Tekst om te onthouden: “Opdat zij allen één zijn; gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt”
Johannes 17:21
“Hoe ernstig moesten de belijdende navolgers van Christus er naar streven om dit gebed in hun leven te beantwoorden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 460.
Aanvullende studie :: -Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 323-325, 434-454.
A. Welk probleem in de aanloop naar de kruisiging werd onder de discipelen duidelijk, en welk nieuw principe introduceerde Jezus daarom tijdens het laatste Pascha?
Lukas 22:24;
Johannes 13:34-35;
Johannes 17:21.
B. Hoe kan harmonie worden bereikt?
Johannes 17:23;
Jesaja 52:8;
Kolossensen 1:23.
C. Wat is harmonie, en is het ooit bereikt?
Handelingen 2:1;
1 Korinthe 1:10.
“Veel dingen, die betrekking hebben op uiterlijke vormen, worden niet allemaal in de Schrift gedefinieerd, maar blijven onopgehelderd; en persoonlijke voorkeuren zijn vaak te sterk benadrukt over deze zaken. Als elk onderdeel niet in overeenstemming is met de praktijk van een ander lid van de geloofsgemeenschap, laat dan niet kleine meningsverschillen uitgroeien tot grieven en onenigheid veroorzaken. De methoden en maatregelen, waarmee we bepaalde doelen bereiken, zijn niet altijd precies hetzelfde. We zijn verplicht om reden en oordeel te gebruiken over hoe we ons zullen bewegen. De ervaring zal leren, wat onder de huidige omstandigheden de beste weg is om te volgen. Laat geen strijd ontstaan over kleinigheden. De geest van liefde en de genade van onze Heer Jezus Christus zal hart tot hart binden, als ieder de vensters van het hart naar de hemel opent en deze naar de aarde sluit.” –The Ellen G. White 1888 Materials, blz. 1698.
A. Welk probleem werd voorzegd in de nieuwe gemeente?
2 Thessalonicensen 2:3-4.
B. Wat is de beste manier om de echte leraren te identificeren?
Johannes 10:27-29.
“De herder in het Oosten drijft zijn eigen schapen niet. Hij is niet afhankelijk van geweld of vrees; maar terwijl hij voor hen uitgaat, roept hij hen. Zij kennen zijn stem en luisteren naar de roep. Zo doet ook de Heiland-Herder met Zijn schapen… Door de profeet verklaart Jezus : ’Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid’. Hij dwingt niemand Hem te volgen. ‘Met mensenbanden trok Ik hen’, zegt Hij, ’met koorden der liefde’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 418-419.
“Als er fouten opduiken en als Bijbelse waarheid wordt onderwezen, zullen degenen, die een band met Christus hebben, niet vertrouwen op wat de predikant zegt, maar net als de nobele mensen van Berea zullen ze dagelijks de Schrift onderzoeken om te zien of deze dingen zo zijn. Als ze ontdekken, wat het woord van de Heer is, zullen ze hun standpunt aan de kant van de waarheid innemen. Ze zullen de stem van de Ware Herder horen zeggen: ‘Dit is de weg, wandel daarop.’ Zo zult u worden opgeleid om de Bijbel de man van uw raad te maken, en de stem van een vreemde zult u niet horen of volgen.” –Faith and Works, blz. 86.
C. Welke oproep wordt overal gedaan aan ware gelovigen, en waarom kiezen ze ervoor om zich af te scheiden van degenen, van wie ze al zo lang houden?
Johannes 10:16;
Openbaring 18:4.
“Jezus dacht aan alle mensen over de gehele aarde, die door valse herders werden misleid. Zij, die Hij verlangde te verzamelen als schapen Zijner weide, waren verstrooid onder wolven, en Hij zei: ’Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden, en zij zullen naar Mijn stem horen, en het zal worden één kudde, één herder’ (Johannes 10:16).” –De Wens der Eeuwen, blz. 420.
