Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 20 januari 2024

Les 3: Jezus: Apostel en Hogepriester

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Hierom, heilige broeders, die de hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis, Christus Jezus”

Hebreeën 3:1

“Bestudeer Christus. Bestudeer Zijn karakter, kenmerk voor kenmerk. Hij is ons Voorbeeld, dat we vereist zijn te kopiëren in ons leven en in onze karakters, anders laten we na Jezus te vertegenwoordigen, maar presenteren we een valse kopie aan de wereld. Imiteer geen enkel mens, want mensen zijn gebrekkig in gewoonten, in spraak, in manieren, in karakter. Ik presenteer u de Mens Christus Jezus. U moet Hem persoonlijk kennen als uw Verlosser, voordat u Hem kunt bestuderen als uw patroon en uw voorbeeld.” –Selected Messages, bk. 3, blz. 170.

Aanvullende studie :: -Selected Messages, bk. 1, blz. 340-344.

ZONDAG — 14 januari

1. GROTER DAN MOZES

A. In welke zin is Christus groter dan Mozes?

Hebreeën 3:1-6.

Hebreeën 3:1: Hierom, heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus; Hebreeën 3:2: Die getrouw is Dengene, Die Hem gesteld heeft, gelijk ook Mozes in geheel zijn huis was. Hebreeën 3:3: Want Deze is zoveel meerder heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd heeft, meerder eer heeft, dan het huis. Hebreeën 3:4: Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft, is God. Hebreeën 3:5: En Mozes is wel getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar, tot getuiging der dingen, die daarna gesproken zouden worden; Hebreeën 3:6: Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en de roem der hoop tot het einde toe vast behouden.

B. Wanneer moeten we ons leven overgeven aan Jezus, onze Verlosser?

Hebreeën 3:7-8 (eerste deel).

Hebreeën 3:7: Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort,

“O, bekeer je nú, vandaag nog, tot de Heer! Van alles wat je doet, word je óf beter, óf slechter. Als je doet, wat de Satan wil, heeft dat op den duur noodlottige gevolgen. Alleen iemand, die rein, zuiver en heilig is, kan de stad van God binnengaan. ‘Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet’. Bekeer je tot de Heer, zodat jouw weg niet tot de ondergang zal leiden.” –Het Bijbels Gezin, blz. 294.

“Christus staat klaar om ons van zonde te bevrijden, maar Hij dwingt ons niet. En wanneer door voortdurende overtreding de wil helemaal in de richting van het kwade is omgebogen en we niet verlangen om bevrijd te worden, en Zijn genade niet willen aanvaarden, wat kan Hij dan nog doen? Wij hebben dan onszelf vernietigd, doordat wij weloverwogen Zijn liefde hebben verworpen. ‘Zie, nu is de tijd des welbehagens, zie, nu is het de dag des heils’. ‘Heden, indien gij Mijn stem hoort, verhardt uw harten niet’. (2 Korinthe 6:2; Hebreeën 3:7-8.” –Schreden naar Christus, blz. 41-42.

MAANDAG — 15 januari

2. LESSEN UIT HET OUDE ISRAËL

A. Hoe openbaarde het voorbeeld van het oude Israël het ongeloof van het volk, en wat was het zekere gevolg?

Hebreeën 3:8-11.

Hebreeën 3:8: Zo verhardt uw harten niet, gelijk het geschied is in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn; Hebreeën 3:9: Alwaar Mij uw vaders verzocht hebben; zij hebben Mij beproefd, en hebben Mijn werken gezien, veertig jaren lang. Hebreeën 3:10: Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend. Hebreeën 3:11: Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indien zij in Mijn rust zullen ingaan!

B. Welke plechtige oproep, met deze realiteit in gedachten, wordt gericht aan ons, die in deze laatste dagen leven?

Hebreeën 3:12-13.

Hebreeën 3:12: Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God; Hebreeën 3:13: Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde.

