Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 17 februari 2024

Les 7: Twee Verbonden

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt. Wat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning”

Hebreeën 8:13

“Zoals de Bijbel twee wetten laat zien, de een onveranderlijk en eeuwig, de andere als hulpmiddel en tijdelijk, zijn er ook twee verbonden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 333.

Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 327-337.

ZONDAG — 11 februari

1. GODS EEUWIGE WET

A. Wat was het belangrijkste voorwerp in de ark van het verbond, en wat betekende het?

Exodus 25:16;

Exodus 25:16: Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.

Exodus 26:33-34;

Exodus 26:33: En gij zult den voorhang onder de haakjes hangen, en gij zult de ark der getuigenis aldaar binnen den voorhang brengen; en deze voorhang zal ulieden een scheiding maken tussen het heilige, en tussen het heilige der heiligen. Exodus 26:34: En gij zult het verzoendeksel zetten op de ark der getuigenis, in het heilige der heiligen.

Exodus 31:18;

Exodus 31:18: En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.

Psalm 85:11.

Psalmen 85:11: De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen.

“Gods wet, die zich in de ark bevond, was de grote maatstaf van gerechtigheid en oordeel. Die wet sprak het doodvonnis uit over de zondaar; maar boven de wet bevond zich het verzoendeksel, waarboven Gods aanwezigheid zichtbaar was, en wanneer op grond van de verzoening, aan de berouwvolle zondaar vergiffenis werd geschonken.” –Patriarchen en Profeten, blz. 312.

“Toen Adam en Eva geschapen waren, kenden ze Gods wet; ze waren bekend met de eisen van deze wet, en de beginselen ervan stonden in hun hart geschreven. Toen de mens viel door te zondigen, werd de wet niet veranderd, maar een stelsel van hulpmiddelen werd gegeven om hem terug te voeren naar gehoorzaamheid. Hij kreeg de belofte van een Verlosser, en offeranden die heenwezen op de dood van Christus als het grote zondoffer, werden ingesteld.” –Patriarchen en Profeten, blz. 327.

B. Wat zei Christus over de bevoegdheid van Gods wet?

Matthéüs 5:17-19.

Mattheüs 5:17: Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. Mattheüs 5:18: Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. Mattheüs 5:19: Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.

“Terwijl velen in hun hart denken, dat Hij gekomen is om de wet te ontbinden, openbaart Jezus in niet mis te verstane woorden Zijn houding tegenover de goddelijke geboden. 'Meent niet’, zei Hij, 'dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden’.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 47.

MAANDAG — 12 februari

2. WAAR GELUK

A. Hoe houdt gehoorzaamheid verband met geluk?

Psalm 1:1-2;

Psalmen 1:1: Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; Psalmen 1:2: Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.

Spreuken 6:23;

Spreuken 6:23: Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

Spreuken 13:13.

Spreuken 13:13: Die het woord veracht, die zal verdorven worden; maar wie het gebod vreest, dien zal vergolden worden.

“Het is de Schepper der mensen, de Wetgever, die verklaart, dat het niet Zijn bedoeling is de voorschriften van de wet te niet te doen. Alles in de natuur, van het stofje, dat in de zonnestraal danst, tot de werelden hierboven, staat onder een wet. En de orde en harmonie in de wereld der natuur zijn afhankelijk van gehoorzaamheid aan deze wetten. Zo zijn er ook belangrijke beginselen van gerechtigheid, die het leven beheersen van alle denkende wezens, en het welzijn van het heelal hangt af van een leven in overeenstemming met deze beginselen. Voordat deze aarde tot aanzijn werd geroepen, bestond Gods wet reeds. Engelen worden geregeerd door de beginselen van de wet, en om de aarde in harmonie te doen zijn met de hemel, moet de mens ook de goddelijke geboden gehoorzamen. Christus maakte aan de mens in Eden de Eisen van de wet bekend, ‘terwijl de morgensterren samen juichten, en al de zonen Gods jubelden’ (Job 38:7). Het werk van Christus op aarde was niet de wet te ontbinden, maar door Zijn genade de mens terug te brengen tot gehoorzaamheid aan de voorschriften van de wet.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 47-48.

