zin zal naastenliefde ‘een menigte van zonden bedekken’?

1 Petrus 4:8 (laatste deel)

[1Pet.4.8.b]

in vergelijking met

Spreuken 17:9;

Spreuken 17:9: Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak weder ophaalt, scheidt den voornaamsten vriend.

Jakobus 5:19-20.

Jakobus 5:19: Broeders, indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en hem iemand bekeert, Jakobus 5:20: Die wete, dat degene, die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van den dood zal behouden, en menigte der zonden zal bedekken.

“Als u denkt, dat uw broeder u heeft gekwetst, ga dan in vriendelijkheid en liefde naar hem toe, en misschien komt u tot begrip en verzoening. Wanneer u met de dwalende van doen heeft, moet u altijd het feit in gedachten houden, dat u met Christus te maken heeft in de persoon van Zijn heiligen. Ga naar uw broeder, van wie u denkt, dat hij verkeerd was, en praat liefdevol met hem alleen; als u erin slaagt de problemen op te lossen, hebt u uw broeder gewonnen zonder zijn zwakheid bloot te leggen, en de regeling tussen u is de bedekking van een menigte van zonden geweest, vanuit het oogpunt van anderen. Anderen zullen niet van uw probleem hoeven te weten, en wees dus waakzaam om met argwaan te kijken naar alles, wat degene, waarvan u denkt dat hij schuldig is, zou kunnen doen, en een verkeerde uitleg van zijn motieven te geven.” –The Review and Herald, 24 februari, 1891.

“De Schrift leert duidelijk, dat de dwalende met verdraagzaamheid en begrip behandeld moet worden. Als de juiste wijze wordt gevolgd, kan het ogenschijnlijke verstokte hart voor Christus worden gewonnen. De liefde van Jezus bedekt een menigte van zonden. Zijn genade leidt nooit tot het blootleggen van de fouten van iemand anders, tenzij het een positieve noodzaak is.” –Counsels to Parents, Teachers, and Students, blz. 267.

“‘Maar vooral’, schrijft de apostel, ‘hebt vurige liefde tot elkander’ (1 Petrus 4:8). Luister niet naar berichten tegen een broeder of zuster. Wees zeer voorzichtig met het opnemen van smaad jegens uw naaste. Vraag degene, die de beschuldiging uit, of hij het woord van God in deze kwestie heeft gehoorzaamd. Christus heeft duidelijke aanwijzingen gegeven over wat er gedaan moet worden. Ga naar uw broeder en vertel hem zijn fout tussen hem en u alleen. Verontschuldig uzelf niet hiervoor door te zeggen: Er is geen persoonlijke grief tussen degene, die wordt beschuldigd en mijzelf. De door Christus gegeven regels zijn zo omlijnd, zo duidelijk, dat dit excuus geen waarde heeft.

Of de grief nu wel of niet tussen u en de beschuldigde staat, het bevel van Christus is hetzelfde. Uw broeder heeft hulp nodig. Vertel hem, en niet iemand anders, dat er berichten over hem circuleren. Geef hem de gelegenheid om het uit te leggen.” –In Heavenly Places, blz. 292.

WOENSDAG — 12 juni

4. Een noodzakelijke vrucht van liefde

A. Op welke karaktertrek wijst Petrus als een goed teken, dat Gods liefde in het hart verblijft?

1 Petrus 4:9.

1 Petrus 4:9: Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren.

B. Waarom is gastvrijheid een onmisbare christelijke deugd?

Hebreeën 13:2;

Hebreeën 13:2: Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd.

Romeinen 12:13.

Romeinen 12:13: Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.

“Zelfs onder hen, die belijden christenen te zijn, wordt ware gastvrijheid maar weinig aan de dag gelegd. Onder ons eigen volk is de gelegenheid om gastvrijheid te verlenen, niet beschouwd, zoals dat moest, als een voorrecht en zegen. De sfeer van de prettige omgang wordt te weinig gevoeld, er bestaat geen geneigdheid voor twee of drie meer om de gezinstafel plaats te maken zonder omslag en in alle eenvoudigheid. Sommigen voeren aan, dat ’dit zoveel last veroorzaakt’…

God is misnoegd over de zelfzuchtige belangstelling, die zo vaak aan de dag gelegd wordt ten aanzien van ‘ik en mijn gezin’. Elk gezin, dat deze geest koestert, moet nodig bekeerd worden door de zuivere beginselen, geopenbaard in het leven van Christus. Die zich in zichzelf opsluiten, die niet bereid zijn aan bezoekers herbergzaamheid te verlenen, verliezen vele zegeningen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 600, 601.

