Het Evangelie volgens Paulus: Hebreeën — SABBAT, 23 maart 2024

Les 12: Opzien naar Jezus

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Die voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God”

Hebreeën 12:2

“Als degenen, die heden het Woord Gods onderwijzen, meer en steeds meer het kruis van Christus zouden roemen, zou hun arbeid veel succesvoller zijn. Wanneer zondaars ertoe gebracht kunnen worden om ernstig naar het kruis op te zien, en wanneer zij een volle blik op de gekruisigde Heiland kunnen werpen. zullen zij zich de diepte van Gods ontferming en de schandelijkheid van hun zonde bewust worden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 154.

Aanvullende studie :: -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 163-167.

ZONDAG — 17 maart

1. ELKE LAST OPZIJLEGGEN

A. Wat weegt ons zwaar in onze christelijke wandel?

Hebreeën 12:1.

Hebreeën 12:1: Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is;

“Nijd, afgunst, boosaardigheid, achterdocht, kwaadsprekerij, hebzucht, van al deze lasten moet de christen zich ontdoen, indien hij de loop om de onvergankelijkheid met succes wil afleggen. Iedere gewoonte of handeling, die tot zonde leidt en die Christus te schande maakt, moet men laten varen, hoe groot het offer ook moge zijn. Gods zegen kan niet rusten op iemand, die de eeuwige grondbeginselen van gerechtigheid schendt. Het koesteren van één enkele zonde is voldoende om ontaarding van karakter teweeg te brengen en anderen te misleiden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 230.

B. Hoe kunnen we deze karaktergebreken overwinnen?

Hebreeën 12:2.

Hebreeën 12:2: Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.

“Bij het opzien naar Jezus krijgen wij een beter begrip van God, en door te zien worden wij veranderd. Goedheid en liefde voor onze medemensen worden een tweede natuur. Wij ontwikkelen een karakter, dat gelijk is aan Gods karakter. Naarmate wij groeien naar Zijn beeld, wordt onze mogelijkheid om God te kennen vergroot. Wij komen steeds meer in gemeenschap met de hemel, en krijgen steeds meer kracht om de rijkdom van de kennis en de wijsheid van de eeuwigheid te ontvangen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 218.

MAANDAG — 18 maart

2. DE VREUGDE VAN CHRISTUS

A. Wat was het belangrijkste motief voor Christus om voor ons te sterven?

Hebreeën 12:2 (laatste deel);

[Heb.12.2.b]

Jesaja 53:11.

Jesaja 53:11: Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.

“Door Zichzelf aan te bieden om te bemiddelen voor de overtreding van het menselijk geslacht, oefende Christus het ambt van priester uit. Als een beloning zou Hij de moeite van Zijn ziel zien en tevreden zijn. Zijn zaad moet hun dagen op aarde voor altijd verlengen.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 402.

“Wat ondersteunde Gods Zoon tijdens Zijn leven van strijd en opoffering? Hij zag de gevolgen van de arbeid van Zijn ziel, en dat stemde Hem tevreden. Terwijl Hij vooruitzag naar de eeuwigheid, zag Hij het geluk van hen, die door Zijn vernedering vergiffenis en eeuwig leven hadden ontvangen. Zijn oor ving het gejuich der verlosten op. Hij hoorde, hoe de vrijgekochten het lied van Mozes en het Lam zongen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 437.

B. Hoe kunnen wij Christus’ voorbeeld van zelfverloochening volgen?

Hebreeën 12:3;

Hebreeën 12:3: Want aanmerkt Dezen, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen.

Matthéüs 16:24.

Mattheüs 16:24: Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.

“Zij, die de zegen van heiligmaking deelachtig willen worden, moeten eerst de betekenis van zelfopoffering leren verstaan. Het kruis van Christus is de centrale steunpilaar, waaraan ‘een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid’ hangt… Het is de uiting van onze liefde voor onze medemens, die onze liefde tot God kenbaar maakt. Het is volharding in het dienen, dat rust brengt aan de ziel. Door nederige, vlijtige, getrouwe arbeid werd de welvaart van Israël bevorderd. God onderhoudt en sterkt hem, die gewillig is om te gaan op de weg van Christus.” –Van Jeruzalen tot Rome, blz. 408.

