Tekst om te onthouden: “Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest was, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest”
Hebreeën 8:7
“De voorwaarden van het 'oude verbond ' waren: Gehoorzaam en leef: 'de mens, die ze doet, zal daardoor leven’ (Ezechiël 20:11; Leviticus 18:5); maar 'vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt’ (Deuteronomium 27:26).“ –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
Aanvullende studie :: -God’s Amazing Grace, blz. 135;; -De Wens der Eeuwen, blz. 592-595.
A. Wanneer en waar was het oude verbond opgericht?
Exodus 19:1-2.
“Kort nadat het legerkamp was opgeslagen bij de Sinaï, werd Mozes door God op de berg geroepen. Alleen beklom hij het steile en ongelijke pad en naderde de wolk, die de plaats kenmerkte, waar God Zich bevond. Israël zou nu in een nauwe en bijzondere betrekking komen tot de Allerhoogste, ze zouden als gemeente en als natie onder het bestuur van God ingelijfd worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 268.
B. Wat was de voorwaarde van het verbond op de Sinaï, en waarom is dit beginsel belangrijk?
Exodus 19:3-6.
Hoe reageerde het volk?
Exodus 19:8.
“Gehoorzaamheid was de enige voorwaarde, waarop het oude Israël de vervulling zou ontvangen van de beloften, die hen tot het zeer begunstigde volk van God maakten; en gehoorzaamheid aan die wet zal voor individuen en naties nu even grote zegeningen met zich meebrengen, als het gebracht zou hebben voor de Hebreeën.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 218.
“Mozes keerde terug naar de legerplaats, en nadat hij de oudsten van Israël bij zich geroepen had, herhaalde hij Gods boodschap voor hen. Hun antwoord was: ‘Alles wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen’. Zo gingen ze met God een plechtig verbond aan, waarbij ze beloofden Hem te aanvaarden als hun Heerser, waardoor ze in bijzondere zin onderdanen werden van Zijn gezag.” –Patriarchen en Profeten, . 268.
A. Waarop stelden de Israëlieten hun vertrouwen, toen ze hun belofte deden om Gods wet te gehoorzamen ?
Romeinen 10:1-3.
“Het volk besefte niet de zondigheid van hun eigen hart, omdat ze zonder Christus onmogelijk Gods wet konden houden; ze waren dan ook diect bereid met God een verbond aan te gaan. Met het gevoel, dat ze hun eigen gerechtigheid konden bewerken, zeiden ze: 'Alles wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen’ (Exodus 24:7).” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
B. Wanneer werd dezelfde fout gemaakt door het Joodse volk in de tijd van Christus?
Matthéüs 5:20;
Romeinen 9:31-32.
“Hoewel de wet heilig is, konden de Joden geen gerechtigheid verkrijgen door hun eigen inspanningen om de wet te houden. De discipelen van Christus moeten een gerechtigheid verkrijgen, die van een ander aard is dan de gerechtigheid van de Farizeeën, indien zij het koninkrijk willen binnengaan. God bood hen, in Zijn Zoon, de volmaakte gerechtigheid der wet aan. Indien zij hun harten volkomen zouden openstellen om Christus te ontvangen, zou het leven Gods zelf, zou Zijn liefde in hen wonen en hen hervormen naar Zijn gelijkenis; en op deze wijze zouden zij door Gods vrije gave de gerechtigheid bezitten, die de wet vereist. Maar de Farizeeën verwierpen Christus: 'Onbekend met Gods gerechtigheid, en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden’, (Romeinen 10:3), wilden zij zichzelf niet onderwerpen aan de gerechtigheid Gods.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 52-53.
C. Wat staat er geschreven over onze eigen gerechtigheid?
Jesaja 64:6.
“(Zie Jesaja 64:6). Alles, wat wij van onszelf kunnen doen, is verontreinigd door de zonde. Maar Gods Zoon ‘is geopenbaard om onze zonde weg te nemen en in Hem is geen zonde’.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 191.
“Tenzij de Heilige Geest op het menselijk hart werkt, zullen we bij elke stap struikelen en vallen. De inspanningen van de mens alleen zijn niets anders dan waardeloosheid; maar samenwerking met Christus betekent een overwinning.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 381.
“Als het licht van Christus in ons hart schijnt, zien we, hoe onrein we zijn, ontdekken we, hoe egoïstisch onze motieven zijn en hoe vijandschap jegens God elke daad, die we hebben verricht, heeft besmet. Dan zien we in, hoe onze eigen gerechtigheid in feite een ‘vuil kleed’ is, en dat alleen Christus ons kan reinigen van de smet van de zonde, en onze harten naar Zijn beeld kan vernieuwen.” –Schreden naar Christus, blz. 33-34.
