Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 30 maart 2024

Les 13: Aanmaningen om te onthouden

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden. Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende”

Hebreeën 13:12–13

“Christus moest, als onze plaatsvervanger, lijden buiten de grenzen van Jeruzalem. Hij stierf buiten de poort, waar misdadigers en moordenaars werden terechtgesteld. Vol betekenis zijn de woorden: ‘Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet, door voor ons een vloek te worden’ (Galaten 3:13).”–De Wens der Eeuwen, blz. 649.

Aanvullende studie :: -Het Bijbels Gezin, blz. 371-376.

ZONDAG — 24 maart

1. BROEDERLIJKE LIEFDE

A. Wat was het specifieke probleem van de gemeente van Efeze?

Openbaring 2:4-5.

Openbaring 2:4: Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. Openbaring 2:5: Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.

“De leden der gemeente (van Efeze) waren één in gevoelen, één in de arbeid. Liefde tot Christus was de gouden keten, die hen samenbond. Ze poogden hun Heer steeds beter te leren kennen, en in hun leven was de blijdschap en vrede van Christus zichtbaar. Ze bezochten de weduwen en de wezen in hun verdrukking, en bewaarden zich onbesmet van de wereld…

Maar na een tijd begon de ijver van de gelovigen te tanen, en hun liefde tot God en tot elkaar verkoelde. De gemeente werd koud. Sommigen vergaten de wonderbare wijze, waarop ze de waarheid hadden leren kennen. De ene leider na de andere viel op zijn post. Sommigen van de jongere arbeiders, die de last van deze pioniers hadden moeten verlichten, en op deze wijze voorbereid zouden zijn om de leiding over te nemen, kregen een afkeer van de steeds weer herhaalde waarheden. In hun verlangen naar iets nieuws en verrassends trachtten ze andere leerstellingen in te voeren, die voor velen aangenamer klonken, doch niet in overeenstemming waren met de grondbeginselen van het evangelie…

Toen deze valse leerstellingen naar voren kwamen, ontstonden er verschillen, en werden de ogen van velen afgewend van Jezus als de Leidsman en Voleinder van hun geloof. Het bespreken van onbelangrijke leerpunten en de overdenking van de aangename verdichtsels van de mens zelf, namen tijd in, die besteed had moeten worden in de verkondiging van het evangelie.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 422-423.

MAANDAG — 25 maart

2. EEN PRACHTIGE CHRISTELIJKE KWALITEIT

A. Welk christelijk kenmerk wordt door de apostel Paulus benadrukt?

Titus 1:7-8;

Titus 1:7: Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; Titus 1:8: Maar die gaarne herbergt, die de goeden liefheeft, matig, rechtvaardig, heilig, kuis;

Hebreeën 13:1-2.

Hebreeën 13:1: Dat de broederlijke liefde blijve. Hebreeën 13:2: Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd.

“”Gastvrij” wordt onder inspiratie van de Heilige Geest special genoemd als karaktertrek van iemand, die verantwoordelijkheid draagt in de gemeente. En ieder gemeentelid krijgt de opdracht: ‘wees gastvrij voor elkaar, zonder morren. Laat ieder de ander dienen met de genadegave, zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God’.

Deze vermaningen worden vreemd genoeg erg verwaarloosd. Zelfs belijdende christenen zijn te weinig werkelijk gastvrij. Ons eigen volk beschouwt gastvrijheid niet, zoals het behoort: als voorrecht en zegen. We zijn over het algemeen niet sociaal genoeg. We missen de instelling om rekening te houden met twee of drie gasten aan tafel, zonder dat we óf ons schamen, óf ons uitsloven…

God houdt niet van dat egoïstich bezig zijn met “ik en mijn gezin”….

Als de geest van gastvrijheid sterft, raakt ons hart door zelfzucht verlamd.” –Het Bijbels Gezin, blz. 371, 372, 373.

B. Noem twee Oudtestamentische voorbeelden van christelijke gastvrijheid.

Genesis 18:1-8;

Genesis 18:1: Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd. Genesis 18:2: En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde. Genesis 18:3: En hij zeide: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo gaat toch niet aan Uw knecht voorbij. Genesis 18:4: Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom. Genesis 18:5: En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij voortgaan, daarom omdat Gij tot Uw knecht overgekomen zijt. En zij zeiden: Doe zo als gij gesproken hebt. Genesis 18:6: En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken. Genesis 18:7: En Abraham liep tot de runderen, en hij nam een kalf, teder en goed, en hij gaf het aan den knecht, die haastte, om dat toe te maken. Genesis 18:8: En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.

Genesis 19:1-3.

