Tekst om te onthouden: “Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onbestraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen?”
Hebreeën 9:14
“Verzoekingen schijnen vaak zo onweerstaanbaar, omdat hij, die wordt verzocht, zich Gods beloften niet onmiddellijk voor de geest kan halen om Satan te bestrijden met de wapens van de Schrift.” –De Grote Strijd, blz. 555.
Aanvullende studie :: -De Grote Strijd, blz. 180-194.
A. Wat is de basis van het christelijk geloof?
2 Timótheüs 3:16-17.
“Christus doet een beroep op Zijn volk om Zijn woord te geloven en uit te leven. Wie dit Woord aannemen en in zich opnemen en het tot een deel maken van elke daad, van elke karaktereigenschap, zullen sterk opwassen in de kracht Gods. Dan zal men zien, dat hun geloof van hemelse oorsprong is. Zij zullen niet dwalen op vreemde paden. Hun geest zal niet uitgaan naar een godsdienst van sentiment of van sensatie. Voor engelen en voor mensen zullen ze staan als mensen, die een sterk, standvastig christelijk karakter hebben.
In het gouden wierookvat der waarheid, zoals geboden wordt in de onderwijzingen van Christus, hebben we datgene, wat zielen zal overtuigen en bekeren. Brengt, in de eenvoud van Christus, de waarheden, welke Hij, komende in deze wereld, verkondigde, en dan zal de kracht van een boodschap zich openbaren. Brengt geen theorieën of motieven, waarvan Christus nooit gewag heeft gemaakt, en die niet gefundeerd zijn in de Bijbel. Wij hebben verheven, plechtige waarheden te verkondigen. ‘Er staat geschreven’ is de toets, die elke ziel moet voorgehouden worden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 285-286.
B. Wat is er nodig in verband met ijverige Bijbelstudie?
Matthéüs 26:41;
1 Thessalonicensen 5:17.
A. Wat is er nodig om een echt christelijk leven te hebben?
Jakobus 4:7 (eerste deel);
Lukas 9:23.
“De strijd tegen ons eigen-ik is de zwaarste strijd, die te strijden valt. Het ondergeschikt maken van het eigen-ik, het volledig onderwerpen van onze wil aan God, vraagt strijd. Maar men moet zich innerlijk aan God overgeven, voordat men de heilige vernieuwing kan ondergaan.” –Schreden naar Christus, blz. 51.
“Gevechten moeten elke dag worden uitgevochten. Er is een grote strijd gaande over elke ziel, tussen de prins der duisternis en de prins des levens.” –The Review and Herald, 19 juli 1892.
“Wanneer de ziel zich aan Christus overgeeft, neemt een nieuwe macht bezit van het nieuwe hart. Er wordt een verandering teweeggebracht, die de mens nooit zelf kan bewerken. Het is bovennatuurlijk werk, dat een bovennatuurlijk element brengt in de menselijke natuur… Maar, tenzij wij ons aan de heerschappij van Christus overgeven, zullen wij geregeerd worden door de boze. Het is onvermijdelijk dat wij in de macht zijn van één van de beide grote machten, die strijden om de oppermacht in deze wereld. Het is niet noodzakelijk, dat wij moedwillig kiezen voor het koninkrijk der duisternis om onder de heerschappij daarvan te komen. We behoeven slechts na te laten ons te verbinden met het koninkrijk des lichts. Indien wij niet samenwerken met de hemelse machten, zal Satan bezit nemen van het hart en het tot zijn woonplaats maken. De enige verdediging tegen de boze is het wonen van Christus in het hart, door het geloof in Zijn gerechtigheid” –De Wens der Eeuwen, blz. 274.
B. Tot welke omvang moet deze betrokkenheid gehandhaafd blijven?
Openbaring 2:10.
“(Op de Rijksdag van Spiers in Duitsland in 1529). Een andere vorst zei toen hij de pen opnam: “Als het voor de eer van mijn Heer Jezus Christus nodig is, ben ik bereid … mijn bezittingen en mijn leven prijs te geven”. “Ik wil liever mijn onderdanen en mijn staten vaarwel zeggen, liever het land van mijn vaderen met de bedelstaf in de hand verlaten, dan enige andere leer aan te nemen dan die welke in deze belijdenis is geformuleerd”. Zo groot was het geloof en de moed van deze godsmannen.” –De Grote Strijd, blz. 191.
