Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 3 februari 2024

Les 5: Christus: de Auteur van Eeuwige Verlossing

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: ‘En Christus, geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden”

Hebreeën 5:9

“Het geheel van onze verlossing komt door de gave van onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Wat ben ik blij. Het komt uit zo’n bron, dat we er niet aan kunnen twijfelen. En Hij is 'de auteur', houdt het daar op? Houdt het daar op? 'De Leidsman en Voleinder des geloofs' (Hebreeën 12:2). Dank God. Hij begeleidt ons bij elke stap, als we bereid zijn gered te worden op de door Christus aangewezen manier, door gehoorzaamheid aan Zijn vereisten.” –This Day With God, blz. 72.

Aanvullende studie :: -De Grote Strijd, blz. 450-453.

ZONDAG — 28 januari

1. DE AANGEWEZEN HOGEPRIESTER

A. Wat was de functie van een hogepriester in de tijd van het Oude Testament?

Hebreeën 5:1-2.

Hebreeën 5:1: Want alle hogepriester, uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de mensen in de zaken, die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en slachtofferen voor de zonden; Hebreeën 5:2: Die behoorlijk medelijden kan hebben met de onwetenden en dwalenden, overmits hij ook zelf met zwakheid omvangen is;

“De hogepriester moest op bijzondere wijze Christus vertegenwoordigen.” –Bijbelkommentaar, blz. 340.

B. Met welke orde van het priesterschap was Christus verbonden, en wat betekent Zijn priesterschap voor ons?

Hebreeën 5:5-6,

Hebreeën 5:5: Alzo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Hebreeën 5:6: Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Hebreeën 5:10.

Hebreeën 5:10: En is van God genaamd een Hogepriester, naar de ordening van Melchizedek.

“Christus verheerlijkte niet Zichzelf, toen Hij tot Hogepriester werd gemaakt. God stelde Hem aan voor het priesterschap. Hij moest een voorbeeld zijn voor heel het menselijk geslacht. Hij bekwaamde Zich niet alleen tot vertegenwoordiger van het mensdom, maar ook als hun Advocaat, zodat ieder, die dat wil, zou kunnen zeggen: Ik heb een Vriend bij de rechtbank. Hij is een Hogepriester, die kan meevoelen met onze zwakheden.” –Bijbelkommentaar, blz. 593.

“Laten wij bedenken, dat onze Hogepriester ten behoeven van Zijn vrijgekocht volk pleit voor de genadetroon. Hij leeft altijd om voor ons te bidden.” –Bijbelkommentaar, blz. 624.

MAANDAG — 29 januari

2. MELCHIZÉDEK

A. Op welke manieren was Melchizédek een voorafschaduwing van Christus?

Genesis 14:18;

Genesis 14:18: En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.

Hebreeën 7:1-4.

Hebreeën 7:1: Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende; Hebreeën 7:2: Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes; Hebreeën 7:3: Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. Hebreeën 7:4: Aanmerkt nu, hoe groot deze geweest zij, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, tienden gegeven heeft uit den buit.

“God heeft altijd getuigen op aarde gehad. In een bepaalde tijd vertegenwoordigde Melchizédek de Heere Jezus Christus in persoon, om de waarheid van de hemel bekend te maken en de wet van God te laten voortbestaan…

Christus sprak door Melchizédek, de priester van de allerhoogste God. Melchizédek was Christus niet, maar hij was Gods stem in de wereld, de vertegenwoordiger van de Vader. .” –Bijbelkommentaar, blz. 21.

B. Waarom kon Christus niet de Hogepriester op aarde zijn?

Hebreeën 7:14-17.

Hebreeën 7:14: Want het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; op welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap. Hebreeën 7:15: En dit is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis van Melchizedek een ander priester opstaat: Hebreeën 7:16: Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens. Hebreeën 7:17: Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.

“Christus verheerlijkte niet Zichzelf, toen Hij tot Hogepriester werd gemaakt. God stelde Hem aan voor het priesterschap. Hij moest een voorbeeld zijn voor heel het menselijk geslacht. Hij bekwaamde Zich niet alleen tot vertegenwoordiger van het mensdom, maar ook als hun Advocaat, zodat ieder, die dat wil, zou kunnen zeggen: Ik heb een Vriend bij de rechtbank. Hij is een Hogepriester, die kan meevoelen met onze zwakheden.” –Bijbelkommentaar, blz. 593.

“Jezus doet dienst in Gods tegenwoordigheid, terwijl Hij Zijn vergoten bloed offert als van een Lam, dat geslacht is. Jezus brengt de offerande, gebracht voor elke zonde en elke tekortkoming van de zondaar.” –Bijbelkommentaar, blz. 474.