Genesis 19:1: En die twee engelen kwamen te Sodom in den avond; en Lot zat in de poort te Sodom; en als Lot hen zag, stond hij op hun tegemoet, en boog zich met het aangezicht ter aarde. Genesis 19:2: En hij zeide: Ziet nu, mijne heren! keert toch in ten huize van uw knecht, en vernacht, en wast uw voeten; en gij zult vroeg opstaan, en gaan uws weegs. En zij zeiden: Neen, maar wij zullen op de straat vernachten. Genesis 19:3: En hij hield bij hen zeer aan, zodat zij tot hem inkeerden, en kwamen in zijn huis; en hij maakte hun een maaltijd, en bakte ongezuurde koeken, en zij aten.

“De Bijbel legt veel nadruk op het tonen van gastvrijheid.We worden niet alleen aangespoord tot gastvrijheid, omdat het onze plicht is. De Bijbel laat ook veel moois zien over getoonde gastvrijheid, en wat voor zegeningen het brengt. Het leven van Abraham is hierin een voornaam voorbeeld…

God vond zijn gastvrijheid belangrijk genoeg om hiervan in Zijn woord melding te maken. En meer dan duizend jaar later werd door de geïnspireerde apostel erop gewezen: 'Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak verleend’.

Het voorrecht van Abraham en Lot wordt ons niet onthouden. Als wij gastvrijheid verlenen aan Gods kinderen, ontvangen wij ook Zijn engelen in onze woning. Ook in onze dagen betreden engelen in mensengestalte huizen van mensen,die hen onderdak verlenen. Christenen, die in het licht van Gods aangezicht leven, worden steeds door onzichtbare engelen begeleid. En deze heilige wezens laten een zegen in ons gezin achter.” –Het Bijbels Gezin, blz. 371.

DINSDAG — 26 maart

3. HET HUWELIJK IS EERVOL

A. Wanneer heeft God het instituut huwelijk ingesteld?

Genesis 1:26-28;

Genesis 1:26: En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. Genesis 1:27: En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. Genesis 1:28: En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

Genesis 2:18,

Genesis 2:18: Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.

Genesis 2:21-24.

Genesis 2:21: Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees. Genesis 2:22: En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam. Genesis 2:23: Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is. Genesis 2:24: Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn.

Hoe zegende Christus het huwelijk in Zijn bediening?

Johannes 2:1-5.

Johannes 2:1: En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar. Johannes 2:2: En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft. Johannes 2:3: En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. Johannes 2:4: Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen. Johannes 2:5: Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.

“God zegende het eerste huwelijk in. Deze instelling heeft dus de Schepper van het heelal als oorsprong. ‘Laat het huwelijk bij allen in ere zijn’. Het is één van de eerste geschenken van God aan de mens, en het is één van de twee instellingen, die Adam na de zondeval meenam uit het Paradijs. Als je de Goddelijke principes van deze relatie kent en gehoorzaamt, is het huwelijk een zegen. Het beschermt de reinheid en het geluk van de mens. Het biedt een vervulling voor de behoefte aan social contact en het brengt de mens lichamelijk, geestelijk en moreel op een hoger niveau.

Hij, die Eva aan Adam tot hulp gaf, verrichtte Zijn eerste wonder op een bruiloftsfeest. In de feestzaal waren vrienden en familie vrolijk bijeen, toen Christus Zijn officiële dienstwerk begon. Zo gaf Hij het huwelijk Zijn zegen en erkende het als een instituut, dat Hij Zelf heeft ingesteld.

Christus eerde de huwelijksrelatie door het tot symbool te maken van de eenheid tussen Hem en Zijn verlosten. Hij Zelf is de Bruidegom. De bruid is de hemeente. Hij zegt tot Zijn uitverkorene: 'Alles is schoon aan u, mijn liefste, zonder enig gebrek zijt gij’.” –Het Bijbels Gezin, blz. 20-21.

“Zijn (Christus’) eerste wonder deed Hij tijdens een bruiloftsfeest. Zo verkondigde Hij aan de wereld, dat het huwelijk, als het zuiver en onbevlekt gehouden wordt, een heilige instelling is.” –Het Bijbels Gezin, blz. 280.

B. Wat zei Christus tegen de Farizeeën, toen hem werd gevraagd over echtscheiding?

Matthéüs 19:1-8.

Mattheüs 19:1: En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geeindigd had, dat Hij vertrok van Galilea, en kwam over de Jordaan, in de landpalen van Judea. Mattheüs 19:2: En vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze aldaar. Mattheüs 19:3: En de Farizeen kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten, om allerlei oorzaak? Mattheüs 19:4: Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw? Mattheüs 19:5: En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn; Mattheüs 19:6: Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Mattheüs 19:7: Zij zeiden tot hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten? Mattheüs 19:8: Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest.

Hoe lang moet de huwelijksgelofte duren?

