Schatten der waarheid, deel 4 Het christelijke leven uitleven — SABBAT, 30 december 2023

Les 13: Een zuiver geweten ontwikkelen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onbestraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen?”

Hebreeën 9:14

“Verzoekingen schijnen vaak zo onweerstaanbaar, omdat hij, die wordt verzocht, zich Gods beloften niet onmiddellijk voor de geest kan halen om Satan te bestrijden met de wapens van de Schrift.” –De Grote Strijd, blz. 555.

Aanvullende studie :: -De Grote Strijd, blz. 180-194.

ZONDAG — 24 december

1. De basis van geloof

A. Wat is de basis van het christelijk geloof?

2 Timótheüs 3:16-17.

2 Timotheüs 3:16: Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; 2 Timotheüs 3:17: Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.

“Christus doet een beroep op Zijn volk om Zijn woord te geloven en uit te leven. Wie dit Woord aannemen en in zich opnemen en het tot een deel maken van elke daad, van elke karaktereigenschap, zullen sterk opwassen in de kracht Gods. Dan zal men zien, dat hun geloof van hemelse oorsprong is. Zij zullen niet dwalen op vreemde paden. Hun geest zal niet uitgaan naar een godsdienst van sentiment of van sensatie. Voor engelen en voor mensen zullen ze staan als mensen, die een sterk, standvastig christelijk karakter hebben.

In het gouden wierookvat der waarheid, zoals geboden wordt in de onderwijzingen van Christus, hebben we datgene, wat zielen zal overtuigen en bekeren. Brengt, in de eenvoud van Christus, de waarheden, welke Hij, komende in deze wereld, verkondigde, en dan zal de kracht van een boodschap zich openbaren. Brengt geen theorieën of motieven, waarvan Christus nooit gewag heeft gemaakt, en die niet gefundeerd zijn in de Bijbel. Wij hebben verheven, plechtige waarheden te verkondigen. ‘Er staat geschreven’ is de toets, die elke ziel moet voorgehouden worden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 285-286.

B. Wat is er nodig in verband met ijverige Bijbelstudie?

Matthéüs 26:41;

Mattheüs 26:41: Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

1 Thessalonicensen 5:17.

1 Thessalonicenzen 5:17: Bidt zonder ophouden.

MAANDAG — 25 december

2. Betrokkenheid

A. Wat is er nodig om een echt christelijk leven te hebben?

Jakobus 4:7 (eerste deel);

[Jas.4.7.a]

Lukas 9:23.

Lukas 9:23: En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij.

“De strijd tegen ons eigen-ik is de zwaarste strijd, die te strijden valt. Het ondergeschikt maken van het eigen-ik, het volledig onderwerpen van onze wil aan God, vraagt strijd. Maar men moet zich innerlijk aan God overgeven, voordat men de heilige vernieuwing kan ondergaan.” –Schreden naar Christus, blz. 51.

“Gevechten moeten elke dag worden uitgevochten. Er is een grote strijd gaande over elke ziel, tussen de prins der duisternis en de prins des levens.” –The Review and Herald, 19 juli 1892.

“Wanneer de ziel zich aan Christus overgeeft, neemt een nieuwe macht bezit van het nieuwe hart. Er wordt een verandering teweeggebracht, die de mens nooit zelf kan bewerken. Het is bovennatuurlijk werk, dat een bovennatuurlijk element brengt in de menselijke natuur… Maar, tenzij wij ons aan de heerschappij van Christus overgeven, zullen wij geregeerd worden door de boze. Het is onvermijdelijk dat wij in de macht zijn van één van de beide grote machten, die strijden om de oppermacht in deze wereld. Het is niet noodzakelijk, dat wij moedwillig kiezen voor het koninkrijk der duisternis om onder de heerschappij daarvan te komen. We behoeven slechts na te laten ons te verbinden met het koninkrijk des lichts. Indien wij niet samenwerken met de hemelse machten, zal Satan bezit nemen van het hart en het tot zijn woonplaats maken. De enige verdediging tegen de boze is het wonen van Christus in het hart, door het geloof in Zijn gerechtigheid” –De Wens der Eeuwen, blz. 274.

