Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 27 januari 2024

Les 4: Gods Rust

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want die ingegaan is in zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne”

Hebreeën 4:10

“God zegende en heiligde de zevende dag, omdat Hij daarop heeft gerust van al Zijn wonderlijk scheppingswerk. De Sabbat was gemaakt voor de mens, en God wilde, dat hij op die dag zijn arbeid zou neerleggen, zoals Hijzelve gerust heeft na Zijn zesdaags scheppingswerk.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 512.

Aanvullende studie :: -De Wens der Eeuwen, blz 234-241.

ZONDAG — 21 januari

1. WARE GODDELIJKE RUST

A. Over welke rust spreekt Paulus in

Hebreeën 4?

[Heb.4]

Hebreeën 4:1.

Hebreeën 4:1: Laat ons dan vrezen, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn.

“Rust wordt gevonden, wanneer alle zelfrechtvaardiging, alle redeneringen vanuit een egoïstisch standpunt, achterwege worden gelaten. Volledige zelfovergave, een aanvaarding van Zijn wegen, is het geheim van volmaakte rust in Zijn liefde… Doe precies wat Hij u heeft gezegd te doen, en wees ervan verzekerd, dat God alles zal doen, wat Hij heeft gezegd, dat Hij zou doen… Bent u tot Hem gekomen en heeft u afstand gedaan van al uw noodoplossingen, al uw ongeloof, al uw eigengerechtigheid? Kom zoals u bent: zwak, hulpeloos en klaar om te sterven.

Wat is de beloofde 'rust'? Het is het bewustzijn, dat God waar is, dat Hij degene, die tot Hem komt, nooit teleurstelt. Zijn vergeving is volledig en gratis, en Zijn aanvaarding betekent rust voor de ziel, rust in Zijn liefde.” –Our High Calling, blz. 97.

B. Waarom brengt het evangelie bij sommige mensen niet het verwachte resultaat voort ?

Hebreeën 4:2,

Hebreeën 4:2: Want ook ons is het Evangelie verkondigd, gelijk als hun; maar het woord der prediking deed hun geen nut, dewijl het met het geloof niet gemengd was in degenen, die het gehoord hebben.

Hebreeën 4:6;

Hebreeën 4:6: Dewijl dan blijft, dat sommigen in dezelve rust ingaan, en degenen, dien het Evangelie eerst verkondigd was, niet ingegaan zijn vanwege de ongehoorzaamheid,

Romeinen 9:30-32.

Romeinen 9:30: Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen, die de rechtvaardigheid niet zochten, de rechtvaardigheid verkregen hebben, doch de rechtvaardigheid, die uit het geloof is. Romeinen 9:31: Maar Israel, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Romeinen 9:32: Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;

“Tenzij we geloof vermengen met het horen van het Woord, tenzij we de waarheden, die we horen, ontvangen als een boodschap uit de hemel, om zorgvuldig te worden bestudeerd, om door de ziel te worden opgegeten en opgenomen in het geestelijk leven, verliezen we de indruk van de Geest van God. Uit ervaring begrijpen wij niet, wat het betekent om rust te vinden door de goddelijke verzekeringen van het Woord te ontvangen.” –¬The Upward Look, blz. 75.

MAANDAG — 22 januari

2. GODS RUST BINNENGAAN

A. Wanneer genieten wij werkelijk van Gods goddelijke rust?

Hebreeën 4:3 (eerste deel).

[Heb.4.3.a]

Beschrijf de relatie tussen de zevendedag Sabbat en deze goddelijke rust.

Hebreeën 4:4.

Hebreeën 4:4: Want Hij heeft ergens van den zevenden dag aldus gesproken: En God heeft op den zevenden dag van al Zijn werken gerust.

“Omdat Hij op de Sabbat had gerust, 'zegende God de zevende dag en heiligde die', zonderde die dag af voor een heilig doel. Hij gaf de Sabbat aan Adam als een dag van rust. Het was een gedenkteken van het scheppingswerk, en daardoor een teken van Gods macht en Zijn liefde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 234.