“Er is geen aanmoediging gegeven voor ongeloof. De Here toont Zijn genade en macht telkens weer en dit moet ons leren, dat het nuttig is om onder alle omstandigheden geloof te koesteren, over geloof te spreken en in geloof te handelen. Wij moeten onze harten en handen niet laten verzwakken door toe te staan, dat suggesties van achterdochtige personen in onze harten zaad van twijfel en wantrouwen zaaien (zie Hebreeën. 3:12).

De Heere werkt samen met de wil en werking van de mens. Ieder mens heeft het voorrecht en de plicht om God op Zijn woord te nemen, in Jezus te geloven als zijn persoonlijke Verlosser en vurig en terstond te reageren op de genadige voorzieningen, die Hij treft. Hij moet het goddelijk onderricht in de Schriften bestuderen, geloven en gehoorzamen. Hij moet zijn geloof niet baseren op gevoelens maar op de bewijzen en op Gods Woord.” –Bijbelkommentaar, blz. 589.

“Velen zien naar Israël, en verbazen zich over hun ongeloof en klagen, terwijl ze het gevoel hebben, dat zij niet zo ondankbaar geweest zouden zijn; maar wanneer hun geloof wordt beproefd, zelfs door kleine beproevingen, openbaren ze geen groter geloof of geduld dan het oude Israël. Wanneer ze in het nauw geraken, klagen ze over het process, waardoor God hen wil zuiveren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 256.

“God … heeft Zijn volk een bittere kelk te drinken gegeven, om hen te louteren en te reinigen. Het is een bittere teug, en zij kunnen die nog bitterder maken door te murmureren, te klagen en ontevreden te zijn. Maar degenen, die hem op deze wijze aannemen, moeten nog een tweede beker te drinken krijgen, want de eerste heeft niet de verlangde invloed op het hart. En indien de tweede het werk niet doet, dan moeten zij nog een andere drinken, en nog een andere, totdat hij de verlangde uitwerking heeft; of zij blijven vuil en onrein van hart… Ik zag, dat deze bittere beker verzoet kan worden door geduld, lijdzaamheid en gebed, en dat hij de gewenste werking zal hebben op de harten van degenen, die hem op deze wijze aannemen; en dat God de eer ontvangen en verheerlijkt worden zal…

Indien wij naar ons eigen belang trachten, en op welke wijze wij onszelf het best kunnen behagen, in plaats van God te zoeken, en Zijn kostbare, lijdende zaak voort te helpen, dan zullen wij God en de heilige zaak, welke wij belijden, oneer aandoen.” –Eerste Geschriften, blz. 44, 45.

DINSDAG — 16 januari

3. DEELNEMERS AAN DE GODDELIJKE NATUUR

A. Hoe kunnen wij deelnemers van Christus zijn?

Hebreeën 3:14-15;

Hebreeën 3:14: Want wij zijn Christus deelachtig geworden, zo wij anders het beginsel van dezen vasten grond tot het einde toe vast behouden; Hebreeën 3:15: Terwijl er gezegd wordt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is.

2 Petrus 1:4.

2 Petrus 1:4: Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid.

“Wij moeten van Christus leren. Wij moeten weten, wat Hij betekent voor hen, die Hij heeft verlost. Wij moeten beseffen, dat het ons voorrecht is om door geloof in Hem, deel te hebben aan de goddelijke natuur, om zo te ontkomen aan het verderf, dat in de wereld is door de begeerte. Dan worden wij gereinigd van alle zonde, alle gebreken in het karakter. Wij hoeven geen enkele zondige neiging te behouden…(Efeze 2:1-6).

Wanneer wij deel hebben aan de goddelijke natuur, worden geërfde en aangeleerde neigingen tot het kwaad uit het karakter weggesneden en wij worden gemaakt tot een levende kracht ten goede. Door steeds van de goddelijke leraar te leren en dagelijks deel te hebben aan Zijn natuur, werken wij samen met God in het overwinnen van Satans verzoekingen. God werkt en de mens werkt, opdat de mensen één kunnen zijn met Christus, zoals Christus één is met God. Dan zullen wij samen met Christus in de hemelse gewesten zijn. De geest heeft vrede en zekerheid in Jezus.” –Bijbelkommentaar, blz. 615.