“In onze dagen worden nog maar weinigen, die belijden volgelingen van de Hervormers te zijn, gedreven door hun geest. Weinigen luisteren naar de stem van God en zijn bereid de waarheid aan te nemen, onder welke gestalte die zich ook aan hen voordoet. Dikwijls worden zij, die in de voetsporen der Hervormers treden, gedwongen zich af te wenden van de kerk, die zij liefhebben, ten einde de zuivere leer van Gods Woord te verkondigen. En dikwijls zijn zij, die naar licht zoeken, verplicht door diezelfde leer de kerk van hun vaderen te verlaten, opdat ze Gode gehoorzaam kunnen zijn.” –De Wens der Eeuwen, blz. 187.
D. Hoe kunnen we, eenmaal afgescheiden, overleven en waarom moeten we deel uitmaken van de kudde?
Romeinen 12:4-5;
Efeze 4:25; 2:19;
1 Korinthe 12:27.
A. Wat geeft God om de gemeente te helpen, en met welk doel? Efeze 4:8, 11-14;
1 Korinthe 12:18.
“Door Zijn dienaren uit te zenden, gaf onze Verlosser gaven aan de mensen, want door hen geeft Hij woorden van eeuwig leven voor de wereld. Deze wijze van werken heeft Hij ingesteld voor de volmaking van de heiligen in kennis en ware heiligheid. Het werk van Christus’ dienaren bestaat niet enkel uit het verkondigen van de waarheid; zij moeten waken over zielen als die daar rekenschap over moeten afleggen. Zij moeten vermanen, berispen, waarschuwen met geduld en leer.
Al degenen, die profijt hebben gehad van het werk van Gods dienaar, moeten overeenkomstig hun mogelijkheden met hem samenwerken voor de redding van zielen. Dit is de plicht van alle ware gelovigen, van leden en predikanten. Zij moeten het grote doel altijd voor ogen houden, en iedereen moet zoeken naar de vervulling van de juiste plaats in de gemeente, terwijl allen in orde, harmonie en liefde met elkaar samenwerken.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 193-194.
B. Wat is het doel van de verschillende gaven in de gemeente?
Matthéüs 20:25-28.
“God geeft Zijn gaven, zoals het Hem behaagt. Hij schenkt de ene een gave en de andere een andere, maar dit alles voor het welzijn van het hele lichaam. Het is in Gods bevel, dat sommigen van dienst zullen zijn in de ene tak van het werk, en anderen in andere takken, allen werkend onder dezelfde Geest. De erkenning van dit plan zal een bescherming zijn tegen wedijver, trots, afgunst of minachting voor elkaar. Het zal de eenheid en de wederzijdse liefde versterken.” –Counsels to Parents, Teachers, and Students, blz. 314-315.
“Elk kind van God moet een geheiligd oordeel bezitten om de zaak te bezien als één geheel, alsook de verhouding van elk onderdeel tot elk ander onderdeel, opdat niet één mag ontbreken. Het veld is groot en een groot hervormingswerk moet gedaan worden, niet langs een of twee lijnen, maar over de gehele linie. Het medische zendingswerk is een onderdeel van dit hervormingswerk, maar het moet nooit het middel worden om de Evangelie-arbeiders weg te halen uit hun arbeidsterrein. De scholing van studenten voor de medische zending is niet compleet, tenzij ze geoefend worden om samen te werken met de gemeente en de evangelie-arbeiders, en de bruikbaarheid van hen, die voor de evangeliedienst klaargemaakt worden, zou veel groter worden, indien zij ook aangaande het grote en belangrijke onderwerp van de gezondheid enige kennis zouden opdoen. De invloed van de Heilige Geest is nodig om een juist evenwicht in het werk te doen ontstaan en om het over de gehele linie goed gefundeerd vooruit te brengen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 557-558.
A. Welk karakter zullen de verlosten hebben en wat is nodig om dat karakter te ontwikkelen?
1 Johannes 3:2-3;
Johannes 17:3.
