Schatten der waarheid, deel 4 Het christelijke leven uitleven — SABBAT, 2 december 2023

Les 9: Jezus stierf mijn dood

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want hetgeen voor de wet onmogelijk was, omdat zij door het vlees krachteloos was, heeft God Zijn Zoon zendende in gelijkheid van het zondige vlees, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees”

Romeinen 8:3

“Toen de mens, verleid door Satan, ongehoorzaam was aan de goddelijke wet, kon God die wet niet veranderen, zelfs niet om het verloren ras te redden. God is liefde; Zijn wet is een uitdrukking van Zijn karakter. Zijn wet veranderen zou Zichzelf verloochenen zijn; het zou de principes omverwerpen, waarmee het welzijn van het hele universum is verbonden.” –Bible Training School, 1 februari 1908.

Aanvullende studie :: -Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 371-380.

ZONDAG — 26 november

1. De wet

A. Wat bevrijdt, volgens de wet van het huwelijk, een vrouw van haar eerste echtgenoot?

Romeinen 7:2;

Romeinen 7:2: Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans.

1 Korinthe 7:39.

1 Korinthe 7:39: Een vrouw is door de wet verbonden, zo langen tijd haar man leeft; maar indien haar man ontslapen is, zo is zij vrij, om te trouwen, dien zij wil, alleenlijk in den Heere.

B. Is het wettig voor iemand om de eerste echtgenoot te doden?

Exodus 20:13;

Exodus 20:13: Gij zult niet doodslaan.

Johannes 8:44.

Johannes 8:44: Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.

C. Waarom moet de wettigheid van de wet worden gehandhaafd in het verlossingsplan om de zondaar te redden?

Psalm 85:11;

Psalmen 85:11: De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen.

Daniël 9:7.

Daniël 9:7: Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.

“Toen de Zoon van God de plaatsvervanger van de mens werd en de vloek droeg, die op de mens zal komen, beloofde Hij Zichzelf namens het ras om de eer van de wet van God te handhaven. De Vader heeft de wereld in de handen van Christus gegeven, opdat Hij door Zijn middelaarswerk de zondaar kan redden en de aanspraken van de wet volledig kan rechtvaardigen. Zijn opdracht was om de mensen te overtuigen van zonde, wat de overtreding van de wet is, en door de verdiensten van Zijn bloed, en door Zijn bemiddeling moest Hij hen weer tot gehoorzaamheid brengen. Door het offer van Christus kon de wet worden gehandhaafd en kon de zondaar vergeving ontvangen, niet alleen bevrijd van de macht van de zonde, maar vernieuwd ‘naar het evenbeeld van Hem, die hem geschapen heeft’. (Kolossensen 3:10).” –Bible Training School, 1 februari 1908.

MAANDAG — 27 november

2. De wettigheid van verlossing

A. Aangezien er ook barmhartigheid nodig is en de wet daar niet in kan voorzien, wat was er dan nodig om verlossing te brengen?

Romeinen 8:3-4.

Romeinen 8:3: Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Romeinen 8:4: Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

“Zonder de verdiensten van het bloed van een gekruisigde en opgestane Verlosser kon de gevallen mens nooit voldoen aan de eisen van de wet.” –The Signs of the Times, 18 augustus 1890.

“We hebben nooit bekend gemaakt, noch in preken van onze predikanten, noch in de duizenden pagina’s van ons drukwerk, dat over de hele wereld verspreid is, dat er enige kracht in de wet is om de zondaar te redden. Integendeel, het is keer op keer herhaald door onze sprekers en schrijvers, dat de wet niet de macht heeft om de overtreder te verlossen van de gevolgen van zijn zonde.” –The Signs of the Times, 18 juli 1878.

“Wanneer de zondaar wordt overtuigd door het licht van de wet, dan heeft hij een werk te doen: berouw ten opzichte van God vanwege het overtreden van Zijn wet, en geloof ten opzichte van onze Heer Jezus Christus, de plaatsvervanger en borg van de zondaar. Dan kunnen vergiffenis en gratis redding van hem zijn. Maar Jezus Christus zal nooit iemand redden, die kennis heeft van de wet van God, maar leeft in overtreding ervan.” –The Signs of the Times, 7 maart 1878.

B. Wat werd Jezus om mijn Verlosser te zijn, omdat wij in slavernij waren van de zonde?

2 Korinthe 5:21.

2 Korinthe 5:21: Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

“Om de mens te verheffen moest Christus hem bereiken, waar hij was. Hij nam de menselijke natuur aan en droeg de zwakheden en ontaarding van het ras. Hij, die geen zonde kende, werd zonde voor ons. Hij vernederde Zich tot de diepste diepten van menselijk leed, opdat Hij bevoegd zou zijn om de mens te bereiken en hem uit de vernedering te halen, waarin de zonde hem had gestort.” –Selected Messages, bk . 1, blz. 268.

