Tekst om te onthouden: “Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die gij verbrijzeld hebt… Geef mij weer de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij”
Psalm 51:10
“God vraagt ons niet om iets op te geven, dat goed is voor ons om te behouden. In alles wat Hij doet, heeft Hij het welzijn van Zijn kinderen op het oog.” –Schreden naar Christus, blz. 54-55.
Aanvullende studie :: -Schreden naar Christus, blz. 139-156.
A. Wat voor soort gehoorzaamheid accepteert God, en waarom?
Deuteronomium 28:45-47.
“Ware godsdienst brengt de mens in harmonie met Gods wetten, in lichamelijk, verstandelijk en geestelijk opzicht. Het leert zelfbeheersing, kalmte, matigheid. Godsdienst veredelt de geest, verfijnt de smaak en heiligt het oordeel. Het maakt, dat de ziel deel heeft aan de zuiverheid van de hemel. Geloof in Gods liefde en voorzienigheid maakt de lasten van zorg en onrust lichter. Het vervult het hart met vreugde en tevredenheid in de staat, waarin men zich bevindt. Godsdienst bevordert de gezondheid, verlengt het leven en maakt, dat de zegeningen meer op prijs worden gesteld. Hij opent voor de ziel een altijd stromende bron van geluk.” –Patriarchen en Profeten, blz. 549-550.
“Was het maar zo, dat allen, die niet voor Christus hebben gekozen, zouden beseffen, dat Hij iets te bieden heeft, dat oneindig veel beter is dan datgene, wat zij voor zichzelf zoeken. Een mens berokkent zichzelf het grootste nadeel en doet zichzelf een groot onrecht aan, als hij in zijn denken en handelen ingaat tegen de wil van God. Er kan geen echte vreugde worden gevonden, wanneer men de weg gaat, die verboden is door Hem, die weet wat het beste is en die het beste voor heeft met Zijn schepselen. Het pad van de overtreding is een pad van ellende en vernietiging.” –Schreden naar Christus, blz. 55.
“God verlangt ernaar op mannen en vrouwen Zijn rijke stroom van liefde uit te gieten. Hij verlangt ernaar hen met vreugde Zijn wil te zien doen, waarbij zij al de hun toevertrouwde krachten in Zijn dienst benutten door allen, die in hun invloedssfeer komen, te leren dat de manier om als gerechtvaardigd voor Christus’ zaak gerekend te worden, het gehoorzamen van Zijn wet is.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 92.
A. Hoe is gehoorzaamheid gekoppeld aan vreugde?
Johannes 14:15;
Johannes 15:10-11;
Spreuken 21:15.
“Op het pad van gehoorzaamheid en plicht is tevredenheid en zelfs vreugde.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 98.
“Het beginsel van wereldse mensen is om van de vergankelijke dingen van dit leven zoveel mogelijk bij elkaar te schrapen, als ze maar kunnen. Zelfzuchtige liefde naar gewin is het overheersende principe in hun leven. Maar de zuiverste blijdschap wordt niet gevonden in rijkdom, en ook niet waar een hunkerende begeerte zich voordoet, maar waar tevredenheid heerst en waar zelfverloochenende liefde een heersend beginsel is. Duizenden brengen hun leven door in overdaad en hun hart is vol wrevel. Ze zijn het slachtoffer van de zelfzucht en ontevredenheid in hun ijdel pogen om hun geest met overdaad te bevredigen. Maar op hun gezicht staat te lezen, hoe ongelukkig ze zich voelen en achter hen strekt zich een woestenij uit, omdat hun leven onvruchtbaar is aan goede werken.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 371.
“Echt geluk is alleen te vinden in goed zijn en goed doen. Het zuiverste en hoogste genot kennen zij, die trouw de hun opgedragen taken doen. Eerlijk werk is nooit vernederend. Laaghartige luiheid laat mensen neerkijken op de eenvoudige, alledaagse levenstaken. Weigeren om deze taken te doen leidt tot verstandelijk en moreel gebrek, dat op een dag pijnlijk voelbaar wordt. Op een bepaald moment komt deze misvorming in het leven van gemakzuchtige mensen duidelijk aan het licht. Het levensverslag van zo iemand bevat dan de woorden: een consument, maar geen producent.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 199.
“Hebt u nooit iets plezierigs ervaren? Hebt u nooit een kostbaar moment gehad, waarin uw hart van vreugde bonsde, in antwoord op Gods Geest? Als u de hoofdstukken van uw levensboek doorleest, zijn er dan nergens plezierige bladzijden? Zijn Gods beloften niet als de geurende bloemen, die overal groeien naast het pad, waarop u gaat? Wilt u niet, dat hun schoonheid en geur uw hart vullen met blijdschap?” –Schreden naar Christus, blz. 143.
