Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 24 februari 2024

Les 8: Het Oude Verbond

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest was, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest”

Hebreeën 8:7

“De voorwaarden van het 'oude verbond ' waren: Gehoorzaam en leef: 'de mens, die ze doet, zal daardoor leven’ (Ezechiël 20:11; Leviticus 18:5); maar 'vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt’ (Deuteronomium 27:26).“ –Patriarchen en Profeten, blz. 335.

Aanvullende studie :: -God’s Amazing Grace, blz. 135;; -De Wens der Eeuwen, blz. 592-595.

ZONDAG — 18 februari

1. EEN MONUMENTAAL VERBOND

A. Wanneer en waar was het oude verbond opgericht?

Exodus 19:1-2.

Exodus 19:1: In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai. Exodus 19:2: Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; Israel nu legerde zich aldaar tegenover dien berg.

“Kort nadat het legerkamp was opgeslagen bij de Sinaï, werd Mozes door God op de berg geroepen. Alleen beklom hij het steile en ongelijke pad en naderde de wolk, die de plaats kenmerkte, waar God Zich bevond. Israël zou nu in een nauwe en bijzondere betrekking komen tot de Allerhoogste, ze zouden als gemeente en als natie onder het bestuur van God ingelijfd worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 268.

B. Wat was de voorwaarde van het verbond op de Sinaï, en waarom is dit beginsel belangrijk?

Exodus 19:3-6.

Exodus 19:3: En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen: Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht hebt. Exodus 19:5: Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; Exodus 19:6: En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult.

Hoe reageerde het volk?

Exodus 19:8.

Exodus 19:8: Toen antwoordde al het volk gelijkelijk, en zeide: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden des volks weder tot den HEERE.

“Gehoorzaamheid was de enige voorwaarde, waarop het oude Israël de vervulling zou ontvangen van de beloften, die hen tot het zeer begunstigde volk van God maakten; en gehoorzaamheid aan die wet zal voor individuen en naties nu even grote zegeningen met zich meebrengen, als het gebracht zou hebben voor de Hebreeën.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 218.

“Mozes keerde terug naar de legerplaats, en nadat hij de oudsten van Israël bij zich geroepen had, herhaalde hij Gods boodschap voor hen. Hun antwoord was: ‘Alles wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen’. Zo gingen ze met God een plechtig verbond aan, waarbij ze beloofden Hem te aanvaarden als hun Heerser, waardoor ze in bijzondere zin onderdanen werden van Zijn gezag.” –Patriarchen en Profeten, . 268.

MAANDAG — 19 februari

2. IJVER ZONDER KENNIS

A. Waarop stelden de Israëlieten hun vertrouwen, toen ze hun belofte deden om Gods wet te gehoorzamen ?

Romeinen 10:1-3.

Romeinen 10:1: Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israel doe, is tot hun zaligheid. Romeinen 10:2: Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Romeinen 10:3: Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.

“Het volk besefte niet de zondigheid van hun eigen hart, omdat ze zonder Christus onmogelijk Gods wet konden houden; ze waren dan ook diect bereid met God een verbond aan te gaan. Met het gevoel, dat ze hun eigen gerechtigheid konden bewerken, zeiden ze: 'Alles wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen’ (Exodus 24:7).” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.

B. Wanneer werd dezelfde fout gemaakt door het Joodse volk in de tijd van Christus?

Matthéüs 5:20;

Mattheüs 5:20: Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.

Romeinen 9:31-32.

Romeinen 9:31: Maar Israel, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Romeinen 9:32: Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;

“Hoewel de wet heilig is, konden de Joden geen gerechtigheid verkrijgen door hun eigen inspanningen om de wet te houden. De discipelen van Christus moeten een gerechtigheid verkrijgen, die van een ander aard is dan de gerechtigheid van de Farizeeën, indien zij het koninkrijk willen binnengaan. God bood hen, in Zijn Zoon, de volmaakte gerechtigheid der wet aan. Indien zij hun harten volkomen zouden openstellen om Christus te ontvangen, zou het leven Gods zelf, zou Zijn liefde in hen wonen en hen hervormen naar Zijn gelijkenis; en op deze wijze zouden zij door Gods vrije gave de gerechtigheid bezitten, die de wet vereist. Maar de Farizeeën verwierpen Christus: 'Onbekend met Gods gerechtigheid, en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden’, (Romeinen 10:3), wilden zij zichzelf niet onderwerpen aan de gerechtigheid Gods.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 52-53.