B. Tot welke omvang moet deze betrokkenheid gehandhaafd blijven?

Openbaring 2:10.

Openbaring 2:10: Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.

“(Op de Rijksdag van Spiers in Duitsland in 1529). Een andere vorst zei toen hij de pen opnam: “Als het voor de eer van mijn Heer Jezus Christus nodig is, ben ik bereid … mijn bezittingen en mijn leven prijs te geven”. “Ik wil liever mijn onderdanen en mijn staten vaarwel zeggen, liever het land van mijn vaderen met de bedelstaf in de hand verlaten, dan enige andere leer aan te nemen dan die welke in deze belijdenis is geformuleerd”. Zo groot was het geloof en de moed van deze godsmannen.” –De Grote Strijd, blz. 191.

“ Zelfs één verkeerde karaktertrek, één zondig verlangen, dat wordt gekoesterd, zal uiteindelijk alle kracht van het evangelie ongedaan maken. De overheersing van een zondig verlangen toont de misleiding van de ziel. Iedere keer als wordt toegegeven aan dat zondige verlangen, wordt de weerzin van de ziel tegen God versterkt. De pijn van de plicht en het genot van de zonde vormen de draad, waarmee Satan mensen verstrikt. Zij, die liever zouden sterven dan een verkeerde daad te verrichten, zijn de enigen, die getrouw bevonden zullen worden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 49-50.

DINSDAG — 26 december

3. Respect voor gezag

A. Hoe moeten we omgaan met overheidsgezag en waarom?

Hebreeën 13:17;

Hebreeën 13:17: Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.

Romeinen 13:1-7;

Romeinen 13:1: Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd. Romeinen 13:2: Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen. Romeinen 13:3: Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben; Romeinen 13:4: Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet. Romeinen 13:5: Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen om der straffe, maar ook om des gewetens wil. Romeinen 13:6: Want daarom betaalt gij ook schattingen; want zij zijn dienaars van God, in ditzelve geduriglijk bezig zijnde. Romeinen 13:7: Zo geeft dan een iegelijk, wat gij schuldig zijt; schatting, dien gij de schatting, tol, dien gij den tol, vreze, dien gij de vreze, eer, die gij de eer schuldig zijt.

Daniël 2:20-21.

Daniël 2:20: Daniel antwoordde en zeide: De Naam Gods zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want Zijn is de wijsheid en de kracht. Daniël 2:21: Want Hij verandert de tijden en stonden; Hij zet de koningen af, en Hij bevestigt de koningen; Hij geeft den wijzen wijsheid, en wetenschap dengenen, die verstand hebben;

B. Wat moeten allen, die gezag hebben, doen met die verantwoordelijkheid?

1 Korinthe 11:1.

1 Korinthe 11:1: Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.

“David had zijn macht van God gekregen, maar mocht deze slechts gebruiken in overeenstemming met Gods wet. Toen hij bevelen gaf in strijd met Gods wet, werd het zonde te gehoorzamen. ‘De overheden, die er zijn, zijn door God gesteld’ (Romeinen 13:1), maar we mogen geen gehoorzaamheid betonen, die in strijd is met Gods wet. Toen de apostel Paulus aan de Korinthiërs schreef, zette hij de beginselen uiteen, waardoor we ons moeten laten leiden. Hij zegt: ‘Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg’ (1 Korinthe 11:1).” –Patriarchen en Profeten, blz. 656,

C. Strekt dit gezag zich uit tot iemands geweten, dat wil zeggen, zijn verbinding met God?

Handelingen 5:28-29;

Handelingen 5:28: Hebben wij u niet ernstiglijk aangezegd, dat gij in dezen Naam niet zoudt leren? En ziet, gij hebt met deze uw leer Jeruzalem vervuld, en gij wilt het bloed van dezen Mens over ons brengen. Handelingen 5:29: Maar Petrus en de apostelen antwoordden, en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen.

Handelingen 23:1;

Handelingen 23:1: En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.

Handelingen 24:16.

Handelingen 24:16: En hierin oefen ik mijzelven, om altijd een onergerlijk geweten te hebben bij God en de mensen.