B. Leg de houding van de christen uit.
Romeinen 12:8 (laatste deel);
Nehemia 8:10.
“Vaak wordt gezegd, dat er wel geschreven staat, dat Jezus weende, maar dat ons niet bekend is, dat Hij ook glimlachte. Inderdaad was onze Zaligmaker een Man van Smarten en iemand, die met droefheid bekend was, want Zijn hart stond open voor alle ellende van de mensen. Maar hoewel Zijn leven gekenmerkt werd door zelfverloochening en overschaduwd werd door pijn en zorg, raakte Hij daardoor niet terneergeslagen. Zijn gezicht had geen uitdrukking van smart en ontevredenheid, maar van rust en vrede. Zijn hart was een bron van leven, en waar Hij ging, nam Hij rust en vrede, vreugde en blijdschap met Zich mee.” –Schreden naar Christus, blz. 148.
A. Wat voorzag God in de volmaaktheid van Eden om onze eerste ouders gelukkig te maken?
Genesis 2:8,
Genesis 2:15.
“Voor de bewoners van Eden gold de taak de hof te bewaren en deze te onderhouden. Hun bezigheid was niet vermoeiend, maar aangenaam en versterkend. God wilde, dat arbeid een zegen voor de mens zou zijn, om zijn geest bezig te houden, zijn lichaam te sterken en zijn geestvermogens te ontwikkelen. Adam vond in verstandelijke en lichamelijke bezigheid een van de grootste genoegens van zijn geheiligd bestaan. En toen hij, als gevolg van zijn ongehoorzaamheid, uit zijn prachtige tehuis werd verdreven en gedwongen was de stugge grond te bewerken en zijn dagelijks brood te verkrijgen, was deze arbeid, hoewel verschillend ook van zijn aangename bezigheid in de hof, een beveiliging tegen verleiding en een bron van geluk. Zij, die werken beschouwen als een vloek, al valt het ook zwaar, begaan een grote vergissing. De rijken zien vaak met verachting neer op de werkende stand, maar dit is volkomen in strijd met Gods bedoeling toen Hij de mens geschapen had… Onze Schepper, die weet wat dient voor het geluk van de mens, wees Adam zijn werk aan. Ware levensvreugde wordt slechts gevonden door werkende mannen en vrouwen. De engelen zijn ijverige werkers; ze zijn Gods dienaren om de mensenkinderen terzijde te staan. De Schepper heeft geen plaats voor de lediggangers.” –Patriarchen en Profeten, blz. 24-25.
B. Wat kwam Jezus in deze wereld doen en welke reactie had dat werk op Hem?
Lukas 19:10;
Lucas 15:5-7.
“Binnenkort zullen wij onze Verlosser ontmoeten, en hoe zullen wij rekenschap geven over het gebruik van onze tijd, onze talenten en onze bezittingen? Het moet onze vreugde zijn zielen te redden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 394.
“Zij, die hun leven geven om te dienen, zoals Christus diende, kennen de betekenis van waar geluk. Hun belangstelling en hun gebeden reiken veel verder dan zichzelf. Zij groeien zelf, terwijl zij trachten anderen te helpen. Zij raken vertrouwd met de grootste plannen, de meest aangrijpende projecten. En hoe kan het dan anders dan dat zij groeien, wanneer zij zichzelf stellen in het goddelijke kanaal van licht en zegeningen? Zulke mensen ontvangen wijsheid vanuit de hemel. Zij raken meer en meer vereenzelvigd met Christus in al Zijn plannen. Er is geen mogelijkheid tot geestelijke stilstand. Zelfzuchtige eerzucht en eigenbaat worden bestraft door de voortdurende verbinding met deze alomvattende belangen en met het verheven streven, die aan hoge en heilige werkzaamheden verbonden zijn.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 45.
A. Wat kunnen we in deze wereld verwachten als resultaat van onze christelijke levenswandel, hoe zullen we ons daardoor voelen, en waarom?
2 Timótheüs 3:12;
1 Petrus 4:12-13.
“Beproefd en getest worden maakt deel uit van onze morele discipline. Hier kunnen we de meest waardevolle lessen leren en de kostbaarste genaden verkrijgen, als we tot God willen naderen en alles in Zijn kracht willen doorstaan.” –Life Sketches, blz. 265-266.
“De stralende, opgewekte kant van onze godsdienst moet getoond worden door allen, die dagelijks aan God gewijd zijn. Wij moeten God niet onteren door te laten zien, hoe zwaar we onder de lasten gebukt gaan. Alle beproevingen, die aaanvaard worden als opvoedingsmiddelen, zullen bijdschap verwekken. Van het gehele godsdienstige leven moet een verheffende, veredelende invloed uitgaan, gepaard met de reuk van goede werken en woorden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 29.
