Schatten der waarheid, deel 4 Het christelijke leven uitleven — SABBAT, 14 oktober 2023

Les 2: Naar de Ordening van Melchizédek

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Welke (hoop) wij hebben als een anker der ziel, dat zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel. Waar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizédek, een Hogepriester geworden zijnde in eeuwigheid”

Hebreeën 6:19–20

“In de steengroeve van het Jodendom en van de heidenwereld werkten de apostelen, en hakten ze stenen uit om deze te metselen op het fundament.” –Van Jeruzalem tot Rome. blz. 433.

Aanvullende studie :: -De Wens der Eeuwen, blz. 356-362;; 704-706.

ZONDAG — 8 oktober

1. Christus’ priesterschap

A. Wat maakt het priesterschap van Melchizédek beter dan het Levitische?

Hebreeën 6:19-20;

Hebreeën 6:19: Welke wij hebben als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel; Hebreeën 6:20: Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid.

Hebreeën 7:7,

Hebreeën 7:7: Nu, zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen meerder is.

Hebreeën 7:11,

Hebreeën 7:11: Indien dan nu de volkomenheid door het Levietische priesterschap ware (want onder hetzelve heeft het volk de wet ontvangen), wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, en die niet zou gezegd worden te zijn naar de ordening van Aaron?

Hebreeën 7:19,

Hebreeën 7:19: Want de wet heeft geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot God genaken.

Hebreeën 7:22,

Hebreeën 7:22: Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden.

Hebreeën 7:27.

Hebreeën 7:27: Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft.

B. Hoe verhoudt zich dat tot de wetten voor het priesterschap?

Hebreeën 7:12,

Hebreeën 7:12: Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet.

Hebreeën 7:28.

Hebreeën 7:28: Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd, stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is.

C. Welke profetie laat zien, dat deze verandering gepland was en hoe weten we, dat dit alleen over Jezus gaat?

Psalm 110:1,

Psalmen 110:1: Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.

Psalmen 110:4;

Psalmen 110:4: De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Handelingen 2:34-36;

Handelingen 2:34: Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand. Handelingen 2:35: Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. Handelingen 2:36: Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.

Hebreeën 6:20.

Hebreeën 6:20: Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid.

“Het was de bedoeling, dat de hogepriester op bijzondere wijze Christus zou voorstellen, Hij die voor altijd Hogepriester zou zijn naar de ordening van Melchizédek. Deze priesterordening zou niet overgaan op een ander, of door een andere worden vervangen.” –Bijbelkommentaar, blz. 593-594.

“Toen Christus stierf aan het kruis en met luide stem riep: ‘Het is volbracht’, was Zijn werk voltooid. De weg werd opengelegd, het voorhangsel scheurde in tweeën. De mens kon tot God naderen zonder offergaven, zonder de dienst van aardse priesters. Christus Zelf was voor eeuwig priester naar de ordening van Melchizédek. De hemel was Zijn thuis. Hij kwam naar deze wereld om de Vader te openbaren. Zijn werk op het gebied van Zijn vernedering en strijd was nu gedaan. Hij steeg op naar de hemel.” –The Signs of the Times, 16 augustus 1899.

MAANDAG — 9 oktober

2. Het fundament van de bediening van Melchizédek

A. Wat is de basis van het christelijk geloof?

Matthéüs 16:16-18;

Mattheüs 16:16: En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. Mattheüs 16:17: En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.

1 Korinthe 10:4;

1 Korinthe 10:4: En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.

1 Korintiërs 3:11.

1 Korinthe 3:11: Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.

“De waarheid, die Petrus had beleden, is de grondslag voor het geloof van de gelovige. Dat is hetgene, waarvan Christus Zelf verklaarde, dat het eeuwige leven was. Maar het bezitten van deze kennis was geen reden tot zelfverheerlijking. Niet door eigen wijsheid of goedheid was het aan Petrus geopenbaard. Nooit kan een mens uit zichzelf kennis van het goddelijke verkrijgen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 358.

