Tekst om te onthouden: “En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet; en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving”
Hebreeën 9:22
“Christus heeft Zijn leven gegeven om ons deze onmetelijke schat te bezorgen, maar zonder wedergeboorte door geloof in Zijn bloed is er geen vergeving van zonden, geen schat voor een verlorengaande ziel.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 63.
Aanvullende studie :: -De Grote Strijd, blz. 384-395.
A. Wat was Gods doel met de bouw van het heiligdom?
Exodus 25:8.
“Bij de bouw van het heiligdom, als een woonstede voor God, werd Mozes onderwezen, dat hij alle dingen zou maken naar het beeld van de hemelse dingen. God riep hem op de berg te komen en openbaarde hem de hemelse dingen, en naar deze gelijkenis werd het heiligdom met al wat daar voor nodig was, gemaakt.
Op deze wijze openbaarde Hij aan Israël het heerlijk ideal van Zijn karakter, want Hij wilde hen tot Zijn woonstede maken. Het voorbeeld werd hun getoond op de berg, toen de wet hun werd gegeven vanaf de Sinaï.
Dat ideale karakter konden zij in eigen kracht niet verkrijgen. De Openbaring, hun op de Sinaï geschonken, kon hun alleen een indruk geven van hun gebrek en hun hulpeloosheid. Het heiligdom zou hen, door de offerdiensten, nog een andere les leren nl, de les van vergiffenis van zonde, en de macht door middel van de Verlosser, om gehoorzaamheid te leren ten einde te leven.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 192.
B. Wie zou het werkelijke doel van het heiligdom vervullen?
Johannes 1:14;
1 Korinthe 3:16-17.
“De tabernakel was een symbool van Gods plan, dat door Christus in vervulling zou gaan: Het heerlijke bouwsel.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 192.
A. Beschrijf de eerste afdeling van het aardse heiligdom en de belangrijkste voorwerpen erin.
Hebreeën 9:1-2.
“In de eerste afdeling, het heilige, stonden de tafel der toonbroden, de kandelaar en het wierookaltaar. De tafel der toonbroden stond aan de noordkant. Met zijn omlijsting was de tafel met goud overtrokken. Op deze tafel moesten de priesters elke Sabbat twaalf broden plaatsen, in twee stapeltjes en deze besprenkelen met wierook. De broden, die weggenomen waren, en als heilig werden beschouwd, moesten door de priesters gegeten worden. Aan de zuidzijde stond de zevenarmige kandelaar, met zijn zeven lampen. De armen waren versierd met sierlijke bloemen in de vorm van amandelbloesems, en het geheel was vervaardigd uit massief goud. Omdat er geen vensters waren in de tabernakel, werden deze lampen nooit gedoofd, maar bleven dag en nacht branden. Voor het gordijn, dat het heilige scheidde van het heilige der heiligen, waar God Zich openbaarde, stond het gouden wierookaltaar. Op dit altaar moest de priester elke morgen en avond wierook branden; de hoornen werden bestreken met bloed van het zondoffer, en op de grote Verzoendag werd het altar besprenkeld met bloed. Het vuur op dit altaar werd door God Zelf ontstoken en werd als heilig berandende gehouden. Dag en nacht verspreidde de heilige wierook zijn geur door het heiligdom en zelfs ver buiten de tabernakel.” –Patriarchen en Profeten, blz. 310-312.
B. Beschrijf het heilige der heiligen en zijn dienst.
Hebreeën 9:3-7.
“Binnen het voorhangsel was het heilige der heiligen, waar zich het middelpunt bevond van de symbolische dienst van verzoening en bemiddeling, en dat de verbindende schakel vormde tussen hemel en aarde. In deze afdeling stond de ark, een kist van acaciahout, van binnen en van buiten overtrokken met goud, met een gouden lijst rond het deksel. Deze kist vormde de bewaarplaats voor de stenen tafelen, waarop God met eigen vinger de Tien Geboden had geschreven. Vandaar dat het de ark van Gods getuigenis, of de ark des verbonds werd genoemd, daar de Tien Geboden de basis vormden van het verbond tussen God en Israël.” –Patriarchen en Profeten, blz. 312.
“Eenmaal per jaar, op de Grote Verzoendag, ging de hogepriester het heilige der heiligen binnen om het heiligdom te reinigen. Door dit werk werd de jaarlijkse kringloop van de heiligdomsdienst afgesloten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 319.
A. Wat is het zekere resultaat van de voorspraak van Christus?
Hebreeën 9:11-12.