C. Hoe bereidde Christus zich voor om onze barmhartige Hogepriester te zijn?

Hebreeën 5:7-8.

Hebreeën 5:7: Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze. Hebreeën 5:8: Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.

“Terwijl de stad tot stilte was bedaard, en de discipelen naar hun huizen waren teruggekeerd om verkwikking door de slaap te krijgen, sliep Jezus niet. Zijn goddelijke smeekbeden stegen op naar Zijn Vader vanaf de Olijfberg, opdat Zijn discipelen mochten worden weerhouden van de kwade invloeden, waarmee zij dagelijks in de wereld te maken zouden krijgen, en dat Zijn eigen ziel gesterkt en geschraagd mocht worden voor de plichten en beproevingen van de komende dag. De hele nacht, terwijl Zijn volgelingen sliepen, bad hun goddelijke Leraar. De dauw en nachtvorst vielen op Zijn hoofd, gebogen in gebed. Zijn voorbeeld is voor Zijn volgelingen nagelaten.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 508.

“Christus, de Kapitein van onze verlossing, werd vervolmaakt door lijden. Zijn volgelingen zullen de vijand vele malen tegenkomen en zwaar beproefd worden, maar ze hoeven niet te wanhopen. Christus zegt tegen hen: ‘Hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes 16:33).” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 212.

DINSDAG — 30 januari

3. GERED OM TE GEHOORZAMEN

A. Kunnen we gered worden, als we ervoor kiezen ongehoorzaam te zijn? Verklaar.

Matthéüs 1:21;

Mattheüs 1:21: En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

Hebreeën 5:9.

Hebreeën 5:9: En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden;

“Dit zijn de voorwaarden, waarop iedere ziel zal worden uitgekozen voor het eeuwige leven. Uw gehoorzaamheid aan Gods geboden zal uw recht op een erfenis met de heiligen in het licht bewijzen. God heeft een zekere voortreffelijkheid van karakter uitgekozen; en een ieder die, door de genade van Christus, de standaard van Zijn vereiste zal bereiken, zal ruimschoots voldoende toegang hebben tot het koninkrijk van heerlijkheid. Allen, die deze karakterstandaard zou bereiken, zal de middelen moeten aanwenden, die God voor dit doel heeft voorzien. Als u de rust, die overblijft voor de kinderen van God, wilt erven, moet u een medewerker van God worden. U bent uitverkoren om het juk van Christus te dragen, om Zijn last te dragen, om Zijn kruis op te heffen. U moet ijverig zijn om ‘uw roeping en verkiezing vast te maken’. Onderzoek de Schriften en u zult zien, dat geen zoon of dochter van Adam is uitverkoren om gered te worden in ongehoorzaamheid aan Gods wet. De wereld maakt de wet van God ongeldig; maar christenen zijn gekozen tot heiligmaking door gehoorzaamheid aan de waarheid. Zij zijn gekozen om het kruis te dragen, als zij de kroon willen dragen.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 125.

B. Welk getuigenis gaf Petrus voor de raad van het Sanhedrin, en wat leert deze ervaring ons?

Handelingen 5:29-32.

Handelingen 5:29: Maar Petrus en de apostelen antwoordden, en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen. Handelingen 5:30: De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, Welken gij omgebracht hebt, hangende Hem aan het hout. Handelingen 5:31: Deze heeft God door Zijn rechter hand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israel te geven bekering en vergeving der zonden. Handelingen 5:32: En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest, Welken God gegeven heeft dengenen, die Hem gehoorzaam zijn.

“Wij moeten niet vragen: Wat is het gebruik onder de mensen? of Wat is het werelds gebruik? Wij mogen niet vragen: Hoe zal ik doen om de goedkeuring van mensen te verkrijgen? Of: Wat zal de wereld toelaten? De vraag van intens belang voor iedereen is: Wat heeft God gezegd? Wij moeten Zijn woord lezen en het gehoorzamen, niet in het minst afwijken van de eisen ervan, maar handelen, zonder rekening te houden met menselijke tradities en oordelen.” –Bijbelkommentaar, blz. 437.

“Als Gods Woord bestudeerd en gehoorzaamd wordt, werkt het in het hart en neemt elke onheilige eigenschap weg. De Heilige Geest komt om te overtuigen van zonde en het geloof, dat in het hart ontspringt, werkt door liefde tot Christus, en verandert in ons lichaam, ziel en geest naar Zijn beeld. Dan kan God ons gebruiken om Zijn wil te volbrengen. De kracht, die ons gegeven wordt, werkt van binnen uit en brengt ons ertoe aan anderen de waarheid mee te delen, die ons is toevertrouwd.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 53-54.

