Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 13 januari 2024

Les 2: De Zoon des mensen: Iets Lager dan de Engelen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer bekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods, voor allen de dood smaken zou”

Hebreeën 2:9

“ Christus werd ‘voor een korte tijd beneden de engelen gesteld vanwege het lijden des doods’ (Hebreeën 2:9). Wanneer Hij de natuur van de mens op Zich zou nemen, zou Zijn kracht niet gelijk zijn aan de hunne, en zouden ze Hem dienen, om Hem te sterken en te bemoedigen in Zijn lijden.” –Patriarchen en Profeten, blz . 38-39.

Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 37-44.

ZONDAG — 7 januari

1. MEER ERNSTIGE AANDACHT

A. Welke plechtige oproep is tot ieder van ons gericht?

Hebreeën 2:1-2.

Hebreeën 2:1: Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien. Hebreeën 2:2: Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;

B. Is er enige hoop voor ons, ‘als ‘wij op zo grote zaligheid geen acht nemen’?

Hebreeën 2:3.

Hebreeën 2:3: Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;

“We slaan geen acht op onze verlossing, als we auteurs, die slechts een verward idee hebben van wat godsdienst betekent, de meest opvallende plaats en toegewijd respect geven, en de Bijbel op de tweede plaats zetten. Degenen, die verlicht zijn met betrekking tot de waarheid van deze laatste dagen, zullen geen instructies vinden in de boeken, die vandaag de dag algemeen bestudeerd worden, met betrekking tot de dingen, die over onze wereld komen; maar de Bijbel is vol van de kennis van God, en is bekwaam om de student op te leiden voor bruikbaarheid in dit leven en voor het eeuwige leven.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 403.

“ Het is de plicht van het volk van God om hun lampen in orde te hebben en te laten branden, om te zijn als mannen, die wachten op de Bruidegom, wanneer Hij terug zal keren van de bruiloft. U heeft geen moment te verliezen door de grote verlossing, waarin voor u is voorzien, te verwaarlozen. De tijd van de proeftijd van de zielen loopt ten einde. Van dag tot dag wordt het lot van de mens bezegeld, en zelfs van deze gemeente weten we niet, hoe snel velen hun ogen zullen sluiten in de dood en een kleed zullen krijgen voor het graf. We moeten nu bedenken, dat ons leven snel voorbijgaat, dat we geen moment veilig zijn, tenzij ons leven met Christus in God verborgen is.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 189.

MAANDAG — 8 januari

2. DE MENS, DE KONING VAN DEZE PLANEET

A. Wat was Gods doel bij de schepping van de mens?

Genesis 1:26-27.

Genesis 1:26: En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. Genesis 1:27: En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

“Adam was een gekroonde koning in Eden. Aan hem was de heerschappij gegeven over elk levend wezen, dat God had geschapen. De Heer zegende Adam en Eva met verstand, zoals Hij niet gegeven had aan een ander schepsel. Hij maakte Adam tot de rechtmatige soeverein over al de werken van Zijn handen. De mens, gemaakt naar het goddelijke beeld, kon de glorieuze werken van God in de natuur aanschouwen en waarderen.” –Confrontation, blz. 10-11.

B. Wie werd, als gevolg van de overtreding van de mens, de vorst van deze wereld?

Johannes 12:31;

Johannes 12:31: Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden.

Johannes 14:30.

Johannes 14:30: Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets.

“Ontzaggelijke belangen stonden er voor de wereld op het spel in de strijd tussen de Vorst des lichts en de leider van het koninkrijk der duisternis. Nadat hij de mens tot zonde verleid had, eiste Satan de aarde als de zijn eigendom op, en hij noemde zichzelf de vorst dezer wereld. Nadat hij de vader en moeder van ons geslacht aan zijn eigen natuur gelijk gemaakt had, meende hij hier zijn rijk te vestigen. Hij verklaarde, dat de mensen hem als hun vorst gekozen hadden. Doordat hij de mensen beheerste, had hij ook gezag over de wereld. Christus was gekomen om Satans aanspraak te weerleggen. Als de Zoon des mensen zou Christus trouw blijven aan God. Op deze wijze zou getoond worden, dat Satan geen volledige macht over het menselijk geslacht verkregen had, en dat zijn aanspraak op de wereld onwaar was. Allen, die verlangden van zijn macht bevrijd te worden, zouden verlost worden. De heerschappij, die Adam door de zonde verloren had, zou worden teruggewonnen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 85.

C. Wat gebeurde er bij de overwinning van Christus aan het kruis?

Openbaring 12:10.

Openbaring 12:10: En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onzes Gods; en de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht is nedergeworpen.

