Schatten der waarheid, deel 4 Het christelijke leven uitleven — SABBAT, 4 november 2023

Les 5: Het is zaliger te geven dan te ontvangen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, die de heer over zijn dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het hun bescheiden deel prijs te geven? Zalig is de dienstknecht, die zijn heer, als hij komt, zal vinden alzo doende. Waarlijk, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn goederen zetten zal”

Lucas 12:42–44

“Naast al deze systematische en regelmatige donaties waren er speciale voorwerpen, die om rijwillige bijdragen vroegen, zoals de tabernakel, die in de woestijn werd gebouwd en de tempel, die in Jeruzalem werd opgericht. Deze ontwerpen werden door God voor de mensen gemaakt voor hun eigen bestwil, alsook om Zijn dienst te ondersteunen.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 468.

Aanvullende studie :: -Counsels on Stewardship, blz. 65-68.

ZONDAG — 29 oktober

1. Werken onder een vloek

A. Wat gebeurde er met de Joden tijdens het bouwen van de tempel?

Haggaï 1:2-11.

Haggaï 1:2: Alzo spreekt de HEERE der heirscharen, zeggende: Dit volk zegt: De tijd is niet gekomen, de tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde. Haggaï 1:3: Zo is het woord des HEEREN geschied, door den dienst van den profeet Haggaï, zeggende: Haggaï 1:4: Is het voor ulieden wel de tijd, om in uw gewelfde huizen te wonen, en zal dit huis woest zijn? Haggaï 1:5: Nu dan, alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen. Haggaï 1:6: Gij zaait veel, en gij brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot dronken wordens toe; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming; en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel. Haggaï 1:7: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen. Haggaï 1:8: Klimt op het gebergte, en brengt hout aan, en bouwt dit huis, en Ik zal een welgevallen daaraan hebben, en verheerlijkt worden, zegt de HEERE. Haggaï 1:9: Gij ziet om naar veel, maar zie, gij bekomt weinig; en als gij het in huis gebracht hebt, zo blaas Ik daarin. Waarom dat? spreekt de HEERE der heirscharen; om Mijns huizes wil, hetwelk woest is, en dat gij loopt elk voor zijn eigen huis. Haggaï 1:10: Daarom onthouden zich de hemelen over u van den dauw; en de aarde onthoudt haar inkomen. Haggaï 1:11: Want Ik heb een droogte geroepen over het land, en over de bergen, en over het koren, en over den most, en over de olie, en over hetgeen de aardbodem zou voortbrengen; ook over de mensen, en over de beesten, en over allen arbeid der handen.

B. Hoe beschouwt God het inhouden van tienden en offergaven, wat zijn de gevolgen, en waarom eindigt dat als een vloek?

Exodus 20:15;

Exodus 20:15: Gij zult niet stelen.

Maleáchi 3:8-9;

Deuteronomium 8:18;

Deuteronomium 8:18: Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.

Spreuken 10:22.

Spreuken 10:22: De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.

“Zij, die zelfzuchtig hun middelen inhouden, behoeven zich niet te verbazen, als Gods hand hun bezittingen verstrooit. Wat aan de vooruitgang van Gods werk en zaak gewijd moest zijn, maar ingehouden wordt, kan op verschillende manieren worden weggenomen. God zal hen door Zijn oordelen bezoeken. Heel wat verliezen zullen aanhoudend plaatsvinden. God kan de middelen, die Hij aan Zijn rentmeesters heeft geleend, verstrooien, als ze weigeren deze tot Zijn eer te gebruiken. Sommigen kennen wellicht helemaal geen verliezen om hen eraan te herinneren, dat ze in hun plicht tekort schieten, maar wellicht zijn hun gevallen des te hopelozer.” –Bijbelkommentaar, blz. 295-296.

C. Wat is er nodig om een verandering teweeg te brengen?

Haggaï 1:7;

Haggaï 1:7: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.

