Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 10 februari 2024

Les 6: Groeien in begrijpen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Maar wast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus”

2 Petrus 3:18

“Als we ons de zegen van God toe-eigenen, zullen we in staat zijn een grotere mate van Zijn genade te ontvangen. Als we leren te volharden, terwijl we Hem zien, die onzichtbaar is, zullen we veranderd worden naar het beeld van Christus… Opwassen in genade zal er niet toe leiden, dat u trots, zelfverzekerd en opschepperig wordt, maar zal u meer bewust maken van uw eigen nietigheid, van uw volledige afhankelijkheid van de Heer.” –God's Amazing Grace , blz . 296.

Aanvullende studie :: -De Wens der Eeuwen, blz. 271-277.

ZONDAG — 4 februari

1. ALTIJD GROEIEN

A. Wat is geschreven over Jezus in Zijn kinderjaren?

Lukas 2:40.

Lukas 2:40: En het Kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en vervuld met wijsheid; en de genade Gods was over Hem.

“Hij, de Majesteit des hemels, de Koning der heerlijkheid, werd als een baby in Bethlehem geboren en was gedurende een tijd het hulpeloze kind in de zorgen van zijn moeder . In zijn kinderjaren sprak en deed Hij als een kind, eerde Zijn ouders en deed, wat Hem werd opgedragen. Maar vanaf de eerste vorming van het verstand, groeide Hij voortdurend op in genade en kennis der waarheid.” –Karaktervorming, blz. 106.

B. Hoe was het met het kind Johannes, de neef van Jezus?

Lukas 1:80.

Lukas 1:80: En het kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en was in de woestijnen, tot den dag zijner vertoning aan Israel.

Wat is eigenlijk Gods plan voor al Zijn kinderen?

1 Thessalonicensen 5:23-24.

1 Thessalonicenzen 5:23: En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus. 1 Thessalonicenzen 5:24: Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.

“Heiligmaking. Hoevelen begrijpen de volledige betekenis van heiligmaking? De geest is beneveld door zinnelijke malaria. De gedachten moeten gezuiverd worden. Wat zouden mannen en vrouwen niet geweest kunnen zijn, als ze hadden beseft, dat de behandeling van het lichaam alles te maken heeft met de levenskracht en zuiverheid van gedachten en hart.

De ware christen doet een ervaring op, die heiligheid voortbrengt. Zijn geweten is vrij van elke smet van schuld, zijn ziel heeft geen spoor van verderf.” –Bijbelkommentaar, blz. 558.

MAANDAG — 5 februari

2. DE ZONDE TEGEN DE HEILIGE GEEST

A. Wat is de beangstigende toestand van degenen, die ooit van het licht uit de Hemel genoten, maar het later verwierpen?

Hebreeën 6:4-6.

Hebreeën 6:4: Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, Hebreeën 6:5: En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw, Hebreeën 6:6: En afvallig worden, die, zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering, als welke zichzelven den Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken.

B. Welke ernstige waarschuwing gaf Jezus aan de Joden, die Hem verwierpen?

Matthéüs 12:31-32.

Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden. Mattheüs 12:32: En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar zo wie tegen den Heiligen Geest zal gesproken hebben, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende.

“Niemand behoeft te zien op de zonde tegen de Heilige Geest als iets geheimzinnigs en onbeschrijfelijks. De zonde tegen de Heilige Geest is de zonde van de volhardende weigering om te antwoorden op de uitnodiging tot berouw en bekering.

Er bestaat geen hoop op het hogere leven, dan door de onderwerping van de ziel aan Christus.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 58.

“Zij, die gesproken hadden tegen Jezus Zelf, zonder Zijn goddelijk karakter te onderscheiden, zouden vergeving kunnen ontvangen; want door middel van de Heilige Geest zouden zij ertoe gebracht kunnen worden hun dwaling in te zien en berouw te tonen. Wat de zonde ook is, wanneer de ziel berouw toont en gelooft, wordt de schuld weggewassen in het bloed van Christus; maar hij die het werk van de Heilige Geest verwerpt, plaatst zichzelf in een positie, waar berouw en geloof hem niet kunnen bereiken. Juist door de Geest werkt God aan het hart; wanneer mensen moedwillig de Geest verwerpen en verklaren, dat deze van Satan komt, snijden ze het kanaal, waardoor God met hen in verbinding kan komen, af. Wanneer de Geest uiteindelijk verworpen wordt, kan God niets meer doen voor de ziel.” –De Wens der Eeuwen, blz. 271-272.