“(Toen Maarten Luther te Worms getuigde). De hervormer antwoordde: “Aangezien uwe zeer doorluchtige majesteit en uwe hoogheden een duidelijk, eenvoudig en nauwkeurig antwoord van mij verwachten, zal ik het u geven: “Ik kan mijn geloof niet aan de paus of de concilies onderwerpen, omdat het zonneklaar is, dat zij vaak hebben gedwaald en elkaar hebben tegengesproken. Als men mij niet met de Schrift of met steekhoudende argumenten kan weerleggen, als men mij niet met de teksten, die ik heb aangehaald, kan overtuigen en als men mij niet door middel van Gods Woord kan aantonen, dat ik ongelijk heb, kan ik en wil ik niets herroepen, want een christen mag zijn geweten geen geweld aandoen. Hier sta ik; ik kan niet anders. Zo helpe mij God. Amen”.“ –De Grote Strijd, blz. 147-148.

“’De meerderheid heeft niet te beslissen in gewetenszaken’… De Staat behoort de gewetenvrijheid te beschermen en daar eindigt haar gezag in godsdienstige aangelegenheden. Elke wereldlijke overheid, die godsdienstige voorschriften door middel van het burgerlijk gezag wil instellen of afdwingen, offert het beginsel op, waar de evangelische christenen zo moedig voor hebben gestreden.” –De Grote Strijd, blz. 186.

“Het protestantisme verwerpt deze twee misbruiken en stelt het persoonlijk geweten boven de overheid, en het gezag van Gods Woord boven de zichtbare kerk.” –De Grote Strijd, blz. 188.

“Het geweten is de stem van God ,die gehoord wordt temidden van het conflict van menselijke hartstochten; wanneer deze worden weerstaan, wordt de Geest van God bedroefd.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 101.

WOENSDAG — 27 december

4. Het geweten

A. Kunnen we altijd ons geweten vertrouwen?

Titus 1:15;

Titus 1:15: Alle dingen zijn wel rein den reinen, maar den bevlekten en ongelovigen is geen ding rein, maar beide hun verstand en geweten zijn bevlekt.

2 Timótheüs 4:1-2.

2 Timotheüs 4:1: Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: 2 Timotheüs 4:2: Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.

“Maar iemand zegt: “Mijn geweten veroordeelt mij niet, wanneer ik het gebod van God niet houd.” Maar in het Woord van God lezen we, dat er goede en slechte gewetens zijn. En het feit, dat uw geweten u niet veroordeelt, wanneer u het gebod van God niet houdt, bewijst niet, dat u in Zijn ogen niet veroordeeld wordt.” –Geest, Karakter en Persoonlijkheid, blz. 339.

“Mijn broeders, uw ziel moet verkwikt en uw geloof moet verdiept worden. Gij hebt uzelve zo lang verontschuldigd ten aanzien van ongehoorzaamheid door het aanvoeren van deze of die reden, dat uw geweten in slaap is gesust en u niet meer op uw dwalingen wijst. Gij hebt zo lang het vieren van de Sabbat in overeenstemming gebracht met uw eigen lusten, dat ge uw ongehoorzaamheid zelfs niet meer bewust zijt; nochtans blijft ge daarvoor verantwoordelijk, want ge hebt uzelve in deze conditie gebracht. Begin direct de goddelijke geboden te gehoorzamen en vertrouw op God. Tart Zijn gramschap niet, anders zal Hij u bezoeken met een vreselijke bestraffing. Keer tot Hem terug, alvorens het te laat is en vraag vergiffenis voor uw overtredingen. In genade is Hij overvloedig en weldadig; Hij zal u Zijn vrede en welgevallen schenken, wanneer gij tot Hem komt in nederig geloof.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 520-521.

B. Wat heeft God op wonderbaarlijke wijze toegevoegd om ons geweten te helpen?

Genesis 3:15;

Genesis 3:15: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

Johannes 1:9.

Johannes 1:9: Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.