“Ware heiligmaking is het gevolg van een uitleven van het beginsel der liefde. ‘God is liefde; en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem’ (1 Johannes 4:16). Het leven van degene, in wiens hart Christus woont, zal daadwerkelijke godsvrucht openbaren. Het karakter zal rein, verheven, veredeld en verheerlijkt zijn. Een zuivere leer zal samengaan met werken der gerechtigheid. Hemelse voorschriften zullen gepaard gaan aan heilige beginselen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 408.
“Christus is het complete systeem van waarheid.” - Selected Messages, bk. 3, p. 198.
“De eerste christenen waren inderdaad een groep eigenaardige mensen. Hun onberispelijk gedrag en hun onwankelbaar geloof waren een voortdurende aanklacht, die de rust van de zondaren verstoorde. Hoewel ze gering in aantal waren en geen rijkdom, aanzien of eretitels bezaten, waren ze overal, waar hun karakter en leer bekend werden, een verschrikking voor de boosdoeners.” –De Grote Strijd, blz. 42.
B. Hoe belangrijk is het behoud van zuivere leerstellingen in deze gemeente als een belangrijk onderdeel van de karaktervorming?
Judas 3.
“De apostelen en hun medewerkers in de eerste christelijke gemeente waren voortdurend verplicht om ketterijen het hoofd te bieden, die door valse leraren in de schoot van de gemeente werden gebracht. Deze leraren worden voorgesteld als niet openlijk komend, maar ongemerkt binnensluipend, met de glijdende beweging van een slang. Ze volgden hun eigen verderfelijke wegen, maar waren niet tevreden zonder anderen mee te lokken. Ze hadden geen samenhangende keten van waarheid, maar onderwezen een onsamenhangende mengelmoes van ideeën, ondersteund door een passage uit de Schrift hier en een andere daar. Deze losgekoppelde geschriften werden samengeweven tot een weefsel van onwaarheid, dat de fantasie zou prikkelen en degenen zou misleiden, die door zelf de Schriften te onderzoeken de waarheid voor die tijd niet hadden bevestigd.” –The Signs of the Times, 27 maart 1884.
“De dwalingen, die de eerste gemeente binnenslopen en haar welvaart bedreigden, zijn nooit uitgeroeid. Ze zijn op dit moment bijzonder actief en vormen één van de gevaren van de laatste dagen. En God verlangt van ons, dat we, net als Johannes in zijn tijd, onwankelbaar voor de waarheid staan. Met de liefde voor de waarheid, die in ons hart brandt, zullen we ‘ernstig strijden voor het geloof, dat eens aan de heiligen werd overgeleverd’.” –The Signs of the Times, 29 januari 1885.
A. Wat is het lichaam van Christus?
Kolossensen 1:18;
Efeze 4:15.
“De Verlosser van de wereld keurt ervaring en oefening in godsdienstige zaken niet goed onafhankelijk van zijn georganiseerde en erkende gemeente. Velen hebben het idee, dat ze alleen tegenover Christus verantwoordelijk zijn voor hun licht en ervaring, onafhankelijk van Zijn erkende volgelingen op aarde. Maar in de geschiedenis van de bekering van Saulus worden ons belangrijke principes gegeven, die we altijd in gedachten moeten houden. Hij was rechtstreeks in de tegenwoordigheid van Christus gebracht. Hij was iemand, die door Christus was bedoeld voor een zeer belangrijk werk, iemand die ‘een uitverkoren vat’ voor Hem zou zijn; toch gaf Hij hem niet persoonlijk de lessen van de waarheid. Hij hield hem tegen op zijn weg en veroordeelde hem; maar toen door hem gevraagd werd: ‘Wat wilt u, dat ik doen zal?’ bracht de Heiland hem in verbinding met Zijn gemeente en liet deze hem vertellen, wat hij moest doen.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 31.
B. Hoeveel lichamen heeft Christus en waarom zijn er soms nog veel meer, die Hem trouw belijden? Efeze 4:4;
Jesaja 4:1.