“Geen andere instelling, die aan de Joden gegeven was, was er zo zeer op gericht hen te onderscheiden van de omringende volken als juist de Sabbat. Het was Gods bedoeling, dat het vieren ervan hen zou aanwijzen als Zijn aanbidders. Het zou een teken zijn van het feit, dat zij zich ver hielden van afgoderij en dat ze verbonden waren met de ware God. Maar om de Sabbat heilig te houden, moeten de mensen zelf heilig zijn. Door het geloof moeten ze deel krijgen aan de gerechtigheid van Christus. Toen het gebod: ‘Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt', aan Israël gegeven werd, zei de Heer ook tot hen: 'Gij zult Mij heilige mensen zijn' (Exodus 20:8; 22:31). Alleen op deze wijze kon de Sabbat Israël onderscheiden als aanbidders van God.

Toen de Joden van God afweken en zij in gebreke bleven om door het geloof de gerechtigheid van Christus tot de hunne te maken, verloor de Sabbat zijn betekenis voor hen. Satan trachtte zichzelf te verheffen en de mensen van Christus af te trekken, en hij deed zijn best de Sabbat te verlagen, omdat deze het teken is van de macht van Christus. De Joodse leiders handelden naar de wil van Satan door Gods rustdag te omringen met bezwarende eisen. In de dagen van Christus was de Sabbat zó verlaagd, dat de viering daarvan eerder het karakter van zelfzuchtige en eigenmachtige mensen weerspiegelde dan het karakter van de liefhebbende hemelse Vader. De rabbi’s stelden feitelijk God voor als Iemand, die wetten gaf, waaraan door mensen onmogelijk gehoorzaamd kon worden. Zij brachten het volk ertoe, God te beschouwen als een tiran, en te denken dat het vieren van de Sabbat, zoals Hij dat vereiste, de mensen hard en wreed maakte. Het was het werk van Christus om deze misvattingen uit de weg te ruimen. Hoewel de rabbi’s Hem met hun onbarmhartige vijandigheid vervolgden, nam Hij zelfs niet de schijn aan Zich te houden aan hun inzettingen, maar ging recht door zee en hield de Sabbat in overeendtemming met de wet van God.” –De Wens der Eeuwen, blz. 235-236.

“Van God wordt zelfs op de Sabbat meer gevraagd dan op andere dagen. Zijn kinderen laten dan hun dagelijkse arbeid rusten, en brengen hun tijd door met overdenking en aanbidding. Zij vragen Hem meer gunsten op de Sabbat dan op andere dagen. Ze vragen Zijn bijzondere aandacht. Zij smeken om Zijn meest uitgelezen zegeningen. God wacht niet tot de Sabbat voorbij is, voordat Hij ons die zegeningen schenkt.” –De Wens der Eeuwen, blz. 166.

DINSDAG — 23 januari

3. ARBEID EN RUST

A. Wat voor soort arbeid moeten we ontwikkelen, voordat we de beloofde rust vinden?

Hebreeën 4:9,

Hebreeën 4:9: Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.

Hebreeën 4:11.

Hebreeën 4:11: Laat ons dan ons benaarstigen, om in die rust in te gaan; opdat niet iemand in hetzelfde voorbeeld der ongelovigheid valle.

“(Zie Hebreeën 4:9, 11). De rust, waarover hier gesproken wordt, is de rust van genade, verkregen door het opvolgen van het voorschrift: werk ijverig. Zij, die van Jezus Zijn zachtmoedigheid en nederigheid leren, zullen rust vinden in de ervaring van het in praktijk brengen van Zijn lessen. Rust wordt niet verkregen in vadsigheid, in zelfzuchtig gemak en het najagen van genot. Zij die niet bereid zijn om de Here getrouw, oprecht en liefdevol te dienen, zullen geen geestelijke rust vinden in dit leven of in de eeuwigheid. Alleen serieuze arbeid brengt vrede en blijdschap in de Heilige Geest, geluk op aarde en heerlijkheid later.

Laten wij daarom werken. Spreek dikwijls woorden, die een kracht en inspiratie betekenen voor hen, die ze horen. Over het geheel genomen zijn wij te onverschillig met betrekking tot elkaar. Wij vergeten, dat onze medewerkers behoefte hebben aan woorden van hoop en aanmoediging. Als iemand in moeilijkheden verkeert, moet u hem of haar opzoeken en vertroostende woorden spreken. Dat is echte vriendschap.” –Bijbelkommentaar, blz. 589-590.