“Toen Adam en Eva in de hof van Eden waren geplaatst, waren ze onschuldig en zondeloos, in volmaakte harmonie met God. Vijandschap had geen natuurlijk bestaan in hun harten. Maar toen ze overtraden, was hun natuur niet langer zondeloos. Ze werden slecht; want ze hadden zich aan de kant van de gevallen vijand geplaatst, terwijl ze precies de dingen deden, die God had voorgeschreven, dat zij niet moesten doen. Als er geen tussenkomst van de kant van God was geweest, zou men een hecht verbond met Satan tegen de hemel hebben gevormd…

Satan wist, dat hoewel hij erin geslaagd was menselijke wezens zondig te maken, hoewel hij hen ertoe had gebracht zijn leugen te geloven en te twijfelen aan God, hoewel hij erin geslaagd was de menselijke natuur te verderven, was er een regeling getroffen, waardoor de gevallen wezens, zouden worden geplaatst op gunstige grond, hun natuur vernieuwd in godsvrucht…

In de verklaring: ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad’, beloofde God Zichzelf om in de harten van mensen een nieuw principe te brengen, een haat tegen zonde, tegen bedrog, tegen uiterlijk vertoon, tegen alles wat de sporen van Satans bedrog draagt.” –Special Testimonies, Series B, No. 2, blz. 6.

DONDERDAG — 28 december

5. Het geweten moet onderwezen worden

A. Is het mogelijk om een goed geweten te hebben?

1 Timótheüs 1:18-19;

1 Timotheüs 1:18: Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheus, dat gij naar de profetieen, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt; 1 Timotheüs 1:19: Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben;

1 Timótheüs 3:9.

1 Timotheüs 3:9: Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten.

“Met uw Bijbels open voor u om geheiligd verstand en een goed geweten te raadplegen. Uw hart moet worden bewogen, uw ziel moet worden aangeraakt, uw verstandelijke vermogen en verstand moeten worden gewekt door de Geest van God; de heilige beginselen, die in Zijn woord zijn vastgelegd, zullen de ziel verlichten. Ik zeg u, mijn broeders, onze ware bron van wijsheid, deugd en kracht is in het kruis van Golgotha. Christus is de Auteur en Voleinder van ons geloof. Hij zegt: ‘Zonder Mij kunt gij niets doen.’ Jezus is de enige zekere garantie voor verstandelijk succes en vooruitgang.” –Medical Ministry, blz. 99.

B. Hoe verkrijgt men een zuiver geweten?

Hebreeën 9:14.

Hebreeën 9:14: Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levende God te dienen?

“Breng uw geweten naar het Woord van God en kijk, of uw leven en karakter in overeenstemming zijn met de maatstaf van gerechtigheid, die God daarin geopenbaard heeft. Dan kunt u bepalen, of u wel of niet een geloof met inzicht hebt en wat voor geweten u heeft. Het geweten van de mens is niet te vertrouwen, tenzij het onder de invloed van goddelijke genade staat. Satan maakt gebruik van een onverlicht geweten en leidt mensen daarbij in allerlei verwarring, omdat zij het Woord van God niet tot hun raadsman hebben gemaakt. Velen hebben een eigen evangelie verzonnen, net zoals zij een eigen wet in de plaats van Gods wet hebben gesteld.

Het is niet genoeg voor iemand, wanneer hij zich veilig acht door de dictaten van zijn geweten te volgen… De vraag, die beantwoord moet worden, is: Is het geweten in harmonie met het Woord van God? Zo niet, dan kan men dit niet veilig volgen, want dan zal het misleiden. Het geweten moet door God worden verlicht. Er moet tijd genomen worden om de Schriften te bestuderen en voor gebed. Zo wordt de geest opgebouwd, versterkt en bevestigd.” –Geest, Karakter en Persoonlijkheid, blz. 339-340.

VRIJDAG — 29 december

Terugblik

1. Hoe vestigen we het christelijk geloof in ons leven?

2. Waarom is onderwerping de kern van het christendom?

3. Wat zijn de grenzen aan overheids- en geestelijk gezag?

4. Wat is er nodig om ons geweten te leiden?

5. Hoe ontwikkelen we een goed geweten?