C. Wat staat er geschreven over onze eigen gerechtigheid?

Jesaja 64:6.

Jesaja 64:6: Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.

“(Zie Jesaja 64:6). Alles, wat wij van onszelf kunnen doen, is verontreinigd door de zonde. Maar Gods Zoon ‘is geopenbaard om onze zonde weg te nemen en in Hem is geen zonde’.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 191.

“Tenzij de Heilige Geest op het menselijk hart werkt, zullen we bij elke stap struikelen en vallen. De inspanningen van de mens alleen zijn niets anders dan waardeloosheid; maar samenwerking met Christus betekent een overwinning.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 381.

“Als het licht van Christus in ons hart schijnt, zien we, hoe onrein we zijn, ontdekken we, hoe egoïstisch onze motieven zijn en hoe vijandschap jegens God elke daad, die we hebben verricht, heeft besmet. Dan zien we in, hoe onze eigen gerechtigheid in feite een ‘vuil kleed’ is, en dat alleen Christus ons kan reinigen van de smet van de zonde, en onze harten naar Zijn beeld kan vernieuwen.” –Schreden naar Christus, blz. 33-34.

DINSDAG — 20 februari

3. HET DOEL VAN HET OUDE VERBOND

A. Waarom werd er op de Sinaï een ander verbond gesloten, aangezien het genadeverbond voldoende was voor de verlossing?

Galaten 3:19;

Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.

Psalm 119:18;

Psalmen 119:18: Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

Openbaring 3:17-18.

Openbaring 3:17: Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. Openbaring 3:18: Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.

“Maar als het verbond met Abraham de belofte van verlossing inhield, waarom werd dan bij de Sinaï een ander verbond gesloten? Gedurende hun slavernij had het volk in grote mate de kennis van God en van de beginselen van het verbond met Abraham verloren. Toen Hij hen uit Egypte bevrijdde, wilde God aan hen Zijn macht en Zijn barmhartigheid bekendmaken, opdat ze ertoe gebracht zouden worden Hem lief te hebben en te vertrouwen. Hij voerde hen door de Rode Zee, waar ontkomen onmogelijk scheen, toen ze door de Egyptenaren achtervolgd werden, opdat ze zouden beseffen, hoe hulpeloos ze waren zonder Gods hulp; en toen bevrijdde Hij hen. Op deze wijze werden ze vervuld met liefde en dankbaarheid jegens God en met vertrouwen in Zijn macht om hen te helpen. Hij had hen aan Zich verbonden als hun Bevrijder uit tijdelijke dienstbaarheid.

Maar ze moesten een belangrijker les leren. Toen ze leefden te midden van afgoderij en verderf, hadden ze geen juiste voorstelling van Gods heiligheid, van de zondigheid van hun eigen hart, hun volstrekte onbekwaamheid om uit zichzelf gehoorzaam te zijn aan Gods wet, en hun behoefte aan een Zaligmaker. Dit alles moesten ze nog leren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 334-335.

B. Wat gebeurde er slechts een paar weken, nadat de Israëlieten beloofden Gods wet te houden?

Exodus 32:1-6.

Exodus 32:1: Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij. Exodus 32:2: Aaron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij. Exodus 32:3: Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aaron. Exodus 32:4: En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben. Exodus 32:5: Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn! Exodus 32:6: En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen.

Bij wie werd de fout gevonden onder het verbond dat op de Sinaï werd gesloten?

Hebreeën 8:8.