“Mannen, die heel dicht bij God leefden, die liever hun leven prijs gaven dan bewust een zonde te bedrijven, mannen, die door God werden geëerd met goddelijk licht en goddelijke kracht, beleden de zondigheid van hun natuur. Ze stelden geen vertrouwen in het vlees, zij beweerden niet over eigen gerechtigheid te beschikken, maar vertrouwden volkomen op de gerechtigheid van Christus.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 408.

“God gebiedt u met één hand: geloof, grijp Zijn machtige arm vast, en met de andere hand: liefde, bereik verloren zielen. Christus is de weg, de waarheid en het leven. Volg Hem. Wandel niet naar het vlees, maar naar de Geest. Wandel zoals Hij wandelde. Dit is de wil van God, namelijk uw heiligmaking. Het werk, dat u moet volmaken, is de wil doen van Hem, die uw leven ondersteunt tot Zijn eer. Als u voor uzelf werkt, kan het u niets opleveren. Om te werken voor het welzijn van anderen, om minder zelfzorgzaam te zijn en meer serieus om alles aan God toe te wijden, zal aanvaardbaar zijn voor Hem en beloond worden door Zijn rijke genade.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 170.

DINSDAG — 19 maart

3. DE VADER-KINDRELATIE

A. Hoe gaat een liefhebbende vader om met zijn dwalende kinderen?

Hebreeën 12:5-11;

Hebreeën 12:5: En gij hebt vergeten de vermaning, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijkt niet, als gij van Hem bestraft wordt; Hebreeën 12:6: Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt. Hebreeën 12:7: Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?) Hebreeën 12:8: Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen. Hebreeën 12:9: Voorts, wij hebben de vaders onzes vleses wel tot kastijders gehad, en wij ontzagen hen; zullen wij dan niet veel meer den Vader der geesten onderworpen zijn, en leven? Hebreeën 12:10: Want genen hebben ons wel voor een korten tijd, naar dat het hun goed dacht, gekastijd; maar Deze kastijdt ons tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden deelachtig worden. Hebreeën 12:11: En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn.

Openbaring 3:19.

Openbaring 3:19: Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.

“David leerde wijsheid van de wijze, waarop God met hem omging, en boog zich nederig onder de kastijding van de Allerhoogste. De getrouwe weergave van zijn ware toestand door de profeet Nathan maakte David bekend met zijn eigen zonden en hielp hem deze weg te doen. Hij nam zachtmoedig de raad aan en vernederde zich voor God…

Onze Heer heeft gezegd: 'allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik’. ‘Want alle tucht schijnt op het ogenblik geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid’. Hoewel de discipline bitter is, wordt die toegepast door de tedere liefde van een Vader, 'opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid’.” —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 556.

B. Wat is Gods doel voor ons in onze beproevingen?

Matthéüs 5:4.

Mattheüs 5:4: Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.

“God ‘immers niet van harte bedrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen’ (Klaagliederen 3:33). Wanneer Hij beproevingen en smarten toelaat, is dat ‘tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan Zijn heiligheid' (Hebreeën 12:10). Indien de beproeving in het geloof aanvaard wordt, zal datgene, wat zo bitter en moeilijk te dragen schijnt, een zegen blijken te zijn. De wrede slag, die de vreugden der aarde doet verdwijnen, zal het middel zijn, waardoor onze ogen op de hemel gericht worden. Hoevelen zijn er, die nooit Jezus gekend zouden hebben, indien smart hen er niet toe had gebracht troost bij Hem te zoeken!