Maleáchi 3:7.

MAANDAG — 30 oktober

2. De Elia boodschap

A. Waarom moeten we het leven van Elia bestuderen? Maleáchi 4:5-6.

“Zij, die de weg moeten bereiden voor de tweede komst van Christus, worden vertegenwoordigd door de getrouwe Elia, zoals Johannes kwam in de geest van Elia om de weg te bereiden voor de eerste komst van Christus.” –Testimonies for the Church, vol . 3, blz. 62.

B. Hoe is het geven een vitaal onderdeel van een levengevende boodschap?

1 Koningen 17:13-16.

1 Koningen 17:13: En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken. 1 Koningen 17:14: Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal. 1 Koningen 17:15: En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen. 1 Koningen 17:16: Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.

“Er had geen grotere beproeving dan deze van haar geloof gevraagd kunnen worden. Tot nu toe had de weduwe alle vreemdelingen vriendelijk en gastvrij behandeld. Ondanks alle lijden, dat voor haar en haar kind het gevolg zou kunnen zijn, voldeed ze vol vertrouwen in de God van Israël, die in al haar behoeften kon voorzien, aan het verzoek van Elia, en bood het hoofd aan deze zware beproeving van gastvrijheid…

De weduwe te Sarefat deelde haar bete broods met Elia, en als dank werden haar leven en het leven van haar zoon gespaard.” –Profeten en Koningen, blz. 82.

C. Waarom geeft God bezittingen aan mensen, inclusief de armen?

Markus 10:21-22;

Markus 10:21: En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij. Markus 10:22: Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.

Lukas 21:1-4.

Lukas 21:1: En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen. Lukas 21:2: En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine penningen daarin werpen. Lukas 21:3: En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft in geworpen. Lukas 21:4: Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, daarin geworpen.

“God geeft aan hen, opdat zij aan anderen kunnen geven.” –The Signs of the Times, 31 oktober 1900.

“De Heer stelt Zijn volk soms op de proef met voorspoed in tijdelijke zaken. Maar het is Zijn bedoeling, dat ze een goed gebruik zullen maken van Zijn gaven. Hun bezit, hun tijd, hun kracht en hun kansen zijn allemaal van God. Voor al deze zegeningen moeten ze verantwoording afleggen aan de Gever. Terwijl gebrek en armoede worden gezien onder onze broeders en zusters, en we hun verlichting onthouden, wanneer in onze eigen behoeften wordt voorzien, negeren we een duidelijke plicht, die in het woord van God wordt geopenbaard. Hij geeft ons overvloedig, zodat wij aan anderen kunnen geven. Het is liefdadigheid, die egoïsme overwint en de ziel veredelt en zuivert. Sommigen misbruiken de talenten, die God hun gegeven heeft; zij sluiten hun ogen, opdat zij de noden van Zijn zaak niet zullen zien en zij wenden hun oren af, opdat zij Zijn stem niet zullen horen, die hun hun plicht toont om de hongerigen te voeden en de naakten te kleden. Sommigen, die belijden kinderen van God te zijn, lijken erop gebrand hun middelen in de wereld te investeren, opdat het niet in gaven en offers aan de Gever zal terugkomen. Ze vergeten hun goddelijke opdracht, en als ze doorgaan met het volgen van de ingevingen van hun zelfzuchtige hart, en kostbare tijd en middelen besteden aan het bevredigen van hun trots, zal God tegenslagen sturen en zullen ze een knellend gebrek voelen vanwege hun ondankbaarheid. Hij zal Zijn talenten toevertrouwen aan trouwere rentmeesters, die Zijn aanspraken op hen zullen erkennen.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 619-620.