Hebreeën 8:8: Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten;

“Diep ontmoedigd en toornig over hun grote zonde, gooide hij (Mozes) de stenen tafelen op Gods bevel opzettelijk stuk voor de ogen van het volk, waarmee te kennen werd gegeven, dat zij het verbond, dat ze nog maar pas met God hadden gesloten, verbroken hadden.” –Bijbelkommentaar, blz. 49.

“Ze (de Israëlieten) hadden gezien, hoe de wet in ontzagwekkende majesteit was verkondigd, en beefden van ontzetting aan de voet van de berg; en toch verstreken er slechts enkele weken voor ze hun verbond met God verbraken en zich bogen voor een gesneden beeld. Ze konden niet rekenen op de gunst van God op grond van een verbond, dat ze verbroken hadden; en nu ze hun eigen zondigheid en hun behoefte aan vergiffenis zagen, kwamen ze ertoe te verlangen naar een Heiland, die in het verbond met Abraham was geopenbaard en in de offerdiensten werd afgebeeld. Nu werden ze door geloof en liefde met God verbonden als hun Bevrijder van de slavernij der zonde. Nu waren ze in staat de zegeningen van het nieuwe verbond op prijs te stellen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.

WOENSDAG — 21 februari

4. PETRUS‘ ‚OUDE VERBOND’ ERVARING

A. Wat beloofde Petrus aan Jezus, voordat hij naar Getsémané ging?

Lukas 22:33.

Lukas 22:33: En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan.

B. Wat was het antwoord van Christus aan Petrus?

Lukas 22:34.

Lukas 22:34: Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.

“Toen hij pas als discipel was geroepen, voelde Petrus zich heel sterk. Evenals de Farizeeër was hij naar zijn gevoel 'niet als andere mensen'. Toen Christus aan de vooravond van Zijn verraad Zijn discipelen waarschuwde: 'Gij zult allen aanbstoot aan Mij nemen’, zei Petrus vol zelfvertrouwen: 'Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zeker niet’ (Markus 14:27, 29). Petrus kende niet het gevaar, waarin hij verkeerde. Zijn zelfvertrouwen misleidde hem. Hij meende, dat hij wel weerstand kon bieden aan de verzoeking.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 89-90.

C. Hoe gedroeg Petrus zich kort daarna, toen hem werd gevraagd naar zijn verbinding met Jezus?

Matthéüs 26:69-74.

Mattheüs 26:69: En Petrus zat buiten in de zaal; en een dienstmaagd kwam tot hem, zeggende: Gij waart ook met Jezus, den Galileer. Mattheüs 26:70: Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt. Mattheüs 26:71: En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener. Mattheüs 26:72: En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet. Mattheüs 26:73: En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar. Mattheüs 26:74: Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.

D. Hoe reageerde Jezus, toen Petrus Hem verloochende?

Lukas 22:61-62.

Lukas 22:61: En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. Lukas 22:62: En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.

“Toen het gekraai van de haan hem herinnerde aan de woorden van Christus, keerde hij zich, verrast en geschokt over wat hij zojuist had gedaan, om en keek naar zijn Meester. Op dat ogenblik zag Christus naar Petrus, en door die bedroefde blik, waarin liefde en medelijden voor hem samengingen, begreep Petrus zichzelf. Hij ging naar buiten en weende bitter. Die blik van Christus had zijn hart gebroken. Petrus was op het keerpunt gekomen en had bitter berouw over zijn zonde. Hij was als de tollenaar in zijn berouw en bekering, en evenals de tollenaar vond hij barmhartigheid. De blik van Christus gaf hem de verzekering van vergiffenis.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 90.