B. Hoe moeten we reageren, als we lijden voor iets, dat we niet verdienen om ervoor te lijden, en wat steunt ons in deze strijd?
1 Petrus 2:20;
Hebreeën 12:2.
C. Wat moeten we bedenken in onze donkerste momenten, en waarom?
Johannes 16:20;
Romeinen 8:28;
Deuteronomium 33:25;
Psalm 126:5.
“Wij kunnen het ons niet veroorloven ons op te winden over enig werkelijk of vermeend onrecht, ons aangedaan. Het eigen-ik is de vijand, die wij het meest moeten vrezen…
Wij moeten ons niet zo snel gekrenkt voelen. We moeten niet leven om onze gevoelens te bewaken of onze reputatie, maar om onze ziel te redden. Als wij geïnteresseerd raken in de redding van onze zielen, zullen wij ophouden ons te bekommeren om de kleine verschillen, die zo dikwijls aan de orde komen in onze omgang met anderen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 416.
“Als degenen, die in de voorhoede van de strijd staan, zien dat de speciale oorlogvoering van Satan tegen hen gericht is, zullen zij beseffen, dat ze kracht van God nodig hebben en zullen ze werken in Zijn kracht. De overwinningen, die ze behalen, zullen hen niet verheffen, maar zullen ervoor zorgen, dat ze veiliger leunen op de Machtige. Diepe en vurige dankbaarheid jegens God zal in hun hart opspringen, en ze zullen blij zijn met de beproeving, die over hen komt, terwijl ze onder druk worden gezet door de vijand.” –Gospel Workers, blz. 266.
“Het kan zijn, dat u zakelijke problemen hebt. De vooruitzichten kunnen steeds donkerder worden, en het kan er naar uitzien, dat u met verlies te kampen krijgt. Maar verlies de moed niet. Ga met uw zorg naar God en blijf kalm en opgewekt. Bid om wijsheid, opdat u uw zaken verstandig kunt aanpakken en zo verlies en tegenslag kunt voorkomen. Maar doe van uw kant alles, wat u kunt om tot gunstige resultaten te komen. Jezus heeft Zijn hulp beloofd, maar niet zonder, dat wij onszelf inspannen. Steun op uw Helper. En als u alles hebt gedaan, wat in uw vermogen lag, aanvaard dan blijmoedig het resultaatt.” –Schreden naar Christus, blz. 150-151.
A. Wat is een eenvoudig beginsel van investering?
Matthéüs 13:8,
Mattheüs 13:44;
Lukas 6:38.
“Een voortdurend meedelen van Gods gaven, overal waar het werk van God of de noden van de mensheid onze hulp vragen, leidt niet tot armoede… De zaaier vermenigvuldigt zijn zaad door het uit te strooien. Ditzelfde doen ook zij, die getrouw zijn in het uitdelen van Gods gaven. Door uit te delen vermeerderen zij hun zegeningen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 254-255.
B. Hoe belangrijk is de daad van geven? Maleáchi 3:8-11;
2 Korinthe 8:1-3.
“De bereidwilligheid van de zijde van de Macedonische gelovigen om te offeren was een gevolg van algehele toewijding… Zij verheugden zich in het voorrecht zichzelf het nodige te ontzeggen om in de noden van anderen te kunnen voorzien. Indien de apostel hen ervan zou hebben weerhouden, zouden ze er bij hem op aangedrongen hebben hun gave te aanvaatden. In hun eenvoud en oprechtheid, en in hun liefde voor de broeders, verloochenden zij zich met blijdschap, en genoten zij aldus rijkelijk de vrucht der weldadigheid.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 253.
“Het verlossingsplan was geheel vrijwillig van de kant van onze Verlosser, en het is de bedoeling van Christus, dat al onze weldadigheid vrijwillige gaven moeten zijn.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 413.
C. Wat voor gaven zijn aanvaardbaar voor God?
2 Korinthe 9:7.
“Hij (God) is niet blij Zijn schatkist vol te hebben met gedwongen voorraden. De trouwe harten van Zijn volk, die zich verheugen in de reddende waarheid voor deze tijd, zullen, door liefde en dankbaarheid jegens Hem voor dit kostbare licht, oprecht en verlangend zijn om met hun middelen te helpen bij het verzenden van de waarheid naar anderen.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 413.
“De christen zal vervuld zijn met vreugde naarmate hij een trouwe rentmeester van de goederen van zijn Heer is.” –Counsels on Stewardship, blz, 136.
1. Waarom is gelukkige gehoorzaamheid een deel van het christendom?
2. Hoe vinden we echt geluk?
3. Welke rol heeft nuttig werk in tevredenheid en geluk?
4. Onder welke voorwaarde brengen beproevingen alleen vreugde?
5. Waarom is het belangrijk om een gevende houding te hebben?