WOENSDAG — 31 januari

4. VERDER GAAN NAAR VOLWASSENHEID

A. Beschrijf de droevige toestand van veel belijdende gelovigen.

Hebreeën 5:11-13.

Hebreeën 5:11: Van Denwelken wij hebben vele dingen, en zwaar om te verklaren, te zeggen, dewijl gij traag om te horen geworden zijt. Hebreeën 5:12: Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze. Hebreeën 5:13: Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind.

“Paulus kon niet zo duidelijk tot de Joodse bekeerlingen over de verborgenheid der godzaligheid spreken, als hij wel wenste. Als gevolg van hun geestelijke zwakte, hun gebrek aan bevattingsvermogen, kon hij niet de waarheid uiten, die als ze haar goed hadden kunnen horen, met bewust begrip, voor hen een reuk des levens ten leven zou zijn geweest.” –Bijbelkommentaar, blz. 487.

“Gedurende de anderhalf jaar, die Paulus in Korinthe had doorgebracht, had hij opzettelijk het evangelie in envoud verkondigd…

Paulus had noodzakelijkerwijze zijn manier van onderwijs aan de omstandigheden in die gemeente aangepast. ‘Ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen’, legde hij hun later uit, 'maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. Melk heb ik u gegeven, en geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen' (1 Korinthe 3:1-2). Vele gelovigen te Korinthe begrepen de lessen, die hij hun trachtte bij te brengen, slechts langzaam. Hun toenemen in geestelijke kennis hield geen gelijke tred met de geboden voorrechten en de gunstige gelegenheid. Terwijl ze al ver gevorderd hadden moeten zijn in hun christelijke ervaring en in staat hadden moeten zijn om de diepere waarheden van het Woord te verstaan, stonden ze daar, waar de discipelen stonden, toen Christus tot hen zei: ‘Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen’ (Johannes 16:12). Naijver, wantrouwen en zucht tot aanklacht hadden de harten van veel gelovigen te Korinte gesloten voor de volledige werking van de Heilige Geest, die 'alle dingen doorzoekt, zelfs de diepten Gods' (1 Korinthe 2:10). Hoe wijs ze ook in wereldse wetenschap mochten zijn, in de kennis van Christus waren ze slechts zuigelingen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 198.

B. Hoe kunnen wij vooruitgang boeken naar christelijke volmaaktheid, en welke zegeningen staan allen te wachten, die dat doen?

Hebreeën 5:14; 6:1 (eerste deel);

Hebreeën 5:14: Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.

1 Johannes 3:18;

1 Johannes 3:18: Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.

Hosea 6:3.

Hosea 6:3: Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands.

“De gemeente zal nooit als geheel de late regen ontvangen, tenzij zij alle afgunst, kwade vermoedens en kwaad spreken zal wegdoen. Degenen, die haat in het hart hebben gekoesterd, totdat deze sterker en een deel van hun karakter is geworden, moeten een andere ervaring hebben, als zij willen delen in de late regen.” –The Home Missionary, 1 augustus 1896.

DONDERDAG — 1 februari

5. TOT CHRISTUS’ GELIJKENIS KOMEN

A. Beschrijf Gods doel voor Zijn kinderen.

Filippensen 3:12-16;

Filippenzen 3:12: Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. Filippenzen 3:13: Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb. Filippenzen 3:14: Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus. Filippenzen 3:15: Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren. Filippenzen 3:16: Doch, daar wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen.

Openbaring 3:18-21.

Openbaring 3:18: Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Openbaring 3:19: Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u. Openbaring 3:20: Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij. Openbaring 3:21: Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.

“Hoger dan de hoogste menselijke gedachte kan bereiken, is Gods ideaal voor Zijn kinderen. Godsvrucht, gelijken op God, is het doel, dat bereikt moet worden.” –Karaktervorming, blz. 18.

“’Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is’. Dit bevel is een belofte. Het verlossingsplan beoogt onze volledige verlossing uit de macht van Satan. Christus scheidt de berouwvolle ziel altijd van de zonde. Hij kwam om de werken van de duivel te vernietigen, en Hij heeft voorzieningen getroffen, dat de Heilige Geest zal worden geschonken aan iedere berouwvolle ziel, om hem van zondigen te weerhouden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 261.

“De waarachtige Getuige belooft moed aan allen, die er naar streven te wandelen op het pad van nederige gehoorzaamheid, door geloof in Zijn naam. Hij zegt: ‘Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon’.