Romeinen 7:1-3;

Romeinen 7:1: Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft? Romeinen 7:2: Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans. Romeinen 7:3: Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt.

1 Korinthe 7:39;

1 Korinthe 7:39: Een vrouw is door de wet verbonden, zo langen tijd haar man leeft; maar indien haar man ontslapen is, zo is zij vrij, om te trouwen, dien zij wil, alleenlijk in den Heere.

Maleáchi 2:14-16.

“Jongeren denken romantisch over het huwelijk. Hun fantasie gaat ermee aan de haal. Het valt niet mee om dit beeld te corrigeren, en hen bewust te maken van de grote verantwoordelijkheden, die de huwelijksgelofte met zich meebrengt. Deze gelofte bindt de bestemming van twee mensen samen; een band, die door niets anders dan alleen de dood verbroken kan worden.

Over het aangaan van een huwelijk moet je zorgvuldig nadenken, want het huwelijk is een stap voor heel je leven. Zowel man als vrouw moeten zorgvuldig overwegen, of zij zich voor heel hun leven, door alle wisselvalligheden van het leven heen, aan elkaar kunnen hechten.” –Het Bijbels Gezin, blz. 279.

WOENSDAG — 27 maart

4. RESPECT VOOR TROUWE LEIDERS

A. Hoe moeten gemeenteleden, in overeenstemming met de Inspiratie, hun trouwe leiders beschouwen?

Hebreeën 13:7;

Hebreeën 13:7: Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling.

1 Thessalonicensen 5:12-13.

1 Thessalonicenzen 5:12: En wij bidden u, broeders, erkent degenen, die onder u arbeiden, en uw voorstanders zijn in den Heere, en u vermanen; 1 Thessalonicenzen 5:13: En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.

“Nadrukkelijk leert de Bijbel ons, dat we ons moeten wachten om niet lichtvaardig hen te beschuldigen, die God heeft geroepen als Zijn gezanten. De apostel Petrus zegt, als hij een klas van openbare zondaars beschrijft: ‘Zulke vermetelen, vol van zelfbehagen, schromen niet de heerlijkheden te lasteren, terwijl engelen, hun meerderen in sterkte en macht, bij de Heere geen smadelijk oordeel tegen deze inbrengen’ (2 Petrus 2:10-11). En Paulus zegt in zijn onderricht aan hen, die over de gemeente zijn geplaatst: 'Gij moet geen klacht tegen een oudste aannemen, tenzij er twee of drie getuigen zijn’ (1 Timótheüs 5:19). Hij, die op mensen de zware verantwoordelijkheid heeft gelegd van leiders en leraars voor Zijn volk, zal de mens aansprakelijk stellen voor de wijze, waarop men Zijn dienstknechten behandelt. We moeten hen eren, die door God geëerd worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 349.

B. Hoe ging God met hen om, toen Aäron en Mirjam in opstand kwamen tegen het leiderschap van Mozes?

Numeri 12:1-10;

Numeri 12:1: Mirjam nu sprak, en Aaron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen. Numeri 12:2: En zij zeiden: Heeft dan de HEERE maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de HEERE hoorde het! Numeri 12:3: Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren. Numeri 12:4: Toen sprak de HEERE haastelijk tot Mozes, en tot Aaron, en tot Mirjam: Gij drie, komt uit tot de tent der samenkomst! En zij drie kwamen uit. Numeri 12:5: Toen kwam de HEERE af in de wolkkolom, en stond aan de deur der tent; daarna riep Hij Aaron en Mirjam; en zij beiden kwamen uit. Numeri 12:6: En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken. Numeri 12:7: Alzo is Mijn knecht Mozes niet, die in Mijn ganse huis getrouw is. Numeri 12:8: Van mond tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des HEEREN aanschouwt hij; waarom dan hebt gijlieden niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes, te spreken? Numeri 12:9: Zo ontstak des HEEREN toorn tegen hen, en Hij ging weg. Numeri 12:10: En de wolk week van boven de tent; en ziet, Mirjam was melaats, wit als de sneeuw. En Aaron zag Mirjam aan, en ziet, zij was melaats.

Exodus 20:12.

Exodus 20:12: Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.

“Het oordeel, waardoor Mirjam getroffen werd, noet een bestraffing zijn voor allen, die aan afgunst toegeven en die morren tegen hen, op wie God de last van Zijn werk heeft gelegd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 349.

