Schatten der waarheid, deel 4 Het christelijke leven uitleven — SABBAT, 11 november 2023

Les 6: Vijgenbladeren of wol van lammeren?

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet; en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving”

Hebreeën 9:22

“De goede werken van Gods volk hebben een sterkere invloed dan woorden.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 443.

Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 26-36.

ZONDAG — 5 november

1. Leven met de menselijkheid

A. Beschrijf de verbinding, die God zoekt met de menselijkheid, zowel nu als tot in de eeuwigheid.

Exodus 25:8;

Exodus 25:8: En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.

Openbaring 21:1-3.

Openbaring 21:1: En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. Openbaring 21:2: En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. Openbaring 21:3: En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.

B. Is het mogelijk, omdat Hij een persoonlijke verbinding wil, om vriendschap te sluiten met degenen, die tegen Zijn principes zijn, en waar zijn de specifieke verschillen?

Matthéüs 6:24;

Mattheüs 6:24: Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.

Jakobus 4:4;

Jakobus 4:4: Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld.

2 Korinthe 6:14-18.

2 Korinthe 6:14: Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? 2 Korinthe 6:15: En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige? 2 Korinthe 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn. 2 Korinthe 6:17: Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen. 2 Korinthe 6:18: En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

“Van de volgelingen van Christus wordt verlangd, dat zij uit de wereld komen, afgescheiden zijn en het onreine niet aanraken, en zij hebben de belofte de zonen en dochters te zijn van de Allerhoogste, leden van de koninklijke familie. Maar als de voorwaarden van hun kant niet worden nageleefd, zullen ze niet, kunnen niet, de vervulling van de belofte realiseren.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 441.

C. Verklaar onze plicht tegenover de mensen van de wereld.

Johannes 17:15-16;

Johannes 17:15: Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. Johannes 17:16: Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.

Matthéüs 5:16.

Mattheüs 5:16: Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

“De Heer wilde Zijn volk in de wereld hebben, maar niet van de wereld. Ze moeten proberen de waarheid voor de mensen op hoge posten te brengen en aan hen een eerlijke kans te geven om te ontvangen en bewijs te overwegen. Er zijn velen, die niet verlicht en niet geïnformeerd zijn, en als individuen hebben we een ernstig, plechtig, wijs werk te doen. We moeten zielenlast hebben voor degenen, die op hoge posten staan, en naar hen toe gaan met de genadige uitnodiging om naar het bruiloftsfeest te komen. Er had veel meer kunnen worden gedaan dan er is gedaan voor hen op hoge posten.” –Testimonies to Ministers, blz. 198.

MAANDAG — 6 november

2. Een kleed van licht

A. Waarom onderzoeken we het begin van de wereld om Gods ideaal te zien en het soort kleding, dat onze eerste ouders droegen?

Genesis 1:27,

Genesis 1:27: En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

Genesis 1:31;

Genesis 1:31: En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

Psalm 104:1-2.

Psalmen 104:1: Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid. Psalmen 104:2: Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.

“Vóór de intrede van de zonde waren Adam en Eva omgeven door een helder en prachtig licht, het licht van God. Dat licht verlichtte alles, wat zij benaderden. Er was niets, dat hun waarneming van het karakter of de werken van God verduisterde. Maar toen zij bezweken voor de verzoeker, verliet het licht hen. Doordat zij de klederen der heiligheid verloren, verloren zij het licht, dat de natuur had verlicht. Zij konden het niet langer duidelijk waarnemen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 395-396.

“Voor zijn val was Adam vrij van de gevolgen van de vloek. Toen hij werd aangevallen door de verleider, waren geen van de gevolgen van de zonde op hem. Hij was volmaakt geschapen in denken en handelen. Maar hij zwichtte voor de zonde en viel van zijn hoge en heilige staat.” –Selected Messages, bk. 3, blz. 141.

B. Welke verandering vond er plaats, zodra de zonde binnenkwam en wat symboliseert het?

Genesis 2:25;

Genesis 2:25: En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.

Genesis 3:7 (eerste deel);

[Gen.3.7.a]

Openbaring 3:17.

Openbaring 3:17: Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.

“De bedekking van licht rond hen [onze eerste ouders] verdween al snel, en onder een gevoel van schuld en verlies van hun goddelijke bedekking, werden ze bevangen door een rilling en ze probeerden hun blootgestelde vormen te bedekken.” –The Spirit of Prophecy, vol . 1, blz. 40.

“Na de overtreding van Adam en Eva waren ze naakt, want het gewaad van licht en zekerheid was van hen weggegaan.” –Last Day Events, blz. 249.