“Onze grote Hogepriester voltooide het offer van Zichzelf, toen Hij buiten de poort leed. Toen er een volmaakte verzoening gedaan was voor de zonden van het volk. Jezus is onze Voorspraak, onze Hogepriester, onze Middelaar. Onze huidige positie is daarom als die van de Israëlieten, staande in de voorhof, wachtend op en uitziend naar die gezegende hoop, de glorieuze verschijning van onze Heer en Verlosser Jezus Christus…
Toen de hogepriester de heilige plaats binnenging, die de plaats vertegenwoordigt waar onze Hogepriester nu pleit, en offers bracht op het altaar, werden er zonder verzoening geen waardevolle offers gebracht. Terwijl de hogepriester daar voorbede deed, moest ieder hart zich in berouw voor God buigen en om vergeving van overtreding smeken. Type ontmoette antitype in de dood van Christus, het Lam geslacht voor de zonden van de wereld. De grote Hogepriester heeft het enige offer gebracht, dat van enige waarde zal zijn…
In Zijn bemiddeling als onze Voorspraak heeft Christus de deugd van niemand nodig, de tussenkomst van niemand. Christus is de enige zondedrager, het enige zondeoffer. Gebed en belijdenis moeten alleen worden aangeboden aan Hem, die voor eens en voor altijd de heilige plaats is binnengegaan.” –That I May Know Him, blz. 73.
B. Hoe kan ons leven profijt trekken van het bloed van Christus?
Hebreeën 9:13-14.
“Terwijl wij onze zonden belijden en pleiten voor de werkzaamheid van het verzoenende bloed van Christus, moeten onze gebeden naar de hemel opstijgen, geurend van de verdiensten van het karakter van onze Verlosser. Ondanks onze onwaardigheid moeten we altijd in gedachten houden, dat er Eén is, die de zonde kan wegnemen en de zondaar kan redden. Elke zonde, die met een berouwvol hart voor God wordt erkend, zal Hij verwijderen. Dit geloof is het leven van de gemeente.” –Testimonies to Ministers, blz. 93.
“Zeg tot de Heer: Mijn ongerechtigheden hebben scheiding gemaakt tussen mij en mijn God. O Heer, vergeef mijn overtredingen. Wis mijn zonden uit het boek van Uw gedachtenis. Prijs Zijn heilige naam, er is vergeving bij Hem, en u kunt bekeerd en veranderd worden.” –Testimonies to Ministers, blz. 98.
“Het bloed van Christus is doeltreffend, maar het moet voortdurend worden toegepast.
Evenals het in vroeger tijd nodig was, dat de onreinen werden gereinigd door het sprengen van bloed, is het even noodzakelijk voor degenen, die leven te midden van de gevaren van de laatste dagen en blootgesteld zijn aan de verzoekingen van Satan, om het bloed van Christus dagelijks op hun hart toegepast te hebben.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 200.
A. Wanneer werd het genadeverbond bekrachtigd?
Hebreeën 9:22-24.
“Het verbond der genade werd voor het eerst met de mens gesloten in het paradijs, toen na de zondeval de belofte werd gegeven, dat het zaad der vrouw de kop van de slang zou verbrijzelen. Dit verbond biedt alle mensen vergiffenis en de hulp van Gods genade voor latere gehoorzaamheid door het geloof in Christus. Tevens beloofde het eeuwig leven op voorwaarde van trouw aan Gods wet. Op deze wijze hebben de aartsvaders de hoop der zaligheid ontvangen.
Dit verbond werd vernieuwd met Abraham in de belofte: 'Met uw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden' (Genesis 22:18). Deze belofte wees heen op Christus. Op deze wijze begreep Abraham het (zie Galaten 3:8, 16), en hij vertrouwde op Christus voor het vergeven van zijn zonden. Door dit geloof werd hij gerechtvaardigd. Het verbond met Abraham handhaafde ook het gezag van Gods wet. De Heere verscheen aan Abraham en zei: 'Ik ben God, de Almachtige, wandel voor Mijn aangezicht en wees onberispelijk' (Genesis 17:1). Gods getuigenis aangaande Zijn trouwe dienstknecht luidde: 'Abraham heeft naar Mij geluisterd en Mijn dienst in acht genomen: Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten' (Genesis 26:5). En de Heere zei tot hem: 'Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en uw nageslacht in hun geslachten, …’
Hoewel dit verbond gemaakt is met Adam, en met Abraham vernieuwd werd, kon het eerst bij de dood van Christus bekrachtigd worden. Het had bestaan op grond van Gods belofte vanaf de tijd, dat voor het eerst over het verlossingsplan gesproken was; door geloof was het aanvaard; toch werd het een nieuw verbond genoemd, toen het door Christus bekrachtigd werd. Gods wet vormde de basis van dit verbond, dat bestond uit een schikking om de mensen opnieuw in harmonie te brengen met Gods wil, door hen daar te brengen, waar ze aan Gods wet konden gehoorzamen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 333-334.
B. Hoe legde de apostel Paulus uit, hoe het Hebreeuwse systeem van offers in Christus werd vervuld?
Hebreeën 9:24-26.
“Hoor, hoe hij (Paulus) het werk van de Verlosser als de grote Hogepriester van mensen duidelijk maakt, van Hem, die door het offer van Zijn eigen leven voor allen verzoening van zonde heeft gebracht, en daarna Zijn ambt in het hemels heiligdom heeft aanvaard. Paulus gaf zijn toehoorders te kennen, dat de Messias, op wiens komst zij hadden gewacht, reeds was gekomen; dat Zijn dood het tegenbeeld was van alle heilige offeranden, en dat Zijn dienst in het hemelse heiligdom zijn schaduw terugwierp en de dienst van het Joodse priesterschap verklaarde.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 182.