Dit zijn de woorden van onze Plaatsvervanger en Borg. Hij, die het goddelijk Hoofd van de gemeente is, de machtigste overwinnaar, wijst Zijn volgelingen op Zijn leven, Zijn arbeid, Zijn zelfverloochening, Zijn strijd en lijden door verachting, verwerping, spot, belediging, en bedrog naar het pad van Golgotha, naar het toneel van de kruisiging, opdat zij bemoedigd zullen worden te jagen naar het doel, om de prijs en het loon van de overwinning in ontvangst te nemen. De overwinning wordt verzekerd door geloof en gehoorzaamheid.

Laten wij de woorden van Christus op ons persoonlijk toepassen. Zijn wij arm, blind, jammerlijk en ellendig?Laten wij dan het goud en de witte klederen zoeken, die Hij aanbiedt. Het werk om te overwinnen is niet beperkt tot de tijd der martelaren. De strijd is voor ons in deze dagen van sluwe verleiding om aan wereldsgezindheid, aan zelfverzekerdheid, aan het opgaan in trots, hebzucht, valse leer en een onzedelijk leven toe te geven.” –Bijbelkommentaar, blz.652- 653.

VRIJDAG — 2 februari

Terugblik

1. In welke positie benoemde God Christus naast Hogepriester?

2. Wat is veelbetekenend aan het priesterschap van Melchizédek?

3. Hoe houdt gehoorzaamheid aan Gods Woord verband met ons ontvangen van de Heilige Geest?

4. Noem enkele noodzakelijke vereisten om de late regen te ontvangen.

5. Wat moeten wij beseffen over Gods doel voor ons en hoe dit wordt bereikt?

Eerste Sabbatgaven voor het helpen bij Rampen in de Wereld

De afgelopen jaren hebben de vervulling van de profetieën getoond, die we al decennia lang hebben bestudeerd, oorlogen, conflicten, vreselijke ongelukken en pandemieën zijn woorden, die onderdeel geworden zijn van onze woordenschat, toegevoegd aan overstromingen, orkanen, aardbevingen en vele andere tragedies.Op zoveel manieren hebben we duidelijk de voetstappen van een naderende God gehoord. Als gevolg van deze droevige gebeurtenissen ondergaan honderden mensen extreme moeilijkheden en hebben ze hulp nodig om aan alles te voldoen, van de eenvoudigste tot de meest noodzakelijke ernstige en kostbare.

In deze situaties heeft de afdeling Welzijn van de GC de zegeningen gedeeld uit ons fonds via de door u verzonden giften, met onze broeders en zusters over de hele wereld. Deze worden op een persoonlijke en specifieke manier verzonden om aan de behoeften te voldoen, maar ook via de Eerste Sabbatgaven. Geliefde broeders en zusters, uw offers hebben gediend als onderdak voor degenen, die die hun huizen kwijtgeraakt zijn door natuurrampen. Ze hebben voor eten gezorgd voor honderden gezinnen en voor de wezen en weduwen gezorgd, voedsel en hulp aan hen. Deze gaven hebben ook ouders geholpen bij het verkrijgen van zaden om gewassen te planten om hun gezinnen te voeden of voor het beginnen van een kleine onderneming. Veel mensen van ons geloof zijn daar dus toe in staat om te werken en een bron van inkomsten te genereren, die anders onmogelijk zou zijn.

Dank God, dat velen in deze tijden van beproeving zijn geraakt om hun donaties op het altaar van de Heer te plaatsen. Namens degenen, die worden bediend, danken wij u hartelijk!

De behoeften houden echter niet op; integendeel, ze nemen toe elke dag, en uw vrijgevigheid maakt het verschil.

“Het kruis van Christus doet een beroep op de welwillendheid van iedere volgeling van de gezegende Verlosser. Het principe, dat daar wordt geïllustreerd is geven, geven. Dit, uitgevoerd in daadwerkelijke welwillendheid en goede werken, is de ware vrucht van het christelijke leven.” –Counsels on Stewardship, blz. 14.

Vandaag, terwijl u uw speciale gave voor de Eerste Sabbat geeft, doet u uw best voor God. Maak geen zorgen of het te weinig of te veel is. Het maakt niet uit. Het belangrijkste is, dat u uw best doet. En van de som van deze gedeelde liefde zullen we zegeningen blijven uitdelen aan onze broeders en zusters over de hele wereld. “Hij, die geeft aan de behoeftige, zegent anderen, en wordt zelf in nog grotere mate gezegend.” –Counsels on Stewardship, blz. 13. God zegene u buitengewoon!

–Afdeling Welzijn van de Generale Conferentie