C. Welke invloed hebben onze woorden op ons karakter?

Matthéüs 12:36.

Mattheüs 12:36: Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels.

“Nauw verwant met Jezus’ waarschuwing, wat betreft de zonde tegen de Heilige Geest, is een waarschuwing tegen ijdele en boze woorden. De woorden zijn een aanwijzing van wat in het hart leeft. 'Uit de overvloed des harten spreekt de mond'. Maar woorden zijn meer dan een aanduiding van het karakter; zij hebben macht om te reageren op het karakter. Mensen worden beïnvloed door hun eigen woorden… Wanneer ze eenmaal uitdrukking gegeven hebbeb aan een mening of beslissing, zijn ze dikwijls te trots om die woorden terug te nemen, en ze trachten te bewijzen, dat ze gelijk hadden, totdat ze ertoe komen te geloven dat zij gelijk hebben. Het is gevaarlijk woorden van twijfel uit te spreken, en gevaarlijk om aan het goddelijk licht te twijfelen en er kritiek op uit te oefenen. De gewoonte van het ondoordacht en oneerbiedig kritiek uitoefenen heeft een terugwerkende invloed op het karakter, doordat het ongeloof en oneerbiedigheid voedt. Menig mens, die heeft toegegeven aan die gewoonte, is daarmede doorgegaan onbewust van het gevaar, totdat hij bereid was het werk van de Heilige Geest te bekritiseren en te verwerpen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 272-273.

DINSDAG — 6 februari

3. GOD HOUDT VAN ONZE ONZELFZUCHTIGE WERKEN

A. Hoe schrijft Paulus over de manier, waarop God onze daden ten behoeve van onze naasten ziet?

Hebreeën 6:10.

Hebreeën 6:10: Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.

“Onze geestelijke kracht en zegen zullen evenredig zijn aan het werk van liefde en de goede werken, die we verrichten. Het gebod van de apostel is: ‘Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus’ (Galaten 6:2). Het onderhouden van de geboden van God eist van ons goede werken, zelfverloochening, zelfopoffering en toewijding voor het welzijn van anderen. Niet dat onze goede werken alleen ons kunnen redden, maar dat we zeker niet gered kunnen worden zonder goede werken. Nadat we alles hebben gedaan, waartoe we in staat zijn, moeten we dan zeggen: We hebben niet meer gedaan dan onze plicht, en hoogstens zijn we nutteloze dienaren, die de kleinste gunst van God onwaardig zijn. Christus moet onze gerechtigheid zijn…

Overal om ons heen zijn er mensen, die zielenhonger hebben en die verlangen naar liefde, uitgedrukt in woorden en daden. Vriendelijke sympathie en echte gevoelens van tedere belangstelling voor anderen zouden onze ziel zegeningen brengen, die we nog nooit hebben ervaren, en zouden ons in nauwe verbinding brengen met onze Verlosser, wiens komst naar de wereld was met het doel goed te doen, en wiens leven wij moeten kopiëren. Wat doen wij voor Christus?” –That I May Know Him, blz. 334.

B. Ook al worden we niet gered door onze eigen werken, hoe belangrijk zijn zij dan op onze christelijke reis?

Titus 2:13-14;

Titus 2:13: Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus; Titus 2:14: Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Titus 3:8.

Titus 3:8: Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik, dat gij ernstelijk bevestigt, opdat degenen, die aan God geloven, zorg dragen, om goede werken voor te staan; deze dingen zijn het, die goed en nuttig zijn den mensen.