“De mens werd ‘in den beginne’ naar Gods beeld geschapen. Dit had zowel betrekking op zijn karakter als op zijn verschijningsvorm. Door de zonde is het goddelijke in de mens ontaard en bijna geheel verdwenen. Christus is echter gekomen om te herstellen. wat verloren ging. Hij zal onze vernederde lichamen veranderen en ze gelijkvormig maken aan Zijn verheerlijkt lichaam. Het sterfelijke, vergankelijke lichaam, ontdaan van zijn heerlijkheid en eens bezoedeld door de zonde, wordt volmaakt, schoon en onsterfelijk. Alle gebreken en misvormingen blijven in het graf achter. De verlosten krijgen weer toegang tot de boom des levens in het lang geleden verloren paradijs en zullen opgroeien tot de volle gestalte van de mensheid in haar oorspronkelijke luister (zie Maleáchi 4:2). De laatste sporen van de vloek zullen worden verwijderd en Christus’ trouwe volgelingen zullen verschijnen in ‘de schoonheid van de Here onze God’ om in geest en lichaam het volmaakte beeld van hun Here te weerkaatsen. Wat een wonderbaarlijke verlossing! zo lang besproken en verwacht, maar nooit ten volle begrepen.” –De Grote Strijd, blz. 595.

DINSDAG — 7 november

3. Eigengerechtigheid

A. Hoe presenteerden Adam en Eva zich in hun eigengerechtigheid voor God, zoals uitgedrukt in hun kleding?

Genesis 3:7-11.

Genesis 3:7: Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten. Genesis 3:8: En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, aan de wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs. Genesis 3:9: En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? Genesis 3:10: En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. Genesis 3:11: En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt?

“Na zijn overtreding beelde Adam zich eerst in, dat hij geestelijk hoger stond. Maar spoedig vervulde de gedachte aan zijn zonde hem met schrik. De atmosfeer, die tot nu toe aangenaam en gelijkmatig was, scheen het schuldige mensenpaar te verkillen. De liefde en vrede, die de hunne was geweest, was verdwenen, en in plaats daarvan hadden ze een schuldgevoel, angst voor de toekomst, en voelden ze zich naakt. Het lichtgewaad, dat hen omgaf, verdween, en in plaats daarvan trachtten ze zelf een bedekking te maken; want ze konden niet naakt voor de ogen van God en heilige engelen verschijnen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 31.

“Het karakter van iemand wordt beoordeeld naar de wijze, waarop men zich kleedt. Een verfijnde smaak, een beschaafde geest zullen geopenbaard worden in de keuze van eenvoudige, gepaste kleding. Wanneer een kuise eenvoud in de kleding samen gaat met bescheidenheid, zal dat een jonge vrouw omgeven met een atmosfeer van geheiligde terughoudendheid, die voor haar een schild tegen tal van gevaren zal zijn.” –Karaktervorming, blz. 250.

B. Waarom is het beter om zelfs in een zondige toestand tot God te komen dan helemaal niet?

Jesaja 1:18.

Jesaja 1:18: Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

“Kom, mijn broeder, kom, zoals u bent, zondig en bevlekt. Leg uw schuldenlast op Jezus, en maak door geloof aanspraak op Zijn verdiensten. Kom nu, zolang er nog genade is; kom, kom met belijdenis, kom met berouw in de ziel, en God zal u overvloedig vergeven. Waag het niet nóg een gelegenheid te minachten. Luister naar de stem van genade, die u nu smeekt op te staan uit de dood, opdat Christus over u lichte. Ieder moment in het heden schijnt direct verband te leggen met de bestemming van de onzichtbare wereld. Laten dan uw trots en ongeloof u er niet toe brengen de aangeboden genade nog langer af te wijzen. Als u dat doet, blijft er voor u niets anders over dan op het laatst de klacht te uiten: ’Voorbij is de oogst, ten einde is de zomer, en wij zijn niet verlost’.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 288-289.

“De lange nacht van waken, zwoegen en ontberingen is bijna voorbij. Christus komt spoedig. Maak u klaar. De engelen van God proberen u van uzelf en van aardse dingen af te trekken. Laat hen niet tevergeefs werken. Geloof, levend geloof, is wat u nodig hebt; geloof dat door liefde werkt en de ziel zuivert. Denk aan Golgotha en het vreselijke, oneindige offer, dat daar voor de mens werd gebracht. Jezus nodigt u nu uit om tot Hem te komen, zoals u bent en om Hem tot uw kracht en eeuwige Vriend te maken.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 251.

WOENSDAG — 8 november

4. Een symbool van verlossing

A. Wie vertegenwoordigt de slang in het misleidingswerk en hoe zijn we aan hem tot slaaf gemaakt?

Openbaring 12:9.

Openbaring 12:9: En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.

B. Leg de eerste preek uit over het verlossingsplan en waarom bloed werd vergoten.

Genesis 3:15;

Genesis 3:15: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

Hebreeën 9:22;

Hebreeën 9:22: En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.

Johannes 1:29;

Johannes 1:29: Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!

Romeinen 5:15-16.

Romeinen 5:15: Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de misdaad van een, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van een mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen. Romeinen 5:16: En niet, gelijk de schuld was door den een, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld is wel uit een misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking.

“In de verklaring: ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad’, beloofde God Zichzelf in de harten van mensen een nieuw principe te introduceren, een haat tegen zonde, tegen bedrog, tegen aanmatiging, tegen alles wat de sporen van Satans bedrog draagt.” –Special Testimonies, Series B, nr. 2, blz. 6.