DINSDAG — 31 oktober

3. De vloek omkeren

A. Is er een manier om een vloek ongedaan te maken? Maleáchi 3:10-12.

“Sommigen hadden hun naasten niet eerlijk behandeld, en zij hebben deze zonden beleden en daarna hun naaste schadeloos gesteld. Gedurende de daaropvolgende week maakten sommigen, die God benadeeld hadden, en zich als gevolg daarvan van Hem hadden afgescheiden, een start met het terugbetalen van, wat zij Hem hadden onthouden. Een broeder had gedurende twee jaar geen tienden betaald. Hij gaf zijn briefje aan de secretaris van de conferentie, voor de tienden die hij had achtergehouden, plus de rente daarover, voor een totaalbedrag van $571,50. Ik dank de Heer, dat hij de moed kon opbrengen om dit te doen. Iemand anders gaf een bedrag van $300. Een man, die zo ver van God was afgedwaald, dat er weinig hoop gekoesterd werd, dat hij zijn voeten ooit nog op het pad der gerechtigheid zou zetten, gaf een schuldbekentenis af voor $1000.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 522.

B. Wat is het gevolg, als de tienden niet gaan, waar ze moeten?

Nehemia 13:10.

Nehemia 13:10: Ook vernam ik, dat der Levieten deel hun niet gegeven was; zodat de Levieten en de zangers, die het werk deden, gevloden waren, een iegelijk naar zijn akker.

“Zou Gods plan gevolgd zijn, dan zouden nu gelden in Zijn schathuis stromen; en fondsen beschikbaar zijn om zendelingen in staat te stellen nieuwe velden te betreden, en arbeiders zouden samenwerken met de zendelingen ten einde de banier der waarheid op te richten in de duistere plaatsen der aarde.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 36.

“Sommigen zijn ontevreden en hebben gezegd: “Ik wil mijn tienden niet langer betalen, want ik stel geen vertrouwen in de wijze, waarop de dingen in het hart van het werk beheerd worden.” Maar wilt u dan God beroven, omdat u denkt, dat het werk niet goed geleid wordt? Leg uw klachten, duidelijk en open, in de juiste geest, voor aan de aangewezen personen. Zend verzoeken in, zodat de dingen verbeterd en in orde gebracht worden; maar onttrek u niet aan het werk van God en toon niet uw ontrouw, omdat anderen niet juist handelen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 241.

C. Wat is het schathuis en wie was er verantwoordelijk voor?

Nehemia 13:10-13.

Nehemia 13:10: Ook vernam ik, dat der Levieten deel hun niet gegeven was; zodat de Levieten en de zangers, die het werk deden, gevloden waren, een iegelijk naar zijn akker. Nehemia 13:11: En ik twistte met de overheden, en zeide: Waarom is het huis Gods verlaten? Doch ik vergaderde hen, en herstelde ze in hun stand. Nehemia 13:12: Toen bracht gans Juda de tienden van het koren, en van den most, en van de olie, in de schatten. Nehemia 13:13: En ik stelde tot schatmeesters over de schatten, Selemja, den priester, en Zadok, den schrijver, en Pedaja, uit de Levieten; en aan hun hand Hanan, den zoon van Zakkur, den zoon van Matthanja; want zij werden getrouw geacht, en hun werd opgelegd aan hun broederen uit te delen.

“De tiende is heilig, door God aan Zichzelf voorbehouden. De tienden moeten in Zijn schatkamer gebracht worden om de predikanten in hun werk te onderhouden. God is lang beroofd, omdat er mensen zijn, die niet beseffen, dat de tienden Gods toegewezen aandeel vormen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 241.

“Maar men begaat een grote vergissing, wanneer men de tienden niet gebruikt voor het doel, waarvoor ze bestemd zijn, de ondersteuning van de predikanten. Er behoren op dit moment honderd bekwame arbeiders op het arbeidsveld te zijn, waar er nu slechts één is.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 240-241.