B. Kunnen we, nadat we gezondigd hebben, Gods morele wet van de Tien Geboden in onze eigen kracht gehoorzamen, en waarom wel of niet?

Romeinen 8:3-4.

Romeinen 8:3: Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Romeinen 8:4: Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

“De apostel Paulus laat duidelijk de verhouding zien, die onder het nieuwe verbond bestaat tussen geloof en de wet. Hij zegt: 'Wij dan gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Heere Jezus Christus’. ‘Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet’.'Want wat de wet niet veermocht, omdat zij zwak was door het vlees', hij kon de mens niet rechtvaardigen, omdat deze in zijn zondige staat niet in staat was de wet te houden, 'God heeft, door Zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest’ (Romeinen 5:1; 3:31; 8:3-4).” –Patriarchen en Profeten, blz. 336.

“Adam kon vóór de zondeval een rechtschapen karakter ontwikkelen door gehoorzaam te zijn aan Gods wet. Maar hij faalde erin om dit te doen, en als gevolg van zijn zonde hebben wij een gevallen natuur en kunnen wij onszelf niet rechtvaardig maken. Omdat we zondig zijn en onheilig, zijn we niet in staat om een heilige wet volledig te houden. Wij hebben geen gerechtigheid van onszelf, waardoor we aan de eisen van Gods wet gehoor kunnen geven.” –Schreden naar Christus, blz. 73.

“Wij zijn volkomen machteloos onszelf uit de greep van Satan te bevrijden, maar God heeft een weg geopend, waarlangs wij kunnen ontsnappen. De Zoon van de Allerhoogste heeft de kracht om de strijd voor ons te voeren, en ‘in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad’.” ¬Getuigenissen voor de Gemeente, 5, blz. 602.

DINSDAG — 13 februari

3. VOLMAAKTE GEHOORZAAMHEID ONDER HET NIEUWE VERBOND

A. Hoe kunnen wij volmaakte gehoorzaamheid aan Gods wet ten toon spreiden ?

Romeinen 3:31;

Romeinen 3:31: Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.

Romeinen 1:16-17.

Romeinen 1:16: Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek. Romeinen 1:17: Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

“De voorwaarde, waarop men het eeuwige leven ontvangt, is nog steeds dezelfde als altijd, dezelfde als in het Paradijs, vóór de zondeval van onze eerste ouders, volledige gehoorzaamheid aan Gods wil, volledige rechtvaardiging. Als het eeuwige leven op de één of andere afgezwakte voorwaarde zou worden gegeven, zou het geluk van het gehele universum in gevaar komen. De zonde, met al zijn ellendige en treurige gevolgen, zou daardoor een blijvend karakter kunnen krijgen…

Maar Christus heeft voor een uitweg gezorgd. Hij ondervond op aarde dezelfde moeilijkheden en verzoekingen, die wij ook hebben. Maar Zijn leven was zonder zonde. Hij stierf voor ons. Nu biedt Hij ons aan om onze zonden op Zich te nemen en ons Zijn gerechtigheid te geven. Als u uzelf aan Hem geeft en Hem aanvaardt als uw Zaligmaker, wordt u, hoe zondig uw leven ook geweest mag zijn, ter wille van Hem als gerechtvaardigd aangemerkt. Het karakter van Christus neemt de plaats van uw karakter in, en u wordt door God aanvaard, alsof u nooit had gezondigd.

Maar meer dan dit: Christus verandert het hart. Door het geloof woont Hij in uw hart. Door het geloof en door een voortdurende onderwerping van uw wil aan Hem, moet u deze verbinding in stand houden. Zolang u dit doet, zal Hij u ertoe aanzetten om dát te willen doen, wat volgens Zijn wil is. U kunt dus zeggen: ‘En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft gegeven’ (Galaten 2:20). En zo sprak Jezus tot Zijn discipelen: ‘Gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt’ (Matthéüs 10:20). Als Christus in u werkt, zult u dezelfde geest openbaren en dezelfde werken doen, werken van gerechtigheid en gehoorzaamheid.” –Schreden naar Christus, blz. 73-74.