B. Wat gebeurt er met onze eigen werken, als we rust vinden in de Heer?

Hebreeën 4:10;

Hebreeën 4:10: Want die ingegaan is in zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne.

Exodus 20:10;

Exodus 20:10: Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is;

Jesaja 58:13;

Jesaja 58:13: Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt;

Romeinen 14:23 (laatste deel).

[Rom.14.23.b]

“God schiep de mens naar Zijn beeld en gaf hem dan een voorbeeld van de viering van de zevende dag, die Hij zegende en heiligde. Het was Zijn opzet, dat gedurende die dag de mens Hem zou aanbidden en vereren en zich niet met wereldse zaken zou bemoeien. Niemand, die het vierde gebod veronachtzaamt, nadat hij licht ontvangen heeft aangaande de eisen van de Sabbat, kan zonder schuld staan voor Gods aangezicht.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 512.

C. Wat voor soort werken zijn in harmonie met de Sabbatsrust?

Jesaja 58:6-8.

Jesaja 58:6: Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt? Jesaja 58:7: Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt? Jesaja 58:8: Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.

“Jezus verkondigde hun (de rabbi’s), dat het brengen van verlichting aan lijdenden in pvereenstemming was met de Sabbatgebod…

Hij zal niet onschuldig gehouden worden, die nalaat de lijdenden op de Sabbat te helpen. Gods heilige rustdag is gemaakt voor de mens, en werken der barmhartigheid zijn volkomen in harmonie met de opzet daarvan. Het is niet Gods verlangen, dat Zijn schepselen een uur pijn zullen lijden, die verlicht zou kunnen worden op de Sabbat of op enig andere dag.” –De Wens der Eeuwen, blz. 165, 166.

WOENSDAG — 24 januari

4. DE KRACHT VAN GODS WOORD

A. Hoe krachtig is het Woord van God?

Psalm 33:6,

Psalmen 33:6: Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.

Psalmen 33:9;

Psalmen 33:9: Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.

Hebreeën 4:12.

Hebreeën 4:12: Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

“Er is een punt, waar het menselijke kunnen eindigt. Hoewel wij het Woord moeten prediken, kunnen wij niet de kracht meedelen, die leven geeft aan de ziel en die gerechtigheid en lof moet uitspruiten. In de prediking van het Woord moet een kracht aan het werk zijn, die menselijke macht te boven gaat. Alleen door Gods Geest zal het Woord levend en krachtig zijn om eeuwig leven te geven aan de ziel. Dit wilde Christus aan Zijn discipelen duidelijk maken. Hij onderwees, dat niets wat zij van zichzelf bezaten aan hun arbeid succes kon geven, maar dat de wonderwerkende kracht van God Zijn eigen Woord bezielt.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 35.

B. Hoe diep zijn wij bekend voor God?

Hebreeën 4:13;

Hebreeën 4:13: En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.

Prediker 12:14.

Prediker 12:14: Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.

“Het dient voor het welzijn van iedereen om zijn eigen hart te doorzoeken en elke door God gegeven hoedanigheid te verbeteren. Laat iedereen bedenken, dat er geen enkele drijfveer aanwezig is in het hart van wie dan ook, of de Here ziet dit duidelijk. De drijfveren van iedereen worden zo zorgvuldig afgewogen, alsof de bestemming van de mens afhankelijk was van dit resultaat. Wij hebben behoefte aan een verbinding met goddelijke kracht, opdat we meer licht hebben en beter begrijpen welke samenhang er tussen oorzaak en gevolg bestaat. Ons begrip moet ontwikkeld worden, doordat we deel hebben aan de goddelijke natuur, nadat we ontkomen zijn aan het verderf, dat in de wereld heerst door begeerte. Laat een ieder zorgvuldig de ernstige waarheid overdenken; God in de hemel is getrouw, en geen enkel plan, hoe ingewikkeld ook, geen enkele drijfveer, hoe goed ook verborgen, die Hij niet duidelijk begrijpt. Hij leest de verborgen bedoelingen van het hart. De mensen kunnen verkeerde daden bedenken voor de toekomst, in de mening dat God die niet doorziet, maar op die grote dag, als de boeken worden geopend, en ieder mens wordt geoordeeld naar hetgeen in de boeken geschreven staat, zullen deze daden gezien worden in het juiste licht.” –Bijbelkommentaar, blz. 205-206.