“De ongerechtigheid van mensen was op Christus gelegd; Hij werd als een overtreder gerekend, opdat Hij hen zou kunnen verlossen van de vloek van de wet… De terugtrekking van het goddelijke gelaat van de Heiland, in dit uur van opperste angst, doorboorde Zijn hart met een verdriet, dat nooit volledig door de mens kan worden begrepen. Elke pijn, die de Zoon van God aan het kruis doorstond, de bloeddruppels die van Zijn hoofd, Zijn handen en voeten vloeiden, de stuiptrekkingen van pijn die Zijn gestel teisterden, en de onuitsprekelijke angst die Zijn ziel vervulde bij het verbergen van Zijn Vaders gezicht van Hem, spreken tot de mens en zeggen: Het is uit liefde voor u, dat de Zoon van God erin toestemt, dat deze gruwelijke misdaden op Hem worden gelegd; voor u bederft Hij het domein van de dood, en opent de poorten van het Paradijs en het onsterfelijke leven… Hij, de zondedrager, ondergaat gerechtelijke straffen voor ongerechtigheid en wordt de zonde zelf voor de mens.” –The Spirit of Prophecy, vol. 3, blz. 162, 163.

DINSDAG — 28 november

3. Zondige menselijke natuur

A. Beschrijf de menselijke natuur, die Jezus op Zich nam.

Hebreeën 2:14-18;

Hebreeën 2:14: Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel; Hebreeën 2:15: En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren. Hebreeën 2:16: Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan. Hebreeën 2:17: Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen. Hebreeën 2:18: Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.

Hebreeën 7:26;

Hebreeën 7:26: Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;

2 Timótheüs 2:8.

2 Timotheüs 2:8: Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie;

“Denk na over de vernedering van Christus. Hij nam de gevallen, lijdende, menselijke natuur, ontaard en door zonde verontreinigd, op Zich. Hij nam onze smarten op Zich en droeg ons verdriet en onze schande. Hij verdroeg alle verzoekingen, waaraan mensen blootstaan. Hij verenigde het menselijke met het goddelijke; in een tempel van vlees woonde een goddelijke geest.” –Bijbelkommentaar, blz. 236.

“Het zou een bijna oneindige vernedering geweest zijn voor de Zoon van God om de menselijke natuur aan te nemen zelfs, toen Adam nog onschuldig in Eden vertoefde. Maar Jezus nam de menselijke gestalte aan op het ogenblik, dat het menselijk geslacht verzwakt was door vierduizend jaar zondigen. Evenals ieder kind van Adam aanvaardde Hij de gevolgen van de werking van de grote wet der erfelijkheid. Wat deze gevolgen waren, weten we uit de geschiedenis van Zijn aardse voorvaderen. Hij kwam met zo’n erfdeel om onze smarten en beproevingen te delen en ons een voorbeeld van een zondeloos leven te geven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 29.

“Als Hij niet volledig mens was geweest, had Christus niet onze plaatsvervanger kunnen zijn. Hij kon in de menselijkheid niet die volmaaktheid van karakter hebben uitgewerkt, die het voorrecht van iedereen is om te bereiken. Hij was het licht en het leven van de wereld. Hij kwam naar deze aarde om namens mensen te werken, zodat ze niet langer onder de controle van satanische machten zouden staan. Maar hoewel Hij de menselijke natuur droeg, was Hij voor Zijn leven afhankelijk van de Almachtige. In Zijn menselijkheid legde Hij beslag op de goddelijkheid van God; en elk lid van de menselijke familie heeft het voorrecht om dit te doen. Christus deed niets, wat de menselijke natuur niet zou kunnen doen, als ze deel heeft aan de goddelijke natuur.” –The Signs of the Times, 17 juni 1897.

B. Waarom moest Jezus onze menselijke natuur aannemen?

Hebreeën 2:10;

Hebreeën 2:10: Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.

Hebreeën 7:26.

Hebreeën 7:26: Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;

“Christus was werkelijk mens, en Hij leverde het bewijs van Zijn menselijkheid door een mens te worden. En toch was Hij God in het vlees.” –Bijbelkommentaar, blz. 550.