“Echt geloof werkt altijd door liefde. Als u naar Golgotha kijkt, is het niet om uw ziel tot rust te brengen bij het niet vervullen van uw plicht, niet om uzelf in slaap te brengen, maar om geloof in Jezus te creëren, een geloof dat zal werken en de ziel zuivert van het slijm van egoïsme. Wanneer wij Christus door geloof aangrijpen, is ons werk nog maar net begonnen. Ieder mens heeft verdorven en zondige gewoonten, die overwonnen moeten worden door krachtige strijd. Van iedere ziel wordt vereist de strijd van het geloof te strijden. Als iemand een volgeling van Christus is, kan hij niet scherp zijn in de omgang, hij kan niet hardvochtig zijn, verstoken van sympathie. Hij kan niet grof zijn in zijn spreken. Hij kan niet vol gewichtigdoenerij en eigendunk zijn. Hij kan niet aanmatigend zijn, noch kan hij harde woorden gebruiken, bekritiseren en veroordelen… We moeten ijverig zijn in goede werken en zorgvuldig zijn in het volhouden van goede werken. En de ware Getuige zegt: ‘Ik weet uw werken’ (Openbaring 2:2).” – Selected Messages, bk. 2, blz. 20.

WOENSDAG — 7 februari

4. DE ZEKERHEID VAN DE CHRISTELIJKE HOOP

A. Wat kunnen we leren over de zekerheid van Gods beloften ?

Hebreeën 6:13-15.

Hebreeën 6:13: Want als God aan Abraham de belofte deed, dewijl Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven, Hebreeën 6:14: Zeggende: Waarlijk, zegenende zal Ik u zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen. Hebreeën 6:15: En alzo, lankmoediglijk verwacht hebbende, heeft hij de belofte verkregen.

B. Wat verklaart God over Zijn beloften?

Hebreeën 6:16-18.

Hebreeën 6:16: Want de mensen zweren wel bij den meerdere dan zij zijn, en de eed tot bevestiging is denzelven een einde van alle tegenspreken; Hebreeën 6:17: Waarin God, willende den erfgenamen der beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed daartussen is gekomen; Hebreeën 6:18: Opdat wij, door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden;

“God kan en wil ‘meer dan overvloedig’ (Hebreeën 6:17) Zijn dienstknechten de kracht schenken, die ze nodig hebben, als ze beproefd worden. De plannen van de vijanden van Zijn werk kunnen goed gemaakt zijn, maar God kan ze onmogelijk maken. En dit doet Hij op het moment, dat Hij het juist acht, en op Zijn eigen wijze, als Hij ziet, dat het geloof van Zijn knechten voldoende is beproefd.” –Profeten en Koningen, blz. 101-102.

C. Waar is ons anker van de ziel?

Hebreeën 6:19-20.

Hebreeën 6:19: Welke wij hebben als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel; Hebreeën 6:20: Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid.

“ Ons geloof moet tot binnen het voorhangsel reiken en dingen zien, die onzichtbaar zijn. Niemand anders kan voor u zien. U moet zelf aanschouwen. In plaats van te morren over de zegeningen, die onthouden zijn, moeten wij ons de zegeningen, die reeds ontvangen zijn, herinneren.” –Bijbelkommentaar, blz. 593.

“ We kunnen de meningen van wie dan ook, hoe geleerd ook, niet met zekerheid aanvaarden, tenzij ze in harmonie zijn met de woorden van de Grote Leraar. De meningen van dwalende mensen zullen voor onze aanvaarding worden gepresenteerd, maar Gods Woord is onze autoriteit, en we mogen nooit menselijke leringen aanvaarden zonder het meest overtuigende bewijs, dat deze in overeenstemming zijn met de leringen van Gods Woord. We moeten weten, dat we weten dat we op het platform van de eeuwige waarheid staan: het Woord van de levende God.

Waarheid, kostbare waarheid uit het Woord van God moet gepresenteerd worden, zowel in het openbaar als in gezinnen. Wij hebben een boodschap, die een volk moet voorbereiden om stand te houden te midden van de gevaren van de laatste dagen… De waarheid zal elke test doorstaan. die erop wordt uitgeoefend. Het kan niet omvergeworpen worden door de drogredenen van Satan. Hoe meer deze wordt aangevallen, hoe helderder en duidelijker deze zal schijnen. Zullen we, als we aanwijzingen zien van de actieve, serieuze inspanningen van de vijand, geen vastberaden pogingen ondernemen om de boodschap in duidelijke, vastberaden lijnen over te brengen? Zullen wij niet naar voren treden in de kracht en Geest van God, en lessen ontvangen en doorgeven van de Grote Leraar?... ‘Heere, Gij zijt mijn God; U zal ik verhogen, Uw naam zal ik loven; want Gij hebt wonder gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastheid’ (Jesaja 25:1)… Laten we ons verankeren in de woorden van de Heere God van Israël.” –That I May Know Him, blz. 210.