“Gods oog sluimert niet. Hij kent elke zonde, die verborgen is voor het sterfelijk oog. De schuldigen weten maar al te goed, welke zonden beleden moeten worden, zodat hun zielen rein zullen zijn voor God. Jezus geeft hun nu de gelegenheid te belijden, in alle ootmoed berouw te koesteren, en hun leven te zuiveren door de waarheid te gehoorzamen en uit te leven. Nu is het de tijd om het kwade te laten en het goede te doen, en zonden te belijden, of deze zullen de zondaar worden voorgehouden in de dag van Gods gramschap.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 47.

DONDERDAG — 25 januari

5. BARMHARTIGHEID EN GENADE IN TIJDEN VAN NOOD

A. Wie alleen kan onze pleitbezorger bij de Vader zijn en waarom?

Hebreeën 2:17-18;

Hebreeën 2:17: Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen. Hebreeën 2:18: Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.

Hebreeën 4:14;

Hebreeën 4:14: Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.

Hebreeën 7:25;

Hebreeën 7:25: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

1 Johannes 2:1-2.

1 Johannes 2:1: Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; 1 Johannes 2:2: En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.

“Als priester is Christus nu met de Vader op Zijn troon gezeten. Op de troon met de eeuwige, op zichzelf bestaande Ene, is Hij die ‘onze krankheden op zich genomen heeft, en onze smarten heeft Hij gedragen’ (Jesaja 53:4), die ‘in alle dingen, zoals wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde’ (Hebreeën 4:15).” –God’s Amazing Grace, blz. 69.

“U hebt geen moeilijkheid, die niet met evenveel gewicht op [Hem (Jezus) drukte, geen verdriet, dat Zijn hart niet heeft ervaren. Zijn gevoelens konden net zo gemakkelijk gekwetst worden door nalatigheid, door onverschilligheid van zogenaamde vrienden. Is uw pad doornig? Dat van Christus was dat in tienvoudige zin. Bent u van streek? Dat was Hij ook.” –Our High Calling, blz. 59.

B. Wat vinden we in het hemelse heiligdom om ons te helpen in tijden van nood?

Hebreeën 4:15-16.

Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

“In het heilige der heiligen is Zijn wet, de rechtsnorm, waarnaar de hele mensheid zal worden geoordeeld. Op de ark met de tafelen der wet ligt het verzoendeksel. Hier pleit Christus met Zijn bloed voor de zondaar. Hiermee wordt aangetoond, dat rechtvaardigheid en genade in het verlossingsplan samengaan.” –De Grote Strijd, blz. 389.

“ Christus offerde Zijn gebroken lichaam op om Gods erfgoed terug te kopen, om de mens een nieuwe beproeving te geven… Door Zijn smetteloos leven, Zijn gehoorzaamheid, Zijn dood aan het kruis op Golgotha, bemiddelde Christus voor het verloren geslacht. En nu komt, niet als louter een smekeling, de Kapitein van onze verlossing voor ons bemiddelen, maar als een overwinnaar Zijn overwinning opeisen. Zijn offer is volledig, en als onze middelaar voert Hij Zijn zelfaangewezen werk uit, terwijl Hij het wierookvat voor God houdt met daarin Zijn eigen smetteloze verdiensten en de gebeden, bekentenissen en dankzeggingen van Zijn volk. Geparfumeerd met de geur van Zijn gerechtigheid stijgen deze op naar God als een zoete geur. Het offer is volkomen aanvaardbaar, en vergeving dekt alle overtredingen.” –That I May Know Him, blz. 74.

VRIJDAG — 26 januari

Terugblik

1. Beschrijf, wat het betekent om Gods rust binnen te gaan.

2. Wat is er zo speciaal aan Gods rust op de zevende dag Sabbat?

3. Hoe veranderen we, als we in de Heer rusten?

4. Verklaar de krachtige diepte van Gods Woord in het christelijke leven.

5. Waarom kunnen we zo dankbaar zijn voor Christus' bediening in de hemel?