A. Waarom werd er op de Sinaï een ander verbond gesloten, aangezien het genadeverbond voldoende was voor de verlossing?
Galaten 3:19;
Psalm 119:18;
Openbaring 3:17-18.
“Maar als het verbond met Abraham de belofte van verlossing inhield, waarom werd dan bij de Sinaï een ander verbond gesloten? Gedurende hun slavernij had het volk in grote mate de kennis van God en van de beginselen van het verbond met Abraham verloren. Toen Hij hen uit Egypte bevrijdde, wilde God aan hen Zijn macht en Zijn barmhartigheid bekendmaken, opdat ze ertoe gebracht zouden worden Hem lief te hebben en te vertrouwen. Hij voerde hen door de Rode Zee, waar ontkomen onmogelijk scheen, toen ze door de Egyptenaren achtervolgd werden, opdat ze zouden beseffen, hoe hulpeloos ze waren zonder Gods hulp; en toen bevrijdde Hij hen. Op deze wijze werden ze vervuld met liefde en dankbaarheid jegens God en met vertrouwen in Zijn macht om hen te helpen. Hij had hen aan Zich verbonden als hun Bevrijder uit tijdelijke dienstbaarheid.
Maar ze moesten een belangrijker les leren. Toen ze leefden te midden van afgoderij en verderf, hadden ze geen juiste voorstelling van Gods heiligheid, van de zondigheid van hun eigen hart, hun volstrekte onbekwaamheid om uit zichzelf gehoorzaam te zijn aan Gods wet, en hun behoefte aan een Zaligmaker. Dit alles moesten ze nog leren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 334-335.
B. Wat gebeurde er slechts een paar weken, nadat de Israëlieten beloofden Gods wet te houden?
Exodus 32:1-6.
Bij wie werd de fout gevonden onder het verbond dat op de Sinaï werd gesloten?
Hebreeën 8:8.
“Diep ontmoedigd en toornig over hun grote zonde, gooide hij (Mozes) de stenen tafelen op Gods bevel opzettelijk stuk voor de ogen van het volk, waarmee te kennen werd gegeven, dat zij het verbond, dat ze nog maar pas met God hadden gesloten, verbroken hadden.” –Bijbelkommentaar, blz. 49.
“Ze (de Israëlieten) hadden gezien, hoe de wet in ontzagwekkende majesteit was verkondigd, en beefden van ontzetting aan de voet van de berg; en toch verstreken er slechts enkele weken voor ze hun verbond met God verbraken en zich bogen voor een gesneden beeld. Ze konden niet rekenen op de gunst van God op grond van een verbond, dat ze verbroken hadden; en nu ze hun eigen zondigheid en hun behoefte aan vergiffenis zagen, kwamen ze ertoe te verlangen naar een Heiland, die in het verbond met Abraham was geopenbaard en in de offerdiensten werd afgebeeld. Nu werden ze door geloof en liefde met God verbonden als hun Bevrijder van de slavernij der zonde. Nu waren ze in staat de zegeningen van het nieuwe verbond op prijs te stellen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
A. Wat beloofde Petrus aan Jezus, voordat hij naar Getsémané ging?
Lukas 22:33.
B. Wat was het antwoord van Christus aan Petrus?
Lukas 22:34.
“Toen hij pas als discipel was geroepen, voelde Petrus zich heel sterk. Evenals de Farizeeër was hij naar zijn gevoel 'niet als andere mensen'. Toen Christus aan de vooravond van Zijn verraad Zijn discipelen waarschuwde: 'Gij zult allen aanbstoot aan Mij nemen’, zei Petrus vol zelfvertrouwen: 'Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zeker niet’ (Markus 14:27, 29). Petrus kende niet het gevaar, waarin hij verkeerde. Zijn zelfvertrouwen misleidde hem. Hij meende, dat hij wel weerstand kon bieden aan de verzoeking.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 89-90.
C. Hoe gedroeg Petrus zich kort daarna, toen hem werd gevraagd naar zijn verbinding met Jezus?
Matthéüs 26:69-74.
D. Hoe reageerde Jezus, toen Petrus Hem verloochende?
Lukas 22:61-62.