WOENSDAG — 1 november

4. Eigenaarschap

A. Hoe zien we het beginsel van geven als erkenning van Gods eigenaarschap in de geschiedenis van de Hof van Eden?

Genesis 2:15-17;

Genesis 2:15: Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren. Genesis 2:16: En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Genesis 2:17: Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

Leviticus 27:30.

Leviticus 27:30: Ook alle tienden des lands, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, zijn des HEEREN; zij zijn den HEERE heilig.

“De Heere schiep elke boom in het Paradijs, aangenaam voor de ogen en goed als voedsel, en Hij vroeg Adam en Eva van Zijn milddadigheid vrijelijk te genieten. Maar Hij maakte één uitzondering. Van de boom der kennis des goeds en des kwaads mochten zij niet eten. Deze boom stelde God apart als een voortdurende herinnering, dat Hij de eigenaar van alles is. Zo stelde Hij hen in de gelegenheid hun geloof te tonen en op Hem te vertrouwen door hun volmaakte gehoorzaamheid aan Zijn geboden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 35.

B. Voor wie werd de tiende gereserveerd, en waarom?

Deuteronomium 18:1-2;

Deuteronomium 18:1: De Levietische priesteren, de ganse stam van Levi, zullen geen deel noch erve hebben met Israel; de vuuroffers des HEEREN en zijn erfdeel zullen zij eten. Deuteronomium 18:2: Daarom zal hij geen erfdeel hebben in het midden zijner broederen; de HEERE is zijn Erfdeel, gelijk als Hij tot hem gesproken heeft.

Numeri 18:20-24.

Numeri 18:20: Ook zeide de HEERE tot Aaron: Gij zult in hun land niet erven, en gij zult geen deel in het midden van henlieden hebben; Ik ben uw deel en uw erfenis, in het midden van de kinderen Israels. Numeri 18:21: En zie, aan de kinderen van Levi heb Ik alle tienden in Israel ter erfenis gegeven, voor hun dienst, dien zij bedienen, den dienst van de tent der samenkomst. Numeri 18:22: En de kinderen Israels zullen niet meer naderen tot de tent der samenkomst, om zonde te dragen en te sterven. Numeri 18:23: Maar de Levieten, die zullen bedienen den dienst van de tent der samenkomst, en die zullen hun ongerechtigheid dragen; het zal een eeuwige inzetting zijn voor uw geslachten; en in het midden van de kinderen Israels zullen zij geen erfenis erven. Numeri 18:24: Want de tienden der kinderen Israels, die zij den HEERE tot een hefoffer zullen offeren, heb Ik aan de Levieten tot een erfenis gegeven; daarom heb Ik tot hen gezegd: Zij zullen in het midden van de kinderen Israels geen erfenis erven.

“De tiende is van de Heer, en degenen, die zich ermee bemoeien, zullen gestraft worden met het verlies van hun hemelse schat, tenzij zij berouw hebben. Laat het werk niet langer verborgen blijven, want de tiende is omgeleid naar andere kanalen dan die, waarnaar de Heer heeft gezegd, dat het zou moeten gaan. Voor deze andere werkzaamheden moet een voorziening worden getroffen. Ze moeten worden onderhouden, maar niet van de tienden. God is niet veranderd; de tiende moet nog worden gebruikt voor de ondersteuning van de bediening. Het openen van nieuwe velden vereist meer doeltreffendheid in de bediening dan we nu hebben, en er moeten middelen in de schatkist zijn.” –Gospel Workers, blz. 227-228.

“Hij (God) plaatst Zijn goederen in de handen van mensen, maar eist, dat een tiende trouw afgezonderd zal worden voor Zijn werk. Hij wil, dat dit gedeelte gelegd zal worden in Zijn schathuis. Het moet Hem gebracht worden als Hem toebehorend; het is geheiligd en moet gebruikt worden voor geheiligde doeleinden, ter ondersteuning van hen, die de boodschap der zaligheid uitdragen tot aan de einden der wereld. Hij reserveert dit gedeelte, opdat de geldelijke middelen steeds in Zijn schathuis mogen vloeien en dat het licht der waarheid gebracht mag worden aan hen, die nabij en aan hen, die veraf zijn. Door dit gebod trouw te gehoorzamen, erkennen wij, dat alles God toebehoort.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 35.