“Ik ken mensen, die een hoog beroep uitoefenen, wier hart zo ingesloten is door eigenliefde en egoïsme… Ze hebben hun hele leven uitsluitend voor zichzelf gedacht en geleefd. Een offer brengen om anderen goed te doen, zichzelf te benadelen om anderen te bevoordelen, is bij hen uitgesloten… Het eigen ik is hun idool. Kostbare weken, maanden en jaren gaan de eeuwigheid in, maar ze hebben in de hemel geen verslag van vriendelijke daden, van het opofferen voor het welzijn van anderen, van het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, of het opnemen van een vreemdeling.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 26.

C. Welke oppervlakkige, valse ‘gastvrijheid’ wordt door veel christelijke gezinnen beoefend?

Job 1:4;

Job 1:4: En zijn zonen gingen, en maakten maaltijden in ieders huis op zijn dag; en zij zonden henen, en nodigden hun drie zusteren, om met hen te eten en te drinken.

2 Koningen 20:13-15.

2 Koningen 20:13: En Hizkia hoorde naar hen, en hij toonde hun zijn ganse schathuis, het zilver, en het goud, en de specerijen, en de beste olie, en zijn wapenhuis, en al wat gevonden werd in zijn schatten; er was geen ding in zijn huis, noch in zijn ganse heerschappij, dat hij hun niet toonde. 2 Koningen 20:14: Toen kwam de profeet Jesaja tot den koning Hizkia, en zeide tot hem: Wat hebben die mannen gezegd, en van waar zijn zij tot u gekomen? En Hizkia zeide: Zij zijn uit verren lande gekomen, uit Babel. 2 Koningen 20:15: En hij zeide: Wat hebben zij gezien in uw huis? En Hizkia zeide: Zij hebben alles gezien, wat in mijn huis is; geen ding is er in mijn schatten, dat ik hun niet getoond heb.

“Het is een verloochening van Christus om voorbereidingen te treffen voor bezoekers, wat tijd vergt, die terecht de Heer toebehoort…

Nodeloze zorgen en lasten worden veroorzaakt door de wens om bezoekers gastvrij te ontvangen. Om een grote verscheidenheid aan tafel klaar te maken, overwerkt de huisvrouw zich; vanwege de vele gerechten die worden bereid, eten de gasten te veel; en ziekte en lijden zijn het gevolg, door het overwerk aan de ene kant en te veel eten aan de andere kant. Deze uitgebreide feesten zijn een last en schadelijk.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 343.

DONDERDAG — 13 juni

5. Waar christelijk dienen

A. Noem één aspect van, hoe naastenliefde getoond wordt in het leven van een ware christen.

1 Petrus 4:10.

1 Petrus 4:10: Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods.

“God heeft iedereen zijn taak aangewezen, naar dat zijn bekwaamheid is. Door opleiding en oefening worden personen geschikt gemaakt om elke noodsituatie, die zich voor kan doen, aan te kunnen, en wijs overleg is nodig om ieder op de juiste plaats te zetten, zodat hij ervaring kan opdoen, die hem geschikt maakt om verantwoordelijkheid te dragen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 214-215.

“Vooral de jongeren moeten het gevoel hebben, dat ze hun geest moeten trainen en elke gelegenheid aangrijpen om verstandig te worden, zodat ze op aanvaardbare wijze zich aan Hem overgeven, die Zijn kostbare leven voor hen heeft gegeven… Laat iedereen elke gelegenheid benutten, waarmee hij in de voorzienigheid van God begunstigd wordt, om alles te verwerven wat mogelijk is in openbaring of wetenschap…

Elk talent, dat aan de mens is gegeven, moet worden benut, zodat het in waarde kan toenemen, en alle verbeteringen moeten aan God worden teruggegeven. Als u gebrekkig bent in manier van doen, in stem, in opvoeding, hoeft u niet altijd in deze toestand te blijven. U moet er voortdurend naar streven, dat u een hogere standaard kunt bereiken, zowel in opleiding als in godsdienstig leven… God voorziet niet in een manier, waardoor iemand een excuus kan hebben voor het doen van slordig werk; en toch is Hem een groot deel van dit soort werk aangeboden door degenen, die voor Zijn zaak werken, maar het is voor Hem niet aanvaardbaar.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 213-215.

B. Wat moet het enige doel zijn van al ons dienen?

1 Petrus 4:11;

1 Petrus 4:11: Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods; indien iemand dient, die diene als uit kracht, die God verleent; opdat God in allen geprezen worde door Jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid en de kracht, in alle eeuwigheid. Amen.

Kolossensen 3:23.

Kolossenzen 3:23: En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;

VRIJDAG — 14 juni

Terugblik

1. Wat is het verschil tussen goddelijke liefde en wereldse ‘liefde’?

2. Welk beginsel ligt ten grondslag aan de christelijke naastenliefde?

3. Hoe kan ik edelere gewoonten van gastvrijheid ontwikkelen?

4. Welke vormen van christelijk dienen zouden goed voor mij zijn om te ontwikkelen?

5. Hoe kan ik ervoor zorgen, dat mijn werk voor God niet onzorgvuldig en slordig is?