B. Hoe weten we, dat het fundament niet Petrus is?

Matthéüs 16:21-23;

Mattheüs 16:21: Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden. Mattheüs 16:22: En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden. Mattheüs 16:23: Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.

Jeremia 17:5.

Jeremia 17:5: Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!

“Velen beweren, dat een vertrouwenspost in de gemeente hen het gezag geeft om te dicteren, wat andere mensen moeten geloven en wat zij moeten doen. God keurt deze bewering niet goed. De Heiland verklaart : ’Gij zijt allen broeders’. Allen zijn blootgesteld aan verzoekingen en allen kunnen dwalen. We kunnen op geen enkel sterfelijk wezen bouwen als leider. De Rots van het geloof is de levende tegenwoordigheid van Christus in de gemeente. Daarop kan de zwakste bouwen, en zij, die menen, dat zij het sterkst zijn, zullen het zwakst blijken te zijn, tenzij ze Christus tot hun sterkte maken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 360.

C. Hoe belangrijk is zuivere leer in dit fundament?

1 Johannes 2:21;

1 Johannes 2:21: Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.

2 Johannes 1:10-11;

2 Johannes 1:10: Indien iemand tot ulieden komt, en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis, en zegt tot hem niet: Zijt gegroet. 2 Johannes 1:11: Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken.

Spreuken 4:18.

Spreuken 4:18: Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.

D. Wat voor gemeente zal klaar zijn, als Jezus komt en waarom? Efeze 5:26-27;

1 Timótheüs 3:15.

1 Timotheüs 3:15: Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.

“Toch zal God een volk op aarde hebben, dat de Bijbel en de Bijbel alleen zal hooghouden als maatstaaf voor alle leerstellingen en de grondslag voor alle hervormingen. De meningen van geleerden, de gevolgtrekkingen van de wetenschap, de geloofsbelijdenissen of beslissingen van kerkvergaderingen, die even talrijk en tegenstrijdig zijn als de kerken, die ze verdedigen, de stem van de meerderheid, niets van dit alles mag worden beschouwd als het bewijs vóór of tegen één of ander geloofspunt. Voordat men leerstellingen of geboden aanneemt, moet men het bewijs hebben, dat ze door een duidelijk ‘Zo spreekt de Here’ worden gestaafd.” –De Grote Strijd, blz. 549.

DINSDAG — 10 oktober

3. Het fundament … (vervolg)

A. Wat zal een persoonlijk begrip van de waarheid voor ons doen en waar kunnen we een beknopt begrip ervan vinden?

Johannes 8:32;

Johannes 8:32: En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Psalm 119:142.

Psalmen 119:142: Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.

“Onze Heer wilde, dat Zijn gemeente aan de wereld de volheid en de overvloed, die wij in Hem vinden, zou weerkaatsen. Wij ontvangen constant van Gods overvloed, en door deze met anderen te delen zullen wij de wereld de liefde en weldadigheid van Christus laten zien. Terwijl de hemel intensief bezig is met het uitzenden van boodschappers naar alle uithoeken van de aarde om het verlossingswerk uit te dragen, moet de gemeente van de levende God ook uit medewerkers van Christus bestaan. Wij zijn leden van Zijn mystieke lichaam. Hij is het hoofd, dat alle lichaamsdelen bestuurt. Door Zijn oneindige genade werkt Jezus Zelf aan het menselijke hart, en bewerkt Hij een geestelijke verandering, die zo verbazingwekkend, is dat engelen het met verbazing en vreugde gadeslaan. Dezelfde onzelfzuchtige liefde, die de Meester karakteriseert, wordt gezien in het karakter en het leven van Zijn ware volgelingen. Christus verwacht, dat mensen deel zullen hebben aan Zijn goddelijke natuur, terwijl zij nog in deze wereld zijn, en dat zij zo niet alleen Zijn heerlijkheid tot eer van God zullen weerkaatsen, maar de duisternis van de wereld zullen verlichten met de stralende gloed van de hemel. Zo zullen de woorden van Christus vervuld worden : ’Gij zijt het licht der wereld’.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 595.