“Ik heb een zeer duidelijke, afdoende boodschap voor ons volk ontvangen. Er is mij opgedragen te zeggen, dat zij fout handelen door tienden voor verschillende doeleinden te gebruiken, die, hoewel op zich goed, niet aan het doel beantwoorden, waarvoor de Heere gezegd heeft de tienden te willen gebruiken. Zij, die op deze wijze de tienden gebruikt hebben, zijn afgeweken van de voorschriften, die de Heere gemaakt heeft. God zal hen voor deze dingen oordelen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 240.

DONDERDAG — 2 november

5. Dienstwerk

A. Wie moest de Levieten bijstaan bij het bijeenbrengen van de middelen?

Nehemia 10:38.

Nehemia 10:38: En dat er een priester, een zoon van Aaron, bij de Levieten zou zijn, als de Levieten de tienden ontvangen; en dat de Levieten de tienden zouden opbrengen ten huize onzes Gods, in de kameren van het schathuis.

B. Wat werd van de Levieten gevraagd om te doen met de tienden om de priesters te ondersteunen?

Numeri 18:26-28.

Numeri 18:26: Gij zult ook tot de Levieten spreken, en tot hen zeggen: Wanneer gij van de kinderen Israels de tienden zult ontvangen hebben, die Ik u voor uw erfenis van henlieden gegeven heb, zo zult gij daarvan een hefoffer des HEEREN offeren, de tienden van die tienden; Numeri 18:27: En het zal u gerekend worden tot uw hefoffer, als koren van den dorsvloer, en als de volheid van de perskuip. Numeri 18:28: Alzo zult gij ook een hefoffer des HEEREN offeren van al uw tienden, die gij van de kinderen Israels zult hebben ontvangen; en gij zult daarvan des HEEREN hefoffer geven aan den priester Aaron.

“Hij (God) plaatst Zijn goederen in de handen van mensen, maar eist, dat een tiende trouw afgezonderd zal worden voor Zijn werk…

En heeft de Heere niet het recht dit van ons te vragen? Schonk Hij niet Zijn eniggeboren Zoon, omdat Hij ons liefhad en ons van de dood wilde redden? En moeten daarom niet onze dankoffers in Zijn schathuis vloeien en daaruit genomen worden om op aarde Zijn Koninkrijk te bevorderen? Gezien God de eigenaar van al onze goederen is, behoren wij dan niet uit dankbaarheid tegenover Hem onze vrijwillige gaven en dankoffers te brengen, aldus erkennende, dat Hij de eigenaar is van ziel, lichaam, geest en goed? Zou Gods plan gevolgd zijn, dan zouden nu gelden in Zijn schathuis stromen, en fondsen beschikbaar zijn om zendelingen in staat te stellen nieuwe velden te betreden, en arbeiders zouden samenwerken met de zendelingen ten einde de banier der waarheid op te richten in de duistere plaatsen der aarde.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 35-36.

C. Hoe is dit principe van toepassing op het christelijke tijdperk en wat zal het gevolg zijn, als we trouw zijn in het geven?

1 Korinthe 9:11-14;

1 Korinthe 9:11: Indien wij ulieden het geestelijke gezaaid hebben, is het een grote zaak, zo wij het uwe, dat lichamelijk is, maaien? 1 Korinthe 9:12: Indien anderen deze macht over u deelachtig zijn, waarom niet veel meer wij? Doch wij hebben deze macht niet gebruikt, maar wij verdragen het al, opdat wij niet enige verhindering geven aan het Evangelie van Christus. 1 Korinthe 9:13: Weet gij niet, dat degenen, die de heilige dingen bedienen, van het heilige eten? en die steeds bij het altaar zijn, met het altaar delen? 1 Korinthe 9:14: Alzo heeft ook de Heere geordineerd dengenen, die het Evangelie verkondigen, dat zij van het Evangelie leven.