B. Hoe tergden de Israëlieten de Heer?

Hebreeën 3:16.

Hebreeën 3:16: Want sommigen, als zij die gehoord hadden, hebben Hem verbitterd, doch niet allen, die uit Egypte door Mozes uitgegaan zijn.

Wat was het fatale gevolg van hun uitdaging?

Hebreeën 3:17.

Hebreeën 3:17: Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn?

“In hun opstand had het volk uitgeroepen: 'Och, waren wij in deze woestijn gestorven!' Nu zou dit gebed worden verhoord. De Heere zei: 'Ik zal zeker met u doen, gelijk gij te mijnen aanhoren gesproken hebt! In deze woestijn zullen uw lijken vallen, namelijk zovelen als er van u geteld zijn, naar uw volle getal, van twintig jaar en daarboven… En uw kinderen, waarvan gij gezegd hebt: Die zullen tot een buit zijn, hen zal Ik er brengen, opdat zij het land leren kennen, dat gij veracht hebt… Zoals de verspieders veertig dagen op verkenning waren geweest, zou het leger van Israël veertig jaar in de woestijn rondzwerven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 354.

C. Welke zonde was de voornaamste oorzaak van deze opstand?

Hebreeën 3:18-19.

Hebreeën 3:18: En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren? Hebreeën 3:19: En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.

“Het was niet Gods bedoeling, dat de Israëlieten veertig jaar in de woestijn zouden rondzwerven. Hij wilde hen rechtstreeks naar het land Kanaän brengen en hen daar als een heilig en gelukkig volk laten leven. Maar ‘zij konden niet ingaan wegens hun ongeloof' (Hebreeën 3:19).” –De Grote Strijd, blz. 425.

WOENSDAG — 17 januari

4. RUST VINDEN IN JEZUS

A. Welke speciale uitnodiging ontvangen wij van Jezus, onze Verlosser, en wat moeten wij van Hem leren?

Matthéüs 11:28-30.

Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Mattheüs 11:29: Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Mattheüs 11:30: Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

“'Komt tot Mij', luidt Zijn uitnodiging. Wat uw angsten of beproevingen ook mogen zijn, leg uw geval voor aan de Heere. Uw geest zal versterkt worden om vol te houden. De weg zal voor u geopend worden om u vrij te maken uit verwarring en moeilijkheden. Hoe zwakker en hulpelozer u weet, dat uzelf bent, des te sterker zult u worden in Zijn kracht. Hoe zwaarder uw lasten zijn, des te meer gezegend is de rust, wanneer u uw lasten werpt op de Lastdrager. De rust, die Christus biedt, is afhankelijk van voorwaarden, maar deze voorwaarden worden duidelijk omschreven. Het zijn voorwaarden, waaraan allen kunnen voldoen. Hij vertelt ons precies, hoe Zijn rust gevonden kan worden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 279.

“Niemand dan God kan de trots van het hart van de mens onderwerpen. Wij kunnen onszelf niet redden. Wij kunnen onszelf niet herstellen. In de hemelse hoven zal geen lied gezongen worden: Voor mij, die mijzelf liefhad, en mijzelf waste, mijzelf verloste, aan mij komt glorie en eer, zegen en lof toe. Maar dit is de grondtoon van het lied, dat door velen hier op deze wereld wordt gezongen. Ze weten niet. wat het betekent zachtmoedig en nederig van hart te zijn; en het is niet hun bedoeling dit te weten, als ze het kunnen vermijden. Het hele evangelie bestaat uit het leren kennen van Christus, Zijn zachtmoedigheid en nederigheid.

Wat is rechtvaardiging door geloof? Het is het werk van God door de heerlijkheid van de mens in het stof te leggen, en voor de mens te doen wat niet in zijn macht ligt om voor zichzelf te doen.” –Testimonies to Ministers, blz. 456.