“Ouders hebben recht op een mate van liefde en eerbied, waarop geen ander recht heeft. God Zelf, die op hen de verantwoordelijkheid heeft gelegd voor zielen, die aan hen zijn toevertrouwd, heeft bepaald, dat in de vroege levensjaren ouders de plaats van God bij hun kinderen zullen innemen. Wie het rechtmatig gezag van zijn ouders verwerpt, verwerpt hiermee het gezag van God. Het vijfde gebod eist, dat kinderen niet slechts respect, onderdanigheid en gehoorzaamheid tonen jegens hun ouders, maar ook dat ze hun liefde en tederheid bewijzen, hun lasten verlichten, zorg dragen voor hun goede naam, en hen helpen en troosten als ze oud zijn. Tevens wordt gewezen op eerbied voor evangeliedienaars en heersers en anderen, aan wie God gezag heeft verleend.” –Patriarchen en Profeten, blz. 272-273.

C. Welk Bijbels begrip is op vreemde wijze vergeten in de moderne samenleving, en maar al te vaak, waarom?

Hebreeën 13:17-18;

Hebreeën 13:17: Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig. Hebreeën 13:18: Bidt voor ons; want wij vertrouwen, dat wij een goed geweten hebben, als die in alles willen eerlijk wandelen.

Leviticus 19:32.

Leviticus 19:32: Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de HEERE!

“U stelt uw mening vaak boven mannen en vrouwen, die veel meer jaren ervaring hebben dan uzelf, en die veel beter gekwalificeerd zijn om te leiden en woorden van wijs oordeel te geven dan uzelf.” –Testimonies for the Church, vol . 2, blz. 163.

DONDERDAG — 28 maart

5. JEZUS, ALTIJD DEZELFDE

A. Wat staat er geschreven over de twee naturen van Christus?

Jesaja 9:6;

Jesaja 9:6: Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.

Johannes 1:1-3,

Johannes 1:1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Johannes 1:2: Dit was in den beginne bij God. Johannes 1:3: Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

Johannes 1:14;

Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.

Hebreeën 1:1-3,

Hebreeën 1:1: God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon; Hebreeën 1:2: Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft; Hebreeën 1:3: Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;

Hebreeën 1:6-10.

Hebreeën 1:6: En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden. Hebreeën 1:7: En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs. Hebreeën 1:8: Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter. Hebreeën 1:9: Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten. Hebreeën 1:10: En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;

“Door Zijn mensheid verbond Christus Zich met de mensheid, door Zijn goddelijkheid maakt Hij aanspraak op de troon van God. Als Zoon des mensen gaf Hij ons een voorbeeld van gehoorzaamheid; als Zoon van God geeft Hij ons de kracht om te gehoorzamen. Het was Christus, die vanuit de struik op de berg Horeb tot Mozes sprak, zeggende: ‘IK BEN, DIE IK BEN… Aldus zult gij tegen de kinderen Israëls zeggen: IK BEN heeft mij tot u gezonden’ (Exodus 3:14). Dit was de belofte van Israëls bevrijding. Toen Hij ‘de mensen gelijk’ werd, maakte Hij Zich dan ook bekend als de grote IK BEN. Het Kind van Bethlehem, de zachtmoedige en nederige Heiland, is God ‘geopenbaard in het vlees' (1 Timótheüs 3:16). En tot ons zegt Hij: ‘IK BEN de Goede Herder’. ‘IK BEN het levende Brood’. ‘IK BEN de Weg, de Waarheid en het Leven’. ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde’ (Johannes 10:11; 6:51; 14:6; Matthéüs 28:18). IK BEN de borg van iedere belofte. IK BEN; vreest niet. ‘God met ons’ is de zekerheid van onze verlossing van de zonde, de verzekering van onze kracht om de wet des hemels te gehoorzamen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 13-14.

B. Verloor Christus tijdens Zijn incarnatie iets van Zijn goddelijke eigenschappen? Verklaar. Maleáchi 3:6;

Hebreeën 13:8;

Hebreeën 13:8: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.

Jakobus 1:17.

Jakobus 1:17: Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.

“God is er altijd geweest. Hij is de grote IK BEN. De psalmist verklaart: ‘Voordat de bergen werden voortgebracht, of ooit Gij de aarde en de wereld had gevormd, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid, zijt Gij God’. Hij is de hoge en verhevene, die de eeuwigheid bewoont… Hij is oneindig en alomtegenwoordig. Geen enkel woord van ons kan Zijn grootheid en majesteit beschrijven.” –Medical Ministry, blz. 92.

VRIJDAG — 29 maart

Terugblik

1. Hoe kan ik ontsnappen aan de valkuil, die zich in Efeze voordeed?

2. Waarom is gastvrijheid zo’n waardevol bezit in de gemeente?

3. Als we de Bijbel serieus nemen, hoe moeten we dan het huwelijk begrijpen?

4. Leg de verstrekkende reikwijdte van het vijfde gebod uit.

5. Waarom is het van levensbelang voor ons om de twee naturen van Christus te koesteren?