B. Wat is Gods zekerheid onder het nieuwe verbond?

Hebreeën 8:10;

Hebreeën 8:10: Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

Jeremia 31:33-34.

Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:34: En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.

“Het werk, dat het christendom in de wereld moet verwezenlijken, is niet om de wet van God te geringschatten, niet om ook maar in de geringste mate afbreuk te doen aan de heilige waardigheid ervan, maar het is om die wet in de geest en het hart te schrijven. Wanneer de wet van God aldus in de ziel van de gelovige wordt ingeplant, nadert hij het eeuwige leven door de verdiensten van Jezus.” –Sons and Daughters of God, blz. 50.

“Het 'nieuwe verbond' was gegrond op 'betere beloften': de belofte van vergiffenis van zonden en van Gods genade in het hart te vernieuwen en het in harmonie te brengen met de beginselen van Gods wet.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.

WOENSDAG — 14 februari

4. GODS WET IN HET HART

A. Wanneer wordt Gods wet geschreven in het hart van gelovigen?

Romeinen 5:1-5.

Romeinen 5:1: Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; Romeinen 5:2: Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods. Romeinen 5:3: En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; Romeinen 5:4: En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop; Romeinen 5:5: En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.

.

“De wet, die op de stenen tafelen was gegrift, wordt door de Heilige Geest op de tafelen van het hart geschreven. In plaats van te trachten onze eigen gerechtigheid te bewerken, aanvaarden we de gerechtigheid van Christus. Zijn bloed is een verzoening voor onze zonden. Zijn gehoorzaamheid wordt ons toegerekend. Dan zal het hart, dat door de Heilige Geest vernieuwd is, de vruchten van de Geest voortbrengen. Door de genade van Christus zullen we leven in gehoorzaamheid aan Gods wet, die in ons hart geschreven staat. Bezield met de Geest van Christus, zullen we wandelen, zoals Hij gewandeld heeft. Door de profeet zei Hij van Zichzelf: 'Ik heb lust om Uw wil te doen, Mijn God, Uw wet is in mijn binnenste’ (Psalm 40:9). En toen Hij op aarde leefde, zei Hij: 'De Vader heeft Mij niet alleen gelaten; want Ik doe altijd, wat Hem behaagt’ (Johannes 8:29).” –Patriarchen en Profeten, blz. 336.

B. Welke wonderbare beloften zijn ons gegeven onder het nieuwe verbond?

Hebreeën 8:11-12.

Hebreeën 8:11: En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken de Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen. Hebreeën 8:12: Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.

“De bron des harten moet gezuiverd worden, voordat de stromen rein kunnen zijn. Hij, die tracht de hemel te bereiken door zijn eigen werken, door het houden van de wet, beproeft een onmogelijkheid. Er is geen veiligheid voor hem, die een zuiver wettische godsdienst heeft, een vorm van godzaligheid. Het christelijke leven is geen verandering of verbetering van het oude, maar een verandering van natuur. Het betekent de dood voor het eigen ik en voor de zonde, en een volkomen nieuw leven. Deze verandering kan alleen tot stand gebracht worden door de krachtdadige werking van de Heilige Geest.” –De Wens der Eeuwen, blz. 135.

“De zegeningen van het nieuwe verbond zijn uitsluitend gebaseerd op barmhartigheid in het vergeven van ongerechtigheid en zonden. De Heer zegt: ‘Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en overtredingen zal Ik geenszins meer gerdenken’ (Hebreeën 8:12). Allen, die hun hart verootmoedigen en hun zonden belijden, zullen barmhartigheid, genade en zekerheid vinden.