“Tegen een oneindige prijs, en door een proces, dat zowel voor engelen als voor mensen mysterieus is, nam Christus de menselijkheid aan. Zijn goddelijkheid verbergend, Zijn heerlijkheid terzijde leggend, werd Hij als baby geboren in Bethlehem. In het menselijk vlees leefde Hij de wet van God uit, opdat Hij de zonde in het vlees zou veroordelen, en tot hemelse wezens zou getuigen, dat de wet tot leven was verordineerd, om het geluk, de vrede en het eeuwige welzijn van allen, die gehoorzamen, te verzekeren.” –The Youth’s Instructor, 20 juli 1899.

WOENSDAG — 29 november

4. Volmaaktheid

A. Beschrijf het leven van Jezus, terwijl Hij op aarde was.

Filippensen 2:5-8;

Filippenzen 2:5: Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Filippenzen 2:6: Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Filippenzen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; Filippenzen 2:8: En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

Lukas 2:51-52.

Lukas 2:51: En Hij ging met hen af, en kwam te Nazareth, en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart. Lukas 2:52: En Jezus nam toe in wijsheid, en in grootte, en in genade bij God en de mensen.

“De maatstaf van gerechtigheid van de Heer blijft zo vast als Zijn eeuwige troon. Het is Zijn heilige wet, en omdat geen enkel voorschrift van deze wet veranderd kon worden om de mens in zijn gevallen toestand tegemoet te komen, stemde de Vader ermee in om Zijn eniggeboren Zoon te geven om te sterven. Om de wet af te schaffen? Neen; maar om de zondaar te redden. Het kruis van Golgotha is het onweerlegbare argument met betrekking tot de eeuwigheid van de wet van Jehova. Toen de grote Leraar Zijn bergrede hield, waarmee Hij de onveranderlijkheid van de wet van God aantoonde, legde Hij de wet uit, dat Hij Zichzelf gaf.” –The Review and Herald, 21 maart 1893.

“Zoals het offer voor ons volledig was, zo zal ons herstel van de verontreiniging door zonde volledig zijn. Er is geen daad van goddeloosheid, die de wet zal verontschuldigen; er is geen ongerechtigheid, die aan haar veroordeling zal ontsnappen. Het leven van Christus was een volmaakte vervulling van elk voorschrift van de wet. Hij zei: ‘Ik heb de geboden van Mijn Vader bewaard’ (Johannes 15:10). Zijn leven is onze maatstaf voor gehoorzaamheid en dienstbaarheid.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 312.

“De vijandschap, gezet tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw, was bovennatuurlijk. Met Christus was de vijandschap in zekere zin natuurlijk; in een andere zin was het bovennatuurlijk, omdat menselijkheid en goddelijkheid werden gecombineerd. En nooit werd de vijandschap zo sterk ontwikkeld als, toen Christus een bewoner van deze aarde werd. Nooit eerder was er een wezen op aarde geweest, dat de zonde met zo’n volmaakte haat haatte als Christus. Hij had zijn bedrieglijke, verdwaasde macht op de heilige engelen gezien, en al Zijn krachten werden er tegen ingezet.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 254.

B. Beschrijf het niveau van Christus’ volmaaktheid.

Hebreeën 4:14-16;

Hebreeën 4:14: Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

1 Petrus 2:21-24.

1 Petrus 2:21: Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen; 1 Petrus 2:22: Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden; 1 Petrus 2:23: Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt; 1 Petrus 2:24: Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.

“Ieder kan op zijn terrein het christelijke karakter bereiken. Door het offer van Christus is een voorziening getroffen voor de gelovige om alle dingen te ontvangen, die dienen tot leven en godsvrucht. God roept ons op te streven naar het bereiken van de maatstaf van volmaaktheid, en Hij houdt ons het voorbeeld van Christus’ karakter voor ogen. De Heiland toonde in Zijn menselijkheid, die volmaakt was door een leven van voortdurende afwijzing van het kwade, door samenwerking met de Godheid het reeds in dit leven voor menselijke wezens mogelijk is om volmaaktheid van karakter te bereiken. Dit is Gods verzekering aan ons, dat wij een algehele overwinning kunnen behalen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz, 387.

DONDERDAG — 30 november

5. Verandering

A. Wat gebeurt er, als we de dood van Christus in onze zondige menselijke natuur voor ons aannemen?

2 Korinthe 5:17.

2 Korinthe 5:17: Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.

“Het waren niet alleen de knagende hongergevoelens, die Zijn lijden onuitsprekelijk zwaar maakten, maar het was de schuld van de zonden van de wereld, die zo zwaar op Hem (Christus) drukte. Hij, die geen zonde kende, was voor ons tot zonde gemaakt.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 372.