“Toen het gekraai van de haan hem herinnerde aan de woorden van Christus, keerde hij zich, verrast en geschokt over wat hij zojuist had gedaan, om en keek naar zijn Meester. Op dat ogenblik zag Christus naar Petrus, en door die bedroefde blik, waarin liefde en medelijden voor hem samengingen, begreep Petrus zichzelf. Hij ging naar buiten en weende bitter. Die blik van Christus had zijn hart gebroken. Petrus was op het keerpunt gekomen en had bitter berouw over zijn zonde. Hij was als de tollenaar in zijn berouw en bekering, en evenals de tollenaar vond hij barmhartigheid. De blik van Christus gaf hem de verzekering van vergiffenis.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 90.
“Toen Jezus hem geboden had te waken en te bidden, had Petrus door te slapen de weg bereid voor zijn grote zonde. Al de discipelen leden een groot verlies, doordat zij in dat kritieke uur sliepen. Christus kende de hevige beproeving, die zij zouden moeten doormaken. Hij wist, hoe Satan zou werken om hun zintuigen te verlammen, zodat zij niet bereid zouden zijn voor de beproeving. Daarom gaf Hij hun deze waarschuwing. Indien die uren in de hof met waken en bidden waren doorgebracht, dan was Petrus niet van zijn eigen zwakke kracht afhankelijk geweest. Hij zou zijn Heere niet hebben verloochend. Indien de discipelen met Christus in Zijn Zielestrijd hadden gewaakt, zouden zij erop zijn voorbereid Zijn lijden aan het kruis te aanschouwen. Zij zouden enigermate de aard hebben begrepen van Zijn overweldigende zielestrijd. Zij zouden in staat zijn geweest zich Zijn woorden te herinneren, die Zijn lijden, Zijn dood en Zijn opstanding voorzegden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 621-622.
A. Hoe nutteloos is onze strijd tegen de zonde door onszelf?
Romeinen 7:14-15,
Romeinen 7:18-25;
Hebreeën 8:7.
“De geest van slavernij wordt veroorzaakt door een poging om in overeenstemming te leven met een wettische godsdienst, door te pogen om op eigen kracht de eisen van de wet te vervullen. Er is alleen hoop voor ons, als wij onder het Abrahamitische verbond leven, het genadeverbond door geloof in Christus. Het evangelie, dat aan Abraham werd gepredikt, waardoor hij hoop had, was hetzelfde evangelie, dat nu aan ons wordt verkondigd, waardoor wij hoop hebben. Abraham zag op naar Jezus, die ook de Leidsman en Voleinder van ons geloof is.” –Bijbelkommentaar, blz. 473.
B. Wat zei Christus over onze inspanningen zonder Hem?
Johannes 15:5.
“Het leven van de wijnstok wordt het leven van de rank. Zo ontvangt de ziel, die dood is door overtredingen en zonden, leven door de verbinding met Christus. Door geloof in Hem als persoonlijke Verlosser wordt de verbinding tot stand gebracht. De zondaar verbindt zijn zwakheid met de kracht van Christus, zijn leegte met de volheid van Christus , zijn zwakheid met de blijvende macht van Christus. Dan heeft hij het gevoelen van Christus in zich. De menselijke natuur van Christus heeft onze menselijke natuur geraakt, en onze menselijke natuur is in aanraking gekomen met het goddelijke. Op deze wijze krijgt de mens, door de werking van de Heilige Geest, deel aan de goddelijke natuur. Hij wordt aangenomen in de Geliefde.
Deze verbinding met Christus moet, wanneer ze eenmaal tot stand is gekomen, onderhouden worden. (Zie Johannes 15:5)… Dit is geen toevallige aanraking, geen verbinding voor af en toe. De rank wordt een deel van de levende wijnstok. Het meedelen van leven, kracht en vruchtbaarheid van de wortel aan de ranken is onbelemmerd en ononderbroken. Gescheiden van de wijnstok kan de rank niet leven. Evenmin, zei Jezus, kunt gij leven zonder Mij. Het leven, dat ge van Mij ontvangen hebt, kan alleen door een voortdurend contact worden behouden. Zonder Mij kunt ge geen zonde overwinnen, of aan een verleiding weerstand bieden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 592-593.
1. Denk eens aan de positieve en negatieve aspecten van Israëls belofte op de Sinaï.
2. Welke waarschuwingen moeten we nemen van de zwakheid van Israël?
3. Hoe kan God het beste maken van onze eigen fouten en mislukkingen?
4. Wat moeten we altijd bedenken over de houding van Christus, toen Petrus viel?
5. Waarom vergelijkt Jezus Zichzelf met een wijnstok?