“ Zelfs één verkeerde karaktertrek, één zondig verlangen, dat wordt gekoesterd, zal uiteindelijk alle kracht van het evangelie ongedaan maken. De overheersing van een zondig verlangen toont de misleiding van de ziel. Iedere keer als wordt toegegeven aan dat zondige verlangen, wordt de weerzin van de ziel tegen God versterkt. De pijn van de plicht en het genot van de zonde vormen de draad, waarmee Satan mensen verstrikt. Zij, die liever zouden sterven dan een verkeerde daad te verrichten, zijn de enigen, die getrouw bevonden zullen worden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 49-50.
A. Hoe moeten we omgaan met overheidsgezag en waarom?
Hebreeën 13:17;
Romeinen 13:1-7;
Daniël 2:20-21.
B. Wat moeten allen, die gezag hebben, doen met die verantwoordelijkheid?
1 Korinthe 11:1.
“David had zijn macht van God gekregen, maar mocht deze slechts gebruiken in overeenstemming met Gods wet. Toen hij bevelen gaf in strijd met Gods wet, werd het zonde te gehoorzamen. ‘De overheden, die er zijn, zijn door God gesteld’ (Romeinen 13:1), maar we mogen geen gehoorzaamheid betonen, die in strijd is met Gods wet. Toen de apostel Paulus aan de Korinthiërs schreef, zette hij de beginselen uiteen, waardoor we ons moeten laten leiden. Hij zegt: ‘Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg’ (1 Korinthe 11:1).” –Patriarchen en Profeten, blz. 656,
C. Strekt dit gezag zich uit tot iemands geweten, dat wil zeggen, zijn verbinding met God?
Handelingen 5:28-29;
Handelingen 23:1;
Handelingen 24:16.
“(Toen Maarten Luther te Worms getuigde). De hervormer antwoordde: “Aangezien uwe zeer doorluchtige majesteit en uwe hoogheden een duidelijk, eenvoudig en nauwkeurig antwoord van mij verwachten, zal ik het u geven: “Ik kan mijn geloof niet aan de paus of de concilies onderwerpen, omdat het zonneklaar is, dat zij vaak hebben gedwaald en elkaar hebben tegengesproken. Als men mij niet met de Schrift of met steekhoudende argumenten kan weerleggen, als men mij niet met de teksten, die ik heb aangehaald, kan overtuigen en als men mij niet door middel van Gods Woord kan aantonen, dat ik ongelijk heb, kan ik en wil ik niets herroepen, want een christen mag zijn geweten geen geweld aandoen. Hier sta ik; ik kan niet anders. Zo helpe mij God. Amen”.“ –De Grote Strijd, blz. 147-148.
“’De meerderheid heeft niet te beslissen in gewetenszaken’… De Staat behoort de gewetenvrijheid te beschermen en daar eindigt haar gezag in godsdienstige aangelegenheden. Elke wereldlijke overheid, die godsdienstige voorschriften door middel van het burgerlijk gezag wil instellen of afdwingen, offert het beginsel op, waar de evangelische christenen zo moedig voor hebben gestreden.” –De Grote Strijd, blz. 186.
“Het protestantisme verwerpt deze twee misbruiken en stelt het persoonlijk geweten boven de overheid, en het gezag van Gods Woord boven de zichtbare kerk.” –De Grote Strijd, blz. 188.
“Het geweten is de stem van God ,die gehoord wordt temidden van het conflict van menselijke hartstochten; wanneer deze worden weerstaan, wordt de Geest van God bedroefd.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 101.
A. Kunnen we altijd ons geweten vertrouwen?
Titus 1:15;
2 Timótheüs 4:1-2.
“Maar iemand zegt: “Mijn geweten veroordeelt mij niet, wanneer ik het gebod van God niet houd.” Maar in het Woord van God lezen we, dat er goede en slechte gewetens zijn. En het feit, dat uw geweten u niet veroordeelt, wanneer u het gebod van God niet houdt, bewijst niet, dat u in Zijn ogen niet veroordeeld wordt.” –Geest, Karakter en Persoonlijkheid, blz. 339.
“Mijn broeders, uw ziel moet verkwikt en uw geloof moet verdiept worden. Gij hebt uzelve zo lang verontschuldigd ten aanzien van ongehoorzaamheid door het aanvoeren van deze of die reden, dat uw geweten in slaap is gesust en u niet meer op uw dwalingen wijst. Gij hebt zo lang het vieren van de Sabbat in overeenstemming gebracht met uw eigen lusten, dat ge uw ongehoorzaamheid zelfs niet meer bewust zijt; nochtans blijft ge daarvoor verantwoordelijk, want ge hebt uzelve in deze conditie gebracht. Begin direct de goddelijke geboden te gehoorzamen en vertrouw op God. Tart Zijn gramschap niet, anders zal Hij u bezoeken met een vreselijke bestraffing. Keer tot Hem terug, alvorens het te laat is en vraag vergiffenis voor uw overtredingen. In genade is Hij overvloedig en weldadig; Hij zal u Zijn vrede en welgevallen schenken, wanneer gij tot Hem komt in nederig geloof.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 520-521.