B. Wat is het juk, dat Christus een ieder van ons aanbiedt?

Matthéüs 11:29.

Mattheüs 11:29: Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.

“'Neemt Mijn juk op u’, zegt Jezus. Het juk is een dienend instrument. Dieren worden onder een juk gelegd voor zware arbeid, en het juk is noodzakelijk voor hen om goed te kunnen arbeiden. Door deze illustratie leert Christus ons, dat wij geroepen zijn om te dienen zolang ons leven duurt. We moeten Zijn juk op ons nemen om medewerkers met Hem te kunnen zijn.

Het juk, dat tot dienen bindt, is de wet van God. De grote wet der liefde, die werd geopenbaard in Eden, op de Sinaï afgekondigd, en in het nieuwe verbond in het hart geschreven, en is datgene wat de menselijke arbeider bindt aan de wil van God. Indien we aan ons lot worden overgelaten om onze eigen neigingen te volgen, om slechts heen te gaan, waar onze wil ons heenleidt, zouden we in de rijen van Satan geraken en bezitters van zijn eigenschappen worden. Daarom bindt God ons aan Zijn wil, die hoog, edel en verheffend is.” –De Wens der Eeuwen, blz. 279.

DONDERDAG — 18 januari

5. HET JUK VAN CHRISTUS

A. Wat zei Jezus over Zijn juk?

Matthéüs 11:30;

Mattheüs 11:30: Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

1 Johannes 5:2-3.

1 Johannes 5:2: Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren. 1 Johannes 5:3: Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.

“Het juk wordt op de os gelegd om hem te helpen de lading te trekken en de last te verlichten. Zo is het ook met het juk van Christus. Wanneer onze wil opgaat in de wil van God, en we Zijn gaven gebruiken om voor anderen tot een zegen te zijn, zullen we bemerken, dat de last des levens licht is. Hij, die wandelt in de weg van Gods geboden, wandelt in tegenwoordigheid van Christus, en in Zijn liefde is het hart gerust. Toen Mozes bad: ‘Maak mij toch Uw wegen bekend, zodat ik U ken’, antwoordde de Heere hem: ‘Mijn tegenwoordigheid zal met u gaan en Ik zal u rust geven’. En door middel van de profeten werd de boodschap gegeven: 'Zo zegt de Heere: Gaat staan aan de wegen en ziet, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, opdat gij die gaat, en rust vindt voor uw ziel’ (Exodus 33:13-14; Jeremia 6:16). En Hij zegt: 'Och, dat gij naar Mijn geboden luisterdet; dan zou uw vrede zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven der zee' (Jesaja 48:18).

Zij, die Christus aan Zijn woord houden en hun ziel aan Zijn hoede overgeven, hun leven aan Zijn voorschriften, zullen vrede en rust vinden. Niets in de wereld kan hen bedroeven, wanneer Jezus hen verheugd maakt door Zijn aanwezigheid. In volkomen berusting ligt volkomen rust. De Heere zegt: 'Standvastige zin bewaart gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt' (Jesaja 26:3). Ons leven lijkt misschien verward; maar wanneer we onszelf toevertrouwen aan de wijze Meester, zal Hij vorm geven aan leven en karakter tot Zijn heerlijkheid. En dat karakter, dat het heerlijke karakter van Christus uitdrukt, zal aangenomen worden in het Paradijs Gods. Een vernieuwd geslacht zal met Hem wandelen,in het wit gekleed, want zij zijn het waardig.” –De Wens der Eeuwen, blz. 281.

VRIJDAG — 19 januari

Terugblik

1. Welke actie moeten we ondernemen, als het licht uit de hemel op ons hart schijnt?

2. Op welke manieren loop ik gevaar de zonde van de Israëlieten te herhalen?

3. Beschrijf de wonderbaarlijke gevolgen van deelname aan de goddelijke natuur.

4. Beschrijf de rust, die Jezus bereid is te geven aan iedereen, die ernaar zoekt.

5. Leg de voordelen uit van het aanvaarden van het juk van Christus.