DONDERDAG — 8 februari

5. HET PRIESTERSCHAP ALS EEN SYMBOOL VAN CHRISTUS

A. Welke familie was door God gekozen voor het priesterschap in het aardse heiligdom, en waarom?

Exodus 28:1-2;

Exodus 28:1: Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen naderen uit het midden der kinderen Israels, om Mij het priesterambt te bedienen: namelijk Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aaron. Exodus 28:2: En gij zult voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, tot heerlijkheid en tot sieraad.

Exodus 32:7-8,

Exodus 32:7: Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven. Exodus 32:8: En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.

Exodus 32:25-26.

Exodus 32:25: Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, (want Aaron had het ontbloot tot verkleining onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan), Exodus 32:26: Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.

“Op Gods bevel werd de stam van Levi afgezonderd voor de dienst in het heiligdom. Vroeger was elke man de priester van zijn eigen gezin. In de dagen van Abraham werd het priesterschap beschouwd als het recht van de oudste zoon. Nu aanvaardde de Heere, in plaats van de eerstgeborene van Israël, de stam van Levi om het werk in het heiligdom te verrichten. Hiermee openbaarde Hij Zijn goedkeuring over hun trouw, zowel in het vasthouden aan Zijn dienst als in het voltrekken van Zijn oordelen, toen Israël had gezondigd door het gouden kalf te aanbidden. Het priesterschap bleef echter beperkt tot de familie van Aäron. Alleen Aäron en zijn zonen mochten dienen voor het aangezicht des Heeren; de verdere leden van de stam moesten zorgen voor de tabernakel en zijn gebruiksvoorwerpen, ze moesten de priesters bijstaan in hun dienst, maar mochten niet offeren, wierook branden of de heilige dingen zien, tenzij ze bedekt waren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 313.

B. Waarom werd dit plan vervangen door een ander priesterschap, dat een voorafschaduwing was van Christus?

Hebreeën 7:11,

Hebreeën 7:11: Indien dan nu de volkomenheid door het Levietische priesterschap ware (want onder hetzelve heeft het volk de wet ontvangen), wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, en die niet zou gezegd worden te zijn naar de ordening van Aaron?

Hebreeën 7:15-17,

Hebreeën 7:15: En dit is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis van Melchizedek een ander priester opstaat: Hebreeën 7:16: Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens. Hebreeën 7:17: Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.

Hebreeën 7:21-23.

Hebreeën 7:21: Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek). Hebreeën 7:22: Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. Hebreeën 7:23: En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door den dood verhinderd werden altijd te blijven;

C. Vergelijk het aardse priesterschap met dat van Christus en leg uit hoe doeltreffend het priesterschap van Christus is voor onze verlossing.

Hebreeën 7:25-28.

Hebreeën 7:25: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Hebreeën 7:26: Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden; Hebreeën 7:27: Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft. Hebreeën 7:28: Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd, stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is.

“Christus was in staat tot het uiterste te redden, omdat Hij altijd leeft om voor ons te bemiddelen. Het enige wat de mens mogelijkerwijs kan doen voor zijn eigen verlossing is de uitnodiging aannemen: ‘en die wil, neme het water des levens om niet’ (Openbaring 22:17). Er kan geen zonde door de mens worden begaan, waarvoor op Golgotha geen genoegdoening is verkregen.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 343.

VRIJDAG — 9 februari

Terugblik

1. Hoe kan het onderwijs van Jezus en Johannes de Doper een inspiratie voor ons zijn?

2. Verklaar het neerwaartse proces van de zonde tegen de Heilige Geest.

3. Hoe worden echte goede werken gemotiveerd?

4. Welk bewijs heb ik in mijn leven gezien, dat Gods beloften waar zijn?

5. Waarom is het priesterschap van Christus belangrijk voor mij bij het zoeken naar verlossing?