B. Wat heeft God op wonderbaarlijke wijze toegevoegd om ons geweten te helpen?
Genesis 3:15;
Johannes 1:9.
“Toen Adam en Eva in de hof van Eden waren geplaatst, waren ze onschuldig en zondeloos, in volmaakte harmonie met God. Vijandschap had geen natuurlijk bestaan in hun harten. Maar toen ze overtraden, was hun natuur niet langer zondeloos. Ze werden slecht; want ze hadden zich aan de kant van de gevallen vijand geplaatst, terwijl ze precies de dingen deden, die God had voorgeschreven, dat zij niet moesten doen. Als er geen tussenkomst van de kant van God was geweest, zou men een hecht verbond met Satan tegen de hemel hebben gevormd…
Satan wist, dat hoewel hij erin geslaagd was menselijke wezens zondig te maken, hoewel hij hen ertoe had gebracht zijn leugen te geloven en te twijfelen aan God, hoewel hij erin geslaagd was de menselijke natuur te verderven, was er een regeling getroffen, waardoor de gevallen wezens, zouden worden geplaatst op gunstige grond, hun natuur vernieuwd in godsvrucht…
In de verklaring: ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad’, beloofde God Zichzelf om in de harten van mensen een nieuw principe te brengen, een haat tegen zonde, tegen bedrog, tegen uiterlijk vertoon, tegen alles wat de sporen van Satans bedrog draagt.” –Special Testimonies, Series B, No. 2, blz. 6.
A. Is het mogelijk om een goed geweten te hebben?
1 Timótheüs 1:18-19;
1 Timótheüs 3:9.
“Met uw Bijbels open voor u om geheiligd verstand en een goed geweten te raadplegen. Uw hart moet worden bewogen, uw ziel moet worden aangeraakt, uw verstandelijke vermogen en verstand moeten worden gewekt door de Geest van God; de heilige beginselen, die in Zijn woord zijn vastgelegd, zullen de ziel verlichten. Ik zeg u, mijn broeders, onze ware bron van wijsheid, deugd en kracht is in het kruis van Golgotha. Christus is de Auteur en Voleinder van ons geloof. Hij zegt: ‘Zonder Mij kunt gij niets doen.’ Jezus is de enige zekere garantie voor verstandelijk succes en vooruitgang.” –Medical Ministry, blz. 99.
B. Hoe verkrijgt men een zuiver geweten?
Hebreeën 9:14.
“Breng uw geweten naar het Woord van God en kijk, of uw leven en karakter in overeenstemming zijn met de maatstaf van gerechtigheid, die God daarin geopenbaard heeft. Dan kunt u bepalen, of u wel of niet een geloof met inzicht hebt en wat voor geweten u heeft. Het geweten van de mens is niet te vertrouwen, tenzij het onder de invloed van goddelijke genade staat. Satan maakt gebruik van een onverlicht geweten en leidt mensen daarbij in allerlei verwarring, omdat zij het Woord van God niet tot hun raadsman hebben gemaakt. Velen hebben een eigen evangelie verzonnen, net zoals zij een eigen wet in de plaats van Gods wet hebben gesteld.
Het is niet genoeg voor iemand, wanneer hij zich veilig acht door de dictaten van zijn geweten te volgen… De vraag, die beantwoord moet worden, is: Is het geweten in harmonie met het Woord van God? Zo niet, dan kan men dit niet veilig volgen, want dan zal het misleiden. Het geweten moet door God worden verlicht. Er moet tijd genomen worden om de Schriften te bestuderen en voor gebed. Zo wordt de geest opgebouwd, versterkt en bevestigd.” –Geest, Karakter en Persoonlijkheid, blz. 339-340.
1. Hoe vestigen we het christelijk geloof in ons leven?
2. Waarom is onderwerping de kern van het christendom?
3. Wat zijn de grenzen aan overheids- en geestelijk gezag?
4. Wat is er nodig om ons geweten te leiden?
5. Hoe ontwikkelen we een goed geweten?