“De mens heeft een kracht buiten en boven zichzelf nodig om hem te herstellen naar de gelijkenis van God; maar omdat hij goddelijke hulp nodig heeft, maakt niet dat menselijke activiteit onbelangrijk is. Geloof van de kant van de mens is vereist; want het geloof werkt door liefde en zuivert de ziel. Het geloof legt beslag op de verdienste van Christus. Het is niet de bedoeling van de Heer, dat de menselijke kracht verlamd moet worden; maar door met God samen te werken, kan de kracht van de mens ten goede worden gebruikt. Het is niet Gods bedoeling, dat onze wil vernietigd zal worden; want juist door deze eigenschap moeten we het werk volbrengen, dat Hij wil dat we het doen, zowel thuis als er buiten.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 375-376.

B. Wat gebeurt er met het menselijk hart bij deze verandering?

Ezechiël 36:26-27.

Ezechiël 36:26: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Ezechiël 36:27: En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.

“De losprijs, die door Christus is betaald, is voldoende voor de verlossing van alle mensen; maar het zal alleen baten voor hen, die nieuwe schepselen in Christus Jezus worden, trouwe onderdanen van Gods eeuwigdurende koninkrijk. Zijn lijden zal de niet-berouwvolle, ontrouwe zondaar niet beschermen tegen straf. De mens moet samenwerken met goddelijke kracht en zijn menselijke inspanning leveren om de zonde te onderwerpen en volkomen in Christus te staan. Het werk van Christus was om de mens in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, hem te genezen, door goddelijke kracht. Het is de taak van de mens om door geloof beslag te leggen op de verdiensten van Christus en samen te werken met de goddelijke agenten om een rechtschapen karakter te vormen.” –North Pacific Union Gleaner, 17 februari 1909.

VRIJDAG — 1 december

Terugblik

1. Waarom is het zo belangrijk om de geldigheid van de wet van God te handhaven?

2. Waarom moest Jezus zonde worden (de eerste echtgenoot) om de mensheid redding te brengen?

3. Beschrijf de menselijke natuur van Christus.

4. Wat voor soort leven leidde Jezus in de zondige menselijke natuur?

5. Hoe wordt het zondige menselijke hart veranderd?

Eerste Sabbatgaven voor de renovatie van de kapel in Belém, SP, Brazilië

De stad São Paulo is een gemeente in de gelijknamige Braziliaanse staat. Het is de 4e meest bevolkte stad ter wereld. São Paulo werd in 1554 gesticht door Jezuïetenpriesters en tegenwoordig is 58% van de inwoners katholiek, 22% protestant en de overigen belijden andere godsdiensten. In deze stad arriveerden de eerste hervormers in Brazilië en verspreidden zich al snel naar andere regio’s van het land. Aangezien São Paulo de grootste stad van Brazilië is, bleven velen hier om het evangelie te prediken, zielen voor Christus te winnen en huizen van aanbidding voor onze grote God te bouwen; en in deze geest begon het bouwen van de kerk van Belém (of zoals we er liefkozend naar verwijzen, “Belenzinho”).

Deze kerk staat nabij het centrum van de stad, met een uitgestrekt veld voor zendingswerk in de buurt. Het is al lang voorspoedig en in de loop der jaren hebben er veel veranderingen plaatsgevonden. Tegenwoordig zet het zijn geestelijk leven voort, werkt het met kinderen en ouderen uit de omgeving en is het, door de genade van God, geslaagd in dit voorspoedige en gezegende werk. Als een van de eerste tempels van aanbidding van onze broeders en zusters hier in Brazilië, is de kerk van Belém veerkrachtig geweest en heeft zichzelf onderhouden, ondanks de moeilijkheden die haar werden opgelegd. Dit huis van aanbidding, ingehuldigd op 15 oktober 1943, heeft altijd erediensten gehouden, net zoals het nu nog gaat.

Echter, lijdend als gevolg van de hoge leeftijd, is de bouwstructuur in Belém niet langer zo sterk als het geloof van de gelovigen, die hier samenkomen om te aanbidden. Dus, zelfs met een mooie en lange geschiedenis, heeft de voormalige ontmoetingsplaats van de Braziliaanse Unie de dringende financiële hulp nodig van onze broeders en zusters over de hele wereld om een brede reformatie van dit huis van aanbidding door te voeren, zodat alle eer en heerlijkheid aan de allerhoogste God kunnen worden aangeboden in een gebouw, dat het belang van dergelijke daden eer aandoet. We danken alle gevers voor hun vriendelijke medewerking, en moge God onze broeders en zusters zegenen, die ons zullen helpen dit baken van licht hoog te houden, dat jarenlang de voetstappen heeft verlicht van hen, die Jezus zoeken en de stormachtige paden van de zonde verlaten.

–Uw broeders en zusters van de “Belenzinho” Gemeente