B. Waar leidt de Heilige Geest uiteindelijk een individu naar toe en hoe wordt het anders genoemd in de Schrift?

Johannes 16:13;

Johannes 16:13: Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.

Hebreeën 12:23.

Hebreeën 12:23: Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen;

“Zij, die Gods geboden bewaren, zij, die niet alleen leven van brood, maar van alle woord dat uit de mond Gods uitgaat, vormen de gemeente van de levende God.” –Bijbelkommentaar, blz. 626.

“O, hoevelen kwetsen het hart van Christus, omdat ze hun eigen weg en hun eigen wil willen volgen. Laat de strijd worden gekeerd tegen deze niet benijdenswaardige karaktertrekken, en dan zullen ze niet tegen elkaar zijn in de gemeente van de levende God. Als er in de gemeente alleen die elementen zouden bestaan, die het leven van Jezus Christus kenmerken, zou er een hechte eenheid zijn. De wereld is tegen de gemeente om haar te verzwakken en te vernietigen, maar laat de gemeente van God samenwerken, samenwerken, samenwerken. Laat Satan zich niet tussen de leden van de gemeente dringen. Geef geen slag aan de vijandelijke kant van de zaak. Weg met egoïsme. Denk niet, dat een of twee mensen in de gemeente alle mensen zijn, die gewetensvol zijn in de gemeente. U bent veel te bekrompen in uw gedachten en in uw daden.” –Manuscript Releases, vol. 15, blz. 147-148.

WOENSDAG — 11 oktober

4. Deelnemers aan het fundament

A. Wie maken nog meer deel uit van het christelijke fundament en waarom zijn ze daar? Efeze 2:19-20; 4:11-12.

B. Waarom moeten we deel uitmaken van deze structuur en hoe helpt lidmaatschap ons? Efeze 4:13-16.

C. Hoe belangrijk is onze verbinding met de gemeente en hoe weten we, dat het niet gaat om individuen, maar om leden, die een gemeenschappelijk lichaam vormen?

Matthéüs 16:18-19;

Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. Mattheüs 16:19: En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

Mattheüs 18:17-20.

Mattheüs 18:17: En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar. Mattheüs 18:18: Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen. Mattheüs 18:19: Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Mattheüs 18:20: Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.

“Er is in alle opzichten te weinig respect voor de mening van de leden van dezelfde gemeente. Het is het gebrek aan eerbied voor het oordeel van de kerk, dat oorzaak is van veel problemen onder de broeders. De ogen van de kerk kunnen in haar individuele leden waarnemen wat degene, die dwaalt, niet zou kunnen zien. Enkele personen kunnen wellicht net zo blind zijn als degene, die dwaalt, maar de meerderheid van de kerk is een kracht, die haar individuele leden zou moeten leiden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 91-92.

D. Welk gezag heeft de gemeente?

Johannes 20:21-23.

Johannes 20:21: Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden. Johannes 20:22: En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest. Johannes 20:23: Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.

“’Wie gij hun zonden kwijtscheldt’, zei Jezus, ’die zijn ze kwijtgescholden ; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend’. Christus geeft hier aan niemand het recht over anderen te oordelen. In de Bergrede verbood Hij dit. Dit recht behoort God toe. Maar op de gemeente als organisatie legt Hij de verantwoording voor de afzonderlijke leden. Tegenover degenen, die in zonde vallen, heeft de gemeente een plicht te waarschuwen, te onderrichten en, indien mogelijk, te herstellen. ’Wederleg, bestraf en bemoedig’, zegt de Here, ’met alle lankmoedigheid en onderrichting’ (2 Timótheüs 4:2). Treed getrouw op tegen verkeerde werken. Waarschuw iedere ziel die zich in gevaar bevindt. Laat niemand zichzelf misleiden. Noem de zonde bij zijn ware naam. Verkondig wat God gezegd heeft betreffende liegen, Sabbatschending, stelen, afgodendienst en andere verkeerde dingen. ’Wie dergelijke dingen bedrijven, zullen het koninkrijk Gods niet beërven’ (Galaten 5:21). Indien zij volharden in de zonde, wordt het oordeel, dat gij aan de hand van Gods Woord hebt uitgesproken, in de hemel bevestigd. Door de zonde te verkiezen, verloochenen zij Christus; de gemeente moet tonen, dat zij haar goedkeuring niet hecht aan hun daden, anders zal zij zelf haar Here oneer aandoen. Zij moet over de zonde zeggen, wat God daarover zegt. Zij moet deze behandelen, zoals God heeft voorgeschreven, en haar optreden wordt in de hemel bekrachtigd. Hij, die het gezag van de kerk minacht, minacht het gezag van Christus Zelf.” –De Wens der Eeuwen, blz. 705-706.