Heeft God, door barmhartigheid te tonen aan de zondaar, opgehouden rechtvaardig te zijn? Heeft Hij Zijn heilige wet onteerd, en zal Hij voortaan voorbijgaan aan de overtreding ervan? God is waar. Hij verandert niet. De voorwaarden voor verlossing zijn altijd dezelfde. Leven, eeuwig leven, is voor allen, die Gods wet zal gehoorzamen. Volmaakte gehoorzaamheid, geopenbaard in gedachte, woord en daad, is nu net zo van belang als toen de wetgeleerde Christus vroeg: 'Wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? En Hij (Jezus) zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? … Doe dat, en gij zult leven’ (Lukas 10:25-28).” –That I May Know Him , blz. 299.

DONDERDAG — 15 februari

5. GODS GEBODENHOUDEND VOLK

A. Wat staat er over Gods volk geschreven onder de boodschap van de derde engel ?

Openbaring 12:17;

Openbaring 12:17: En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben. [ (Revelation of John 12:18) En ik stond op het zand der zee. ]

Openbaring 14:12.

Openbaring 14:12: Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus.

“Onder het nieuwe verbond zijn de voorwaarden, waardoor eeuwig leven kan worden verkregen, dezelfde als onder het oude: volmaakte gehoorzaamheid… In het nieuwe en betere verbond heeft Christus de wet voor de overtreders van de wet vervuld, als zij Hem door geloof als een persoonlijke Verlosser aannemen… Barmhartigheid en vergeving zijn de beloning van allen, die tot Christus komen en vertrouwen op Zijn verdiensten om hun zonden weg te nemen. In het betere verbond worden wij van de zonde gereinigd door het bloed van Christus… De zondaar is hulpeloos om voor één zonde te boeten. De kracht ligt in de gratis gave van Christus, een belofte, die alleen wordt gewaardeerd door degenen, die zich bewust zijn van hun zonden en die hun zonden verzaken en hun hulpeloze zielen op Christus werpen, de zondenvergevende Verlosser. Hij zal Zijn volmaakte wet in hun hart leggen, die 'heilig, rechtvaardig en goed ' is (Romeinen 7:12).” –That I May Know Him, blz. 299.

B. Wie maakt, gebaseerd op de beloften van het nieuwe verbond, werkelijk deel uit van Gods volk in deze laatste dagen?

Hebreeën 8:10;

Hebreeën 8:10: Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

Jesaja 51:7-8.

Jesaja 51:7: Hoort naar Mij, gijlieden, die de gerechtigheid kent, gij volk, in welks hart Mijn wet is! vreest niet de smaadheid van den mens, en voor hun smaadredenen ontzet u niet. Jesaja 51:8: Want de mot zal ze opeten als een kleed, en het schietwormpje zal ze opeten als wol; maar Mijn gerechtigheid zal in eeuwigheid zijn, en Mijn heil van geslacht tot geslachten.

“Het grote bezwaar tegen het aannemen en verkondigen van de waarheid is, dat het zoveel ongemak en tegenwerking veroorzaakt. Dit is het enige argument tegen de waarheid, dat haar voorstanders nooit hebben kunnen weerleggen. Maar dit zal de ware volgelingen van Christus niet afschrikken. Zij wachten niet tot de waarheid eens populair wordt. Ze kennen hun verplichtingen, nemen vrijwillig hun kruis op…

Wij moeten het goede kiezen, omdat het goed is, en de gevolgen aan God overlaten. De wereld dankt haar hervormingen aan beginselvaste en moedige mensen. Door zulke mensen moet de hervorming in onze tijd worden verwezenlijkt.” –De Grote Strijd, blz. 426.

VRIJDAG — 16 februari

Terugblik

1. Waarom werden de Tien Geboden in het heilige der heiligen van de ark geplaatst?

2. Welke gewoonte zal mijn levensgeluk enorm vergroten?

3. Hoe alleen kan ik zo’n gewoonte bevorderen en ontwikkelen?

4. Beschrijf het grootste wonder van Gods scheppende kracht ten behoeve van ons.

5. Hoe onderscheidt de nieuwe verbondservaring het laatste overblijfsel van Gods volk?