A. Wat is beloofd aan degenen, die het genadeverbond aannemen?
Hebreeën 9:27-28;
Psalm 50:1-5;
Jesaja 25:9.
“De Heer wil, dat wij het grote verlossingsplan op prijs zullen stellen, dat wij ons grote voorrecht beseffen als kinderen van God, en dankbaar en gehoorzaam in Zijn oog wandelen. Hij wil, dat wij Hem dienen in een nieuw leven, dat wij elke dag blij zijn. Hij wil, dat in ons hart dank opwelt, omdat onze namen geschreven staan in het boek des levens van het Lam, omdat we al onze zorgen werpen op Hem, die voor ons zorgt. Hij zegt, dat wij ons moeten verblijden, omdat wij het erfdeel van de Heer zijn, omdat de gerechtigheid van Christus het witte kleed van Zijn heiligen is, omdat wij de gezegende hoop op de spoedige komst van onze Heiland bezitten.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz182.
“Wij zijn pelgrims en vreemdelingen, die wachten op, hopen op en bidden voor die gezegende hoop: de glorieuze verschijning van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Als we dit geloven en het in ons praktische leven brengen, tot welke krachtige actie zouden dit geloof en deze hoop dan inspireren; wat een vurige liefde voor elkaar; wat een zorgvuldig heilig leven voor de heerlijkheid van God; en in ons respect voor de vergoeding van de beloning, welke duidelijke scheidslijnen zouden er tussen ons en de wereld zichtbaar zijn.
De waarheid, dat Christus komt, moet iedere geest voorgehouden worden.” –Evangelism, blz. 220.
B. Welke smeekbede moet in onze gebeden opgenomen zijn?
Openbaring 22:20.
1. Welke zegeningen heeft God voor mij, als ik het heiligdom bestudeer?
2. Leg de betekenis uit van elk afzonderlijk voorwerp in het heiligdom.
3. Wat moeten we begrijpen over het offer van Christus voor ons?
4. Waarom wordt het nieuwe verbond zo genoemd, ook al bestond het al in de tijd van Abraham?
5. Wat is het hoogtepunt van al onze hoop en hoe zal dit ons dagelijks leven beïnvloeden?
Hîncesti is de administratieve gemeente in het district, met dezelfde naam, gelegen in het noordwestelijke deel van de Republiek Moldavië. Het district heeft 122.000 inwoners en wordt doorsneden door goed bereisde wegen die naar Roemenië en Oekraïne leiden.
De economie van dit gebied is gebaseerd op landbouw (inclusief wijngaarden en boomgaarden), evenals andere producten zoals schoenen, kleding, meubels en betonconstructie blokken.
Orthodox is de overheersende religie (bijna 96%) in dit gebied. terwijl andere protestantse denominaties de resterende 4% uitmaken. De boodschap van de ZDA Reformatie Beweging werd naar deze stad gebracht door een gezin, dat in 1959 hierheen verhuisde. Twee andere gezinnen sloten zich bij de gemeente aan in 1973 en 1983. Door de genade van God nam het aantal gemeenteleden toe en als gevolg daarvan werd hier in 1990 een gemeente georganiseerd.
In eerste instantie kwamen de leden bijeen in de huizen van plaatselijke families, waar zij samen kwamen om te aanbidden. Vervolgens werd in 2.000 een privéhuis gekocht, en dit diende 20 jaar lang voor de eredienst. Tegenwoordig bestaat de meerderheid van de leden uit jonge gezinnen en kinderen. Aan de rand van de stad, is een groter perceel veiliggesteld voor de bouw van een huis van aanbidding en de verspreiding van het evangelie samen met een educatief klaslokaal voor onze kinderen die te onderwijzen ter voorbereiding op de laatste momenten van de geschiedenis van de aarde. “Niet alleen moet een bescheiden huis voor aanbidding worden opgericht, maar er moeten alle noodzakelijke regelingen worden getroffen voor de permanente vestiging van de gemeenteschool.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 108.
“De Heer heeft personen, die betrokken zijn bij het werk van het stichten van gemeentescholen, zodra er iets wordt gedaan om de weg voor hen te bereiden…
Het is meer dan tijd voor de Sabbatvierders om hun kinderen af te zonderen van wereldse omgang en hen te plaatsen onder de allerbeste onderwijzers, die de Bijbel tot het fundament van alle studie willen maken.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 486-487.
Moge de Heer de harten raken en onze dierbare broeders en zusters overal ter wereld zegenen om genereus bij te dragen aan dit project, zodat het licht hier mag kverspreiden, en samen kunnen we de komst van onze Verlosser, Jezus Christus, bespoedigen. Wij danken u bij voorbaat!
–Uw broeders en zusters uit Hîncesti