2 Korinthe 9:6-7.

2 Korinthe 9:6: En dit zeg ik: Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien; en die in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien. 2 Korinthe 9:7: Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedigen gever lief.

“De Hebreeën moesten ruim een vierde deel van hun inkomsten geven voor godsdienstige en liefdadige doeleinden. Men zou verwachten, dat zulk een zware belasting op het bezit van het volk hen tot de bedelstaf brengen zou; maar de getrouwe waarneming van deze geboden was juist een van de voorwaarden voor hun welvaart.” –Patriarchen en Profeten, blz. 477.

VRIJDAG — 3 november

Terugblik

1. Wat veroorzaakt het inhouden van tienden en andere gaven in ons persoonlijk leven?

2. Wat kunnen we leren uit het leven van Elia over het belang van geven?

3. Hoe kan een vloek ongedaan worden gemaakt?

4. Voor wie was de tiende specifiek gereserveerd?

5. Waren de tienden en gaven alleen bedoeld voor de plaatselijke erediensten?

Eerste Sabbatgaven voor Sabbat Bijbel Lessen voor Zendingsvelden

Kunt u zich voorstellen een Sabbatschool bij te wonen, waar niemand in de klas een Sabbat Bijbel Les heeft? Hoewel er tegenwoordig verschillende manieren zijn om toegang te krijgen tot de lessen, elektronische apparaten, internet, enzovoort, sommige van deze opties zijn niet beschikbaar in veel zendingsgebieden, noch voor veel Sabbatschoolleerlingen in verschillende landen.

De jaren van de wereldwijde pandemie veroorzaakten enorme moeilijkheden met betrekking tot de verspreiding van de Sabbat Bijbel Lessen in veel landen vanwege de kosten om de lessen te produceren en het transport van materialen over de grenzen heen. Er zijn bijvoorbeeld plaatsen, waar de posterijen lange tijd volledig is stilgelegd, waardoor sommige eilanden in de Stille Oceaan al meer dan twee jaar geen lessen kunnen ontvangen.

Ook waren in veel landen op het Afrikaanse continent de grenzen gesloten, dus leek het onmogelijk om de lessen naar de meeste van hen te sturen. God is barmhartig geweest voor onze broeders en zusters en heeft de ramen geopend, toen de deuren gesloten waren. Alle postdiensten werden opgeschort, maar er waren internationale expresdiensten zoals DHL en soortgelijke gespecialiseerde vervoerders actief. Hoewel de verzendkosten enorm zijn gestegen, zijn we dankbaar, dat we de lessen naar de meeste broeders en zusters in Afrikaanse landen kunnen sturen.

We zijn de Heer erg dankbaar, dat vorig jaar veel grenzen zijn geopend. Dit is onze kans om de zendingsvelden te helpen, zodat ze hun Sabbat Bijbel Lessen weer kunnen krijgen.

“Eenheid is kracht; verdeeldheid is zwakte. Wanneer degenen die de tegenwoordige waarheid geloven, een eenheid vormen, hebben zij een duidelijke invloed.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 192.

Als wij allemaal samen dezelfde lessen bestuderen, wordt dit doel beter bereikt.

Overweeg alstublieft deze zaak en geef royaal, zodat iedereen in het zendingsveld toegang kan hebben tot de Sabbat Bijbel Lessen en we samen kunnen studeren om geestelijk te groeien en klaar te zijn voor de spoedige wederkomst van de Heer.

Moge God u en uw gave rijkelijk zegenen, net zoals de weduwe en haar twee gegeven penningen voor de zaak van de Heer!

–De Publiciteit Afdeling van de Generale Conferentie