“Het terneder werpen van Satan als de aanklager der broederen werd verwezenlijkt door het grote werk van Christus, toen Hij Zijn leven gaf. Ondanks de volhardende tegenstand van Satan werd het verlossingsplan uitgevoerd. Christus achtte de mens van voldoende waarde om Zijn leven voor hem op te offeren. Satan wist, dat het rijk, dat hij zich had toegeëigend, hem tenslotte zou worden ontnomen en was vastbesloten alles in het werk te stellen om zoveel mogelijk schepselen, die God naar Zijn beeld had geschapen, te vernietigen.” –Bijbelkommentaar, blz. 666.

DINSDAG — 9 januari

3. HOOP VOOR HET GEVALLEN GESLACHT

A. Hoeveel mensen waren gekocht door het bloed van Christus?

Hebreeën 2:9;

Hebreeën 2:9: Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.

Johannes 3:16.

Johannes 3:16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

“’U bent niet van uzelf. Want gij zijt duur gekocht’… Wat een prijs werd er betaald om het gevallen geslacht te verlossen!” –This Day With God, blz. 255.

“Bedenk eens, hoeveel het Christus heeft gekost om de hemelse hoven te verlaten en Zijn positie aan het hoofd van de mensheid in te nemen. Waarom deed Hij dit? Omdat Hij de enige was, die het gevallen geslacht kon verlossen. Er was geen mens op de wereld, die zonder zonde was. De Zoon van God stapte af van Zijn hemelse troon, legde Zijn koninklijke mantel en koninklijke kroon af en bekleedde Zijn goddelijkheid met menselijkheid. Hij kwam om voor ons te sterven, om in het graf te liggen, zoals menselijke wezens moeten, en om opgewekt te worden voor onze rechtvaardiging. Hij kwam om bekend te worden met alle verleidingen, waarmee de mens wordt bestookt. Hij stond op uit het graf en riep boven het gescheurde graf van Jozef uit: ‘Ik ben de opstanding en het leven’. Iemand, die gelijk is aan God, is voor ons door de dood gegaan. Hij heeft voor ieder mens de dood geproefd, zodat ieder mens door Hem deel kan hebben aan het eeuwige leven.” –In Heavenly Places, blz. 13.

B. Wie noemt Jezus Zijn broeders en waarom?

Hebreeën 2:11;

Hebreeën 2:11: Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.

Johannes 17:17.

Johannes 17:17: Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

“Jezus Christus is ons voorbeeld in alle dingen. Hij begon Zijn leven, maakte de ervaringen ervan door en beëindigde Zijn leven met een geheiligde menselijke wil. Hij werd op alle punten verzocht, net als wij worden, en toch, omdat Hij Zijn wil overgegeven en geheiligd hield, neigde Hij nooit in de geringste mate naar het doen van kwaad, of naar het manifesteren van rebellie tegen God… Degenen, die een geheiligde wil hebben, die eendrachtig is met de wil van Christus, zullen dag na dag hun wil gebonden zien aan de wil van Christus, die zal handelen om anderen te zegenen en op zichzelf zal reageren met goddelijke kracht. Velen ontwikkelen die dingen, die strijden tegen de ziel; want hun verlangens en hun wil zijn tegen God gericht en worden gebruikt in de dienst van Satan.

Laten we de vijand niet langer bevredigen door te klagen over de kracht van onze kwade wil; want door dit te doen voeden en bemoedigen we onze wil tegen God, en behagen de boze. Laten we bedenken, dat we kinderen van God zijn, met de belofte een heilige wil te koesteren die van God tot ons komt. ‘Zovelen als hem ontvingen, aan hen gaf hij macht om zonen van God te worden, zelfs aan hen die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van de mens, maar uit God waren geboren’.” –The Signs of the Times, 29 oktober 1894.

WOENSDAG — 10 januari

4. EEN DEELNEMER AAN VLEES EN BLOED

A. Welke natuur nam Christus aan bij Zijn incarnatie en waarom was dit nodig?

Hebreeën 2:14-16.

Hebreeën 2:14: Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel; Hebreeën 2:15: En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren. Hebreeën 2:16: Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan.

“Het zou een bijna oneindige vernedering geweest zijn voor de Zoon van God om de menselijke natuur aan te nemen, zelfs toen Adam nog onschuldig in Eden vertoefde. Maar Jezus nam de menselijke gestalte aan op het ogenblik, dat het menselijke geslacht verzwakt was door vierduizend jaar zondigen. Evenals ieder kind van Adam aanvaardde Hij de gevolgen van de werking van de grote wet der erfelijkheid. Wat deze gevolgen waren, weten we uit de geschiedenis van Zijn aardse voorvaderen. Hij kwam met zo'n erfdeel om onze smarten en beproevingen te delen, en ons een voorbeeld van een zondeloos leven te geven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 29.

“Hoewel Hij geen smet van zonde op Zijn karakter had, verwaardigde Hij zich toch om onze gevallen menselijke natuur met Zijn goddelijkheid te verbinden. Door aldus de menselijkheid aan te nemen, eerde Hij de mensheid. Nadat Hij onze gevallen natuur had overgenomen, liet Hij zien, wat die zou kunnen worden, door de ruime voorziening die Hij ervoor heeft getroffen te aanvaarden, en door deelhebber te worden van de goddelijke natuur.” – Selected Messages, bk. 3, blz. 134.