“Toen Jezus hem geboden had te waken en te bidden, had Petrus door te slapen de weg bereid voor zijn grote zonde. Al de discipelen leden een groot verlies, doordat zij in dat kritieke uur sliepen. Christus kende de hevige beproeving, die zij zouden moeten doormaken. Hij wist, hoe Satan zou werken om hun zintuigen te verlammen, zodat zij niet bereid zouden zijn voor de beproeving. Daarom gaf Hij hun deze waarschuwing. Indien die uren in de hof met waken en bidden waren doorgebracht, dan was Petrus niet van zijn eigen zwakke kracht afhankelijk geweest. Hij zou zijn Heere niet hebben verloochend. Indien de discipelen met Christus in Zijn Zielestrijd hadden gewaakt, zouden zij erop zijn voorbereid Zijn lijden aan het kruis te aanschouwen. Zij zouden enigermate de aard hebben begrepen van Zijn overweldigende zielestrijd. Zij zouden in staat zijn geweest zich Zijn woorden te herinneren, die Zijn lijden, Zijn dood en Zijn opstanding voorzegden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 621-622.

DONDERDAG — 22 februari

5. ZONDER CHRISTUS KAN NIETS WORDEN GEDAAN

A. Hoe nutteloos is onze strijd tegen de zonde door onszelf?

Romeinen 7:14-15,

Romeinen 7:14: Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Romeinen 7:15: Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.

Romeinen 7:18-25;

Romeinen 7:18: Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. Romeinen 7:19: Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Romeinen 7:20: Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Romeinen 7:21: Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. Romeinen 7:22: Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; Romeinen 7:23: Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. Romeinen 7:24: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Romeinen 7:25: Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. [ (Romans 7:26) Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. ]

Hebreeën 8:7.

Hebreeën 8:7: Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest.

“De geest van slavernij wordt veroorzaakt door een poging om in overeenstemming te leven met een wettische godsdienst, door te pogen om op eigen kracht de eisen van de wet te vervullen. Er is alleen hoop voor ons, als wij onder het Abrahamitische verbond leven, het genadeverbond door geloof in Christus. Het evangelie, dat aan Abraham werd gepredikt, waardoor hij hoop had, was hetzelfde evangelie, dat nu aan ons wordt verkondigd, waardoor wij hoop hebben. Abraham zag op naar Jezus, die ook de Leidsman en Voleinder van ons geloof is.” –Bijbelkommentaar, blz. 473.

B. Wat zei Christus over onze inspanningen zonder Hem?

Johannes 15:5.

Johannes 15:5: Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

“Het leven van de wijnstok wordt het leven van de rank. Zo ontvangt de ziel, die dood is door overtredingen en zonden, leven door de verbinding met Christus. Door geloof in Hem als persoonlijke Verlosser wordt de verbinding tot stand gebracht. De zondaar verbindt zijn zwakheid met de kracht van Christus, zijn leegte met de volheid van Christus , zijn zwakheid met de blijvende macht van Christus. Dan heeft hij het gevoelen van Christus in zich. De menselijke natuur van Christus heeft onze menselijke natuur geraakt, en onze menselijke natuur is in aanraking gekomen met het goddelijke. Op deze wijze krijgt de mens, door de werking van de Heilige Geest, deel aan de goddelijke natuur. Hij wordt aangenomen in de Geliefde.

Deze verbinding met Christus moet, wanneer ze eenmaal tot stand is gekomen, onderhouden worden. (Zie Johannes 15:5)… Dit is geen toevallige aanraking, geen verbinding voor af en toe. De rank wordt een deel van de levende wijnstok. Het meedelen van leven, kracht en vruchtbaarheid van de wortel aan de ranken is onbelemmerd en ononderbroken. Gescheiden van de wijnstok kan de rank niet leven. Evenmin, zei Jezus, kunt gij leven zonder Mij. Het leven, dat ge van Mij ontvangen hebt, kan alleen door een voortdurend contact worden behouden. Zonder Mij kunt ge geen zonde overwinnen, of aan een verleiding weerstand bieden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 592-593.

VRIJDAG — 23 februari

Terugblik

1. Denk eens aan de positieve en negatieve aspecten van Israëls belofte op de Sinaï.

2. Welke waarschuwingen moeten we nemen van de zwakheid van Israël?

3. Hoe kan God het beste maken van onze eigen fouten en mislukkingen?

4. Wat moeten we altijd bedenken over de houding van Christus, toen Petrus viel?

5. Waarom vergelijkt Jezus Zichzelf met een wijnstok?