De beproevingen des levens zijn Gods werklieden, die de onreinheden en ruwheid van ons karakter moeten wegnemen. Hun hakken, schuren en schaven, hun polijsten en glanzen vormen een pijnlijk proces; het is hard om op de slijpsteen gedrukt te worden. Maar de steen wordt tevoorschijn gebracht, gereed om zijn plaats in te nemen in de hemelse tempel. De Meester besteedt niet zoveel zorgvuldig, degelijk werk aan nutteloos materiaal. Alleen Zijn kostbare stenen worden gepolijst om te worden gebruikt voor een paleis.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 14-15.

“Het is God, die u door moeilijke plaatsen heeft geleid. Hij had een bedoeling hiermee, dat verdrukking in u geduld zou bewerken, en geduld ervaring, en ervaring hoop. Hij liet toe, dat beproevingen over u kwamen, zodat u daardoor de vreedzame vruchten van gerechtigheid zou kunnen ervaren.

God leidde u door verdrukking en beproevingen, zodat u een volmaakter vertrouwen in Hem zou hebben, en dat u minder aan uw eigen oordeel zou denken.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 416.

WOENSDAG — 20 maart

4. HEILIGHEID VOLGEN

A. Wat is de bedoeling van heiligheid en heiligmaking?

1 Thessalonicensen 4:3-7;

1 Thessalonicenzen 4:3: Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij; 1 Thessalonicenzen 4:4: Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer; 1 Thessalonicenzen 4:5: Niet in kwade beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, die God niet kennen. 1 Thessalonicenzen 4:6: Dat niemand zijn broeder vertrede, noch bedriege in zijn handeling; want de Heere is een wreker over dit alles, gelijk wij u ook te voren gezegd en betuigd hebben. 1 Thessalonicenzen 4:7: Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking.

1 Thessalonicensen 5:23-24.

1 Thessalonicenzen 5:23: En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus. 1 Thessalonicenzen 5:24: Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.

“'Want dit wil God’, schreef de apostel Paulus, 'uw heiligmaking' (1 Thessalonicensen 4:3). De heiligmaking van de gemeente is het doel van God in al Zijn handelingen met Zijn volk. Hij heeft Zijn volk verkozen van eeuwigheid af, opdat het heilig zou zijn. Hij gaf Zijn Zoon om voor de mensen te sterven, zodat ze geheiligd mochten zijn door gehoorzaamheid aan de waarheid, ontdaan van alle eigen kleinheid. Hij eist van hen een persoonlijk werk, een persoonlijke overgave. God kan alleen dan geëerd worden door hen, die voorgeven in Hem te geloven, als ze gevormd zijn naar Zijn beeld en geleid worden door Zijn Geest. Dan kunnen ze, als getuigen van de Heiland, bekendmaken wat goddelijke genade voor hen tot stand heeft gebracht.

Ware heiligmaking is het gevolg van een uitleven van het beginsel der liefde. 'God is liefde; en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem' (1 Johannes 4:16). Het leven van degene, in wiens hart Christus woont, zal daadwerkelijke godsvrucht openbaren. Het karakter zal rein, verheven, veredeld en verheerlijkt zijn. Een zuivere leer zal samengaan met werken der gerechtigheid. Hemelse voorschriften zullen gepaard gaan aan heilige beginselen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 407-408.

B. Wat is één van de belangrijkste agenten van onze heiligmaking?

Johannes 17:17.

Johannes 17:17: Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

“Terwijl de duisternis dikker wordt en de dwaling toeneemt, moeten wij een degelijke kennis van de waarheid verkrijgen en bereid zijn om onze stelling te handhaven uit de Schriften.

Wij moeten geheiligd worden door de waarheid, en geheel en al aan God toegewijd wezen, en op zulk een wijze onze heilige belijdenis beleven, dat de Heer steeds meerder licht op ons kan afschijnen, en dat wij licht mogen zien in Zijn licht, en gesterkt mogen worden door Zijn kracht.” –Eerste Geschriften, blz. 118-119.