B. Wat moeten wij begrijpen over Zijn leven, hoewel Christus onze gevallen natuur heeft overgenomen?

Hebreeën 7:26;

Hebreeën 7:26: Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;

Hebreeën 4:15;

Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.

1 Petrus 2:21-22.

1 Petrus 2:21: Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen; 1 Petrus 2:22: Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;

“Hij (Christus) is ons voorbeeld in alle opzichten. Hij is een broeder in onze zwakheden, ‘in alle opzichten verzocht zoals wij’, maar als de zondeloze bezat Hij een natuur, die afschuw had voor het kwaad. Hij verduurde strijd en kwelling van zijn ziel in een wereld van zonde.” –Schreden naar Christus, blz. 112.

“Door de natuur van de mens in zijn gevallen toestand op Zich te nemen, nam Christus niet in het minst deel aan de zonde ervan. Hij was onderworpen aan de gebreken en zwakheden, waardoor de mens omgeven is, ‘opdat vervuld zou worden, wat gesproken was door Jesaja, de profeet, zeggende: ‘Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen’ (Matthéüs 8:17). Hij werd geraakt door het gevoel van onze zwakheden en werd op alle punten verzocht, net zoals wij. En toch kende Hij geen zonde. Hij was het Lam ‘onbestraffelijk en onbesmet’ (1 Petrus 1:19). Als Satan Christus ook maar in het minst tot zonde had kunnen verleiden, zou hij het hoofd van de Heiland hebben verbrijzeld. Zoals het was, kon hij alleen Zijn hiel raken. Als het hoofd van Christus was aangeraakt, zou de hoop van het menselijk geslacht zijn vergaan. Goddelijke toorn zou over Christus zijn gekomen, zoals die over Adam kwam. Christus en de gemeente zouden zonder hoop zijn geweest.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 256.

DONDERDAG — 11 januari

5. EEN BARMHARTIGE EN TROUWE HOGEPRIESTER

A. Wat voor Vriend hebben wij in het hemels heiligdom?

Hebreeën 2:17.

Hebreeën 2:17: Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.

“Hij (Christus) werd in alle dingen aan Zijn broeders gelijk gemaakt. Hij werd vlees, zoals wij dat zijn. Hij wist wat honger, dorst en vermoeidheid betekenden. Hij werd versterkt door voedsel en verkwikt door slaap. Hij was een gast en vreemdeling op aarde, in de wereld, maar niet van de wereld; verzocht en op de proef gesteld, zoals mannen en vrouwen in onze dagen verzocht en beproefd worden, terwijl Hij toch een leven leidde, dat vrij was van zonde. Teder, medelijdend, sympathiserend, altijd rekening houdend met anderen, openbaarde Hij Gods karakter. ‘Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond… vol van genade en waarheid’ (Johannes 1:14).” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 347.

B. Wat wil Christus, als mens en goddelijk, voor ieder van ons doen?

Hebreeën 2:18;

Hebreeën 2:18: Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.

Psalm 40:9.

Psalmen 40:9: Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands.

“Aangezien Jezus kwam om onder ons te wonen, weten we, dat God van onze beproevingen op de hoogte is en dat Hij mee lijdt, wanneer wij verdriet hebben. Iedere zoon en dochter van Adam mag hieruit opmaken, dat onze Schepper de vriend van zondaars is. Want in iedere leerstelling van genade, in iedere belofte van vreugde, in iedere liefdesdaad, iedere goddelijke aantrekkingskracht die naar voren komt in het leven van de Heiland op aarde, zien we 'God met ons'…

Wanneer we iets zouden moeten verdragen, dat Jezus niet heeft doorstaan, dan zou Satan aantonen, dat de kracht Gods niet voldoende was voor ons. Daarom is Jezus 'in alle dingen op gelijke wijze als wij verzocht’ (Hebreeën 4:15). Hij doorstond iedere beproeving, waaraan wij worden blootgesteld. En Hij wendde voor Zichzelf geen kracht aan, die ons niet vrijelijk wordt aangeboden. Als mens trad Hij de verzoekingen tegemoet en overwon in de kracht, die Hem door God werd gegeven… Zijn leven getuigt, dat het ook voor ons mogelijk is de wet van God te gehoorzamen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 13.

VRIJDAG — 12 januari

Terugblik

1. Waarom is het gevaarlijk om Bijbelstudie, gebed en overgave aan God te verwaarlozen?

2. Wat is het contrast tussen de kracht van de echte Vorst van het licht tegenover Satans opschepperige bewering.

3. Hoe profiteren wij van Christus’ goddelijke aanbod van verlossing?

4. Verklaar de volmaakte balans tussen Christus' goddelijke en menselijke natuur.

5. Waarom kunnen we vooral dankbaar zijn voor het werk van Christus in de hemel?