“Het plan voor onze verlossing was niet een latere overweging, niet een plan dat opgesteld werd na de val van Adam. Het was een openbaring van ‘het geheimenis, eeuwenlang verzwegen’ (Romeinen 16:25). Het was een openbaring van de beginselen die van eeuwigheid af de grondslag van Gods troon zijn geweest. Van den beginne aan wisten Christus en God van de val van Satan en van de val van de mens door de misleidende macht van de afvallige. God bestemde het niet zo, dat er zonde moest komen, maar Hij voorzag het bestaan van zonde, en Hij trof voorzieningen om die verschrikkelijke omstandigheid tegemoet te treden. Zo groot was Zijn liefde voor de wereld, dat Hij Zich verbond om Zijn eniggeboren Zoon te geven, ’opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe’ (Johannes 3:16).” –De Wens der Eeuwen, blz. 11.

C. Wat symboliseert de nieuwe kleding en hoe laat onze kleding zien, wat er in het hart gebeurt?

Genesis 3:21.

Genesis 3:21: En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.

“Juist degenen, die beweren te zijn gewassen door het bloed van Jezus, dat voor hen is vergoten, kunnen hun arme, sterfelijke lichamen mooi maken, en durven te beweren volgelingen te zijn van het heilige, zelfverloochenende, nederige Voorbeeld. O, dat iedereen dit kon zien, zoals God het ziet en het mij liet zien! Het leek me te veel om te dragen, om de zielsangst te voelen, die ik voelde, toen ik het aanschouwde. De engel zei: ‘Gods volk is bijzonder; zulk zuivert Hij voor Zichzelf.’ Ik zag, dat de uiterlijke verschijning een aanwijzing is voor het hart. Wanneer de buitenkant is behangen met linten, kragen en onnodige dingen, laat dit duidelijk zien, dat de liefde voor dit alles in het hart is; tenzij zulke personen worden gereinigd van hun verdorvenheid, kunnen ze God nooit zien, want alleen de reinen van hart zullen Hem zien.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 135.

DONDERDAG — 9 november

5. Vereenzelviging

A. Zelfs toen de mensen van de wereld zich doorgaans bescheidener kleedden dan nu, waarom had God dan een speciale kleding voor Zijn volk?

Numeri 15:37-41.

Numeri 15:37: En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Numeri 15:38: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten. Numeri 15:39: En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende; Numeri 15:40: Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt. Numeri 15:41: Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!

“God beval uitdrukkelijk een zeer eenvoudige kledingstijl voor de kinderen van Israël om hen te onderscheiden van de afgodische volken om hen heen. Terwijl ze naar hun bijzondere manier van kleden keken, moesten ze bedenken, dat ze Gods geboden houdend volk waren, en dat Hij op wonderbaarlijke wijze had gewerkt om hen uit de Egyptische slavernij te brengen om Hem te dienen, om een heilig volk voor Hem te zijn. Ze moesten niet hun eigen begeerten dienen, of de afgodische volken om hen heen navolgen, maar een afzonderlijk, afgescheiden volk blijven, opdat iedereen, die naar hen keek, zou zeggen: Dit zijn zij, die God uit het land Egypte heeft geleid, die de wet van de Tien Geboden bewaren. Van een Israëliet was bekend, dat hij het was, zodra hij werd gezien, want God onderscheidde hem op eenvoudige wijze als de Zijne.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 524.

B. Wat moeten we ons realiseren over reformatie in kleding?

2 Korinthe 3:2.

2 Korinthe 3:2: Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle mensen;

“Veel ongelukkige gevoelens werden gecreëerd door degenen, die hun zusters voortdurend de hervormingskleding opdrongen. Bij extremisten leek deze hervorming de som en inhoud van hun godsdienst te vormen. Het was het thema van het gesprek en de last van hun hart; en hun geest werd zo afgeleid van God en de waarheid. Zij koesterden de geest van Christus niet en gaven blijk van een groot gebrek aan ware beleefdheid. In plaats van de kleding te prijzen voor zijn echte voordelen, leken ze trots te zijn op zijn bijzonderheid. Misschien is er bij ons nooit een vraag opgekomen, die zo’n ontwikkeling van karakter heeft veroorzaakt als de kledinghervorming heeft.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 636.

“Trots en verkwisting in kleding zijn zonden, waar vooral vrouwen toe neigen; vandaar dat deze bevelen rechtstreeks op haar betrekking hebben.” –Christian Temperance and Bible Hygiene, blz. 94.

VRIJDAG — 10 november

Terugblik

1. Wat voor verbinding wil God met de mensheid hebben?

2. Waarom verdween het gewaad van licht?

3. Moeten we tot God komen, zelfs als we het gevoel hebben, dat we er niet klaar voor zijn? Waarom wel of waarom niet?

4. Hoe beïnvloedt bekering de manier, waarop we ons kleden?

5. Hoe laat onze kleding zien, wie we zijn?