“’Het geloof komt uit het horen, en het horen door het Woord van God’ ( Romeinen 10:17). De Schrift is het grote middel bij de verandering van het karakter. Christus had gebeden: 'Heilig hen in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid' (Johannes 17:17). Als Gods Woord bestudeerd en gehoorzaamd wordt, werkt het in het hart en neemt elke onheilige eigenschap weg. De Heilige Geest komt om te overtuigen van zonde, en het geloof, dat in het hart ontspringt, werkt door liefde tot Christus, en verandert in ons lichaam, ziel en geest naar Zijn beeld. Dan kan God ons gebruiken om Zijn wil te volbrengen. De kracht, die ons gegeven wordt, werkt van binnenuit, en brengt ons ertoe aan anderen de waarheid mee te delen, die ons is toevertrouwd.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 53-54.

DONDERDAG — 21 maart

5. DE HEILIGE GEEST EN HEILIGMAKING

A. Hoe kunnen wij de gerechtigheid van Christus in ons leven ontvangen?

Matthéüs 5:6;

Mattheüs 5:6: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

Hebreeën 10:37- 39.

Hebreeën 10:37: Want: Nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven. Hebreeën 10:38: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen. Hebreeën 10:39: Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen, die geloven tot behouding der ziel.

“Het gevoel van onwaardigheid zal het hart ertoe brengen te hongeren en te dorsten naar gerechtigheid, en dit verlangen zal niet teleurgesteld worden. Zij, die in hun hart plaats maken voor Jezus, zullen Zijn liefde verwerven. Allen, die verlangen de gelijkenis van Gods karakter te dragen, zullen tevreden gesteld worden. De Heilige Geest laat de ziel, die op Jezus ziet, nooit hulpeloos staan. Hij neemt uit de dingen van Christus en toont ze hem. Indien het oog op Christus gevestigd blijft, houdt het werk van de Geest niet op, totdat de ziel in overeenstemming is gebracht met Zijn beeld. Het zuivere element van liefde zal de ziel verruimen, en aan haar het vermogen geven voor hogere bekwaamheden, voor bredere kennis aangaande de hemelse dingen, zodat de ziel niet hoeft te berusten in een tekort aan volheid. (Zie Matthéüs 5:6).” –De Wens der Eeuwen, blz. 254.

“Door voortdurend met het oog des geloofs op Jezus te zien, zullen wij kracht ontvangen. God zal de kostbaarste openbaringen geven aan Zijn volk, dat daarnaar hongert en dorst. Zij zullen ontdekken, dat Christus een persoonlijke Heiland is. Wanneer zij zich voeden met Zijn woord, bemerken ze, dat het geest en leven is. Het woord vernietigt de natuurlijke, aardse natuur en schenkt een nieuw leven in Christus Jezus. De Heilige Geest komt tot de ziel als een Trooster. Door de hervormende macht van Zijn genade wordt het beeld van God in de discipel weergegeven; hij wordt een nieuw achepsel! Liefde neemt de plaats in van haat, en het hart ontvangt de goddelijke gelijkenis. Dit is de betekenis van ‘leven van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat’. Dat is het eten van het Brood, dat uit de hemel nederdaalt.” –De Wens der Eeuwen, blz. 336-337.

“Voor de zonde, waar die ook wordt gevonden, is God ‘een verterend vuur’ (Hebreeën 12:29). In allen, die zich aan Zijn kracht onderwerpen, zal de Geest van God de zonde verteren. Maar wanneer de mensen aan de zonde vasthouden, worden ze ermee vereenzelvigd. Dan moet de heerlijkheid van God, die de zonde vernietigt, ook hen vernietigen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 79.

VRIJDAG — 22 maart

Terugblik

1. Wat zijn enige lasten, die mijn loop naar onsterfelijkheid kunnen belemmeren?

2. Hoe kan ik delen in de vreugde, die Christus motiveerde, toen Hij op aarde was?

3. Leg de evenwichtige verantwoordelijkheid van een goede, liefdevolle vader uit.

4. Wat gebeurt er, als we ons verdiepen in de Bijbel en de leer ervan toepassen?

5. Waarom zijn eerbied en godvruchtige vrees vandaag de dag zo belangrijk en toch zo zeldzaam?