“Een andere verplichting, vaak te oppervlakkig beschouwd, … is de verplichting, die zij als lid van de gemeente hebben…
Gemeenschap met Christus houdt dus ook in: gemeenschap met Zijn gemeente.” –Karaktervorming, blz. 270.
C. Waarom zijn we geplaatst in de hoedanigheid van de gemeente?
1 Korinthe 12:19-26.
“De gemeente is georganiseerd om te dienen; en in een dienend leven voor Christus is gemeenschap met de gemeente een van de eerste schreden. Getrouwheid aan Christus eist de trouwe vervulling van kerkelijke plichten.” –Karaktervorming, blz. 270.
1. Wat moet ons ernstigste gebed zijn en hoe wordt dat bereikt?
2. Hoe kunnen we weten, wie de waarheid onderwijst?
3. Hoe helpen de gaven in de gemeente het karakter van de leden te vervolmaken?
4. Welke rol spelen leerstellingen in de verandering van karakter?
5. Waarom is het belangrijk om deel uit te maken van het lichaam van Christus, Zijn erkende gemeente?
Colombia is een van de meest bevolkte landen in Zuid-Amerika, met meer dan 50 miljoen mensen in een gebied van 440.831 vierkante mijl (ongeveer 1,14 miljoen vierkante kilometer). Aardolie, textiel, elektronica en landbouwproducten zijn enkele van de belangrijkste industrieën.
Negentig procent (90%) van de mensen belijdt het christendom, meestal rooms-katholicisme, toch is er geen officiële staatsgodsdienst meer en wordt tolerantie met andere geloven aangemoedigd. De SDARM arriveerde hier als eerste in de stad Medellín en werd opgericht en geregistreerd in 1971. Sindsdien heeft de Reformatie boodschap zich door het hele land verspreid en tegen 2006 werden de Colombiaanse Unie en drie zendingsvelden gevormd. Tegenwoordig heeft het Zuidwestelijke Veld honderden leden en meer dan 500 geïnteresseerde mensen, die het Woord van God bestuderen. Men houdt toezicht op een groot arbeidsgebied, aangezien het 11 departementen van het nationale grondgebied omvat, goed voor 42% van de Colombiaanse bevolking. Daarom hebben we dringend een administratief hoofdkantoor nodig om het werk efficiënter te kunnen bedienen. We danken God, dat het mogelijk is geweest om uit te breiden naar nieuwe gebieden, die nog niet eerder geëvangeliseerd waren, maar we moeten nog veel meer zielen bereiken.
In 2006 werd een pand verworven, waar nu de gemeente van Medellín samenkomt en waar de broeders rijkelijk ruimte hebben gekregen om het administratieve hoofdkantoor van dit Veld te installeren. Het plannings- en beheeraspect van het bouwproject vordert. Door geloof doen we een beroep op al onze dierbare broeders en zusters over de hele wereld om ons rijkelijk te steunen, wanneer de Eerste Sabbatgaven worden ingezameld, om de nodige middelen te hebben voor de vooruitgang van Gods werk in deze plaats.
“De armen zijn Gods erfgoed. Christus heeft Zijn leven voor hen gegeven. Hij roept degenen op, die Hij heeft aangesteld om als Zijn rentmeesters op te treden, om royaal te geven van de middelen, die hun zijn toevertrouwd om de armen te helpen en Zijn werk op aarde te ondersteunen. De Heer is rijk aan hulpbronnen. Hij heeft mannen aangesteld om op te treden als Zijn schatbewaarders in deze wereld. Dat wat Hij hun heeft gegeven, moeten ze in Zijn dienst gebruiken.” –Welfare Ministry, blz. 272.
Moge God alle gulle harten zegenen en vermenigvuldigen, die bijdragen aan de ontwikkeling van Zijn zaak en moge uw donaties honderdvoudig terugkeren!
–Uw broeders en zusters in Christus van het Zuidwestelijke Veld in Colombia