DONDERDAG — 12 oktober

5. Het volk van Israël

A. Hoe is deze gemeente het ware volk van Israël?

Matthéüs 21:43;

Mattheüs 21:43: Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.

1 Petrus 2:9,

1 Petrus 2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

1 Petrus 2:5.

1 Petrus 2:5: Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

“De Farizeeën hadden verklaard, dat zij de kinderen van Abraham waren. Jezus zei hun, dat deze aanspraak alleen bevestigd kon worden door de werken van Abraham te doen. De ware kinderen van Abraham zouden, evenals Hij deed, een leven leiden van gehoorzaamheid aan God. Zij zouden niet trachten Iemand te doden, Die de waarheid, welke Hem van God gegeven was, verkondigde. Door tegen Christus samen te zweren, deden de rabbi’s niet de werken van Abraham. Een louter natuurlijke afstamming van Abraham was waardeloos. Zonder geestelijke verwantschap met hem, die geopenbaard zou worden door het bezit van dezelfde geest en door het doen van dezelfde werken, waren niet zijn kinderen.

Dit beginsel is evenzeer van kracht met betrekking tot een vraag, die de christelijke wereld lang heeft beziggehouden, de vraag van de apostolische opvolging. Afstamming van Abraham werd niet bewezen door naam of afkomst, maar door gelijkheid in karakter. Zo berust ook de apostolische opvolging niet op het overdragen van het kerkelijk gezag, maar op geestelijke verwantschap. Een leven, dat gedreven wordt door de geest der apostelen, door het geloof en het onderwijs in de waarheid, zoals zij die leerden, dit is het ware bewijs van apostolische opvolging. Dit maakt de mensen tot opvolgers van de eerste evangeliepredikers.” –De Wens der Eeuwen, blz. 405-406.

B. Hoe worden we een deel van dit volk?

Matthéüs 7:24-27;

Mattheüs 7:24: Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; Mattheüs 7:25: En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond. Mattheüs 7:26: En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft; Mattheüs 7:27: En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.

Handelingen 2:37-41,

Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders? Handelingen 2:38: En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Handelingen 2:39: Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal. Handelingen 2:40: En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht! Handelingen 2:41: Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.

Handelingen 2:47;

Handelingen 2:47: En prezen God, en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.

Galaten 3:26-29.

Galaten 3:26: Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Galaten 3:27: Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Galaten 3:28: Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus. Galaten 3:29: En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

“Zich bij de gemeente aansluiten is één zaak, maar een band aangaan met Christus is heel wat anders. Niet alle namen, die staan opgetekend in de kerkelijke registers, staan ook opgetekend in het boek des levens van het Lam. Velen, ofschoon schijnbaar oprechte gelovigen, onderhouden geen levende band met Christus. Zij staan als lid te boek, zij hebben hun naam opgeschreven in het register, maar de genade heeft op hun hart geen uitwerking gehad. Als gevolg daarvan zijn zij niet gelukkig en dienen God onder druk.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 226.

VRIJDAG — 13 oktober

Terugblik

1. Waarom moest het priesterschap veranderen?

2. Wat is het enige fundament, dat we kunnen vertrouwen?

3. Hoe leidt het kennen van alle waarheid ons naar de gemeente van de levende God?

4. Hoe heeft de gemeente een verantwoordelijkheid voor haar leden?

5. Wat vormt het ware volk van Israël in deze tijd?